1 Timoteüs 2: een leesoefening

Robert Roth | 8 juli 2017
  • Opinie

Ik ben toegegroeid naar de overtuiging dat de Bijbel ruimte geeft voor vrouwen in alle ambten. Maar ik blijf graag luisteren naar mensen die daartegen zijn. En ik wil graag ervaren dat mensen blijven luisteren als ik vertel waarom ik van harte voor ben. Ik vraag hun: Wil jij je openstellen voor vragen van mensen met een andere mening? Wil je de nieuwe inzichten van anderen verkennen vanuit de houding: zij willen naar Gods Woord luisteren, maar horen daarin andere dingen dan ik; wat horen ze en waarom? Bij wijze van voorbeeld schets ik hoe ik 1 Timoteüs 2:11-12 ben gaan lezen.

Kennelijk weten vrouwen in Efeze te weinig van de Bijbel en moet hun kennis worden bijgespijkerd. (beeld yatigra/iStock)

Kennelijk weten vrouwen in Efeze te weinig van de Bijbel en moet hun kennis worden bijgespijkerd. (beeld yatigra/iStock)

Eerst iets over de verzen ervoor. In 1 Timoteüs 1:5 zegt Paulus tegen Timoteüs: ‘Het doel van je opdracht is de liefde die voortkomt uit een rein hart, een zuiver geweten en een oprecht geloof.’ In Efeze, waar Timoteüs werkt, staat die liefde onder druk.

In hoofdstuk 2 wordt die draad opgepakt: bid voor alle mensen (vers 1). Kennelijk gebeurde dat niet en was dat een blijk van gebrek aan liefde. Gods liefde gaat uit naar alle mensen (vers 4-7). Een gemeente die bidt voor alle mensen en overheden, beantwoordt dan ook aan het onderwijs van Paulus. Daarin wordt liefde zichtbaar die voortkomt uit een rein hart. Paulus verwacht er rust door binnen de gemeente zelf (vers 2).

In het vervolg komt dat thema rust steeds terug. Vers 8: mannen moeten bidden met geheven handen, met toewijding en zonder wrok en onenigheid. Kennelijk is deze oproep nodig. Geen wapperende handjes in de relaties die je hebt met mensen, geen huiselijk geweld (gaat het over de huwelijksrelatie of over relaties tussen mannen en vrouwen in de gemeente?), maar geheven handen tot God: bid liever (vers 1-2). Bedenk: er wordt dus niet gezegd dat vrouwen niet moeten bidden met geheven handen.

Vers 9 wekt de indruk dat vrouwen er kennelijk een handje van hadden om te pronken met zichzelf en hun rijkdom. Ook zij worden gewezen op wat ze beter kunnen doen (vers 10), op hun goede werken. Ook hier geldt: er wordt niet gezegd dat mannen wel mogen pronken met hun rijkdom.

Naar school

In vers 11 en 12 worden de vrouwen nog eens aangesproken. Ze moeten zich laten onderwijzen, ze moeten bescheiden zijn. Hetzelfde woord als in vers 2 komt hier in de Griekse tekst terug: rust. Kennelijk willen vrouwen graag onderwijs geven, maar wordt die wens hier ingeperkt. Ze moeten juist onderwijs willen ontvangen. Aan de studie!

Dan rijst de vraag: waarom? Moet een man dat niet? Kennelijk weten vrouwen in Efeze te weinig van de Bijbel en moet hun kennis worden bijgespijkerd. Maar met het oog waarop moeten vrouwen naar school? Om er alleen zelf beter van te worden?

Dan komt bij mij Matteüs 28 bovendrijven. Leerde Jezus daar niet dat zijn leerlingen alle volkeren (dat is toch m/v?) moesten onderwijzen, zodat iedereen leerde onderhouden alles wat Jezus aan zijn leerlingen had geleerd? Alles: dat betekent ook dat ieder ander leert doen wat de leerlingen doen: je houdt het evangelie niet voor jezelf, maar vertelt het door aan anderen.

Je ziet het gebeuren met Pinksteren. In Handelingen 2:1-4 spreken mannen en vrouwen, omdat ‘allen’ daar verwijst naar de mannen en vrouwen uit Handelingen 1:14-16. Dit thema van het evangelie voor de wereld wordt door Paulus genoemd in 1 Timoteüs 2:1-7! Zou het ook zo kunnen zijn: vrouwen moeten hun kennis laten bijspijkeren, met als doel dat ze kunnen meedoen met het geven van onderwijs?

Specifieke toestemming

Vers 12 onderstreept die vraag. Dat is best een lastig vers. Er zijn mensen die menen dat ‘gezag over mannen hebben’ niet sterk genoeg is vertaald. Het gaat over ‘overheersen over mannen’, ‘mannen de les willen lezen’. Het Griekse woord dat daarvoor wordt gebruikt, kan goed zo worden vertaald. Dan zou het betekenen dat de gemeente door deze overheersingsdrang door vrouwen in de conflictsfeer blijft hangen. Terwijl nu juist rust nodig is (vers 2 en 12). Dan gaat het dus niet over vrouwen die op een goede manier onderwijs geven, zonder mannen te willen overheersen. Kan dat dan wel?

Die vraag blijft nog openstaan. De verzen 13-15 houden deze vraag levend: de vrouw kwam na Adam en zij werd verleid. Een plek ‘boven de man’ ligt dus niet voor de hand. Maar er staat niet dat haar dus een plek ‘onder de man’ toekomt. Dat staat ook niet in Genesis 1 en 2: samen hadden man en vrouw een taak in de schepping van God.

Nog een element uit dit vers: ‘Ik sta (niet) toe’. Wat betekent dat toestaan? Als dit woord in het Nieuwe Testament wordt gebruikt, verwijst het vaak naar een specifieke toestemming in een specifieke context (vergelijk Matteüs 8:21, Marcus 5:13, Johannes 19:38, Handelingen 21:39-40). Er is bijna altijd sprake van een tijdelijke maatregel, al zijn er ook andere voorbeelden (Marcus 10:4 en 1 Korintiërs 14:34). Levert de context van 1 Timoteüs 2 misschien op dat hier inderdaad sprake is van zo’n tijdelijke maatregel? Wel als je bedenkt dat Priscilla in Efeze werkte (Handelingen 18:18-26) en daar met haar man Aquila Apollos met gezag mocht onderwijzen.

Het lijkt mij goed mogelijk om de vraag naar het doel van onderwijs aan vrouwen (context: vers 11) zo te verwerken: vrouwen moeten (net als mannen) voldoende onderwezen zijn, voordat ze met gezag onderwijs mogen geven in de gemeente.

Overheersen

Wat zegt dit nu over vrouwelijke ambtsdragers? Gaat het hier wel over ambtsdragers? Onderwijs geven kan horen bij mensen met functies (Efeziërs 4:11), maar hoort ook bij de gaven aan mensen in de gemeente (Romeinen 12:7, Kolossenzen 3:16). Gezag zit niet specifiek vast aan een ambt (Kolossenzen 3:16-17). 1 Timoteüs 2 is er niet helder over. Maar als je deze woorden toch betrekt op ambtsdragers, omdat je vindt dat met gezag onderwijs geven bij een ambt hoort, verdisconteer dan waarover het hier gaat: over ‘overheersen’ over mannen. Dat mag niet, maar dat zegt niets over in goede samenwerking onderwijs geven. Ten slotte zou het goed kunnen dat Paulus het hier over een tijdelijke maatregel heeft.

Zo ben ik dit Bijbelgedeelte gaan lezen en ik vraag mijn broers en zussen: wil je dat eens overwegen?

Over de auteur
Robert Roth

Door ds. Robert Roth, verbonden aan de NCGK in Hengelo. Hij schreef veel over kindercommunie op zijn weblog https://robertrothblog.wordpress.com/2022/09/21/blogs-over-kinderen-aan-het-avondmaal/ 

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief