1 Timoteüs 2: een leesoefening

0

Ik ben toegegroeid naar de overtuiging dat de Bijbel ruimte geeft voor vrouwen in alle ambten. Maar ik blijf graag luisteren naar mensen die daartegen zijn. En ik wil graag ervaren dat mensen blijven luisteren als ik vertel waarom ik van harte voor ben. Ik vraag hun: Wil jij je openstellen voor vragen van mensen met een andere mening? Wil je de nieuwe inzichten van anderen verkennen vanuit de houding: zij willen naar Gods Woord luisteren, maar horen daarin andere dingen dan ik; wat horen ze en waarom? Bij wijze van voorbeeld schets ik hoe ik 1 Timoteüs 2:11-12 ben gaan lezen.

Kennelijk weten vrouwen in Efeze te weinig van de Bijbel en moet hun kennis worden bijgespijkerd. (beeld yatigra/iStock)

Kennelijk weten vrouwen in Efeze te weinig van de Bijbel en moet hun kennis worden bijgespijkerd. (beeld yatigra/iStock)

Eerst iets over de verzen ervoor. In 1 Timoteüs 1:5 zegt Paulus tegen Timoteüs: ‘Het doel van je opdracht is de liefde die voortkomt uit een rein hart, een zuiver geweten en een oprecht geloof.’ In Efeze, waar Timoteüs werkt, staat die liefde onder druk.

In hoofdstuk 2 wordt die draad opgepakt: bid voor alle mensen (vers 1). Kennelijk gebeurde dat niet en was dat een blijk van gebrek aan liefde. Gods liefde gaat uit naar alle mensen (vers 4-7). Een gemeente die bidt voor alle mensen en overheden, beantwoordt dan ook aan het onderwijs van Paulus. Daarin wordt liefde zichtbaar die voortkomt uit een rein hart. Paulus verwacht er rust door binnen de gemeente zelf (vers 2).

In het vervolg komt dat thema rust steeds terug. Vers 8: mannen moeten bidden met geheven handen, met toewijding en zonder wrok en onenigheid. Kennelijk is deze oproep nodig. Geen wapperende handjes in de relaties die je hebt met mensen, geen huiselijk geweld (gaat het over de huwelijksrelatie of over relaties tussen mannen en vrouwen in de gemeente?), maar geheven handen tot God: bid liever (vers 1-2). Bedenk: er wordt dus niet gezegd dat vrouwen niet moeten bidden met geheven handen.

Vers 9 wekt de indruk dat vrouwen er kennelijk een handje van hadden om te pronken met zichzelf en hun rijkdom. Ook zij worden gewezen op wat ze beter kunnen doen (vers 10), op hun goede werken. Ook hier geldt: er wordt niet gezegd dat mannen wel mogen pronken met hun rijkdom.

Naar school

In vers 11 en 12 worden de vrouwen nog eens aangesproken. Ze moeten zich laten onderwijzen, ze moeten bescheiden zijn. Hetzelfde woord als in vers 2 komt hier in de Griekse tekst terug: rust. Kennelijk willen vrouwen graag onderwijs geven, maar wordt die wens hier ingeperkt. Ze moeten juist onderwijs willen ontvangen. Aan de studie!

Dan rijst de vraag: waarom? Moet een man dat niet? Kennelijk weten vrouwen in Efeze te weinig van de Bijbel en moet hun kennis worden bijgespijkerd. Maar met het oog waarop moeten vrouwen naar school? Om er alleen zelf beter van te worden?

Dan komt bij mij Matteüs 28 bovendrijven. Leerde Jezus daar niet dat zijn leerlingen alle volkeren (dat is toch m/v?) moesten onderwijzen, zodat iedereen leerde onderhouden alles wat Jezus aan zijn leerlingen had geleerd? Alles: dat betekent ook dat ieder ander leert doen wat de leerlingen doen: je houdt het evangelie niet voor jezelf, maar vertelt het door aan anderen.

Je ziet het gebeuren met Pinksteren. In Handelingen 2:1-4 spreken mannen en vrouwen, omdat ‘allen’ daar verwijst naar de mannen en vrouwen uit Handelingen 1:14-16. Dit thema van het evangelie voor de wereld wordt door Paulus genoemd in 1 Timoteüs 2:1-7! Zou het ook zo kunnen zijn: vrouwen moeten hun kennis laten bijspijkeren, met als doel dat ze kunnen meedoen met het geven van onderwijs?

Specifieke toestemming

Vers 12 onderstreept die vraag. Dat is best een lastig vers. Er zijn mensen die menen dat ‘gezag over mannen hebben’ niet sterk genoeg is vertaald. Het gaat over ‘overheersen over mannen’, ‘mannen de les willen lezen’. Het Griekse woord dat daarvoor wordt gebruikt, kan goed zo worden vertaald. Dan zou het betekenen dat de gemeente door deze overheersingsdrang door vrouwen in de conflictsfeer blijft hangen. Terwijl nu juist rust nodig is (vers 2 en 12). Dan gaat het dus niet over vrouwen die op een goede manier onderwijs geven, zonder mannen te willen overheersen. Kan dat dan wel?

Die vraag blijft nog openstaan. De verzen 13-15 houden deze vraag levend: de vrouw kwam na Adam en zij werd verleid. Een plek ‘boven de man’ ligt dus niet voor de hand. Maar er staat niet dat haar dus een plek ‘onder de man’ toekomt. Dat staat ook niet in Genesis 1 en 2: samen hadden man en vrouw een taak in de schepping van God.

Nog een element uit dit vers: ‘Ik sta (niet) toe’. Wat betekent dat toestaan? Als dit woord in het Nieuwe Testament wordt gebruikt, verwijst het vaak naar een specifieke toestemming in een specifieke context (vergelijk Matteüs 8:21, Marcus 5:13, Johannes 19:38, Handelingen 21:39-40). Er is bijna altijd sprake van een tijdelijke maatregel, al zijn er ook andere voorbeelden (Marcus 10:4 en 1 Korintiërs 14:34). Levert de context van 1 Timoteüs 2 misschien op dat hier inderdaad sprake is van zo’n tijdelijke maatregel? Wel als je bedenkt dat Priscilla in Efeze werkte (Handelingen 18:18-26) en daar met haar man Aquila Apollos met gezag mocht onderwijzen.

Het lijkt mij goed mogelijk om de vraag naar het doel van onderwijs aan vrouwen (context: vers 11) zo te verwerken: vrouwen moeten (net als mannen) voldoende onderwezen zijn, voordat ze met gezag onderwijs mogen geven in de gemeente.

Overheersen

Wat zegt dit nu over vrouwelijke ambtsdragers? Gaat het hier wel over ambtsdragers? Onderwijs geven kan horen bij mensen met functies (Efeziërs 4:11), maar hoort ook bij de gaven aan mensen in de gemeente (Romeinen 12:7, Kolossenzen 3:16). Gezag zit niet specifiek vast aan een ambt (Kolossenzen 3:16-17). 1 Timoteüs 2 is er niet helder over. Maar als je deze woorden toch betrekt op ambtsdragers, omdat je vindt dat met gezag onderwijs geven bij een ambt hoort, verdisconteer dan waarover het hier gaat: over ‘overheersen’ over mannen. Dat mag niet, maar dat zegt niets over in goede samenwerking onderwijs geven. Ten slotte zou het goed kunnen dat Paulus het hier over een tijdelijke maatregel heeft.

Zo ben ik dit Bijbelgedeelte gaan lezen en ik vraag mijn broers en zussen: wil je dat eens overwegen?

Delen.

Over de auteur

Robert Roth is predikant van de GKv Oegstgeest.

Reacties zijn gesloten.