Uitgedaagd!

0

Maar we wisten ons door de Heer geroepen, zo luidt de titel van een pas verschenen boek over kerk en apartheid. Deel twee van een bespreking van Bob Wielenga.

Kerk en apartheidIk wist me geroepen om als zendingspredikant in het Zuid-Afrika van de apartheid aan het werk te gaan. Dat was de conclusie van mijn eerste blog naar aanleiding van de door Verloren in Hilversum mooi uitgegeven studie Maar we wisten ons door de Heer geroepen. Kerk en apartheid in transnationaal perspectief (2017).

Wat bedoelen de schrijvers met het transnationale perspectief op kerk en apartheid? Helpt het mij om beter zicht te krijgen op mijn eigen functioneren als buitenlandse zendeling in dit door rassenstrijd verscheurde land? Ik voel me door dit boek uitgedaagd.

Netwerk

De reactie in Nederland op het apartheidsbeleid in Zuid-Afrika groeide langzaam van onwetendheid en onbetrokkenheid naar actief verzet. In dat proces speelden opiniemakers zoals de bekende hervormde predikant Jan Buskes een voortrekkersrol.

Buskes maakte deel uit van een netwerk, waarvan ook de latere zendingshoogleraar Johan Bavinck en de Afrikaner professor Bennie Keet uit Stellenbosch deel uitmaakten. Alle drie waren ze leerling van Herman Bavinck aan de VU geweest, in wiens geest van solidariteit en dialoog, ook tussen volken en rassen, zij zich verzetten tegen het apartheidsbeleid en de theologische rechtvaardiging ervan binnen de kerken in Zuid-Afrika, maar ook in Nederland.

Keet en Buskes publiceerden bijna gelijktijdig hun geschriften tegen de apartheid en ook Johan Bavinck liet in die tijd zijn stem duidelijk horen (1955/6). Tot dit netwerk hoorde ook Christiaan Beyers Naudé, de stichter van het Christelijke Instituut (1963), dat zich in Zuid-Afrika inzette voor de gelijkwaardige behandeling van zwart en blank.

Zo zouden er allerlei verbanden en verbindingen aangewezen kunnen worden tussen personen maar ook instellingen over de landsgrenzen heen, waardoor kruisbestuiving van denken plaatsvond op allerlei niveau, met gelijkgerichte actie als gevolg. Zo was er ook een pro-apartheidsnetwerk, de Nederlands Zuid-Afrikaanse Werkgemeenschap, die in Nederland, met geheime steun van de Zuid-Afrikaanse regering, opkwam voor de idealen van de apartheidsideologie.

Theorie…

In Zuid-Afrika werd ik natuurlijk ook beïnvloed door zo’n transnationaal netwerk. Stond ik in Nederland al kritisch voorgesorteerd tegenover het apartheidsbeleid, in Zuid-Afrika kwam ik in contact met een scherpe criticus van het nationalistische Afrikanerdom, professor David Bosch, toen al een internationaal bekend missioloog.

In Zuid-Afrika bezocht ik vrijwel onmiddellijk na aankomst in 1980 het jaarlijkse congres van de Southern African Missiological Society in Pretoria. Zwarte en blanke missiologen en zendelingen van heel verschillende kerkelijke tradities ontmoetten elkaar hier in alle openheid en gelijkwaardigheid en bespraken zendingstheologische vraagstukken in de context van het apartheidsbeleid, waarbij de politiek van de dag niet geschuwd werd. De voertaal was Engels; op zich al een duidelijk signaal naar de apartheidsautoriteiten.

David Bosch was de grote gangmaker achter deze congressen. Hij was een oecumenisch ingesteld man met een evangelische geloofsbeleving, opgegroeid binnen de piëtistisch-gereformeerde stroming in de Nederduits Gereformeerde Kerk. Zoals aanvankelijk ook mijn collega Hans Vonkeman studeerde ik jarenlang onder Bosch. Door hem kreeg ik oog voor de fundamentalistische manier van Bijbelgebruik gangbaar in de kringen van het Afrikaner nationalisme.

Dit leidde ertoe dat ik in 1990 bij Bosch promoveerde op een onderzoek naar de verhouding tussen het Oude Testament en zending in de Zuid-Afrikaanse context. Ik kwam tot de ontdekking dat zending in Zuid-Afrika de bedding was waarbinnen het apartheidsbeleid geboren was; het ontwikkelde zich eerst als zendingsbeleid van de Nederduits Gereformeerde Kerk, voordat het in een omvattend politiek-maatschappelijke ideologie uitgewerkt werd. De Bijbel moest de christelijk-nationale fundering ervan leveren.

… en praktijk

Wat heeft mijn anti-apartheidshouding nu concreet opgeleverd voor de praktijk van mijn zendingswerk?

Buitenlandse zendingswerkers hadden uiteraard een beperkte bewegingsruimte in de harde politieke werkelijkheid van die tijd (1980-1994). Als Kamper zending waren we ook contractueel verbonden met onze Afrikaner zendingspartners van de Gereformeerde Kerke van Suid-Afrika (GKSA). Als ik me goed herinner, stond daar ook iets in over onze relatie tot de overheid.

Daadwerkelijk verzet tegen de overheid kwam dus niet in mijn zendingswoordenboek voor. Daartoe wist ik me door de Heer niet geroepen. Het zou de zendingsgemeenten die ik diende niets geholpen hebben, integendeel.

Trouwens, het verschrikkelijke geweld waaraan alle politieke partijen in het conflict zich schuldig maakten in de gebieden waar ik werkte, maakte het mij onmogelijk me te identificeren met welke politieke partij dan ook. Vanuit het evangelie hadden we een andere boodschap te brengen, van gerechtigheid en van verzoening.

Hierin werd ik bevestigd door de keuze die David Bosch maakte tegen de goedkeuring van gewelddadig verzet tegen de regering, zoals gebeurde in het roemruchte Kairos-document (1985). Hij verbond zich met het Nationale Intiatief voor Verzoening (1985) van Michael Cassidy, dat zich juist tegen geweld van alle partijen uitsprak als Bijbels gebod voor dat moment in Zuid-Afrika’s geschiedenis.

Mijn positie in het conflict werkte door in de houding waarin ik mijn werk deed samen met mijn medewerkers. Juist dat wit en zwart in de kerk samenwerkten, had in die donkere jaren een positieve uitstraling. In solidariteit met de slachtoffers van het geweld probeerde ik er voor hen te zijn, hoe beperkt mijn mogelijkheden ook waren in het politiek vergiftigde klimaat van die tijd.

Mijn opstelling had gevolgen voor de manier waarop ik lesgaf aan onze theologische opleiding in KwaZulu-Natal. Het fundamentalisme lieten we achter ons. Toch kwam de apartheidscontext, waarin ik theologisch onderwijs gaf, weinig expliciet aan de orde. Ik herinner me niet dat ik de apartheidstheologie ooit tot een specifiek thema gemaakt heb in mijn onderwijs. Dat was geen bewuste keus trouwens, het is wel verklaarbaar uit de vroege vrijgemaakte traditie waarbinnen de NGK-zending opereerde (zie de vorige blog), en waarin ook ik me bevond. Onbegrijpelijk, denk ik nu!

Dat geldt ook voor de onkritische houding van de NGK-zending naar onze Afrikaner zendingspartners, de GKSA, toe. De angst om kerk en politiek met elkaar te vermengen, en onze zendingsbelangen te schaden, maakte ons profetisch monddood. Ja, we bleven aan het werk waartoe de Heer ons geroepen had. Maar hebben wij dat werk toch niet te beperkt opgevat?

Delen.

Over de auteur

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Reacties zijn gesloten.