‘Een kring is de plek waar je ontvangt en waar je leert te geven’

Leendert de Jong | 6 januari 2018
  • Interview
  • Thema-artikelen

Kringen zijn niet meer weg te denken uit kerkelijk Nederland. Kringen zijn belangrijk, zo wordt gezegd, voor het beleven van wat je als broer en zus in Christus deelt. Maar er zijn ook hobbels rond kringen. De NGK Houten werkt al ongeveer twintig jaar met kringen; in Houten heten ze kerngroepen. Hoe ziet het plaatje in Houten eruit, wat werkt wel, wat niet? OnderWeg praat met Peter van Genderen, staflid kerngroepen en medeauteur van het Handboek voor kringleiders. Daarnaast heeft hij een eigen bureau voor coaching en mediation.

Peter van Genderen: ‘Wij toetsen de kringen in onze gemeente aan vier kernwaarden: de Bijbel open; gebed; gemeenschap; gastvrij.’ (beeldbewerking Johanne de Heus)

Peter van Genderen: ‘Wij toetsen de kringen in onze gemeente aan vier kernwaarden: de Bijbel open; gebed; gemeenschap; gastvrij.’ (beeldbewerking Johanne de Heus)

Een kring is een middel, zoals een wijk binnen een kerkelijke gemeente dat ook is. Toch even deze vraag: welke Bijbelse onderbouwing is er als het om een kring gaat?
‘Wat je in het Nieuwe Testament ziet, is het verschijnsel van de grotere samenkomst van de gemeente én het bij elkaar komen in de huizen, met kleine(re) groepen dus. Opvallend is ook dat Jezus zich omringt met een kleine kring leerlingen, met wie Hij veel optrekt en die Hij primair onderwijst. Ook bij het volk Israël zie je die verschillende lagen terug: volk, stam, familie, gezin. Wat ik bij kringen ook belangrijk vind, zijn de vele zogenoemde “elkaarteksten” in het Nieuwe Testament: elkaars lasten dragen, elkaar vergeven, enzovoort.

De kerkdienst is voor de grote groep de belangrijkste plek voor aanbidding. Je thuisplek is de kleinste eenheid voor gebed en meeleven. Daartussenin zit de kring van mensen die er voor elkaar willen zijn en die op elkaar betrokken zijn; de kring dus als een soort oefenplek voor de inzet van jouw gaven, een plek ook waar jouw discipelschap kan groeien.’

Kun je zeggen dat een kring als kleine groep juist in deze tijd belangrijk is, als middel tegen het sterke individualisme dat ook kerkmensen raakt?
‘Dat is zeker zo. Ook in de kerk gebeurt het zomaar dat ik me gedraag als consument die vooral wil ontvangen. Terwijl een kring juist een plek is waar je ontvangt én waar je leert te geven, ook als het om de zorg voor een ander gaat. Daar komt nog bij dat een kring, zo is de ervaring in de gemeente waar ik deel van uitmaak, een prachtige vijver is voor het opdoen van ervaring in kerkelijke taken. Een mooi voorbeeld is iemand die aangaf wel iets met muziek te willen doen. Die persoon begon daarmee in de kring en is nu actief in de muziekgroep voor heel de gemeente.’

Wat is in jouw optiek de beste samenstelling van een kring, gemengd qua leeftijd of juist anders?
‘Voor mij zit hier een vraag vóór, namelijk of de gemeente een visie op kringen heeft. Er is niet één beste samenstelling. Als je als gemeente zegt dat er kringen moeten komen en je laat het daarna los, wordt het niets of veel te gevarieerd. Veel beter is om te zeggen: wij willen gáán voor kringen en voor ons is een kring dit en dat. In onze gemeente is al langer geleden gekozen voor “een kerk van kringen”, die bij voorkeur één keer per twee weken samenkomen. De meeste kringen zijn inderdaad gemixt qua leeftijd, van 20 tot 70 jaar; de kringleden wonen geografisch gezien bij elkaar.’

‘Een kring is een prachtige vijver voor het opdoen van ervaring in kerkelijke taken’

En is dit het dan of is ook variatie mogelijk?
‘Ja, er zijn bijvoorbeeld ook kringen van jongeren, in de leeftijd van 20 tot 25. En er zijn focusgroepen, die zich specifiek op een doel richten. Het mooie is dat los van de samenstelling elke kring een eigen kleur krijgt. Wel is het zo dat wij de kringen in onze gemeente toetsen aan vier kernwaarden waar elke kring mee te rekenen heeft: de Bijbel open; gebed; gemeenschap; gastvrij. Overigens vind ik zelf een qua leeftijd gevarieerde samenstelling van een kring het mooist. En soms geven kringen daar zelf een creatieve draai aan door één keer per vier weken met z’n allen samen te komen, met tussendoor aparte bijeenkomsten voor de mannen en voor de vrouwen.’

Jullie toetsen aan kernwaarden. Stel dat een kring kiest voor enkel ‘de Bijbel open’, één keer per twee weken Bijbelstudie. Zegt de raad dan: dit kan niet, ik mis…?
‘Er is ruimte, vooral ook omdat in het voorbeeld dat je geeft er meestal tegelijk ook aandacht is voor gebed en voor gemeenschap. Wat dan als punt van aandacht openblijft, is die gastvrijheid.’

Stel dat er gemeenteleden zijn die niet zo veel met kringen hebben en die willen blijven gaan voor hun Bijbelstudievereniging.
‘Dat kan eigenlijk niet. Zoiets gaat op de één of andere manier wringen. Als het goed is, is een punt als dit al meegenomen bij de start van kringen: het is wezenlijk voor het goed functioneren van kringen dat een kerkenraad met een duidelijke visie op kringen komt en bijvoorbeeld ook investeert in de begeleiding en instructie van kringleiders.’

Toch proef je overal dat het werken met kringen best lastig blijft. Neem het punt van de kwetsbaarheid. Durven wij ons kwetsbaar op te stellen?
‘Dat is inderdaad niet zo makkelijk. Maar het kan wel en het mag ook, juist in een gemeente. Daarom zeg ik: durf het maar aan om het juist in een kring te gaan leren! Want ik zie ook heel mooie voorbeelden waar dit het echt gebeurt, en hoe waardevol dat is. Maar het gaat inderdaad niet vanzelf. Ook om deze reden is het belangrijk om als gemeente te blijven investeren in kringleiders, zodat zij weten hoe je een sfeer van veiligheid realiseert en welke middelen qua communicatie daarbij helpen.’

Nog zo’n lastig punt: het onderlinge pastoraat dat in gemeenten vaak neergelegd wordt bij kringen. Gaat dat werken en hoe ver gaat dit? Is het alleen zorg voor elkaar of ook zielzorg?
‘Dit punt is herkenbaar. Ook hiervoor zijn de visie die de gemeente heeft op kringen en het adequaat communiceren daarvan essentieel. In onze gemeente is al vanaf de start aangegeven dat de bekende huisbezoeken niet meer zouden plaatsvinden en dat het basispastoraat in de kringen zit. Beide zitten in het DNA van de gemeente. Nu, na al heel wat jaren ervaring met kringen, zit 80 procent van het pastorale werk in de kring. Als kwesties de kring overstijgen of als de draaglast voor een kring te zwaar wordt, kan een kring terecht bij het Team Pastoraat. Maar ook als dit gebeurt, zal een lid van dat team als eerste vragen: “Wat heeft de kring gedaan? Wat kan de kring nu doen? Wat zou ik moeten doen?”’

‘80 procent van het pastorale werk zit in de kring’

Maar neem dan een kring met een echtpaar dat met huwelijksproblemen te maken heeft…
‘In zo’n geval moet een kringleider inderdaad kunnen terugvallen op het zojuist genoemde pastorale team. Tegelijk wil ik juist bij een voorbeeld als dit het belang van een kring benadrukken: juist in een kring mag je kwetsbaar zijn, mag je transparant zijn, zo mogelijk ook over problemen die er tussen getrouwde kringleden zijn. En laat de dynamiek van een kring dan maar werken, bijvoorbeeld zo dat een kringlid zich inzet voor één van de partners en één of meer anderen voor de andere partner. Zodat beide partners proeven dat kringleden naar hen willen luisteren, er voor hen willen zijn. En wie weet wat dan, aangevuld met werk door de kringleider, nog mogelijk is.’

Is dit niet een te optimistisch plaatje?
‘Wij zien hier veel mooie dingen gebeuren, maar het blijft maatwerk en ervaringen kunnen wisselen. In de ene kring zit ook meer pastorale ervaring of feeling dan in de andere. Dus ja, in bepaalde situaties blijft toch de betrokkenheid van buiten een kring – van een pastoraal werker of de voorganger – nodig.’

Nu zie je her en der in het land de opkomst van specifieke kringen, bijvoorbeeld onder de naam huiskamergroepen. Zij hebben een speciaal doel en bewegen zich soms ook wat losser van de grote gemeente. Hoe passen die in het plaatje?
‘In Houten hebben we hier nog niet veel ervaring mee. Hoewel we er op zich wel ruimte voor zien, gelet op de visie die we hebben en de kaders die er zijn. Als zulke initiatieven ontstaan, bijvoorbeeld met een specifiek missionair doel, denk ik: gaaf, laat maar komen! Natuurlijk zijn er dan ook aandachtspunten. Denk aan het goed opzetten van de communicatie en betrokkenheid tussen de gemeente en het initiatief zelf, tussen moederkerk en huiskamergroep. Maar daar kun je met elkaar goede afspraken over maken.’

Over de auteur
Leendert de Jong

Leendert de Jong werkt in de media en is oud-hoofdredacteur van
OnderWeg.

Meest gelezen

Predikantsprofiel Kees Smit

Predikantsprofiel Kees Smit

Melissa van der Kamp
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

Het is een terugkerend woord als ik met Kees Smit in gesprek ben over de geestelijke verzorging en zijn werk als voorzitter van de Commissie Geestelijke Verzorging (CGV). Uit alles blijkt dat hij deze rol met hart en ziel vervult. Niet in de laatste plaats gedreven door zijn eigen ervaringen als geestelijk verzorger bij Defensie. Kees stelt dat geestelijk verzorgers waardevolle gesprekspartners kunnen zijn voor gemeenten, omdat juist zij werken op het grensvlak van kerk en samenleving. Ik praat met Kees door over zijn gedrevenheid als voorzitter en wat het geestelijk verzorger-zijn voor hem heeft betekend.

Lees artikel
De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

Lyanne De Haan-Wilts
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Anders dan de naam doet vermoeden, is de Kleine Kerk in Steenwijk met ruim 400 leden niet per se klein te noemen. Maar het gebouw is kleiner dan de Grote Kerk in Steenwijk, het gebouw, hemelsbreed 200 meter verderop, waarin de PKN kerkt. ‘Maar’, merkt Rick Winters op, ‘zij hebben op papier meer leden, dus zijn ook wat dat betreft een grote kerk. Toch denk ik dat er op zondag meer mensen bij ons zitten’.

Lees artikel
Zonder genade geen toekomst voor mensen van vlees en bloed 

Zonder genade geen toekomst voor mensen van vlees en bloed 

Koert van Bekkum
  • Boekbespreking

Lezers van dit blad zal de naam Jurrien Mol wellicht niet veel zeggen. Toch is hij in de Protestantse Kerk in Nederland geen onbekende. Mol studeerde in Utrecht. Als predikant in diverse dorpen in Friesland ging het studeren gewoon door, want hij promoveerde op een mooi proefschrift over de verhouding tussen collectieve en individuele verantwoordelijkheid in het Oude Testament. Hij is bovendien voorzitter van de Confessionele Beweging, de in 2020 ontstane fusiebeweging van de Confessionele Vereniging (in de Nederlandse Hervormde Kerk) en het Confessioneel Gereformeerd Beraad (in de Gereformeerde Kerken in Nederland).

Lees artikel
Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Wilmer Blijdorp
  • Leespreek

In de rubriek leespreek publiceren wij een preek geschikt voor persoonlijke meditatie, ter bespreking op een Bijbelstudiekring of voor gebruik in de eredienst. In het laatste geval dien je altijd eerst contact met de auteur op te nemen om toestemming te verkrijgen. Bij deze preek is een PowerPoint-presentatie beschikbaar die je kunt opvragen bij de auteur. Deze preek van ds. Wilmer Blijdorp (verbonden aan NGK Barneveld-De Burcht) vertrekt vanuit het eerste vers van 1 Korintiërs 14. Een Bijbelvers dat vaak misbruikt of genegeerd is: ‘Richt je op de gaven van de Geest, vooral op die van de profetie.’ Op een nuchtere en tegelijk spannende manier, gelardeerd met diverse herkenbare voorbeelden, daagt Blijdorp zijn hoorders uit om toch vooral opmerkzaam te zijn op momenten waarop God in het hier-en-nu tot ons spreekt. En, in een vervolgstap, maakt hij hen ook bewust van het feit dat God ook door ons heen wil spreken.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief