Zij die ons voorgingen

Kees Bos | 2 maart 2018
  • Achtergrond

Ds. Ruud ter Beek vraagt in de OnderWeg van 17 februari 2018 aandacht voor de verbondenheid met onze gestorven geliefden, met hen die ons voorgingen. ‘Voorgingen waarheen?’ vraagt Kees Bos zich af in een reactie.

Het doel van ons leven is dat we als nieuwe mensen op de herstelde aarde leven als beeld van God. Dat is ons perspectief. 2 Petrus 3:13: ‘Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.’ Hebreeën 11:39-40: ‘Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen’ (NBG-vertaling 1951).

In zijn artikel ‘Leven met je gestorven geliefden’ schrijft Ruud ter Beek: ‘Ze leven bij God, daar, maar zijn ook nog bij ons, hier. (…) Zij gingen voor ons uit op weg naar de volmaaktheid.’ Fijn om te horen dat ze nog bij ons zijn, maar is het wel juist?

Daarna wordt het verhaal wat ingewikkeld: ‘Ze gingen voor ons uit, soms ver voor ons uit, maar ze zijn nog steeds niet aangekomen. (…) Zij wachten buiten hun lichaam op hun nieuwe leven. Op den duur gaan ze terug naar hun lichaam.’ Er is echter geen wachtkamer en dat sterfelijke lichaam is vergaan, dat is er niet meer. We krijgen een opstandingslichaam, zoals dat van de Here Jezus, niet gebonden aan tijd en ruimte (Filippenzen 3:21).

In Christus krijgen we eeuwig leven. ‘Eeuwig’ is tijdoverstijgend, niet begrensd door de tijd. Als wij sterven en dit vergankelijke leven achter ons laten, zijn we ‘uit de tijd’, ontheven aan de tijd. Het betekent (in onze tijd-ruimte gedacht) dat ons sterven samenvalt met de wederkomst van Christus.

De Here Jezus zegt tegen de moordenaar aan het kruis: ‘Heden zult u met mij in het paradijs zijn’ (Lucas 23:43). Dat is werkelijkheid. Als wij in Christus sterven, doet de tijd er niet meer toe. Voor de gestorvenen en voor hen die dan nog leven zal Christus op hetzelfde ‘moment’ verschijnen. Wij zullen Christus tegelijk ontmoeten. Bij het graf van Lazarus zegt Jezus: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in Mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?’ (Johannes 11:25-26).

Paulus probeert ons van allerlei speculaties te weerhouden. We moeten gewoon geloven in Gods belofte en het mysterie niet proberen te ontrafelen. 1 Korintiërs 15:22-23: ‘Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt. Maar ieder op de voor hem bepaalde tijd: Christus als eerste en daarna, wanneer Hij komt, zij die Hem toebehoren.’ En in vers 35: ‘Nu zou iemand kunnen vragen: “Maar hoe worden de doden opgewekt? Hoe zou hun lichaam eruit moeten zien?” Dwaas die u bent!’ Vers 51-52: ‘Ik zal u een geheim onthullen: wij zullen niet allemaal eerst sterven – toch zullen wij allemaal veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt. Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen.’

De tekst uit Openbaring 6 kan aanleiding geven tot speculaties. Net als andere teksten in dit Bijbelboek. We moeten ons realiseren dat het visioenen zijn die Johannes op Patmos te zien kreeg. Visoenen met beelden die Johannes kon plaatsen, die in de voorstelling van de Joden in die tijd pasten. Net als de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus (Lucas 16:23 en verder).

In Openbaring 6:9-11 lezen we: ‘Toen het lam het vijfde zegel verbrak, zag ik aan de voet van het altaar de zielen van al degenen die geslacht waren omdat ze over God hadden gesproken en vanwege hun getuigenis. Ze riepen luid: “O heilige en betrouwbare Heer, wanneer zult u de mensen die op aarde leven eindelijk straffen en ons bloed op hen wreken?” Ieder van hen kreeg witte kleren. Verder werd hun gezegd nog een korte tijd geduld te hebben, totdat ook de andere dienaren, hun broeders en zusters die net als zij zouden worden gedood, zich bij hen gevoegd zouden hebben.’

Het beeld van zielen onder het altaar pas in de Joodse en Griekse voorstelling van het hiernamaals. In de Bijbel is het begrip ziel (nefesj’ in het Hebreeuws) altijd verbonden met een levend wezen. Een ziel zonder lichaam bestaat niet. Ziel wordt gebruikt voor mensen en dieren en is een aanduiding van ‘het leven’. In Psalm 42 betekent ‘mijn ziel is bedroefd’ en ‘mijn ziel dorst ‘ dat de hele persoon bedroefd is of intens verlangt naar Gods nabijheid.

Paulus schrijft in 1 Tessalonicenzen 4:15: ‘Wij zeggen u met een woord van de Heer: wij, die in leven blijven tot de komst van de Heer, zullen de doden in geen geval voorgaan.’ In mijn woorden: we zullen tegelijk Christus ontmoeten. Ik leef nog in de tijd, maar zij die ons voorgingen niet. Voor hen was het sterven het moment dat ze het tijdelijke achter zich konden laten. Zo zie ik uit naar het weerzien en zo beleef ik de verbondenheid met hen die ons voorgingen.

Meest gelezen

Predikantsprofiel Kees Smit

Predikantsprofiel Kees Smit

Melissa van der Kamp
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

Het is een terugkerend woord als ik met Kees Smit in gesprek ben over de geestelijke verzorging en zijn werk als voorzitter van de Commissie Geestelijke Verzorging (CGV). Uit alles blijkt dat hij deze rol met hart en ziel vervult. Niet in de laatste plaats gedreven door zijn eigen ervaringen als geestelijk verzorger bij Defensie. Kees stelt dat geestelijk verzorgers waardevolle gesprekspartners kunnen zijn voor gemeenten, omdat juist zij werken op het grensvlak van kerk en samenleving. Ik praat met Kees door over zijn gedrevenheid als voorzitter en wat het geestelijk verzorger-zijn voor hem heeft betekend.

Lees artikel
Zonder genade geen toekomst voor mensen van vlees en bloed 

Zonder genade geen toekomst voor mensen van vlees en bloed 

Koert van Bekkum
  • Boekbespreking

Lezers van dit blad zal de naam Jurrien Mol wellicht niet veel zeggen. Toch is hij in de Protestantse Kerk in Nederland geen onbekende. Mol studeerde in Utrecht. Als predikant in diverse dorpen in Friesland ging het studeren gewoon door, want hij promoveerde op een mooi proefschrift over de verhouding tussen collectieve en individuele verantwoordelijkheid in het Oude Testament. Hij is bovendien voorzitter van de Confessionele Beweging, de in 2020 ontstane fusiebeweging van de Confessionele Vereniging (in de Nederlandse Hervormde Kerk) en het Confessioneel Gereformeerd Beraad (in de Gereformeerde Kerken in Nederland).

Lees artikel
De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

Lyanne De Haan-Wilts
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Anders dan de naam doet vermoeden, is de Kleine Kerk in Steenwijk met ruim 400 leden niet per se klein te noemen. Maar het gebouw is kleiner dan de Grote Kerk in Steenwijk, het gebouw, hemelsbreed 200 meter verderop, waarin de PKN kerkt. ‘Maar’, merkt Rick Winters op, ‘zij hebben op papier meer leden, dus zijn ook wat dat betreft een grote kerk. Toch denk ik dat er op zondag meer mensen bij ons zitten’.

Lees artikel
Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Wilmer Blijdorp
  • Leespreek

In de rubriek leespreek publiceren wij een preek geschikt voor persoonlijke meditatie, ter bespreking op een Bijbelstudiekring of voor gebruik in de eredienst. In het laatste geval dien je altijd eerst contact met de auteur op te nemen om toestemming te verkrijgen. Bij deze preek is een PowerPoint-presentatie beschikbaar die je kunt opvragen bij de auteur. Deze preek van ds. Wilmer Blijdorp (verbonden aan NGK Barneveld-De Burcht) vertrekt vanuit het eerste vers van 1 Korintiërs 14. Een Bijbelvers dat vaak misbruikt of genegeerd is: ‘Richt je op de gaven van de Geest, vooral op die van de profetie.’ Op een nuchtere en tegelijk spannende manier, gelardeerd met diverse herkenbare voorbeelden, daagt Blijdorp zijn hoorders uit om toch vooral opmerkzaam te zijn op momenten waarop God in het hier-en-nu tot ons spreekt. En, in een vervolgstap, maakt hij hen ook bewust van het feit dat God ook door ons heen wil spreken.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief