‘Als organist ben ik een troostbieder’

Sjoerd Wielenga | 31 maart 2018
  • Interview
  • Ontmoeting

Peter Sneep componeerde het lied ‘Schepper van het geheel’, dat afgelopen najaar bij de gezamenlijke synode van de NGK en GKv werd gezongen, speelt orgel en leidt het avondgebed in de Oud-Katholieke Kerk. Wie is deze muzikale man en wat drijft hem? ‘Ik zat interessant te doen, maar eigenlijk was ik gewoon een botte gast.’

Peter Sneep werd op het G.W. Burgerplein in Rotterdam geboren en speelde als kind in de tuin van de riante villa die later aan Pim Fortuyn zou toebehoren. ‘Aan de andere kant van het plein stonden de meer gewone huizen. “Daar woont het plebs”, zei Fortuyn eens op televisie tegen Ivo Niehe, waarna de camera opzij zwenkte en mijn geboortehuis in beeld bracht.’ Sneep lacht er smakelijk om.

De jaren in Rotterdam hebben Sneep gevormd. In de GKv van Rotterdam-Delfshaven – toen een gemeente van zo’n 1500 zielen – begon Sneeps liefde voor het orgel. ‘Als vierjarige zat ik op de galerij, hoorde Wim Roos orgelspelen en dacht: dit is mijn leven. Op dat moment werd ik aangeraakt. Ik kickte als jongen niet op voetballen, auto’s en motors, maar op het orgel. Als zeventienjarige werd ik Roos’ plaatsvervanger op de zondagen dat hij verhinderd was.’

En net als Roos componeerde Sneep muziek voor het toneel. Roos deed dat voor de musicals van de jaarlijkse Grote Avond van de Gereformeerde Scholengemeenschap in Rotterdam. De jonge Peter Sneep schreef muziek voor het jaarlijkse toneelstuk van de jeugdvereniging, had plezier én voerde goede gesprekken. ‘We hadden een jeugd met een gouden rand.’

‘Wij mogen alles en de dominee zegt helemaal niet dat we in de ware kerk zitten’

Er zijn generatiegenoten van jou die met minder plezier op de kerk van hun jeugd terugkijken.
‘Ja, maar de kerkelijke cultuur in Delfshaven was heel liberaal. De vrije geest van Klaas Schilder, die er ooit predikant was, waarde in de jaren zeventig nog rond. Ik kreeg catechisatie van Kees de Ruiter, toen predikant in Rotterdam-Centrum, en van onze eigen dominee, Cor van der Leest. Ik denk er nog dagelijks aan terug. Van der Leest zei bijvoorbeeld: “Zijn wij de ware kerk? Welnee, we moeten gewoon gehoorzaam zijn aan God.” Punt. Die dominees betrokken geen bastion, maar daagden je uit om vrijmoedig te kijken wat God in de Bijbel zegt. Maar de gemeentecultuur was sowieso ontspannen. Toen ik 13 was, mocht ik in mijn vrije tijd op het kerkorgel spelen. Aan de scriba vroeg ik de sleutel van de kerk.’ Sneep pakt zijn eigen sleutelbos en haalt er, net als de scriba destijds, één af. ‘‘‘Alsjeblieft”, zei hij. “Geef maar terug als je ‘m niet meer nodig hebt.” Prachtig dat vertrouwen in een jongen van 13!’

In die jaren ervoer hij God ook heel persoonlijk. ‘Als vijftienjarige besefte ik in bed in een flits dat Christus er ook voor mij is. Het heeft mijn leven veranderd.’

Na de havo vertrok Sneep in 1986 naar de pedagogische academie in Amersfoort. Zijn afscheid van Rotterdam ging met tranen gepaard. ‘De auto was volgeladen met mijn spullen en ik realiseerde me: nu neem ik afscheid van deze stad, de gemeente en mijn jeugd. In de kerk in Amersfoort kwam ik in een geestelijke oertijd terecht. Het was heel formeel, alles moest via de kerkenraad geregeld worden, tot aan de sleutel voor de organisten aan toe. Ik kreeg pas vorig jaar voor het eerst een eigen sleutel.’

Hij fronst. ‘Alle vooroordelen tegen vrijgemaakten bleken toch waar te zijn. “Jullie mogen niets en jullie denken dat je in de ware kerk zit” hoorde ik altijd. “Welnee”, zei ik dan. “Wij mogen alles en de dominee zegt helemaal niet dat we in de ware kerk zitten.” Totdat ik in Amersfoort kwam wonen en besefte: dus dát bedoelden ze.’

Verzoening

Vorig jaar november was Peter Sneep bij de gezamenlijke synodevergadering van de NGK en de GKv. De bijeenkomst werd afgesloten met het lied ‘Schepper van het geheel’ van Ria Borkent, waarvoor hij de melodie schreef. Daarin staan verzoening, vergeving en het avondmaal centraal. ‘Het avondmaal is een bourgondische maaltijd. Dat gevoel heb ik in de muziek willen leggen.’

Hoe kijk je terug op die bijeenkomst?
‘Ik vond het mooi, maar voor mijn gevoel ontbreekt de urgentie voor het verzoenen. Natuurlijk is één kerkverband belangrijk, maar op de gewone christelijke werkvloer tellen die verschillen helemaal niet meer. Op de basisschool van mijn kinderen zitten leerlingen uit allerlei kerken. Denk je dat ik aan een ouder zal vragen: ben jij wel confessioneel betrouwbaar? Natuurlijk niet! Wat mij op die synode trof was een oude NGK-dominee (ds. Henk Schuurman, SW) die had geleden onder de kerkelijke shit die hij over zich heen had gekregen. Hij mocht de mensen zegenen, ook zijn tegenstanders van vijftig jaar geleden. Dat ontroerde me. Hij sprak de zegen uit in zijn eigen woorden, niet de bekende riedel aan het einde van een dienst die je zo mee kunt dreunen. Zegenen is een beetje mysterieus. Dat God zijn aanschijn over jou doet lichten, betekent (Sneep buigt naar voren over de tafel en kijkt de interviewer vriendelijk aan): “Hallo Sjoerd, het is voor jou.’’’

Peter Sneep: 'Tja, ik moet maar gewoon mooi blijven spelen zolang er nog psalmen en gezangen worden opgegeven in de kerk.’ (beeld Jaco Klamer)

Peter Sneep: ‘Tja, ik moet maar gewoon mooi blijven spelen zolang er nog psalmen en gezangen worden opgegeven in de kerk.’ (beeld Jaco Klamer)

Heb je zelf iets meegekregen van de kerkstrijd in de jaren zestig?
‘Op de gereformeerde lagere school werden kinderen die na de scheuring naar de NGK gingen van school gehaald. Onze vriendjes verdwenen gewoon uit de klas! Mijn broer moest daar om huilen; hij en zijn soulmate werden wreed van elkaar gescheiden. Heel schokkend en superonveilig dat kinderen met wie niets mis was, zomaar van school af moesten. Met mijn Nederlands-gereformeerde vriendje Onno liep ik, bij wijze van statement, hand in hand over het schoolplein om te laten zien dat we vrienden waren. Ik kan er nog steeds verdrietig om worden. Later bezocht ik een belijdenisdienst van een vriendin in de NGK. De preek ging over dat je Christus in het Oude Testament al tegen kunt komen. Ik werd opgetild door die dienst en kwam er bemoedigd vandaan. Ik dacht: dan kan het toch geen foute kerk zijn?’

Troost

Als organist in Amersfoort, begeleidde hij ook in de jaren tachtig en negentig kerkdiensten in een Amersfoortse NGK, waar familie van hem woonde. ‘Maar dat hield ik voor mijn eigen gemeenteleden angstvallig verborgen. Ik begeleidde op zondag dus drie kerkdiensten.’

Wat drijft je als je op de orgelbank zit?
‘Muziek maken in de kerk maakt deel uit van mijn wezen. In de muziek zit troost, dus als organist ben ik troostbieder. Als speelman moet je harten raken. Niet met sentiment, maar met vakmanschap. Als je mooi speelt, vinden mensen dat fijn.’

Maar je noemt jezelf troostbieder. Dat is méér dan mensen een fijn moment bezorgen.
‘Klopt, ik kan niet anders dan laten horen dat ik zelf ook gelovig ben en meebouw aan Gods koninkrijk. Ik vind het heel erg leuk om te spelen. Als ik organisten coach, zeg ik: ga daar zitten met een blij gevoel in je hoofd. Bedenk: dát is leuk, ik heb muzikaal talent van de Heer cadeau gekregen!’ Hij straalt: ‘Ik hoor weleens terug dat ik troost bied. Schoonheidsontroering, dat is troost in de muziek.’

Muziek van Opwekking, Sela en Psalmen voor Nu zit – zegt hij enigszins beschroomd – niet op zijn geestelijke golflengte. ‘Het gekke is: ik voel me nog jong, alsof ik net van catechisatie af ben. Ik ging vanuit Rotterdam de wereld in met het idee dat ik kerkelijk heel liberaal was. Nu voel ik mezelf met diezelfde ideeën heel ouderwets. Tja, ik moet maar gewoon mooi blijven spelen zolang er nog psalmen en gezangen worden opgegeven in de kerk.’

‘Het avondmaal is een bourgondische maaltijd’

Muzikale inspiratie haalt Sneep uit Engeland, waar hij regelmatig in grote kathedralen evensongs bezoekt. Hij vindt de muziek daar mooier dan hij ooit maken kan. Aan het avondmaal ging hij niet, want dat deed je niet. ‘Totdat ik bedacht: ik geniet van de muziek, ik word blij van de preek, er zitten hier vriendelijke mensen en dan wil ik met mijn botte vrijgemaakte kop niet mee-eten aan de bourgondische maaltijd? Dán ben je een eikel! Ik zat daar interessant te doen, maar eigenlijk was ik gewoon een botte gast. Op zeker moment ben ik dus mee gaan doen. Met knikkende knieën knielde ik neer, kelk aan de mond, ouwel in de hand. Ik deed iets waarvan ik dacht dat het niet mocht. Ik ontving brood en wijn uit handen van de voorganger: “The body of Christ. The blood of Christ.” Het summum van genade: je krijgt het. Dát is het avondmaal! Ongevraagd, in grote vriendelijkheid. Ik kon alleen maar huilen van geluk.’ De tranen staan in zijn ogen.

In Amersfoort leidt Sneep in de Oud-Katholieke Kerk op donderdagavond het avondgebed. Hij bidt voor de noden van de wereld, leest Bijbel en zet de psalmen a capella in. ‘En we zijn vijf minuten stil. Een weldadige stilte in een prachtig gebouw.’ Sneep sluit het avondgebed af met de zegen. In tranen: ‘Dan wens ik de mensen toe dat ze altijd mogen ervaren dat God van hen houdt. Dat krijg ik er nooit met droge ogen uit.’

Niet goedkoop

Drie jaar geleden werd Sneep om economische redenen ontslagen als journalist bij het Nederlands Dagblad, waar hij 28 jaar gewerkt had. Daarna ging hij aan de slag bij de Reformatorische Omroep, maar moest ook daar – net als elf collega’s – vanwege bezuinigingen vertrekken.

Je bent twee keer je baan kwijtgeraakt. Hoe kun jij je gezegend voelen?
‘Het is heel pijnlijk en verdrietig. Daarom moet je blijven zegenen, zodat je tegen de klippen op mag blijven ervaren dat God van je houdt. Dat is niet goedkoop, maar je moet het altijd tegen elkaar blijven zeggen. Psalm 139 maakt duidelijk dat God mij ziet zoals ik ben. In je eigenheid gekend en geaccepteerd worden, daar gaat het om.’

Maar je bent ontslagen…
Donkere grimassen trekken over zijn gezicht. Hij stamelt, zoekt naar woorden, denkt na over de vraag of hij kan vergeven. Dan: ‘Over mijn ontslag bij het ND droom ik nog elke nacht. Maar ik dien een God die recht doet. Dat heeft mij op de been gehouden.’

Zou je je voormalige werkgevers kunnen zegenen?
Resoluut: ‘Ja! Ik wens ze toe dat ze ervaren dat God van ze houdt.’

Hoe ziet jouw toekomst eruit?
‘Ik werk als freelance journalist en vrijwilliger. Ik ben vol goede moed. De Heer brengt me wel ergens.’

Over de auteur
Sjoerd Wielenga

Sjoerd Wielenga (GKv) is zelfstandig journalist, tekstschrijver en eindredacteur.

Meest gelezen

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

George Harinck
  • Verdieping

De Raad van Kerken heeft in april van dit jaar het rapport ‘De weg van discipelschap. De omgang van de kerken met radicaal-rechts gedachtegoed’ gepubliceerd. Daarmee beweegt de raad zich in het spanningsveld van kerk en politiek. Hoe deden kerken dat in het verleden en hoe moeten we in dat licht dit rapport bezien? Deze vraag is mede interessant omdat de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK) sinds 2025 lid zijn van deze raad. 

Lees artikel
Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Cors Visser
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Een bescheiden, trouwe gemeente met een gedeelde pijn en gedeeld verlangen om kerk te zijn in het dorp; dat is de NGK in IJsselmuiden. Het dorp kijkt uit over de IJssel naar wat ooit het gereformeerde Mekka was: Kampen. 

Lees artikel
Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Jos Colijn
  • Leespreek

Deze preek van dr. Jos Colijn (tot voor kort werkzaam als universitair docent Interculturele theologie aan de Theologische Universiteit in Utrecht) heeft een spannend onderwerp dat de gemoederen verhit: migratie. Aan de hand van het Bijbelse verhaal over Abraham en Sara die in Gerar een veilig heenkomen zoeken, laat Colijn zien dat er geen gemakkelijke antwoorden zijn als het over migratie gaat. Nee, Genesis 20 gaat niet over onze migratieproblematiek, maar er valt wel veel te leren over onze positie als vreemdeling op aarde en de manier waarop we omgaan met vreemdelingen bij ons in de straat.

Lees artikel
Wat doe jij hier?

Wat doe jij hier?

Gayle Doornbos
  • Column

Tijdens mijn eerste twee jaar aan Dordt University – de christelijke universiteit in Iowa waaraan ik doceer – begroette een van mijn collega’s van de vakgroep theologie mij met de vraag: ‘Gayle, wat doe jij hier?’ Aanvankelijk vond ik die vraag vreemd, omdat het antwoord voor de hand lag. Ik was aan Dordt University om dezelfde dingen te doen als hij: lesgeven, schrijven, studenten begeleiden en commissievergaderingen bijwonen. Maar toen ik besefte dat deze vraag zijn eigenzinnige manier was om ‘hallo’ tegen mij te zeggen, begon ik die vraag te koesteren. Zijn begroeting werd voor mij een moment om stil te staan bij wat mijn werk werkelijk betekent: niet zomaar de taken van de dag, maar leven met en voor mijn gemeenschap, in een wereld die, ondanks alle pijn, leeft van Gods genade.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief