‘Elke hymne schiet tekort’

Elise Lengkeek | 16 februari 2019
  • Reportage
  • Thema-artikelen

Christelijke liederen veronderstellen en maken gebruik van allerlei godsbeelden. Wat is de visie van christelijke liedschrijvers hierop? Hoe gaan zij om met die godsbeelden? OnderWeg legde vijf vragen voor aan drie schrijvers van geestelijke liederen.

André F. Troost (1948)

Predikant en publicist. Schreef tientallen boeken, waaronder twee bundels met liedteksten: Zingende gezegend en Voorzichtig licht. Een aantal liederen kreeg een plek in het Liedboek voor de kerken en het Gereformeerd Kerkboek.

André F. Troost: ‘“Principieel” en “poëtisch” zijn bijvoeglijke naamwoorden die elkaar slecht verdragen.’

André F. Troost: ‘“Principieel” en “poëtisch” zijn bijvoeglijke naamwoorden die elkaar slecht verdragen.’

Wat is voor u de belangrijkste leidraad bij het uitwerken van een liedthema en waarom?
‘“Principieel” en “poëtisch” zijn bijvoeglijke naamwoorden die elkaar slecht verdragen. Wel zie ik een paar aandachtspunten waar ik optimaal rekening mee wil houden. Tekst en melodie moeten nauw op elkaar aansluiten. Zo weinig mogelijk klemtonen in de melodie bij lettergrepen die juist niet om een klemtoon vragen. Geen veelheid aan beelden. Geen teksten waarin eindeloos staat dat God altijd bij je is. Maar de belangrijkste leidraad is wel dat een lied het vertrouwen in de Eeuwige versterkt.’

Door wie of wat laat u zich inspireren?
‘Door de heilige Geest. Dat is een heel vroom, veel te vroom antwoord, maar ik zou niet weten wat ik beter zou kunnen zeggen. Je hoopt van harte dat je bevlogenheid niet alleen uit je eigen gevoel en verstand opkomt, maar gevoed wordt van hogerhand. Daarnaast laat je je ook inspireren door de melodie. En ook de jarenlange omgang met de Schrift is een geweldige bron van inspiratie.’

Welke rol speelt uw persoonlijke godsbeeld in het schrijfproces?
‘Geen idee. Persoonlijk probeer ik totaal geen godsbeeld te hebben – met elk godsbeeld ga je de mist in. Uit de Bijbel meen ik te weten dat we God ten diepste niet kúnnen kennen. We zien in een wazige spiegel, om Paulus te citeren. Niet voor niets wil God geen naam hebben. “Neem Me maar zoals Ik ben. Ik ben die Ik ben.” Betrouwbaar, zeker. Maar verder? Fragmentarisch kun je iets over God stamelen, in stippellijnen. Vader, bron, herder, koning, zon, ongeschapen licht, rechter, liefde. Verder kom ik niet. Verder wil ik niet. Hier heb ik genoeg aan.’

‘Alles wat ik over God zeg, slaat altijd de plank mis’

Ervaart u spanning tussen het recht doen aan wie God is en uw literair-inhoudelijke opgave?
‘Eigenlijk ervaar ik helemaal geen spanning. Ik weet één ding zeker: alles wat ik over God zeg, in proza, poëzie, preken of in gedichten, slaat altijd de plank mis. Enigszins of heel erg, dus probeer ik de schade te beperken door zo aandachtig mogelijk de Schrift te lezen en vooral zo aandachtig mogelijk naar Jezus te kijken. Als er één is die mij God laat zien, dan Hij wel.’

Welk godsbeeld mist u in de huidige liedcollectie? Zou u daar zelf nog mee aan de slag willen?
‘In de huidige collectie mis ik op dit punt niets. Wat mijzelf betreft: ik heb in de honderden liederen die ik schreef nu al zo veel beelden van God gebruikt, dat ik eigenlijk niet meer weet welk beeld ik daar nog aan zou kunnen toevoegen. Of ik bepaalde beelden te weinig heb gebruikt? Ongetwijfeld, maar ik weet niet welke. Dat wordt mij later wel verteld, vermoed ik. Tegelijkertijd meen ik te weten dat ik dan bij een antwoord totaal geen belang meer heb…’


Ria Borkent (1950)

Schrijft gedichten en kerkliedteksten. Werkt mee aan Psalmen voor Nu en schreef onder andere de tekst van Psalm 84: ‘Wat hou ik van uw huis’. In het Liedboek en het Gereformeerd Kerkboek staan diverse liederen van haar.

Ria Borkent: ‘De kerk zou God meer kunnen eren als schepper van de dieren.’

Ria Borkent: ‘De kerk zou God meer kunnen eren als schepper van de dieren.’

Wat is voor u de belangrijkste leidraad bij het uitwerken van een liedthema en waarom?
‘De Bijbel, de taal, de zingbaarheid – in die volgorde en deze drie zijn even belangrijk.’

Door wie of wat laat u zich inspireren?
‘De liturgische bruikbaarheid bakent iets af. De Bijbel en het huidige levensgevoel werken op me in, verschillende vertalingen inspireren me. Daarin hoor ik Gods stem. De Bijbeltekst heeft klanken, beelden, inhoud, een context, een gelaagdheid. En er zijn verbindingen met andere Bijbelverhalen. Willem Barnard zei ooit: “Een goed lied schrijf je op een motief.”’

Welke rol speelt uw persoonlijke godsbeeld in het schrijfproces?
‘Toen ik vijfentwintig jaar geleden begon, schreef ik een lied over God als de Almachtige (‘God heeft de waarheid uitgestald’), dat door een redactielid als “egoïstisch godslied” werd getypeerd. Ik moest goed kijken wat hij bedoelde en besefte dat ik mijn theologische vorming meenam tijdens het schrijven en het misschien te massief neerzette.’

Ervaart u spanning tussen het recht doen aan wie God is en uw literair-inhoudelijke opgave?
‘Elke hymne schiet tekort, zong de Byzantijnse Kerk. De spanning loopt op wanneer je te veel wilt zeggen in één lied. Wel lijkt het mij goed als de kerk een brede liedcultuur omarmt, met zowel verkondigende als aanbiddende liederen waarin Gods veelkleurigheid geroemd wordt.’

Welk godsbeeld mist u in de huidige liedcollectie? Zou u daar zelf nog mee aan de slag willen?
‘God als schepper en als rechtzetter. De kerk zou God meer kunnen eren voor schoonheid, vernuft en bodemschatten (Jesaja 60), maar ook als schepper van de dieren. Tijdens de MKZ-crisis schreef ik een lied over onze consumptieve omgang met dieren, met regels als:

Om de welvaart doen wij boete,
om het winstbejag, om vee
dat gesleept wordt door de wereld.
Allen doen wij eraan mee.

Zoiets wordt niet snel geselecteerd, evenmin als een kyrielied waarin vragen aan God worden gesteld (‘Is dit uw wereld, Heer?’). In het algemeen is de kerkzang nogal lief. Over hel, toorn en boosheid over onrecht zingen we liever niet.

En ook het beeld van God als rechtvaardige rechter. Dat kan enorm troostrijk zijn voor nabestaanden van geliefden die door geweld omkwamen. Er komt een rechtvaardig oordeel over alle onrecht. Ik zie daarnaar uit. God maakt recht wat krom is.’


Hans Maat (1968)

Oprichter van en tekstschrijver voor de band Sela, en directeur van het Evangelisch Werkverband. Schreef onder meer de teksten van de bekende Sela-liederen ‘Ik zal er zijn’ en ‘Gebed om zegen’.

Hans Maat: ‘Gelaagde liederen die je pas na viermaal zingen begrijpt, zal ik niet gauw schrijven.’

Hans Maat: ‘Gelaagde liederen die je pas na viermaal zingen begrijpt, zal ik niet gauw schrijven.’

Wat is voor u de belangrijkste leidraad bij het uitwerken van een liedthema en waarom?
‘Een combinatie van de thema’s die mij persoonlijk raken, de behoefte die ik waarneem in de kerken en onder het publiek van Sela, én natuurlijk de leiding van de heilige Geest.’

Door wie of wat laat u zich inspireren tijdens het schrijfproces?
‘Inspiratie is vaak verbonden met verlangen. Ik heb een brandend verlangen om meer van Gods aanwezigheid te ervaren, dus al mijn liederen moeten leiden naar een ontmoeting met de levende Heer. Ik vermijd abstracties, maar verwerk wel goede theologie. Als het beeld te verheven of te poëtisch is, sneuvelt het vaak, omdat ik Bijbels-theologische diepgang wil koppelen aan geloofservaring bij al die mensen die het op de lippen nemen. Het moet echt raken. Dus gelaagde liederen die je pas na viermaal zingen begrijpt, zal ik niet gauw schrijven. Maar ik probeer wel te spelen met taal en betekenissen. De psalmen en allerlei Bijbelgedeelten zijn voor mij de belangrijkste bron van inspiratie.’

Welke rol speelt uw persoonlijke godsbeeld in het schrijfproces?
‘Mijn eigen godsbeeld is in beweging, maar blijft ten diepste klassiek, dus vroegchristelijk, gekleurd door een hervormde en evangelische achtergrond. Maar ik zoek wel de breedte op: in Keltische invloeden, de meer oecumenische of de Taizé-achtige benadering. Schurende godsbeelden ken ik ook, maar die zijn niet leidend. God is een mysterie. Leidend is voor mij dan toch de wijze waarop Jezus de Thora vervult. Christus is de afdruk van Gods wezen.’

‘Ik heb geen groot ego waar het liedschrijven betreft’

Ervaart u spanning tussen het recht doen aan wie God is en uw literair-inhoudelijke opgave?
‘Die spanning ervaar ik eigenlijk niet zo. Ik wil graag evenwichtig spreken over God, maar ik ga ervan uit dat Hij mijn liederen zegent, als ik ze biddend schrijf. En ik pas aan wat componisten en anderen niet goed vinden. Ik heb geen groot ego waar het liedschrijven betreft.’

Welk godsbeeld mist u in de huidige liedcollectie? Zou u daar zelf nog mee aan de slag willen?
‘Thema’s als de man-vrouwverhouding, genderproblematiek, de positie van Israël, de gewelddadige kant van God of – heel actueel – armoede en onrecht. Maar dergelijke thema’s zijn minder geschikt voor gemeentezang, meer iets voor luisterliederen. Ik denk dan eerder aan het werk van de heilige Geest, het perspectief van het koninkrijk, Christus als overwinnaar, heiliging. Maar vooral wil ik dat mensen Jezus beleven en dieper leren kennen. Die beleving is soms vol klachten en tranen, maar ook vol vreugde en hoop.’

Over de auteur
Elise Lengkeek

Elise Lengkeek publiceert literaire non-fictie, is tekstschrijver en journalist.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief