Doorbreek de stilte

Martine Versteeg | 13 april 2019
  • Jeugdwerk

Wat waren de momenten waardoor jouw ouders zijn gaan geloven? Een tiental kinderen om me heen staat met een mond vol tanden, een daarvan is mijn eigen kind. Eerlijk gezegd dacht ik ook: weet ik zelf het antwoord op die vraag? Ook al ben ik een domineesdochter en ging het thuis vaak over kerk en geloof, ik moet bekennen dat ik niet weet waarom mijn ouders (zijn gaan) geloven.

Enkele weken geleden las ik een artikel over Sticky Faith, een onderzoek van het Fuller Youth Institute in Amerika. Dat onderzoek geeft aan dat de grootste belemmering voor het geloof van een kind niet twijfel is, maar stilzwijgen. Jongeren hebben niet geleerd om hun geloof te verwoorden. Ook hun ouders hebben die vaardigheid niet ontwikkeld. En ik vermoed de generatie daarvoor evenmin. Het verwoorden van je geloofswandel blijkt juist enorm belangrijk te zijn voor het internaliseren van het geloof. Bovendien is het volgens het onderzoek belangrijk om je twijfels onder woorden te brengen. Door ze te verwoorden kun je de twijfels een plek geven.

Toen ik dit las, ging er bij mij wel een alarmbelletje af. Want ook al heb ik de hartstochtelijke wens om mijn kind gelovig op te voeden, wat geef ik eigenlijk door? Ben ik vooral bezig met het doorgeven van Bijbelverhalen en geloofshandelingen, zoals bidden en Bijbellezen? Ben ik eigenlijk mijn geloofsopvoeding niet aan het institutionaliseren?

Stilvallen

Natuurlijk zijn die handelingen belangrijk. In de tijd dat ik een rebelse tiener was, gooide ik die geloofshandelingen in de prullenbak, maar toen ik later bewust ervoor koos om achter Jezus aan te gaan, was ik erg dankbaar dat ik die verhalen en handelingen had geleerd. Ze gaven mijn prille geloofsleven houvast en stevigheid. De vraag blijft echter in hoeverre ik nu als ouder mijn beweegredenen deel waarom ik geloof. Waardoor ik ervoor kies om de Bijbel te bestuderen en waarom het gebed door mijn leven verweven is. En in hoeverre geef ik mijn kind de ruimte om zijn of haar twijfels te verwoorden?

‘Mijn geloof was gewoon iets tussen mij en God’

Als ik om mij heen kijk, denk ik dat ik niet de enige ben die het eigen geloof niet of nauwelijks deelt met zijn eigen kinderen of met andere jongeren. Ik spreek regelmatig ouderen die stilvallen zodra ik een vraag stel over hun geloof. Een oudere vrouw vertelde me: ‘Ik heb nog nooit eerder mijn geloof hoeven te verwoorden. Dat was gewoon iets tussen mij en God.’ En wellicht staat bij de huidige generatie ouders het met elkaar spreken sowieso onder druk. Wanneer heb je nog tijd om van hart tot hart met elkaar te spreken over het geloof, tussen school, werk, sporten, vrienden en andere verplichtingen door?

Gedenkteken

In de Bijbel kun je regelmatig zien hoe belangrijk met elkaar praten is in de geloofsopvoeding. Wanneer het volk Israël onderweg is, zijn er regelmatig momenten waarop God het volk opdraagt een gedenkteken op te richten. ‘Wanneer uw kinderen later zullen vragen wat die stenen betekenen, dan moet u vertellen dat…’ (Jozua 4:9). Of wanneer de psalmist in Psalm 78 spreekt over de grote daden van God: ‘Wij willen het onze kinderen niet onthouden, wij zullen aan het komend geslacht vertellen van de roemrijke, krachtige daden van de HEER, van de wonderen die Hij heeft gedaan.’

En in het boek Rechters lezen we dat wanneer een generatie die over de daden van God sprak verdwenen is, er een volgende generatie kwam ‘die niet vertrouwd was met de HEER en wat Hij voor Israël had gedaan’ (Rechters 2:10).

Nieuwe taal

Wat kunnen wij als ouders en als geloofsgemeenschappen doen om de stilte te doorbreken? Ik denk dat het begint bij het begrijpen van de waarde van het verwoorden van je geloof. Zodat we beseffen dat het verwoorden niet alleen onszelf helpt om het geloof ons eigen te maken, maar dat het ook de volgende generatie helpt om een taal te ontwikkelen voor hun eigen geloof en twijfels.

We kunnen daarbij volgens mij veel leren van de Joodse manier van onderwijzen, waarin het stellen van vragen belangrijk is. Denk aan het pesachmaal, waarbij de kinderen vragen mogen stellen, zoals: waarom is deze nacht anders dan andere?

Die geloofsgesprekken zullen in het begin
ongemakkelijk voelen

Laten we thuis en in de gemeente het geloofsgesprek weer stimuleren door elkaar vragen te stellen. Vragen als: wanneer voel jij Gods aanwezigheid het sterkst? Wat zijn de momenten in jouw leven waar je net als het volk van Israël een gedenkteken voor zou willen oprichten? En durf aan jouw jongere ook eens te vragen: is er iets waarvan jij denkt dat ik het wel geloof, maar wat jij niet (meer) gelooft?

Degelijke vragen dagen ons als volwassenen uit om ons geloof te verwoorden, maar dagen evenzeer de volgende generaties uit om hun geloofsmening te vormen. Die geloofsgesprekken zullen, zoals bij het leren van elke nieuwe taal, in het begin ongemakkelijk voelen. Ik denk echter dat het belangrijk is dat we als volwassenen ons weer gaan oefenen in die geloofstaal. Zodat we de volgende generaties kunnen vertellen over de grote en kleine roemrijke, krachtige daden van God in ons leven.

Agenda

050828 Jeugdwerk foto Agenda20 april: PaasChallenge 2019. Een interactief spel als kennismaking met het paasverhaal. Zie jop.nl/themas/vieren-en-ontmoeten/paaschallenge-2019.

7-8 mei: INNOV8-conferentie ‘ME & YOUth’. Zie www.missienederland.nl/innov8-conferentie-2019.

18 mei: Trainingsdag van Evangelie & moslims en stichting Gave voor kinderwerkers die contact hebben met migranten en/of vluchtelingen. Zie www.gave.nl/agenda/trainingsdag-kinderwerk.

Media/tips

Kara E. Powell en Chap Clark, Sticky Faith. Everyday Ideas to Build Lasting Faith in Your Kids, GrandRapids (Zondervan), 2011. In dit boek is het gelijknamige onderzoek verwerkt in handige tips over geloofsopvoeding voor ouders. Zie ook fulleryouthinstitute.org/stickyfaith.

Degrotevragen.nl is een site voor jongvolwassenen, waarin de grote en moeilijke vragen van het leven besproken worden.

Martin Tensen, Wat & waarom ik geloof, Almere (Coconut), 2008. In dit boek staat de Joodse manier van leren, vanuit vragen, centraal.

Over de auteur
Martine Versteeg

Martine Versteeg is jeugdwerkadviseur bij het NGK Jeugdwerk.

Meest gelezen

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

George Harinck
  • Verdieping

De Raad van Kerken heeft in april van dit jaar het rapport ‘De weg van discipelschap. De omgang van de kerken met radicaal-rechts gedachtegoed’ gepubliceerd. Daarmee beweegt de raad zich in het spanningsveld van kerk en politiek. Hoe deden kerken dat in het verleden en hoe moeten we in dat licht dit rapport bezien? Deze vraag is mede interessant omdat de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK) sinds 2025 lid zijn van deze raad. 

Lees artikel
Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Cors Visser
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Een bescheiden, trouwe gemeente met een gedeelde pijn en gedeeld verlangen om kerk te zijn in het dorp; dat is de NGK in IJsselmuiden. Het dorp kijkt uit over de IJssel naar wat ooit het gereformeerde Mekka was: Kampen. 

Lees artikel
Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Jos Colijn
  • Leespreek

Deze preek van dr. Jos Colijn (tot voor kort werkzaam als universitair docent Interculturele theologie aan de Theologische Universiteit in Utrecht) heeft een spannend onderwerp dat de gemoederen verhit: migratie. Aan de hand van het Bijbelse verhaal over Abraham en Sara die in Gerar een veilig heenkomen zoeken, laat Colijn zien dat er geen gemakkelijke antwoorden zijn als het over migratie gaat. Nee, Genesis 20 gaat niet over onze migratieproblematiek, maar er valt wel veel te leren over onze positie als vreemdeling op aarde en de manier waarop we omgaan met vreemdelingen bij ons in de straat.

Lees artikel
Wat doe jij hier?

Wat doe jij hier?

Gayle Doornbos
  • Column

Tijdens mijn eerste twee jaar aan Dordt University – de christelijke universiteit in Iowa waaraan ik doceer – begroette een van mijn collega’s van de vakgroep theologie mij met de vraag: ‘Gayle, wat doe jij hier?’ Aanvankelijk vond ik die vraag vreemd, omdat het antwoord voor de hand lag. Ik was aan Dordt University om dezelfde dingen te doen als hij: lesgeven, schrijven, studenten begeleiden en commissievergaderingen bijwonen. Maar toen ik besefte dat deze vraag zijn eigenzinnige manier was om ‘hallo’ tegen mij te zeggen, begon ik die vraag te koesteren. Zijn begroeting werd voor mij een moment om stil te staan bij wat mijn werk werkelijk betekent: niet zomaar de taken van de dag, maar leven met en voor mijn gemeenschap, in een wereld die, ondanks alle pijn, leeft van Gods genade.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief