Hoe maak je het verschil?

Bas Luiten | 11 mei 2019
  • Eyeopener

Wanneer namelijk heidenen, die de wet niet hebben, de wet van nature naleven, dan zijn ze zichzelf tot wet, ook al hebben ze hem niet.
(Romeinen 2:14)

Doet een christen alles beter? Je kunt zeggen: ja, want de Geest van Christus maakt ons nieuw. Je kunt ook zeggen: nee, want we blijven zondaren. Als je als christen je best doet om liefdevol, barmhartig en rechtvaardig te zijn, ontdek je dat anderen net zo kunnen handelen, terwijl ze leven zonder God. Hoe maak je als christen dan toch het verschil?

Je snapt het niet, toch is het zo. Ook niet-christenen kunnen zich met liefde inzetten voor hun naaste. Je komt ze tegen in de zorg, mensen met een hart van goud, verzorgers met respect voor het leven, al is het nog zo ontluisterd. Artsen gaan naar landen in de derde wereld, ze wagen zich in een land met ebola met gevaar voor eigen leven. Wat bezielt hen? Het is goedkoop gedacht dat een niet-christen vooral slechte dingen doet. Dat gebeurt helaas en juist misdaden halen het nieuws. Maar er zijn in ons land veel niet-christenen die zich met overtuiging inzetten voor een betere maatschappij en voor de toekomst van de wereld.

Kerkverlating

(beeld Discha-AS/Shutterstock)

(beeld Discha-AS/Shutterstock)

Waarom zou je dan nog christen zijn en naar de kerk gaan? Wat voegt het toe? Ook zonder al die gelovige extra’s kan een mens kennelijk prima functioneren. Dit is een indringende vraag en een belangrijke reden voor kerkverlating. De mensen zijn niet zo slecht als altijd is beweerd en ook zonder gepreek pas je daar prima tussen. Als je maar samen je best doet en je inzet voor gerechtigheid. Jongvolwassenen die de kerk verlaten komen zelden terug. Na verloop van tijd zeggen ze niets te missen.

Hoe denk jij als christen dan het verschil te maken? In ieder geval niet door alles beter te willen doen. Je zou jezelf belachelijk maken en irritant overkomen. Ook mensen zonder God of gebod leven de wet van nature na. Het staat er echt en zo is het.

Maar hoe kan dat? Wel, dat kan omdat alle mensen uit God zijn. Niet alleen door God geformeerd, maar ook uit Hem voortgekomen (Romeinen 11:36; zie ook 1 Korintiërs 8:5-6, Kolossenzen 1:15-16, Handelingen 17:27-28). Alle mensen hebben iets van God zelf, of ze dat nu (willen) weten of niet. God is de bron van alle liefde, wijsheid en inzicht, niet alleen in christenen, ook in niet-christenen. Zijn goede gaven schenkt Hij ook aan hen die Hem daar niet voor danken. Herken dat en waardeer dat in alle mensen, waar dat maar mogelijk is.

Dan leer je het af om beter te willen zijn. Juist vanwege die houding worden christenen gewantrouwd. Mensen die denken dat ze beter zijn, hebben meestal wat te verbergen.

Doodlopende weg

Het punt dat Paulus maakt, is dat goede werken niet de weg tot God zijn. Jezus is voor ons de weg, de waarheid en het leven. En dat geldt zonder uitzondering voor alle mensen. Als er buiten Hem een andere weg zou zijn, is Hij voor niets gekomen.

Alle mensen hebben iets van God zelf

Jezus doet wel alles beter. Hij heeft het volmaakte leven volbracht, waarvan wij slechts een vage indruk hebben, namelijk in volkomen liefde tot God en alle mensen. Bovendien heeft Jezus Gods toorn gedragen over de zonden van heel het menselijk geslacht, die onvoorstelbaar zware toorn over alle grote en kleine misdaden tegen God en tegen elkaar. Hij heeft de dood overwonnen en de weg tot God geopend. Daarin is Hij uniek en volstrekt onvervangbaar.

Wie denkt beter te leven dan een ander is niet alleen irritant, maar bewandelt bovendien een doodlopende weg. Dat is schrikken, maar toch wel de boodschap die we nodig hebben.

Verschil

Nu is het zonneklaar dat goede werken voor christenen onmisbaar zijn. Hun liefdevolle houding heeft de kerk van Jezus Christus vaak werfkracht gegeven.

Steeds meer christenen zien het niet zitten
om over Jezus te vertellen

Wellicht is dat de reden dat kerken zich opnieuw profileren in hun aandacht voor de buurt, hun hulp aan voedselbanken, hun inzet voor de stichting Present en aanverwante activiteiten. Dat is goed, maar als je als christen het huis opknapt van je naaste of je inzet voor de leefomgeving, moet je wel bedenken dat je daarmee iets doet wat iedereen kan doen. Daarmee maak je als christen niet het verschil. Ook een moslim kan zijn naaste liefhebben en opkomen tegen zinloos geweld, hij kan het zelfs over God hebben. Er is maar één ding dat alleen een christen kan doen, namelijk: leven en spreken namens Jezus Christus. Daarmee maak je het verschil. Of je maakt het niet.

Failliet

Geen wonder dat mensen de kerk verlaten als het getuigenis over Jezus Christus wordt ingeruild voor het doen van goede – liefst nog betere – werken. Dan heb je de kerk nergens meer voor nodig, want iedereen kan zijn best doen en zich inzetten voor een betere wereld.

Geen wonder dat jongeren de betekenis van de kerk niet snappen en achteraf ook niet missen, als we met elkaar de spanning niet voelen van het uitdragen van het evangelie, als erediensten lijken op een intern gebeuren met eindeloze herhalingen. Ook de jeugd van vroeger krijgt dan de neiging minder te komen.

Toch lijkt dat de trend. Steeds meer christenen hoor ik zeggen dat ze het niet zien zitten om iets over Jezus te vertellen. Ze zouden niet weten hoe dat moet en ze oefenen zich daar ook niet in, want dat is veel te spannend. Nee, in plaats daarvan ‘laten we het zien’. De focus gaat naar projecten van hulpbetoon. Nogmaals: die zijn goed en nodig, hulde aan de diakenen die hierin leidinggeven. Maar ze kunnen niet het enige zijn. Onze goede werken begeleiden en onderstrepen de boodschap van Gods reddende liefde in Jezus Christus, maar zij kunnen die niet vervangen. Als dat gebeurt, betekent dat het failliet van de kerk.

Anders

Onder alle naties heeft God een koninkrijk van priesters, als een licht in de wereld. Priesters houden de lijnen open tussen hemel en aarde. Zij zijn aanwezig namens God. Niet beter, maar anders.

Je zit anders in de kerk als je ook luistert voor je niet-christelijke buurman of collega. Hoe is deze boodschap relevant voor hem of haar, en hoe wil je dat overbrengen? Wat gelooft die ander dan wél, welke tegenvragen kun je verwachten? Hoe ga je daarop in en hoe breng je andermans leven in Gods licht? Je hebt je naaste toch lief?

Dit gaat verder dan opmerkingen maken over goed en slecht, want dat kan iedereen. Een christen heeft het namens Jezus Christus over eeuwig leven, dat hier en nu begint. Als je dat doorhebt, erom bidt en eraan begint, mag je ervaren: hier is Jezus mee bezig, Hij is bij mij. Dit is waarom ik christen ben, hierom zijn we als christenen aan elkaar verbonden – wat hebben we elkaar nodig. Kerkdiensten worden een bron van nieuw leven, van inzicht en bemoediging, voor jezelf en voor de ander. Je gaat zelfs uitzien naar de middagdienst: hoe hebben generaties vóór ons het gesprek gevoerd, hoe staat dat in onze belijdenissen?

Dit is echt anders. En straks wordt het beter.

Om over na te denken of door te praten

  • Ik weet nog van vroeger dat mijn ouders, wanneer ons gezin met vakantie ging, de huissleutel afgaven bij iemand van de kerk, zes straten verder. Kennelijk was die betrouwbaar genoeg om onze plantjes water te geven. Dat was toen normaal. Maar hoe zou dat op onze buren zijn overgekomen, vraag ik me nu af. Hoe zagen we hen eigenlijk? Doen we dat vandaag veel beter?
  • Hoe laat je de mensen in je straat zien dat je hen nodig hebt? Welke gaven van God zie je in hen, die ze ook voor jou hebben ontvangen? Door een beroep op hen te doen laat je merken dat je hen waardeert en wilt vertrouwen.
  • Als je mensen niet waardeert, niet nodig hebt of amper ziet, wordt het heel lastig om naar hen toe het verschil te maken.
  • Herken je de trend dat we in de praktijk kiezen voor de weg van de goede werken? En dat we onze niet-christelijke kennissen gewoon op die weg verder laten gaan?
  • Hoe vind je het om met niet-christenen in gesprek te gaan? Om hen tot Jezus te leiden? Zou je je daarin willen oefenen?
Over de auteur
Bas Luiten

Bas Luiten is predikant van de GKv Amersfoort-De Horsten.

Meest gelezen

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

Het publieke spreken van de NGK tegenover radicaal-rechts

George Harinck
  • Verdieping

De Raad van Kerken heeft in april van dit jaar het rapport ‘De weg van discipelschap. De omgang van de kerken met radicaal-rechts gedachtegoed’ gepubliceerd. Daarmee beweegt de raad zich in het spanningsveld van kerk en politiek. Hoe deden kerken dat in het verleden en hoe moeten we in dat licht dit rapport bezien? Deze vraag is mede interessant omdat de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK) sinds 2025 lid zijn van deze raad. 

Lees artikel
Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Trouw en gedeelde pijn – gemeente-zijn na een fusie

Cors Visser
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Een bescheiden, trouwe gemeente met een gedeelde pijn en gedeeld verlangen om kerk te zijn in het dorp; dat is de NGK in IJsselmuiden. Het dorp kijkt uit over de IJssel naar wat ooit het gereformeerde Mekka was: Kampen. 

Lees artikel
Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Misschien heeft men in deze streken geen ontzag voor God…

Jos Colijn
  • Leespreek

Deze preek van dr. Jos Colijn (tot voor kort werkzaam als universitair docent Interculturele theologie aan de Theologische Universiteit in Utrecht) heeft een spannend onderwerp dat de gemoederen verhit: migratie. Aan de hand van het Bijbelse verhaal over Abraham en Sara die in Gerar een veilig heenkomen zoeken, laat Colijn zien dat er geen gemakkelijke antwoorden zijn als het over migratie gaat. Nee, Genesis 20 gaat niet over onze migratieproblematiek, maar er valt wel veel te leren over onze positie als vreemdeling op aarde en de manier waarop we omgaan met vreemdelingen bij ons in de straat.

Lees artikel
Wat doe jij hier?

Wat doe jij hier?

Gayle Doornbos
  • Column

Tijdens mijn eerste twee jaar aan Dordt University – de christelijke universiteit in Iowa waaraan ik doceer – begroette een van mijn collega’s van de vakgroep theologie mij met de vraag: ‘Gayle, wat doe jij hier?’ Aanvankelijk vond ik die vraag vreemd, omdat het antwoord voor de hand lag. Ik was aan Dordt University om dezelfde dingen te doen als hij: lesgeven, schrijven, studenten begeleiden en commissievergaderingen bijwonen. Maar toen ik besefte dat deze vraag zijn eigenzinnige manier was om ‘hallo’ tegen mij te zeggen, begon ik die vraag te koesteren. Zijn begroeting werd voor mij een moment om stil te staan bij wat mijn werk werkelijk betekent: niet zomaar de taken van de dag, maar leven met en voor mijn gemeenschap, in een wereld die, ondanks alle pijn, leeft van Gods genade.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief