‘Je ideaalbeeld bijstellen en meebewegen’

Elise Lengkeek | 7 april 2023
  • Ontmoeting
  • Thema-artikelen

Dat jongeren van nu opgroeien in een wereld waarin niets meer echt zeker is, is een feit. Die confrontatie vraagt van ouders in de dagelijkse geloofsopvoeding iets waarvoor ze zich te weinig voelen toegerust. Hoe bereid je je kind goed voor op een wereld waarin achter elke vraag in plaats van antwoorden weer nieuwe vragen opdoemen? Hoe zorg je ervoor dat je kind de weg vindt naar zichzelf, naar God, naar de naaste?

Ouders staan voor de interessante, maar ook lastige opgave om hun normen en waarden en bovenal hun geloof in God als bagage mee te geven aan hun kinderen. De kerkmuren zijn niet langer bepalend voor wat er wordt gedacht en gedeeld aan geloofsopvattingen. Maar wat dan wel precies?

Ik ontmoet in huiselijke kring twee ouderparen uit dezelfde kerkelijke gemeente – een GKv/NGk-samenwerkingsgemeente aan de rand van de Veluwe. Het gesprek gaat over hun persoonlijke ervaringen met de geloofsopvoeding van hun kinderen.

Het ene echtpaar, René (44) en Jantina (39), staat middenin in deze uitdaging met twee puberende zonen van veertien en twaalf en een dochter van acht die alles nog aanneemt.  Het andere echtpaar, Reinier (51) en Renate (49), heeft de geloofsopvoeding feitelijk achter de rug: hun kinderen – ook twee zonen en een dochter – zijn inmiddels uitgevlogen en volgen hun eigen weg.

Hoe zijn deze ouders zelf thuis vertrouwd geraakt met het geloof? Hoe kijken zij terug op hun voornemen bij de doop om hun kinderen bij Jezus te brengen? Waar zijn ze tegenaan gelopen in de praktijk? Wat zijn ze zelf anders gaan doen en welke adviezen willen ze andere ouders meegeven?

Hoe hebben jullie je eigen geloofsopvoeding ervaren?

Jantina: ‘Ik kom uit een GKv-gezin met strakke gewoontes en een wettische benadering van de kerkgang, zondagsbesteding en omgang met andersdenkenden. We móesten zondags twee keer naar de kerk, buitenspelen mochten we wel, maar niet echt de straat op met andere kinderen. Verder bleven de radio en tv uit. Toen ik verkering kreeg met René, die lid was een NGK-gemeente, mocht ik niet meer aan het avondmaal. Maar mijn ouders hadden er geen moeite mee dat René uit de NGK kwam.’

René: ‘Ik kom juist uit een gezin waar die spanning er helemaal niet was. Ik werd vooral vrijgelaten in hoe ik mijn weg met geloven in God kon vinden. Ik moest dus samen met Jantina zoeken naar een compromis voor een toekomstig leven samen. Zij was meer van de vaste gewoontes, ik juist van dingen doen op je gevoel.’

Jantina: ‘Geloven was iets wat ik vooral met m’n hoofd deed. Eenmaal samen met René mocht ik mijn gevoel daarover leren kennen. Ontdekken dat geloven veel meer inhoudt dan zondags twee keer naar de kerk gaan. Voor mij was het een eyeopener dat de zondag ook gewoon een fijne dag kan zijn.’

Renate komt ook uit een GKv-gezin en herkent wel iets in het verhaal van Jantina. ‘Maar bij ons was het minder streng. Op zondag tv kijken deden we niet en naar de bioscoop gaan mochten we niet. Naar de kerk gaan deed ik vanzelfsprekend. Omdat het moest of omdat het hoorde. Net zoals naar catechisatie gaan en belijdenis doen: ik dacht daarover niet zo diep door. Bovendien vond ik het moeilijk om mijn eigen mening te vormen. Over persoonlijk geloof praten deden we thuis niet. Zoals mijn ouders vonden dat goed was, nam ik het aan.’

Reinier heeft die wettische kant van de geloofsopvoeding van huis uit minder meegekregen. ‘Ik kom ook uit een GKv-gezin. Met acht kinderen was het thuis vooral gezellig. En buitenspelen op zondag was bij ons geen issue. Ik groeide op in een fijne omgeving in Brabant. Catechisatie, jeugdvereniging, de jeugdbondsdagen met Hemelvaart hadden iets vanzelfsprekends. Dat opa altijd nieuwsgierig was naar wat wij op de jeugdvereniging bespraken, onthield ik als kind.’

Wat was jullie eigen ideaal toen jullie de belofte aflegden bij de doop van jullie kinderen om hen op te voeden ‘in de vreze des Heeren’?

Alle vier reageren daarop met het uitspreken van hun verlangen dat ze voor hun kinderen, voor hun vragen en behoeften, allereerst een open oor en hart wilden bieden. Dat ze niet zouden opgroeien met wettische regeltjes, maar op een meer speelse manier Jezus zouden leren kennen en via Jezus God, hun hemelse Vader. Dat niet langer de kerkmuren bepalend zouden zijn voor het beleven van hun geloof, maar een eigen, persoonlijke relatie met Jezus, met God.

De kerkmuren moeten niet bepalend zijn, maar de persoonlijke relatie met Jezus

Hoe heeft dat in de praktijk uitgepakt en hoe staan jullie er nu in?

René: ‘Eerst nemen ze alles nog aan, zoals het in de kinderbijbel staat. De jongste doet dat ook nog steeds. Maar onze jongens begonnen na hun tiende al met vragen als: “Waarom moeten we naar de kerk? Hoe zit het met de oerknal, want in de Bijbel staat dat God alles heeft geschapen?”’

Jantina: ‘Open zijn: daar draait het om. Er is altijd wel een aanleiding om over het waarom van iets door te praten. Bijvoorbeeld wanneer we tijdens het bijbellezen het woord ‘hoer’ tegenkomen: “Mama, wat is een hoer?” Of naar aanleiding van een lompe opmerking: ze weten vaak niet eens wat ze uitkramen, maar juist zoiets biedt de kans om ze bij te brengen hoe God ons heeft bedoeld.’

René: ‘Onze oudste was een tijdlang erg bang dat de aarde kapot zou gaan. Dat gaf ons de kans om te vertellen dat God de wereld in zijn hand houdt, wat er ook gebeurt.’

Renate: ‘Je kinderen voorleven hoe je zelf in het geloof staat, wat je normen en waarden zijn: daarmee begint het. Openheid, naar elkaar luisteren. Maar hoe maak je lastige dingen bespreekbaar? Als er een natuurlijke aanleiding is, kun je daarop inspelen. Toen de kinderen klein waren, hadden ze eigen dagboekjes die ze voor het slapengaan lazen. Dit maakte, samen met het bijbellezen aan tafel, dat we met elkaar over de voorkomende onderwerpen konden doorpraten met elkaar. Bij ons spelen de karakterverschillen een grote rol. Onze oudste is erg gesloten, hij vindt het moeilijk om over persoonlijke dingen te praten. Hij dacht alles zelf wel te kunnen. Hij was zeven jaar toen mijn broer en Reiniers moeder kort na elkaar overleden. Omdat hij het moeilijk vond zijn emoties en gevoel te uiten, kon hij daarover niet met ons praten. De andere twee pakten wel gemakkelijk hulp aan, zijn ook opener van aard. Dan heb je gemakkelijker een gesprek met elkaar.’

Reinier: ‘We hebben ze ook willen leren hun grenzen aan te geven tegenover kinderen in de klas of in de buurt. Dat ze mogen zeggen wat ze wel en niet leuk vinden, zelfvertrouwen ontwikkelen, weten wie ze zijn en wat ze nodig hebben. Met respect voor elkaar als ouders en kinderen.’

Renate: ‘Wat we vooral hebben moeten leren, is loslaten. Ze maken hun eigen keuzes, wat je als ouders daarvan ook vindt. Ondanks die keuzes mogen we erop blijven vertrouwen dat God hen niet loslaat en blijven wij een voorbeeld door hen voor te blijven leven. De Bijbel met hen te lezen en te bidden met elkaar.’

Wat is er in de loop van de tijd veranderd in jullie geloofsopvoeding?

René: ‘Je moet je ideaalbeeld bijstellen en meebewegen met je kinderen. De periode van thuiszitten in coronatijd en de diensten via het scherm volgen was zo’n leerpunt. Na een paar keer waren ze daarmee echt klaar. Toch wilden wij ze laten proeven van Gods liefde voor ons allemaal, het liefst over de kerkmuren heen. Daarom lieten we ze soms kiezen welke dienst we zouden bekijken. Onze oudste moppert nu op onze kerkdiensten, maar hij gaat wel af en toe met een vriend mee naar diens kerk. Zo krijgt hij ruimte zelf zijn geloofsweg te kiezen.’

Jantina: ‘Hoe leef je Gods liefde bijvoorbeeld? In coronatijd hebben we geprobeerd dat praktisch te maken door kaartjes te schrijven aan gemeenteleden. Zo ontdekten ze dat je met zoiets simpels je naaste goed doet. Ze kregen daarop mooie reacties terug. Zo leren ze spelenderwijs meer te begrijpen van onze normen en waarden.’

Renate: ‘Twee van onze kinderen bleken ADD te hebben. De een gaf aan niet meer naar de middagdienst te willen, omdat hij dat na de ochtenddienst niet meer kon verwerken. Wij hadden daarvoor begrip. Met de anderen bleven wij wel gaan. Je kinderen leren wat geloven betekent, is een lange weg van geven en nemen.’

 Wat is voor jullie het belangrijkste om door te geven?

René: ‘De wereld is veranderd, maar dat Jezus voor mij gestorven is, blijft de kern. De rest is minder belangrijk geworden. Ik heb steeds minder antwoorden. Dat wil ik ze ook laten zien. Voor mij is bijvoorbeeld het scheppingsverhaal in zes dagen niet meer zo ‘hard’ als het in de Bijbel staat opgetekend. Waarom is de wereld nu zo’n puinhoop, waarom laat God oorlog toe, zoveel lijden? Welke troost bied je ze dan?’

Jantina: ‘Ik besef goed dat ik geen stellige antwoorden meer kan geven, onze kinderen prikken daar dwars doorheen. Ze zijn een stuk mondiger dan wij in onze jeugd. Maar we geven ze wel mee dat God altijd voor ons zorgt, dat Hij als enige zekerheid en kracht biedt.’

Reinier: ‘Als je kind zegt: “Ik bid niet meer, want het komt niet aan bij God, Hij luistert toch niet”, schrik je behoorlijk.’

‘Maar begrip ervoor tonen dat het moeilijk is, dat je angsten en onzekerheden altijd bij God kunt neerleggen, dat je erop mag vertrouwen dat God wel hoort, is wat we ze toch willen blijven meegeven’, vult Renate aan. ‘Ook kinderen moeten geduld oefenen, leren wachten op een antwoord.’

De beide ouderparen zijn unaniem: voor geloofsopvoeding heb je als ouders elkaar nodig. Ervaringen delen, tips uitwisselen, weten dat je niet de enige bent die worstelt met je eigen vragen en die van je kinderen, dat helpt. Naast de bemoediging die je elkaar meegeeft dat God zelf voor zijn kinderen en zijn kerk zorgt, ook in een chaotische tijd als deze.

De stellen vinden ook dat de kerk meer kan betekenen in het ondersteunen van geloofsopvoeding. Renate: ‘Een van onze kinderen was toe aan belijdenis doen, maar wilde per se niet voor in de kerk ‘ja’ zeggen. Dat daarvoor een andere mogelijkheid is, had geholpen. Nog zoiets: de gemeente zegt ‘ja’ bij de doop van een kind, maar in de praktijk zijn we ons als gemeenteleden nauwelijks ervan bewust wat dat concreet inhoudt. Jongeren verzuipen, maar ouders net zo goed. Je vaart vooral op je eigen gevoel en inzicht met Gods hulp, terwijl de kinderen meer nodig hebben dan alleen hun ouders. Soms nemen ze van een ander eerder iets aan dan van hun eigen ouders. Dat ze gezien worden, ook door anderen in de gemeente, is zo belangrijk! De contacten, gesprekken en belangstelling van ouderen op wijkavonden van onze eerdere gemeente sprak onze kinderen erg aan. Interesse in wie ze zijn, wat ze doen: kinderen voelen haarfijn aan of het echt is!’

Reinier: ‘Vroeger bepaalde je omgeving wat je als geloofswaarheid aannam. Tegenwoordig geloven we met vragen, willen we weten waarom. Die vragen mogen er zijn. Ik vind het soms lastig onder ogen te moeten zien dat onze kinderen niet meer naar de kerk gaan, een andere weg volgen dan wij. Dan twijfel ik of we voldoende het gesprek met ze zijn aangegaan. Maar ik heb ook vertrouwen erin dat Hij hen niet loslaat en dat ze diep van binnen Hem niet hebben losgelaten. Ze zijn allereerst zijn kinderen. Ze zijn gedoopt!’

Do’s en don’ts

Do’s:

  1. Wees transparant en open: betrek je kinderen bij wat jou bezighoudt;
  2. Durf vragen te stellen over wat hen bezighoudt;
  3. Help ze zelf een mening te vormen;
  4. Geef ze ruimte om na te denken en zelf keuzes te maken;
  5. Leef je normen en waarden oprecht en authentiek;
  6. Heb oprechte belangstelling;
  7. Leer ze grenzen stellen aan zichzelf en anderen.

Don’ts

  1. Het geloof presenteren als een stelsel van wetjes en regels;
  2. Kerkmuren koste wat kost overeind willen houden;
  3. Pushen, opleggen, dwingen;
  4. Problemen met geloofsopvoeding achter de voordeur houden: je hebt de gemeenschap nodig.
Over de auteur
Elise Lengkeek

Elise Lengkeek publiceert literaire non-fictie, is tekstschrijver en journalist.

Meest gelezen

Genesis 3 is een profetische vertelling

Genesis 3 is een profetische vertelling

Ulbe van der Meer
  • Opinie

Honderd jaar geleden sprak de synode van de Gereformeerde Kerken uit dat het spreken van de slang in Eden een zintuigelijk waarneembaar feit was. Ds. Jan Geelkerken zag dat anders en werd uit zijn ambt gezet. Aan dit ‘jubileum’ is tot nu toe slechts een podcast (Dick en Daniel geloven het wel #238) gewijd en een paar verhalen uit de oude doos in het Nederlands Dagblad. Moeten we ervan uitgaan dat het vandaag niet meer zo van belang is hoe je deze tekst leest?

Lees artikel
Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Het geheim van de kerk

Het geheim van de kerk

Cors Visser
  • Boekbespreking

Het was de ondertitel die me naar dit boek deed grijpen: herontdekken wat de kerk is. Na het omslaan van de laatste bladzijde was er een lichte teleurstelling. Dit boek gaat niet in de eerste plaats over de kerk. Maar naast teleurstelling was er ook een aangename verrassing: Wright werpt nieuw licht op Handelingen en ja, ook een beetje op de kerk. Wat de Britse nieuwtestamenticus doet, is de lezer in iets meer dan 200 bladzijden meenemen door heel Handelingen. Elk hoofdstuk behandelt drie of vier hoofdstukken, met uitzondering van Handelingen 1 en Handelingen 17 – die krijgen beide een eigen hoofdstuk. Door deze aanpak zit er vaart in het boek en komen de kwaliteiten van Wright naar voren: grote lijnen trekken en vergelijkingen maken met andere Bijbelboeken en verhalen. Voor mensen die Tom Wright doorgaans wijdlopig en ongestructureerd vinden – zoals ikzelf – is dit boek een stuk prettiger leesbaar. Een aantal hoofdthema's uit eerder werk komt voorbij: de nadruk op de opstanding van Jezus, het koninkrijk van God en de ontmoeting van hemel en aarde. Via Handelingen valt daar weer nieuw licht op.

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief