Hij heeft in een tent gewoond

Simon Kadijk | 21 maart 2015
  • Woordzoeker

Bij begin
is er het spreken geweest;
het spreken is God nabij geweest,
ja God is het spreken geweest;

Het spreken is vlees-en-bloed geworden
en heeft bij ons zijn tent opgeslagen;
(Johannes 1:1 en 14a; Naardense Bijbel)

De Naardense Bijbel heeft een paar eigenaardigheden waardoor hij naar mijn mening minder geschikt is als Bijbelvertaling. Het is wel een vertaling die je vaak aan het denken zet. Het bekende ‘Woord’ (logos in het Grieks) uit Johannes 1 is hier vertaald met ‘spreken’. Je eerste reactie is: dat kan toch niet zomaar. Maar we moeten wel bedenken dat het Grieks meerdere woorden heeft voor ons woord ‘woord’. Voorbeeld: als Jezus tegen Satan zegt dat de mens leeft van ieder woord dat klinkt uit de mond van God (Matteüs 4:4), dan staat daar in het Grieks het woord rèma.

Het gaat dus niet zozeer om wat het is, maar om wat het doet. Denk maar aan ons woord ‘logopedie’, dat afgeleid is van logos. Een logopedist is niet zozeer een woordleraar, maar vooral een spraakleraar. Zoals uitgedrukt in Gezang 1 van het Liedboek: ‘Hij spreekt nog altijd voort.’

Het tweede dat opvalt in de vertaling van de Naardense Bijbel is dat in vers 14a niet staat dat het Woord of het Spreken1 vlees is geworden of mens is geworden, maar dat het ‘vlees-en-bloed’ geworden is. Vlees-en-bloed, met streepjes ertussen, om aan te geven dat het Woord (of hier: het Spreken) niet zowel vlees als bloed is geworden (niet twee dingen dus), maar vlees-en-bloed als één begrip, zoals in onze uitdrukking ‘een mens van vlees en bloed’. Dat is hier natuurlijk ook bedoeld: dat het Woord echt mens is geworden, waarachtig mens, zoals wij.

Poëtisch

Een opvallende eigenschap van de Naardense Bijbel is dat alles poëtisch wordt weergegeven. De tekst staat in korte zinnen onder elkaar. Dat zien we ook hier.

Een vertaling hoort het origineel zo veel mogelijk te volgen, daarom is dat een minpunt van deze vertaling. Maar in dit geval is het niet zo heel erg. In de Bijbelse poëzie zien we namelijk heel vaak dat een dichter met net iets andere woorden twee keer hetzelfde zegt.

De NBV besteedt daar bijvoorbeeld in de ‘Inleiding op Psalmen’ aandacht aan. Je zou kunnen zeggen dat Johannes dat hier ook doet. Johannes 1 heeft een poëtisch karakter: korte zinnen of zinsdelen met herhalingen. En hier in vers 14 worden ook twee kanten van dezelfde zaak benoemd. De ene kant is dat het Woord vlees is geworden, de andere kant is dat het Woord onder ons heeft gewoond.

Getabernakeld

De NBV vertaalt dat het Woord ‘bij ons’ heeft gewoond. Veel andere vertalingen hebben hier dat het Woord ‘onder ons’ heeft gewoond. Dit is een klein verschil en het valt de meeste mensen niet eens op. Maar het hier gebruikte Griekse voorzetsel (èn) betekent in de eerste plaats ‘in’ of ‘te midden van’. Hij heeft dus niet bij ons ergens aan de rand gewoond, maar in ons midden! Daar heeft Hij zijn tent opgeslagen: in ons midden. Want zo moeten we dat ‘wonen’ eigenlijk vertalen: Hij heeft onder ons ‘getent’ of ‘getabernakeld’. Daar zit het woord ‘tent’ in.

Alles overwegende kom ik tot de volgende proefvertaling van vers 14a: ‘Het Woord is vlees-en-bloed geworden en heeft zo in ons midden in een tent gewoond.’

1) Zelfs de NBV, die spaarzaam is met hoofdletters, schrijft ‘Woord’ met een hoofdletter. Jammer dat de Naardense Bijbel ‘Spreken’ niet met een hoofdletter weergeeft.

Om over na te denken
1. De Bijbel in Gewone Taal vertaalt het begin van Johannes zo: ‘In het begin was Gods Zoon er al. Hij was bij God, en hij was zelf God.’ Wat vind je daarvan? Wat is het voordeel en wat is het nadeel?
2. Wat valt je op als je 1 Johannes 1:1 vergelijkt met Johannes 1:1? Wat zegt dat jou?
3. Als Jezus het Woord is, wat is dan jouw antwoord?

Over de auteur
Simon Kadijk

Simon Kadijk heeft theologie gestudeerd en is directeur van Donatus Verzekeringen. Hij is lid van de NGK.

Meest gelezen

Behulpzaam advies over omgang met groeiende diversiteit in NGK

Behulpzaam advies over omgang met groeiende diversiteit in NGK

Louren Blijdorp
  • Kerkelijk leven
  • Ruimte en richting

In de eerste aflevering van deze rubriek is aan vier intensief betrokken NGK-predikanten gevraagd hoe de synodebesluiten bij henzelf en in hun gemeente zijn gevallen. Daaruit bleekt dat er grote verschillen tussen gemeentes ontstaan. In de tweede aflevering is aan drie hoofdrolspelers ter synode toelichting gevraagd op keuzes en besluiten. In deze derde aflevering vragen we aan René de Reuver, voormalig scriba van de Protestantse Kerk in Nederland hoe hij ontwikkelingen in de NGK ziet en wat hij ons zou willen meegeven.

Lees artikel
Kerknieuws mei 2026

Kerknieuws mei 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Kerknieuws van mei 2026 in Magazine Onderweg. Het beroep dat de gemeente van Langerak op ds. Gert Meijer uitgebracht heeft, heeft hij aangenomen. Ds. Meijer stond sinds 2017 in de NGK Zuidlaren-Kandelaarkerk. De NGK Zwolle-Plantagekerk, een gemeente met ruim 1.000 leden, heeft een beroep gedaan op ds. Reinier Kramer (46 jaar). Kramer is momenteel als enige actieve gemeentepredikant verbonden aan de ruim 1.200 leden tellende samenwerkingsgemeente CGK-NGK Deventer. Hij is sinds 2,5 jaar werkzaam in Deventer. Kramer was eerder vier jaar verbonden aan Spakenburg-Zuid en vijf jaar aan Bergentheim-De Hoeksteen. De Plantagekerk is vacant sinds het vertrek van ds. Jos Douma in 2025.

Lees artikel
Predikantsprofiel: Koos Jonker

Predikantsprofiel: Koos Jonker

Marinus de Jong
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

‘Het predikantschap is voor mij geen baan, het is een roeping.’ Zijn roeping loopt als een rode draad door het gesprek met ds. Koos Jonker. Hij is predikant in hart en nieren. Maar die roeping kwam niet vanzelf. Zijn Zuid-Afrikaanse accent verraadt meteen dat die weg op zijn minst één landsgrens overging. Meer dan eens ging dat als bij Mozes en Jeremia: tegen zijn eigen wil. Deze roeping geeft diepe vreugde, soms veel plezier, maar kost ook wat, zo blijkt.

Lees artikel
Als schaduwen over de wereld vallen

Als schaduwen over de wereld vallen

Louren Blijdorp
  • Verdieping

De tijden zijn somber en ernstig. Oorlogen zijn niet meer ver weg en de wankelende wereldorde geeft een sluimerende onzekerheid. Ook in het nog altijd ongekend welvarende en vredige westen van Europa knaagt het: trollenlegers, hackers, mysterieuze drones dringen ons continent binnen. Het leidt tot groeiend onbehagen, polarisatie, bedreiging van de rechtstaat. En dan klopt ook nog de klimaatcrisis onverbiddelijk aan. Die nog veel existentiëlere dreiging die de randvoorwaarden van ons bestaan zelf bedreigt wordt haast vergeten. Maar ook die slapende reus morrelt aan de bedrieglijke rust van Noordwest-Europa.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief