‘Jongens zijn beter dan meisjes’

Anko Oussoren en Karen Scheele-van Ooijen | 2 mei 2015
  • Jeugdwerk

De komende twee nummers willen we in deze rubriek aandacht geven aan jeugdwerk dat zich specifiek op jongens of op meiden richt. In dit artikel ligt de focus op jongens. Het is belangrijk om in het jeugdwerk beide groepen specifiek aan te spreken. Er worden steeds meer activiteiten speciaal voor meiden georganiseerd en soms wordt verondersteld dat het geloof te weinig uitdaging biedt voor jongens. Zou het jongens helpen als we in de kerk stoere activiteiten organiseren?

Jongens willen graag aan anderen laten zien wat ze kunnen. (beeld Erik Koning)

Jongens willen graag aan anderen laten zien wat ze kunnen. (beeld Erik Koning)

Mijn zoon Jesse (6) zei onlangs: ‘Jongens zijn beter dan meisjes’, waarop mijn schoonmoeder reageerde met: ‘Meisjes zijn beter dan jongens.’ Er ontstond een leuke discussie en ik probeerde te achterhalen waarom Jesse dat zei.

Diezelfde week vertelde een vriendje van Jesse dat hij in de kerk alleen het podium op komt als ik het kindermoment verzorg. Als vrouwen het kindermoment verzorgen vindt hij dat kinderachtig. Nu ken ik zijn vriendjes vrij goed omdat ik ook overblijfpapa ben op zijn basisschool, dus dat zal de drempel waarschijnlijk ook lager maken, maar het zette me wel aan het denken. Hebben we in de kerk voldoende aandacht voor het eigene van jongens en meiden?

Speels

Uit onderzoek blijkt dat er vanaf de geboorte grote verschillen zijn tussen de hersenen van jongens en van meiden. Deze verschillen worden niet veroorzaakt door de opvoeding of de maatschappij, ze zijn genetisch bepaald.

Jongens blijken creatiever en ruimtelijker te zijn ingesteld dan meisjes en beter abstract te kunnen denken. Tegelijk zijn meiden veel beter in het onder woorden brengen van gevoelens en gedachten. Ook verwerken jongens en meiden informatie verschillend en leren ze op een andere manier.

Jongens zijn, ook bij het leren, meer gericht op competitie. Ze willen aan anderen laten zien wat ze kunnen en voelen zich daar veilig bij. Meiden daarentegen zijn meer gericht op wat anderen vinden en worden vaak juist onzeker van competitiegedrag. Daarbij speelt voor jongens mee dat hun brein een langere rijpingstijd heeft, waardoor jongens minder snel volwassen worden, langer speels blijven en minder goed kunnen focussen dan meiden.

Interesse

Ook bij het aangaan van relaties zien we verschillen. Jongens kiezen hun vriendschappen vooral op basis van interesse. Hoe meer interessegebieden, hoe meer vriendschappen een jongen kan sluiten. Meiden sluiten vriendschappen veel meer op basis van intimiteit. Ze hebben hechte één-op-één vriendschappen, waardoor ze minder vriendinnen hebben dan jongens vrienden hebben.

In het kader van het jeugdwerk zijn voor meiden begrippen als ‘samen delen’ en ‘met elkaar praten’ belangrijk. Jongens komen daarentegen veel beter tot hun recht in jeugdwerk dat uitgaat van connecties op basis van interesse. Dat wil overigens niet zeggen dat jongens geen behoefte zouden hebben aan gesprekken die verder gaan dan hun interesses. Ze willen zeker ook vertrouwelijke gesprekken voeren en diepgaandere vriendschappen hebben, maar jongens praten minder makkelijk over gevoelens dan meisjes.

In het algemeen kunnen we zeggen dat jongens beter tot hun recht komen door samen iets te doen. Bijvoorbeeld activiteiten waarin experimenteren en competitie een rol spelen. Woorden nemen ze moeilijker tot zich en ze worden vooral gemotiveerd door inspirerende visualisatie. Daarbij is het van wezenlijk belang dat er mannelijke voorbeelden zijn waar ze zich aan kunnen spiegelen.

Voorbeelden

Als dit zo is, hebben we dan voldoende aandacht voor het eigene van jongens in het jeugdwerk? We zien dat het onderwijs in Nederland steeds meer is afgestemd op de leermogelijkheden van meiden. Hierdoor presteren meiden beter dan jongens. Ik denk dat het jeugdwerk in de kerk ook meer is afgestemd op meiden.

Ik zie namelijk dat in het jeugdwerk mannelijke voorbeelden (zeker in het kinderwerk) ondervertegenwoordigd of zelfs afwezig zijn. Ook richt het jeugdwerk zich vooral op relationele aspecten, waar jongens, zeker tot een jaar of 16, veel minder mee bezig zijn. Daarbij zijn we vaak meer gericht op woorden en op het voeren van gesprekken, dan op samen dingen doen.

Als je dit herkent in het jeugdwerk in jouw gemeente, kijk dan hoe je het jeugdwerk zo vorm kunt geven dat er meer aandacht is voor het eigene van jongens. Maak gebruik van leerprocessen die daarbij aansluiten.


Tips

  • Zorg voor dynamische en afwisselende werkvormen, waarin ruimte is voor competitie. Begin bijvoorbeeld je programma eerst met een spel, waarin jongens hun energie kwijt kunnen.
  • Varieer in werkvormen, aansluitend bij het thema. Bijvoorbeeld valspellen bij het thema ‘vertrouwen’ of een hindernisbaan bij het thema ‘op reis gaan’.
  • Gebruik de grove motoriek. Maak eens buiten in het gras een groot bouwwerk met dozen.
  • Betrek mannen bij het jeugdwerk!
  • Het is belangrijk dat de activiteiten zich richten op de ontwikkeling van meiden én jongens. Let erop dat je dit niet te veel dichttimmert. Meisjes kunnen ook jongensactiviteiten doen en andersom.

Media

  • 010928 Jeugdwerk MediaLuister en bekijk op YouTube de clips Try van Colbie Caillat en Radioactive van Imagine Dragons en zie de verschillen tussen jongens en meiden.
  • Youth for Christ heeft een methodiek speciaal voor jongens van 11-14 jaar ontwikkeld: Super-Man. Zie www.yfcshop.nl.
  • Boekentip: Koos Neuvel, Waarom jongens geen meisjes zijn. Wat je moet weten als je jongens opvoedt, Amsterdam (Veen), 2006.

Agenda

Over de auteur
Anko Oussoren en Karen Scheele-van Ooijen

Anko Oussoren is adviseur bij het Praktijkcentrum van de GKv. Karen Scheele-van Ooijen is jeugdwerkadviseur bij het Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk (NGJ).

Meest gelezen

Behulpzaam advies over omgang met groeiende diversiteit in NGK

Behulpzaam advies over omgang met groeiende diversiteit in NGK

Louren Blijdorp
  • Kerkelijk leven
  • Ruimte en richting

In de eerste aflevering van deze rubriek is aan vier intensief betrokken NGK-predikanten gevraagd hoe de synodebesluiten bij henzelf en in hun gemeente zijn gevallen. Daaruit bleekt dat er grote verschillen tussen gemeentes ontstaan. In de tweede aflevering is aan drie hoofdrolspelers ter synode toelichting gevraagd op keuzes en besluiten. In deze derde aflevering vragen we aan René de Reuver, voormalig scriba van de Protestantse Kerk in Nederland hoe hij ontwikkelingen in de NGK ziet en wat hij ons zou willen meegeven.

Lees artikel
Kerknieuws mei 2026

Kerknieuws mei 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Kerknieuws van mei 2026 in Magazine Onderweg. Het beroep dat de gemeente van Langerak op ds. Gert Meijer uitgebracht heeft, heeft hij aangenomen. Ds. Meijer stond sinds 2017 in de NGK Zuidlaren-Kandelaarkerk. De NGK Zwolle-Plantagekerk, een gemeente met ruim 1.000 leden, heeft een beroep gedaan op ds. Reinier Kramer (46 jaar). Kramer is momenteel als enige actieve gemeentepredikant verbonden aan de ruim 1.200 leden tellende samenwerkingsgemeente CGK-NGK Deventer. Hij is sinds 2,5 jaar werkzaam in Deventer. Kramer was eerder vier jaar verbonden aan Spakenburg-Zuid en vijf jaar aan Bergentheim-De Hoeksteen. De Plantagekerk is vacant sinds het vertrek van ds. Jos Douma in 2025.

Lees artikel
Predikantsprofiel: Koos Jonker

Predikantsprofiel: Koos Jonker

Marinus de Jong
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

‘Het predikantschap is voor mij geen baan, het is een roeping.’ Zijn roeping loopt als een rode draad door het gesprek met ds. Koos Jonker. Hij is predikant in hart en nieren. Maar die roeping kwam niet vanzelf. Zijn Zuid-Afrikaanse accent verraadt meteen dat die weg op zijn minst één landsgrens overging. Meer dan eens ging dat als bij Mozes en Jeremia: tegen zijn eigen wil. Deze roeping geeft diepe vreugde, soms veel plezier, maar kost ook wat, zo blijkt.

Lees artikel
Als schaduwen over de wereld vallen

Als schaduwen over de wereld vallen

Louren Blijdorp
  • Verdieping

De tijden zijn somber en ernstig. Oorlogen zijn niet meer ver weg en de wankelende wereldorde geeft een sluimerende onzekerheid. Ook in het nog altijd ongekend welvarende en vredige westen van Europa knaagt het: trollenlegers, hackers, mysterieuze drones dringen ons continent binnen. Het leidt tot groeiend onbehagen, polarisatie, bedreiging van de rechtstaat. En dan klopt ook nog de klimaatcrisis onverbiddelijk aan. Die nog veel existentiëlere dreiging die de randvoorwaarden van ons bestaan zelf bedreigt wordt haast vergeten. Maar ook die slapende reus morrelt aan de bedrieglijke rust van Noordwest-Europa.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief