Arend Maatkamp: God prijzen met graffiti

Sjoerd Wielenga | 12 december 2015
  • Interview
  • Thema-artikelen

Arend Maatkamp (33) spoot jarenlang ’s nachts en met gevaar voor eigen leven graffiti op muren en viaducten. Inmiddels wandelt én spuit hij in het licht. ‘Voor mij is dit worship.’

Hij hoeft niet bang te zijn dat hij op de bon wordt geslingerd, want het viaduct waar Arend Maatkamp zijn spulletjes uitstalt, hoort bij de gedoogplekken van Rotterdam. De politie komt zelfs weleens een praatje maken met de graffitiartiesten.

Terwijl Arend uit de losse pols de letters J E Z U S op de muur spuit, vertelt hij over wat op een vorig leven lijkt. ‘Als jongere verzette ik me tegen alle interne discussies in de kerk. Ik dacht: de daden van gemeenteleden stroken niet met hun woorden en het Woord.’ In zijn puberteit gleed Arend dan ook weg van de kerk.

Toen hij 18 was, overleed zijn moeder na een ernstig ziekbed. ‘Om de rouw en de pijn te verdoven, blowde ik en gebruikte ik rotzooi als coke en pillen. Een politieman die bij ons in de kerk zat, zei dat ik altijd bij hem terechtkon als ik eens wilde praten. Hij wist misschien wel wat ik allemaal uitspookte. Dat juist hij dat zei, vond ik echt vet.’

Arend schudt één van de spuitbussen en vertelt hoe hij van zijn 13e tot zijn 24e illegaal en vrijwel altijd ’s nachts zijn artiestennaam op opvallende plekken spoot. Bij het kabelbedrijf waar hij werkte, wilde hij in de avondploeg, zodat hij aansluitend ’s nachts kon spuiten. Hij noemde zichzelf Joax: O en X verwijst naar 010 en J en A naar zijn initialen. Met andere woorden: Jan Arend uit Rotterdam.

Vaak ging het spuiten gepaard met levensgevaarlijke capriolen ‘op tien meter hoog in een dakgoot van een halve meter’. Zijn drijfveer? ‘De kick, het avontuur en het respect dat je krijgt van de andere graffitikunstenaars. Hoe gekker hoe beter. Maar het moet wel mooi zijn, anders sta je heel hoog voor aap.’

Regelmatig vluchtte hij voor de politie. ‘Ik zat eens zes uur in de cel en kreeg een boete van 750 euro. De volgende nacht spoot ik als wraakactie een trein op een rangeerterrein onder.’

Nachtleven

Jaren later dacht Arend, toen hij een periode werkloos thuis zat, nog eens terug aan het aanbod van de politieman uit de kerk. De liefde en betrokkenheid die hieruit sprak, raakte hem. Toen hij ook nog door een vriend werd ‘meegesleurd’ naar de Alphacursus, begon het geloof steeds meer voor hem te betekenen.

Arend: 'Het is de ultieme vervulling van je artistieke gaven als je God ermee prijst.' (beeld Dik Nicolai)

Arend: ‘Het is de ultieme vervulling van je artistieke gaven als je God ermee prijst.’ (beeld Dik Nicolai)

Na afloop van de cursus las hij Bijbelteksten over het verschil tussen licht en donker. ‘Zo las ik dat we kinderen van het licht moeten zijn. Alsof God tegen me zei dat ik moest stoppen met de illegaliteit van het nachtleven. Dat heb ik toen gedaan.’

Een week later zocht hij op internet op de algemene term ‘graffiti’ en vond als derde treffer in de resultatenlijst een site van Gospel Graffiticrew (GG), een internationaal collectief van christelijke graffitiartiesten.

Behoedzaam spuit Arend nu de lijnen op de muur. Hij heeft oog voor detail en is niet snel tevreden.

Nadat hij GG ontdekte, gooide hij het roer om, vertelt hij. Niet langer in het donker kunst maken, maar in het licht, op legale spuitplekken. Soms ontmoet hij andere christelijke graffitiartiesten in het hele land, maar vaker werkt hij te midden van niet-christenen. Dat valt op. ‘Sommigen vinden het cool dat je jezelf durft te zijn. Anderen verachten me. Dat heb je met Jezus: óf je houdt van Hem, óf je stoort je aan Hem. Het woord “Jezus” communiceert heel duidelijk: recht in je face.’

De weerstand gaat soms verder dan woorden, weten Arend en zijn GG-vrienden. ‘Onze kunst wordt weleens beklad met occulte symbolen of koranteksten. Het is niet fijn, maar beter dit dan dat mijn werk genegeerd wordt. Ik hoop dat mijn muurschilderingen mensen aan het denken zetten en medechristenen bemoedigen als ze het zien. Sommige christenen maken muziek, maar voor mij is dit worship.’

Mooi dier

Bij een nieuw leven hoort ook een nieuwe naam, vindt Arend. ‘Overal Joax spuiten was heel egocentrisch: ik maakte mijn eigen naam groot. Ik wilde een naam die naar Jezus zou verwijzen en daar heb ik om gebeden.’ Binnen een week vond hij een nieuwe uitleg van zijn bestaande naam. ‘De letters verwijzen nu naar: Jesus On A Cross. Ik spuit nu Jezus en Joax: het verwijst allebei naar Hem.’

Sinds zijn kunst verwijst naar Jezus, valt het Arend op dat zijn werk rijker en completer is geworden, zowel artistiek als qua boodschap. ‘Het werk van christenartiesten geeft richting. Het is de ultieme vervulling van je artistieke gaven als je God ermee prijst. Ik doe het door de naam Jezus uit te beelden. Dat is heel expliciet. Maar de helft van mijn werk getuigt ook impliciet van God, gewoon door mooie dingen te maken. Zo spoten we pas met een paar jongens op een muur waar verschillende dieren op stonden. Ik spoot een zebra. Dan maak je dus een mooi dier; dat geeft ook iets weer van God.’

Bovendien, stelt Arend, of kunstenaars nu christen zijn of niet, hun werk laat altijd iets zien van het karakter van God. ‘Hij heeft iets creatiefs in deze mensen gelegd en dat komt via hun kunst naar buiten.’

Inmiddels geeft Arend workshops voor Youth for Christ, Opwekking en De Hoop en op middelbare scholen. ‘Voor sommigen ben ik een rolmodel. Ik zat ook in de shit, maar heb nu een goedlopend bedrijf als websiteontwikkelaar en muurschilder.’

Het Woord, logos, fascineerde Arend zodanig dat hij er een muurschildering van maakte. (beeld joax.nl)

Het Woord, logos, fascineerde Arend zodanig dat hij er een muurschildering van maakte. (beeld joax.nl)

Het is alsof hij zijn avontuurlijke leven moest opgeven, vertelt hij, terwijl hij van een afstandje zijn schilderij kritisch bekijkt. Maar nu komt hij op plekken waar hij eerst niet kwam. ‘Zo zocht ik GG-vrienden op in Californië. Zij voelen als familie. Met hen deel ik mijn passie voor Jezus én voor graffiti.’

Tekenen

Artistiekelingen zijn in de kerk vaak vreemde eenden, merkt Arend. ‘We lopen vaak voor de troepen uit en zijn erg kritisch. Dat waardeert niet iedereen.’ Toch heeft hij zijn plek gevonden in zijn kerkelijke gemeente, de GKv Rotterdam-Centrum, waar hij tot voor kort diaken was.

Zijn graffiti ontbreekt niet in de gemeente. ‘Afgelopen jaar hing heel prominent, naast de preekstoel, een werk met de tekst “Jezus”. Ik had het met een aantal jongeren uit de kerk gemaakt. Dat voelde een beetje dubbel. Omdat ik het samen met anderen had gemaakt, voldeed het werk niet aan mijn eigen hoge standaard. Dat was wel confronterend. Je zit er elke zondag tegenaan te kijken, dus dan wil je dat het helemaal perfect is. Maar goed, op een gegeven moment kon ik het loslaten. Mensen vertelden me dat ze het mooi vonden. Wie ben ik dan om te zeggen dat ze er niet van mogen genieten omdat het niet aan mijn standaard voldoet?’

Zo inspireert Arend andere gemeenteleden, merkt hij. En andersom geldt het evenzeer. Tijdens de preek zit hij meestal te tekenen. ‘Dan kan ik me beter concentreren. Ik teken dan bijvoorbeeld een woord uit de tekst.’

Een kerkdienst of kringbijeenkomst kan aanleiding zijn voor een nieuw werk, ergens in het land. ‘Als je met het Woord bezig bent, inspireert dat altijd. Soms denk ik tijdens het spuiten terug aan een preek of een Bijbelstudie.’ Zo was een preek van Tim Keller over Johannes 1 – over het Woord, logos, dat bij God was – voor Arend aanleiding om een muurschildering met het woord ‘logos‘ te maken. ‘Dat woord fascineerde me mateloos.’

Niet alleen zijn eigen gemeente, maar ook andere kerken – ‘van pinkstergemeenten tot aan gereformeerde kerken’ – maken kennis met het graffitiwerk van Arend. ‘Ik geef workshops met daarin een getuigenis en het demonstreren van mijn werk. En vervolgens gaan we samen aan de slag. Soms volgt er een gesprek over hoe ik in het leven sta of over Bijbelteksten. De meeste jongeren zijn enthousiast. Ze vinden het verrassend dat deze vorm van kunst kennelijk ook kan in de kerk.’

Over de auteur
Sjoerd Wielenga

Sjoerd Wielenga (GKv) is zelfstandig journalist, tekstschrijver en eindredacteur.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Kerknieuws juni 2026

Kerknieuws juni 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Op 15 mei is ds. Johannes Theodoor Jonkman overleden. Hij werd op 13 januari 1950 geboren in Groningen en studeerde theologie in Kampen. In 1983 werd hij door GKv Drachten Zuid-Oost uitgezonden als zendingspredikant naar Kalimantan Barat (Indonesië). In 2000 werd hij gemeentepredikant in NGK Hardenberg-Centrum, waar hij vanaf 2015 aan verbonden was als emerituspredikant. De NGK Hardenberg-Centrum telt ruim 550 leden. Binnenkort verschijnt op onderwegonline.nl een in memoriam over ds. Jonkman.

Lees artikel
Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Lyanne De Haan-Wilts
  • Kerkelijk leven
  • Professorsprofiel

Ik ontmoet Myriam digitaal. Haar vakantie is net voorbij en dat is te zien, ze kijkt ontspannen met een kop thee de camera in. Toch geeft ze aan dat vakantie iets ingewikkelds heeft. Het leven als hoogleraar is gefragmenteerd en kent een permanente druk. De rust die vakantie brengt is elke keer weer even wennen. De adrenaline van haar dagelijks leven moet eruit en ze vindt het lastig om geen grip op zaken te hebben. Tegelijk hoopt ze dat ze de rust van de afgelopen vakantie mee kan nemen in haar werk van de komende tijd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief