Predikanten en hun gehoor

Elleke van den Burg-Poortvliet | 17 september 2016
  • Reportage
  • Thema-artikelen

Het ene gemeentelid wil een preek waarmee hij praktisch aan de slag kan. De ander graaft tijdens een preek liever naar achtergronden in de Bijbel. En weer een ander zoekt in een preek vooral rust en bemoediging. Hoe houden dominees rekening met al die wensen, zonder de boodschap geweld aan te doen? En wat verwachten kerkgangers eigenlijk van een preek? Enkele predikanten en toehoorders vertellen.

Frits Tromp, 30 jaar, lid van De Morgenster in Leeuwarden (GKv): ‘Ik maak deel uit van een gemeente met zo’n achthonderd zielen. Het is dan verdraaid lastig om als predikant rekening te houden met je toehoorders. Ik denk dat het vooral belangrijk is dat de dominee zélf gelooft in de boodschap die hij vertelt. Als je dat merkt, maakt het niet uit hoe klassiek, modern, ouderwets of nieuwerwets hij is.

Ik luister graag naar een preek en ben niet gauw afgeleid. Ik geniet ervan als een voorganger een mooie taalkundige vondst heeft opgeduikeld.

Een preek vind ik goed als de predikant mij als schaapje bemoedigt. Onlangs preekte dominee Nap bij ons over het horen en zien van God. Hij hield ons voor dat we nu vooral horen van God, maar dat we zeker wat van Hem gaan zien! Dat was troostrijk.

‘Bij een mindere dominee concentreer ik me
nog meer op de preek dan anders’

Een preek stelt me teleur als ik het idee heb dat de dominee zichzelf aan het herhalen is. Soms denk ik: deze gedachte heb ik een paar minuten geleden ook al gehoord. Maar van tevoren probeer ik me zo min mogelijk te laten leiden door wie voorgaat. Elke predikant is een dienaar van God en spreekt namens zijn Heer. Bij een mindere dominee concentreer ik me daarom nog meer op de preek dan anders.

Een preek is het middelpunt van onze diensten, maar bij lange na niet het enige. Bij een tegenvallende preek let ik ook op de liturgie. Vaak is er een lied of zijn er liederen die me raken. Ik houd dan voor ogen dat God ons ook daardoor aanspreekt.’


Freddy Gerkema, predikant van de NGK Amersfoort-Noord: ‘In mijn preek probeer ik rekening te houden met een grote diversiteit onder de toehoorders: van hartelijk gelovig tot agnost, van mensen die groeien in openheid voor het evangelie tot mensen die zich meer en meer afsluiten. Er zijn jonge en oude toehoorders, ziek en gezond. Er zijn denkers, doeners en gevoelsmensen. Dat zit allemaal in mijn achterhoofd, maar ik werk er niet al te bewust mee. Ik heb niet een ijkfiguur, een soort standaard, voor ogen. Wel komen er geregeld mensen in mijn gedachten als ik mijn preek maak.

Ik wil de context, de cultuur waarin we leven, recht doen in mijn preken. Is het herkenbaar wat ik zeg in de omstandigheden van toehoorders? Ik probeer hedendaagse taal te gebruiken en theologisch jargon te vermijden. Jargon is onbegrijpelijk voor buitenstaanders, maar ook de meeste kerkgangers zitten er niet op te wachten. Onderscheid tussen mensen die het evangelie wel en niet kennen, maak ik niet. De vragen van geloof en ongeloof lopen dwars door de gemeente en door mensen heen.

‘Mijn ervaring is dat in kritiek, ook als deze op een ongelukkig moment of op een ongelukkige manier wordt geuit, bijna altijd iets van waarde zit’

Vaak bereid ik diensten voor met mensen uit de gemeente. Als ik feedback krijg op mijn preek, is dat meestal na een dienst. En eens per jaar houd ik een preekbespreking. De reacties gaan niet alleen over de preek, maar vaak ook over de liederen of over de samenhang tussen wat gezegd en gezongen is. Die feedback is vaak positief en dat doet altijd goed. Maar het zegt niet alles, want kritische opmerkingen maken mensen minder snel. Mijn ervaring is dat in kritiek, ook als die op een ongelukkig moment of op een ongelukkige manier wordt geuit, bijna altijd iets van waarde zit. Daar probeer ik iets mee te doen.’


Janneke Wiersema, 38 jaar, lid van de Boogkerk Amersfoort Nieuwland (GKv): ‘Een preek vind ik goed als de Bijbel de basis is. Ik houd ervan als Bijbelgedeeltes uitgelegd worden, als personen tot leven komen, als duidelijk wordt welke rol God speelt in hun leven. Ik wil ook graag weten wat God door de Bijbel tegen me zegt en hoe ik dat in mijn eigen leven kan toepassen. Ik luister dan ook geconcentreerd en ben kritisch, maar wel positief. Ik zit niet in de kerk om te horen wat er verkeerd gezegd wordt.

Ik vraag me tijdens een preek wel af: waar staat dat en hoe komt de dominee daarbij? Ik neem er geen genoegen mee als dominees meningen geven zonder Bijbelse onderbouwing. Of als de Bijbel nauwelijks een plaats inneemt, maar er meer vanuit de psychologie wordt gepreekt. Dat is ook interessant, maar daarvoor zit ik niet in de kerk.

Als er een predikant voorgaat van wie ik van tevoren al weet dat ik het moeilijk vind om naar hem te luisteren, ga ik vooral genieten van het zingen, het bidden en het gemeente zijn. Onder de preek lees ik dan voor mezelf een stuk uit de Bijbel.

Als een preek tegenvalt, denk ik: jammer, volgende keer beter. Misschien dat het iemand anders wel heeft aangesproken, dat is fijn. Daar berust ik in. Tenzij het elke week zo is.’


Ron van der Spoel, PKN-predikant, oprichter van de beweging Passie voor Preken en trainer van voorgangers: ‘Ik maak iedere preek voor twee mensen die ik redelijk goed ken. Allereerst is dat een 17-jarige, intelligente en positieve jongen. Hij is geïnteresseerd in God, maar hij vindt de kerk niet echt geweldig en hij weet niet goed wat hij nu wel en niet gelooft. Ik preek voor hem, omdat dat me helpt om vanzelfsprekendheden te vermijden en me te verwonderen of te verbijsteren over wat de Bijbel zegt.

De tweede persoon is een vrouw van eind dertig, een moeder van tieners. Haar man heeft altijd geloofd, maar zij is er niet mee opgevoed. Ze begrijpt veel van wat er gezegd wordt in een dienst niet echt. Ik houd haar in gedachten, omdat ik ontzettend graag wil dat ook zij merkt dat je bij God mag komen zoals je bent.

Ron van der Spoel: 'In mijn voorbereiding zit altijd de stap: wat is het “ja, maar...” van de toehoorders?' (beeld Take Photo/Shutterstock)

Ron van der Spoel: ‘In mijn voorbereiding zit altijd de stap: wat is het “ja, maar…” van de toehoorders?’ (beeld Take Photo/Shutterstock)

Deze twee personen zorgen in mijn voorbereiding voor een gevoel van urgentie: ik verlang er enorm naar dat zij door de Geest worden aangeraakt en daarom moet de boodschap zo duidelijk mogelijk zijn.

In mijn preekvoorbereiding kijk ik eerst naar wat de boodschap van de tekst is; die moet echt helder zijn. Maar ik denk ook na over hoe de toehoorders erop zullen reageren. In mijn voorbereiding zit altijd de stap: wat is het “ja, maar…” van de toehoorders? In de week voorafgaand aan mijn preek lees ik het Bijbelgedeelte in het pastoraat met mensen en vraag ik daarnaar.

Ik maak niet zo veel onderscheid tussen mensen die het evangelie wel en niet kennen. Als je het evangelie echt kent, kun je er geloof ik geen genoeg van krijgen. En als je het nog niet kent, zul je dezelfde verwondering of impact gaan voelen als gelovigen. Je kunt onderscheid maken met de keuze van het Bijbelgedeelte. Maar ook dan blijft het belangrijk dat je het als predikant zo brengt dat iedereen – in welke geloofsfase ook – er iets aan heeft.’


Geke Holwerda, 52 jaar, lid van de GKv Blije en omgeving: ‘Bij een preek verwacht ik dat Gods Woord opengaat. Ik vind het mooi als de predikant vervolgens dicht bij de mensen blijft. Dat hij uitnodigend is, niet zweverig, en dat hij aansluit bij de actualiteit. En dat hij geen moeilijke woorden gebruikt, maar van mens tot mens spreekt. Praktische handvatten bemoedigen en geven kracht.

Ik houd ook van praktische voorbeelden. Ik hoorde eens een preek over de lus in een bus. Hoe de bus ook slingert, de heilige Geest is je houvast. Maakt de bus een bocht en houd je je niet vast aan de lus, dan zit je zo bij iemand anders op schoot. Of remt de bus hard, dan lig je met je neus plat op de grond. Maar grijp je naar boven, dan slinger je niet.

Niet alleen de preek, ook de liederen tellen mee. De gehele dienst doet ertoe. Ik raak teleurgesteld als ik me slecht kan concentreren, als er geen bemoediging in de dienst voorkomt of als de liederen niet aanspreken. Als ik de dienst matig vind, heeft dat niet alleen met de voorganger te maken, maar ook met mijn gemoedstoestand. Hoe ik naar de preek luister, is afhankelijk van mijn gevoelens en wat ik heb meegemaakt.

Als ik moeilijk naar een predikant kan luisteren, wil ik het positieve zoeken. Ik breng het in gebed en hoop dat de liederen me aanspreken. Ook probeer ik een preekverslag te schrijven, zodat ik daar de goede dingen uit kan halen en niet verzand in kritiek. Predikanten zijn allemaal verschillend. De één zegt waar het op staat. De ander laat je meer nadenken. Maar ze zijn allemaal herders, door God op ons pad gezet.’

Over de auteur
Elleke van den Burg-Poortvliet

Elleke van den Burg-Poortvliet is tekstschrijver, journalist en uitgever.

Meest gelezen

Hoeveelheid, urgentie, rust en ritme

Hoeveelheid, urgentie, rust en ritme

Redactie
  • Redactioneel

De verzoening, de vitaliteit van het belijden, het predikantentekort, de verhouding tussen doop en avondmaal, de eerste hoofdstukken van Genesis en de leer over de zonde, de ambtsleer, het voortgaande gesprek over homoseksuele relaties – het zijn allemaal vraagstukken die meer of minder nadrukkelijk aan de orde zijn in de NGK. Staan die verschillende vraagstukken los van elkaar of hangen ze samen? Aan deze ketting van kwesties met een bepaalde gevoeligheid rijgt dit nummer een volgende kraal: de plek en rol van de hbo-theoloog.

Lees artikel
Kerknieuws juli 2026

Kerknieuws juli 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Lees hier het kerknieuws van de Nederlandse Gereformeerde Kerken, juli 2026. Het beroep dat NGK Emmen op ds. Rik Meijer uitbracht, heeft hij aangenomen. De gemeente van Emmen zal zijn derde gemeente worden. Hij begon zijn werk in 2012 in Alblasserdam, per 1-1-2020 GKv Alblasserdam-Nieuw Lekkerland; later in dat jaar werd hij predikant in GKv Hardenberg-Baalderveld-Zuid, sinds 2021 NGK Hardenberg-Baalderveld.

Lees artikel
Predikantsprofiel Kees Smit

Predikantsprofiel Kees Smit

Melissa van der Kamp
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

Het is een terugkerend woord als ik met Kees Smit in gesprek ben over de geestelijke verzorging en zijn werk als voorzitter van de Commissie Geestelijke Verzorging (CGV). Uit alles blijkt dat hij deze rol met hart en ziel vervult. Niet in de laatste plaats gedreven door zijn eigen ervaringen als geestelijk verzorger bij Defensie. Kees stelt dat geestelijk verzorgers waardevolle gesprekspartners kunnen zijn voor gemeenten, omdat juist zij werken op het grensvlak van kerk en samenleving. Ik praat met Kees door over zijn gedrevenheid als voorzitter en wat het geestelijk verzorger-zijn voor hem heeft betekend.

Lees artikel
Wie mooi wil zijn moet pijn lijden

Wie mooi wil zijn moet pijn lijden

Jan Mudde
  • Ethiek

‘Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden’, het kan zomaar gezegd worden als iemand de wenkbrauwen epileert of zichzelf door waxen onthaart. Maar sommige mensen gaan heel ver om aan een schoonheidsideaal te beantwoorden – veel te ver. Zoek maar eens op lotusvoeten, Victoriaanse korsetten, tattoos, lip- en bilfillers en looksmaxxing. Toch hebben mensen die willen lijden om wat heet mooi te zijn iets voorbeeldigs, zeker voor Nederlandse christenen. 

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief