Nadenken over je afscheid

Roel Venderbos | 4 maart 2017
  • Eyeopener

Zo gingen het stuk grond en de daarop gelegen grot van de Hethieten over op Abraham en kwam hij in het bezit van een eigen graf.
(Genesis 23:20)

Afscheid nemen gebeurt op tal van manieren in het leven. Afscheid nemen van het leven zélf en alles daaromheen maar één keer. Denken over je eigen sterven en begrafenis of crematie is niet makkelijk. Het vraagt moed om je eigen eindigheid en einde onder ogen te willen zien.

Je eigen einde onder ogen zien is heel waardevol. Alleen al voor de nabestaanden die graag een uitvaart in de geest van de overledene willen verzorgen. Dan helpt het als ze kunnen terugvallen op duidelijke wensen die je zelf hebt aangegeven. Het kan ook waardevol zijn om daar eens over te spreken met je geliefden. Ze zien dan wat jou in je leven bewogen heeft en wat je gelooft.

(beeld Ian Allenden/123RF)

(beeld Ian Allenden/123RF)

Eén van de eerste uitvoerige beschrijvingen in de Bijbel van iemands afscheid en begrafenis is die van Sara. Het boek Genesis wijdt er een heel hoofdstuk aan (Genesis 23). Haar overlijden wordt kort gemeld: ‘Sara leefde honderdzevenentwintig jaar. Ze stierf…’ Heel sober dus. Wij zouden er meer over willen weten, bijvoorbeeld over de vraag hoe ze stierf en wat dat betekende voor Abraham. Hij had zo veel met haar meegemaakt.

Ooit waren ze geroepen door een stem, de stem van de HEER, om hun huis en haard en hun familie te verlaten en naar een land te gaan dat ze niet kenden. God zou hen tot een groot volk maken én ze zouden tot een zegen zijn voor de hele wereld. Ja, van daaruit zou het goed komen met de hele wereld. God maakte een nieuw begin!

Het was voor Abraham en Sara een haast onmogelijke opdracht, maar met een grote belofte. Wat een wonder dat ze gingen! Kennelijk wekte die stem alle vertrouwen. Ze gingen op pad zonder te weten waar ze zouden komen. Het was het land Kanaän. Een volstrekt onbekend land met vreemde mensen om hen heen. Daar vestigden ze zich. Vreemdelingen in een vreemde omgeving, met grote beloften van God op zak.

Maar er leek niets van terecht te komen. Van dat grote volk was heel lang in de verste verte geen sprake. Pas toen menselijkerwijs alle hoop verkeken was, werd Isaak geboren. God heeft gemaakt dat ik moet lachen, betekent zijn naam. Eén kind, maar nog geen enkel stukje land in hun bezit. En nu is Sara gestorven. Wat dééd dat met Abraham?

‘Zijn dode’

Wij hebben vandaag veel oog voor iemands beleving en waar iemand ‘zit’ met zijn rouw en verdriet. In deze geschiedenis wordt alleen verteld dat Abraham naar Sara toegaat, en dat hij de tijd neemt om bij haar te zitten en haar te ‘bewenen’. Een mooie uitdrukking die beschrijft hoezeer Abraham zijn tranen de vrije loop laat. Hij gaat niet direct aan het regelen, maar hij zit bij haar.

‘Zijn dode’ staat er in de Naardense Bijbel. Dat is mooi en fijngevoelig gezegd. Het geeft de dubbelheid aan. Aan de ene kant is Sara ‘zijn dode’. Het leven is eruit, ze is niet meer bezield. Dat wat haar maakte tot de vrouw die ze was, is er niet meer. De warmte uit haar lijf is verdwenen. De dood heeft haar meedogenloos koud en stijf gemaakt. Abraham kon nog wel tegen haar praten, maar ze zou niets meer terugzeggen.

Tegelijk is zij ‘zijn dode’. Ze hoort nog steeds bij hem, ze is zijn geliefde met wie hij veel beleefd heeft en van wie hij veel ontvangen heeft. ‘Zijn dode’, de uitdrukking ademt zorgzaamheid, liefde en tederheid.

Als Sara gestorven is, gaat Abraham bij ‘zijn dode’ zitten. Zoals ook wij aan een ziek- en sterfbed kunnen zitten en er allerlei herinneringen, gevoelens en gedachten naar boven komen. Je realiseert je dat je nooit meer die ogen zult zien of die stem zult horen. Je ziet je verdriet om die ene onder ogen. Dat is wat Abraham hier deed. Bij haar zitten, soms even naar buiten gaan. En dan weer naar binnen en haar handen strelen. Wat kunnen dat verdrietige, maar ook mooie momenten zijn…

Hoog bedrag

Maar dan gaat Abraham verder, want er moet nog wat geregeld worden. Niet alleen zijn verdriet moet een plekje hebben, ook zijn geliefde. En ook dat doet Abraham met veel zorg en liefde. Hij wil een eigen stukje grond hebben, waar ze in begraven zal worden. Daarom neemt hij de tijd om met de inwoners van het land, de zogenoemde Hethieten, te onderhandelen. Dat wordt uitvoerig beschreven.

Op het eerste gezicht lijken de Hethieten buitengewoon hoffelijk en royaal tegenover de vreemdeling in hun midden. Ze lijken hem één van hun eigen graven te willen schenken. Maar eigenlijk voelen ze daar helemaal niets voor. Ze willen voorkomen dat ook maar één stukje land in zijn handen terechtkomt. Abraham zet echter door en uiteindelijk lukt het hem om de grot van Machpela te kopen. En hij krijgt er het veldje met de bomen bij! Weliswaar voor een idioot hoog bedrag van vierhonderd sjekel zilver (David bijvoorbeeld krijgt de dorsvloer van Arauna voor vijftig sjekel zilver, 2 Samuel 24:24), maar het land was van hem. Daar zou hij zijn geliefde vrouw begraven.

Beloofde grond

Wat vocht Abraham om een plekje voor zijn vrouw! Het was hem maar niet om het even wat er met haar zou gebeuren. Hij wilde haar begraven in een eigen stuk grond in Kanaän. Op het eerste gezicht denk je: waarom doet Abraham zo moeilijk? Wat kan het schelen of het een huur- of koopgraf is? En hij had haar toch ook kunnen (laten) cremeren?

Maar voor Abraham stond er heel wat op het spel. Uit wat hij doet, spreekt niet alleen veel zorg en liefde voor zijn vrouw. Er is meer. Hij gelooft namelijk ook dat de dood niet het laatste woord heeft. God heeft hun samen het land Kanaän beloofd. Van daaruit zal het goed komen met de hele wereld.

Uit liefde voor Sara en voor de HEER verovert Abraham het eerste stukje van het beloofde land. Zeker, het is niet meer dan een kleine dodenakker met een paar bomen erop. Maar het is van Abraham zelf. Sara komt te liggen in beloofde grond, in het land van Gods belofte. Gods plannen zullen niet ophouden met haar dood. Haar graf is niet alleen een gedenkteken voor Abraham, maar óók voor God: het herinnert God aan zijn beloften. Sara’s graf is niet alleen een gedenkplek voor wat is geweest, het is vooral ook een verwijzing naar wat zal komen: de HEER zal verder gaan.

Getuigenis

In dat kleine stukje grond worden later ook Abraham, Isaak en Jakob begraven, evenals Jozef. Als Jozef het einde van zijn leven voelt naderen, zegt hij tegen zijn broers: ‘God zal zich jullie lot aantrekken: Hij zal jullie uit dit land wegleiden en je naar het land brengen dat Hij onder ede aan Abraham, Isaak en Jakob heeft beloofd. Zweer me dat jullie, wanneer God zich jullie lot aantrekt, mijn lichaam van hier zullen meenemen’ (Genesis 50:24-25). Zo is het later ook gegaan. Jozef wil geen glorieuze staatsbegrafenis in Egypte, maar – hoopvol! – een begrafenis in dat kleine stukje grond van Gods beloften. Ook hij kijkt over zijn dood heen naar Gods grote toekomst, als een getuigenis voor zijn broers. Dat kan ons vandaag nog steeds inspireren!

Om over na te denken

  • Jozef trof maatregelen met het oog op zijn dood. Heeft u al eens uw gedachten en wensen op papier gezet? En heeft u die ook gedeeld met anderen? Hoe was dat, of hoe denkt u dat dat zal zijn?
  • Hebt u met het oog op uw levenseinde wel eens teruggeblikt op uw leven, en aan anderen (man, vrouw, kinderen of andere geliefden) verteld hoe u God ervaren hebt in uw leven? Spreken daarin Bijbelteksten, liederen, muziek of andere dingen ook een rol?
  • Sommige mensen willen alles zelf regelen rond hun uitvaart. Anderen zeggen: dat moeten mijn nabestaanden maar uitzoeken. Wat vindt u?
  • Abraham (en Jozef) dacht bij het overlijden en de begrafenis van zijn geliefde veel aan Gods beloften voor de toekomst. Dat bepaalde zijn handelen. Paulus vergelijkt in 1 Korintiërs 15 begraven met zaaien. Hij ziet uit naar de grote oogst als de bazuin zal klinken. Hoe kun je dat geloof een plek geven bij een christelijke uitvaart?
Over de auteur
Roel Venderbos

Roel Venderbos is deeltijd predikant van de NGK Kampen en deeltijd geestelijk verzorger in een verpleeghuis.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Kerknieuws juni 2026

Kerknieuws juni 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Op 15 mei is ds. Johannes Theodoor Jonkman overleden. Hij werd op 13 januari 1950 geboren in Groningen en studeerde theologie in Kampen. In 1983 werd hij door GKv Drachten Zuid-Oost uitgezonden als zendingspredikant naar Kalimantan Barat (Indonesië). In 2000 werd hij gemeentepredikant in NGK Hardenberg-Centrum, waar hij vanaf 2015 aan verbonden was als emerituspredikant. De NGK Hardenberg-Centrum telt ruim 550 leden. Binnenkort verschijnt op onderwegonline.nl een in memoriam over ds. Jonkman.

Lees artikel
Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Lyanne De Haan-Wilts
  • Kerkelijk leven
  • Professorsprofiel

Ik ontmoet Myriam digitaal. Haar vakantie is net voorbij en dat is te zien, ze kijkt ontspannen met een kop thee de camera in. Toch geeft ze aan dat vakantie iets ingewikkelds heeft. Het leven als hoogleraar is gefragmenteerd en kent een permanente druk. De rust die vakantie brengt is elke keer weer even wennen. De adrenaline van haar dagelijks leven moet eruit en ze vindt het lastig om geen grip op zaken te hebben. Tegelijk hoopt ze dat ze de rust van de afgelopen vakantie mee kan nemen in haar werk van de komende tijd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief