Toegangsdeuren tot het evangelie

0

Een mooie lutherse boodschap over zonde en vergeving: grote kans dat je daarmee vandaag de dag voor dovemansoren spreekt. Maar er zijn genoeg andere grote en kleine thema’s waar zowel gelovigen als ongelovigen mee worstelen, en waar het evangelie van zonde en vergeving heel veel over te zeggen heeft.

Het loopt tegen het einde van de dag en het wordt tijd om een plekje voor de tent te zoeken. Erik (een vriend en klasgenoot – we zijn net over naar de zesde van de middelbare school) en ik fietsen door Engeland. We hebben al snel geleerd dat je de leukste plekjes vindt als je ’s avonds iemand vraagt of er een camping in de buurt is. We rijden langs een riante villa met een onberispelijk gazon… Durf jij hier naar een camping te vragen?

Een uurtje later is de tent opgezet, hebben we (elk in een eigen marmeren badkamer) gedoucht en zitten we aan een borrel met de heer des huizes en zijn dochter, precies onze leeftijd. De gastheer houdt niet op ons op haar te wijzen en onze glazen bij te vullen. Tussendoor vraagt hij naar onze toekomstplannen. Elektrotechniek, zegt Erik. Theologie, zeg ik. Het gesprek stokt. Theologie? Waarom dat? Of God nu bestaat of niet, dat is toch niets om je druk over te maken? Pa, dochter, Erik: allen hebben dezelfde vragende ogen.

Zonde? Welke zonde? En waarom zou je met een schone lei willen beginnen?

Ik vertel van zonde en genade. Dat iedereen met een schone lei kan beginnen. Zonde? Welke zonde? Met een schone lei beginnen? Kijk eens om je heen: jong, mooi, sterk, rijk. Waarom zou je met een schone lei willen beginnen? Ik mompel nog iets over onreine seksuele gedachten, waarop pa nogmaals en niet erg subtiel naar zijn ronduit begerenswaardige dochter hint. Het gesprek is meer dan ongemakkelijk geworden.

Goed, ik ben niet trots op mijn aandeel. De overweldigende rijkdom, gastvrijheid en alcohol misten hun uitwerking niet. Maar wat ik eruit meenam, is dit: de moderne mens zit lang niet altijd met de centrale vraag van de Reformatie (hoe kom ik aan een genadige God?). Gelukkig bleef het bij me knagen. Wat zijn voor mij de belangrijke dingen die ik in het evangelie vind? Wat houdt mensen binnen en buiten de kerk bezig? En als dit Gods wereld is, wat is dan mijn plaats daarin?

Het is toch onmogelijk om alleen maar klimaatneutrale, onder goede omstandigheden geproduceerde dingen te kopen? (beeld Frame China/Shutterstock)

Het is toch onmogelijk om alleen maar klimaatneutrale, onder goede omstandigheden geproduceerde dingen te kopen? (beeld Frame China/Shutterstock)

Opvreten

Deze vragen gaan nog altijd met me mee. Het eerste wat ik daarbij geleerd heb, is dat de thema’s die in de kerk leven ook in de wereld leven, en andersom. Tegelijk is het zo dat thema’s die voor de één belangrijk zijn voor de ander helemaal niet spelen. Je kunt elkaar makkelijk kwijtraken als je dat niet aanvoelt.

Sommigen zijn bezig met de grote vraagstukken van onze tijd: milieu, armoede, uitbuiting. Ergens knaagt het besef dat wat wij kopen en doen consequenties heeft: van klimaatverandering tot kinderarbeid. Tegelijk zijn dat zulke immense zaken dat je al snel een gevoel van machteloosheid bekruipt. Het is toch onmogelijk om alleen maar klimaatneutrale, onder goede omstandigheden geproduceerde dingen te kopen?

Anderen vechten met hun verlangens, meestal op het terrein van geld, seks of macht. Daar komt vaak een vorm van verslaving bij kijken. Van internet- en gokverslaving tot de behoefte aan erkenning. Hoe breek je met een slechte gewoonte die zich ontwikkelt? Waar komt zo’n drang waarvoor je je schaamt eigenlijk vandaan? Wat voor de buitenwereld niet of nauwelijks zichtbaar is, kan je vanbinnen opvreten.

Er zijn nog allerlei andere thema’s te noemen – omgang met verlies, gerechtigheid, keuzestress, vragen rond lijden – maar deze twee maken al goed zichtbaar dat de thema’s in de kerk en in de wereld niet van elkaar hoeven te verschillen. Dat helpt mij in een aantal opzichten. Ten eerste bevrijdt het me van een ongezond superioriteitsgevoel. Gelovig of niet, er zijn levensvragen waar we allemaal onze weg mee zoeken. Ten tweede verbindt het de vraag naar mijn plaats in Gods wereld met wat mijn naaste bezighoudt.

Tirannie

Bij elk thema heb ik me de vraag gesteld: hoe speelt het een rol in de Bijbel? Is de Bijbel net zo relevant voor ons bij het nadenken over deze thema’s als destijds voor Luther bij zijn zoektocht naar genade?

Om met de grote vraagstukken te beginnen: we zien dat de aarde in haar voegen kraakt door hoe wij mensen met haar omgaan. Grondstoffen en de natuur raken uitgeput, soorten sterven uit, het klimaat verandert. En of we het willen of niet, we maken het dagelijks erger. Wie daarmee zit en in de Bijbel leest, vindt al snel herkenning. Je leest van droogte, hongersnood, sterven en vruchteloosheid. Van Genesis 3 tot diep in Openbaring is er de erkenning dat de aarde lijdt. Romeinen 8:20 zegt krachtig: ‘De schepping is ten prooi aan zinloosheid.’ En even verder: ‘Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt.’

Er schort iets aan, helder, maar wat het is, is soms een hele puzzel

Paulus laat het niet bij die constatering, hij noemt ook de oorzaak. God heeft de schepping aan vruchteloosheid onderworpen ten tijde van de zondeval. De oorzaak is de zonde van de mens, en de vloek waarmee God daarop de aarde belast. ‘Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zwoegen zul je om ervan te eten.’ Dat zijn echter niet de woorden van een God die zich in zijn woede niet kan beheersen en onherstelbare schade aanricht. Je kunt Gods pijn in de woorden horen doorklinken. Met de sterfelijkheid van de mens begrenst Hij de schade die we kunnen maken en al in de straf belooft Hij dat het kwaad uiteindelijk zal verliezen.

Bij de schepping had God de mens de opdracht gegeven het leven op aarde te beheersen en te ontplooien. Door de zonde is die heerschappij een tirannie geworden, en door de vloek is de aarde aan vruchteloosheid onderworpen. Misschien is dit wel meer bevestiging dan de zoeker had willen krijgen. Als de aarde de zonde van de mens en de vloek van God tegen zich heeft, is er dan nog perspectief?

Daarop vinden we verschillende stukjes van een antwoord. Bijvoorbeeld dat we wel verantwoordelijkheid dragen, maar dat God die verantwoordelijkheid terugbrengt tot een menselijke maat. Zo leert Jezus dat we heel ver moeten gaan in de zorg voor onze naasten. Zelfs vijanden blijken naasten te kunnen zijn. Maar Hij leert niet dat we verantwoordelijk zijn voor de zorgen wereldwijd. ‘Alles wat jullie gedaan hebben voor de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan.’

Al met al wordt wel duidelijk dat we verlangens er niet zomaar onder krijgen. (beeld Stokkete/Shutterstock)

Al met al wordt wel duidelijk dat we verlangens er niet zomaar onder krijgen. (beeld Stokkete/Shutterstock)

In die laatste woorden is een echo te horen van het diepste antwoord dat God heeft gegeven. Een antwoord dat in geen mensenhart was opgekomen: met Jezus heeft Hij zijn eigen Zoon in de wereld gezonden. Het Woord is vlees geworden. De schepper is deel van de schepping geworden. Om met ons mee te lijden, maar vooral om midden in de schepping een nieuw begin te maken. Bij Jezus is de regering over de schepping uit Genesis 1:28 geen karikatuur meer, maar een nieuw begin. En Hij nodigt iedereen uit daaraan deel te nemen. Dat begon met een handvol discipelen en verandert nu nog de wereld ten goede.

Het is Jezus die van God de regeringsmacht krijgt over de hele wereld, tot Hij zelf alles nieuw maakt. En zelfs daar zullen mensen aan mogen bijdragen. In Openbaring 21:26 (NBG) laat God zien dat de volken hun inbreng zullen hebben in de nieuwe wereld. En die inbreng zal geen klimaatverandering of schade aan de wereld zijn, maar het beste wat we hebben.

Zuigeling

Vechten met verlangens is het andere thema. Het probleem is dat voor veel mensen één of meer verlangens onbeheersbaar groot worden. We weten allemaal waartoe dat kan leiden: lustmoorden, oorlog, onderdrukking, fraude. Maar het feit dat er verlangens zijn, is op zich het probleem niet. Behoefte aan eten, slaap, gezelschap, intimiteit, zelfontplooiing: het zijn allemaal ingrediënten van een gezond en rijk leven. Ze geven ons een zetje in de goede richting.

Waar gaat het dan mis? Misschien kan een baby enigszins de weg wijzen. Mijn vrouw en ik hebben niet het talent ontwikkeld om meteen aan het huilen van een zuigeling te kunnen horen wat er aan de hand is. Er schort iets aan, helder, maar wat het is, is soms een hele puzzel. Zo begint een boeiende zoektocht naar het verlangen waarin voorzien moet worden. Honger? Toe aan slaap? Of juist toe om uit bed gevist te worden? Doorkomende tandjes of maagproblemen? Gewoon behoefte aan contact? Soms is het geen van alle. Wat je ook doet – voeden, verschonen, spelen, ronddragen, rondrijden, wegleggen, strelen – je komt er niet achter waar het aan schort. En het is maar de vraag of dat bij de zuigeling anders is.

Wat weinig helpt, is dat we in de opvoeding niet altijd stimuleren om helder te zijn over verlangens. ‘Papa, zijn die dropjes van jou?’ ‘Ja, nou en of ze dat zijn.’ Hoe duidelijk en direct dat antwoord ook is, ergens lijkt het niet het antwoord op de vraag. Soms weten we niet precies wat onze verlangens ten diepste zijn. En soms zijn we er niet direct over. Niet naar anderen, maar ook niet naar onszelf toe.

Lust

Spelen verlangens en onze moeite om ze te hanteren ook een rol in de Bijbel? Er blijken voorbeelden genoeg te zijn. Meestal gaat het dan gewoon om verhalen waarin je ziet hoe mensen ermee omgaan. Juda en Tamar, Hannah, Penina en Elkana, Naäman en Gehazi, Ananias en Zafira, de rijke jongeling. Goed om te ervaren dat je met jouw moeiten niet alleen staat. Maar misschien nog niet genoeg om te vatten waarom het zo moeilijk is om met je eigen verlangens om te gaan.

Een Bijbelverhaal dat daarbij kan helpen, is het gesprek tussen Eva en de slang. In Genesis 3:6 overweegt de vrouw de verlokkingen die de slang haar in het vooruitzicht stelt als ze eet van de boom van kennis van goed en kwaad. ‘En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at’ (NBG-vertaling 1951).

Voordat de vrouw de slang ontmoette, had ze helemaal geen last van de aantrekkingskracht van deze ene boom. Nu wel. Je ziet als het ware door haar ogen heen hoe dat proces zich voltrekt. (1) Ze zag dat de boom goed was, (2) dat hij een lust voor het oog was, (3) dat de boom begeerlijk was om daardoor kennis van goed en kwaad te krijgen, (4) ze nam en at, (5) ze gaf en hij at.

In die vijf stappen ligt een patroon van verlangen en verslaving: iets mooi vinden, de aantrekkingskracht ervaren, verlangen, een misstap begaan, de misstap doorgeven. Daar zou veel over te zeggen zijn. Zoals over die laatste stap: door een ander te laten proeven, voel je jezelf even minder schuldig. ‘Zie je wel, daar worstelen anderen ook mee.’

De vijf stappen hebben iets onvermijdelijks. Wat goed en onschuldig begint (die boom wás ook prachtig), eindigt verschrikkelijk. Waar gaat het mis? Als Eva bij de derde stap gaat verwachten dat zowel het verlangen naar de vrucht als het nieuwe verlangen naar kennis van goed en kwaad vervuld zullen worden. Het gaat mis omdat je twee verlangens niet kunt optellen tot een verwachting. Al met al wordt wel duidelijk dat we verlangens er niet zomaar onder krijgen.

In Jezus Christus krijgen we een verbijsterend voorbeeld van hoe we met verlangen en vervulling kunnen omgaan. Hij was met God in de hemel. Volmaakte gemeenschap, gezag en heerlijkheid. Maar Hij heeft dat allemaal afgelegd (Filippenzen 2:6-8) om als mens en dienstknecht te leven. Zijn heerlijkheid heeft Hij ingeruild voor vernedering en dood, omdat Hij een onvervuld verlangen had dat groter en dieper was: de mensheid, de wereld terugwinnen voor God. God leert je niet minder te verlangen, maar geeft je verlangen de nieuwe richting van het koninkrijk.

Toegangsdeuren

U voelt wel dat er meer te zeggen is. Meer over de nood van de schepping en het omgaan met verlangens. Hoe vind ik bijvoorbeeld welk onvervuld verlangen me drijft? En als Christus mij heeft teruggewonnen voor God, hoe kan dat dan mijn verlangens richten en vervullen? Evenzo is er meer te zeggen over andere thema’s die om ons heen en in onszelf leven, en over mijn eigen plaats in Gods wereld.

Voor nu merk ik op dat de thema’s die bij anderen en onszelf leven als toegangsdeuren tot het evangelie kunnen werken. Er zijn veel verschillende toegangsdeuren, maar door elk ervan kom je binnen in hetzelfde evangelie: het verhaal van Gods weg met mensen. En eenmaal binnen is er van alles te ontdekken. Onder meer dat de waarheid van gebrokenheid, zonde, verlossing en genade een rijke schat is. Ook als dat zaken zijn die je in eerste instantie niet bezighielden.

Leestips

Tom Wright, Eenvoudig christelijk, Franeker (Van Wijnen), 2007. Wright beschrijft in dit boek de opmerkelijke relevantie van de Bijbel en het christelijke verhaal voor de wereld van vandaag.

Alister McGrath, Wat heeft dat kruis te betekenen?, Kampen (Kok), 1995. Lees ook deze blog naar aanleiding van het boek.

Jolanda Brouwer, Geloven in Jezus, wat heb je eraan? Brieven van oma, Groningen, 2017.

Webtips

www.eo.nl/geloven/nieuws/item/is-geloven-nog-wel-relevant
Een prikkelend blog van Reinier Sonneveld over de vraag of geloven nog wel relevant is.

www.youtube.com/watch?v=VmzJknjA-_c
Een Denkstof-filmpje met Almatine Leene over de vraag: waarom zou je in God geloven?

Delen.

Over de auteur

Karel Smouter is predikant van de NGK Wageningen.

Reacties zijn gesloten.