De vrouw uit de stad Gat

Bob Wielenga | 12 oktober 2017
  • Blog

Veel aandacht geef ik meestal niet aan de opschriften boven de psalmen. Ze zijn er later boven gezet door de mensen die het psalmenboek samengesteld hebben. Het valt niet altijd meer te achterhalen wat de samenstellers met hun aanwijzingen bedoeld hebben. Ze bevatten soms muzikale notities voor de dirigenten van de tempelkoren. De psalmen werden gezongen in de tempel, zoals wij dat vandaag, op eigen wijze, nog doen in onze kerkdiensten.

Boven Psalm 8 staat in de Bijbel in Gewone Taal (BGT): ‘Van David. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied “De vrouw uit de stad Gat”.’ De NBV heeft: ‘De Gattitische’. In de Psalmen 81 en 84 hebben ook Levieten van deze melodie gebruikgemaakt.

In de NBG (1951) komt de vrouw uit Gat nog niet voor. Daar wordt de Hebreeuwse term weergegeven met ‘Op de Gittith’. Dan zou het om een muziekinstrument gaan, de citer bijvoorbeeld, zoals die in de Filistijnse stad Gat gemaakt werd. Zoals wij een Stradivarius kennen, zo had je destijds een Gittith. Zeker weten doen de geleerden dit overigens niet. Vandaar dat de BGT en de NBV met de vrouw uit Gat komen.

Ik weet niet waarop dat gebaseerd is. Maar het is een veel boeiender optie. Het roept allerlei associaties op, die weer eens een wat ander licht op de betreffende psalmen werpen. Natuurlijk kom ik niet verder dan speculeren, maar binnen Bijbelse begrenzingen moet dat mogen en kunnen.

Als de Gittith een citer is, dan zou David, muzikant als hij was, hem in Gat, waar hij meer dan een jaar gewoond heeft (1 Samuël 27), hebben aangeschaft. De tempelmuzikanten zouden via David met deze citer vertrouwd zijn geraakt. Het gaat dan om technische informatie voor insiders. Als ik moet kiezen tussen een vrouw of een muziekinstrument, dan is de keuze niet zo moeilijk.

De vrouw uit Gat

Ik neem aan dat het om een lied gaat dat in Israël bekend moet zijn geweest. Als dat zo is, welke overwegingen komen dan bovendrijven?

Was de vrouw uit Gat een Filistijnse met een bedenkelijke moraal? Van Simson weten we dat hij bij voorkeur viel voor zulke Filistijnse vrouwen. Maar het lijkt me moeilijk voorstelbaar dat de wijs van zo’n lied geschikt geacht werd voor de verheven psalmen die erop gedicht werden. Of stond zij misschien als een stedemaagd voor de stad Gat? We kennen de uitdrukking ‘de dochter van Sion’, oftewel Sion. De vrouw uit Gat was Gat! Het is heel goed mogelijk aan de stad te denken, die dan bezongen of misschien zelfs bespot werd.

De stad Gat riep allerlei herinneringen op onder Israël, en dat zeker bij David. Daar kwam Goliath vandaan, de reus met zijn titanische arrogantie die in het stof beet voor de jonge David, de door God aangewezen opvolger van Saul. David zocht tot twee keer toe in wanhoop zijn heil bij de koning van Gat om aan Saul te ontsnappen (1 Samuël 21 en 27). In de tijd van de Rechters bracht de ark van het verbond er nog eens een nacht door, op weg terug van Filistea naar Israël (1 Samuël 5-6). In de naburige stad Asdod had God de Filistijnse afgod Dagon vernederd door zijn beeld in stukken voor de ark te laten neervallen.

Aan Gat had Israël, maar vooral David, gemengde herinneringen. Het zou dus best kunnen dat in dit lied over ‘de vrouw uit de stad Gat’ de Filistijnen er slecht vanaf kwamen. Tegelijk wil ik graag aannemen dat de naam van Israëls God erin geprezen werd. De inhoud van de psalmen die op deze wijs gezongen werden, geven daartoe aanleiding. Dat wil ik aan de hand van Psalm 8 laten zien.

Psalm 8

In deze Psalm wordt aan de ene kant niet hoog opgegeven van de mens. En ik denk, zegt de dichter (vers 5): ‘Een mens is niet belangrijk, hij is maar klein’ (BGT). ‘Een mens is maar een sterveling; waarom zou God naar hem omzien?’ (NBV). In de opvolgpsalm 9 lezen we (verzen 20-21): ‘Sta op Heer, laat de macht niet aan mensen. Jaag ze angst aan, Heer, zij moeten weten dat ze mensen zijn’ (NBV).

Goliath heeft het geweten, en de Filistijnen ook. Met de God van Israël valt niet te spotten: zijn naam is machtig op heel de aarde (Psalm 8:2, 10). Alle reden om in Sion God te prijzen, en niet Dagon in Gat (Psalm 9:12; 81:2-3; 84:2-3).

Maar ook David heeft in Gat zijn menselijke kleinheid ervaren. Hij wist daar zijn leven slechts te redden door zich te gedragen als een imbeciel met een slappe, kwijlende mond (1 Samuël 21). Waarom zou God naar zo’n mens, deze zwakgelovige bedrieger, omzien, die bij het minste en geringste al zijn vertrouwen in God verloor? Toch deed God dat wel, belijdt David in de psalmen 34 en 56. Hij werd ‘bijna goddelijk’ gemaakt als koning van Israël, bekroond met glans en glorie. En de Gatieten? Voor hen was er geen andere toekomst dan die van Goliath, een monster van een man naar lichaam en geest, die net als zijn god Dagon ter aarde neerviel.

Nee, God laat de macht niet aan mensen, tenzij Hij hen verhoogt tot haast goddelijke status. Mensen die met Christus zijn gestorven, zijn ook met Hem opgestaan. Glans en glorie zijn al hun deel!

Over de auteur
Bob Wielenga

Ds. Bob Wielenga is emeritus predikant van de NGK Kampen en woonachtig in Zuid-Afrika.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Kerknieuws juni 2026

Kerknieuws juni 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Op 15 mei is ds. Johannes Theodoor Jonkman overleden. Hij werd op 13 januari 1950 geboren in Groningen en studeerde theologie in Kampen. In 1983 werd hij door GKv Drachten Zuid-Oost uitgezonden als zendingspredikant naar Kalimantan Barat (Indonesië). In 2000 werd hij gemeentepredikant in NGK Hardenberg-Centrum, waar hij vanaf 2015 aan verbonden was als emerituspredikant. De NGK Hardenberg-Centrum telt ruim 550 leden. Binnenkort verschijnt op onderwegonline.nl een in memoriam over ds. Jonkman.

Lees artikel
Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Lyanne De Haan-Wilts
  • Kerkelijk leven
  • Professorsprofiel

Ik ontmoet Myriam digitaal. Haar vakantie is net voorbij en dat is te zien, ze kijkt ontspannen met een kop thee de camera in. Toch geeft ze aan dat vakantie iets ingewikkelds heeft. Het leven als hoogleraar is gefragmenteerd en kent een permanente druk. De rust die vakantie brengt is elke keer weer even wennen. De adrenaline van haar dagelijks leven moet eruit en ze vindt het lastig om geen grip op zaken te hebben. Tegelijk hoopt ze dat ze de rust van de afgelopen vakantie mee kan nemen in haar werk van de komende tijd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief