‘Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefhebben?’

0

Hoe vind je een goede balans tussen individualisme (je wilt zelf autonoom zijn) en verbondenheid die zich kenmerkt door gerichtheid op de ander? Na lange tijd onze autonomie heilig verklaard te hebben, dringt langzamerhand het besef door dat verbondenheid onmisbaar is. Maar zelfs die is lang niet genoeg, leert Jezus in de Bergrede: zijn liefdegebod gaat véél verder.

Liefde ontroert. Zoals wanneer bij ons in de kerk kinderen uit de kindernevendienst de kerkzaal binnenrollen en je ziet hoe een jongen van een jaar of 7 oog krijgt voor zijn dwalende zusje van 4. Zonder aarzeling vat hij haar hand, past zijn tempo aan en loopt met haar naar hun ouders. Het is de vertrouwdheid. Het vanzelfsprekende besef dat je bij elkaar hoort en zorg draagt voor elkaar.

Aan de andere kant van het spectrum zie je hetzelfde. Mijn vrouw en ik zijn 50. Vrienden en kennissen uit onze leeftijdscategorie dragen veelal zorg voor hun ouders of hebben dat gedaan. Zorg voor ouders lijkt al even vanzelfsprekend. Zelfs als de verhouding niet altijd soepel was. Soms wordt er juist dán hard gewerkt om toch een goede balans te vinden.

De liefde van broers en zussen voor elkaar en van kinderen voor ouders is een logisch gevolg van de verbondenheid die er is. Familieleden hebben elkaar niet uitgezocht, maar de liefde die er is, vloeit voort uit het aan elkaar gegeven zijn, de gedeelde geschiedenis en de persoon die je in wisselwerking met die ander geworden bent. Toch verwondert die liefde ook, want we weten allemaal hoe broos en kwetsbaar familieliefde is. In die verwondering klinkt ook het verlangen naar die liefde door. Als kind verlang je, ongeacht je leeftijd, hartstochtelijk naar de zegen van je ouders, broers en zussen. En als je die krijgt, voel je je intens geborgen.

De kloof tussen kerk en wereld is een kwestie van vertraagd reageren

Jezus is niet zo lyrisch over deze liefde en ook niet zo bezig met familiale liefde. Het valt niet mee om op grond van Jezus’ woorden een huwelijkscursus in te richten. Als je de evangeliën leest, blinkt Jezus zelf ook niet echt uit in familieliefde. Zijn moeder en broers staan Hem nogal eens in de weg. En ook in de Bergrede komt de familiezin er niet goed af. Liefde is pas onderscheidend als je je vijanden liefhebt. Of als je, zoals God doet, de zon laat opgaan over goeden en bozen.

Familieliefde is, lijkt Jezus te zeggen, eenvoudige liefde. Inherent aan het mens zijn. Te gewoon om je druk om te maken. ‘Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefhebben? Doen de tollenaars niet net zo? En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo?’

De woorden van Jezus’ Bergrede roepen weerstand op. Want die gewone liefde waar Jezus het over heeft en waar tollenaars en heidenen volgens Hem zeer wel toe in staat zijn, vinden wij in de praktijk al moeilijk genoeg. Het is niet leuk om met hen vergeleken te worden en je te realiseren dat je moreel niet ver boven hen uitsteekt. Ik verken de actualiteit van Jezus’ woorden op drie terreinen.

Neerbuigend

Als het gaat om seksualiteit, gezin en familie zie je in onze cultuur dat de waarde van de autonomie losgemaakt is van de waarde van de verbondenheid. Verbondenheid is ondergeschikt aan zelfontplooiing en zelfbeschikking. Seksualiteit is mijn seksualiteit. In combinatie met processen van individualisering en secularisatie heeft dit ertoe geleid dat het individu voortdurend reflecteert op zijn leven en zichzelf vraagt: Wil ik nog verder met die ander? Bevredigt deze relatie, deze seksualiteit en dit lichaam mij nog? Seksualiteit en relaties worden uitgebreid behandeld in de media. Hun boodschap is dat je jezelf moet bevrijden uit de knellende banden van traditie, benauwde ethiek, schaamte en opvoeding.

Als ergens de kloof met ‘tollenaars’ duidelijk lijkt te zijn, dan hier. Kerken en christenen hebben zich in het Westen altijd sterk verzet tegen anticonceptie, seksuele revolutie, de echtscheidingscultuur en de emancipatie van vrouwen en homoseksuelen. Dit geldt voor protestanten en katholieken. Boekenkasten kun je vullen met ethisch verantwoorde levenshulpboeken over het christelijke huwelijk. SGP, ChristenUnie en CDA positioneren zich als gezinspartijen tegenover individualisme en hedonisme.

Binnen de christelijke gemeente zit de houtworm er inmiddels ook in

Voor alle helderheid: ik maak hier volop onderdeel van uit. Maar is dit niet te neerbuigend? Is er wel reden tot morele superioriteit? Het vasthouden aan traditionele vormen in de gemeente betekent niet dat wij wél een juiste balans weten te vinden tussen autonomie en verbondenheid. Traditionele vormen hebben een beschermende werking en bieden geborgenheid, maar kunnen in de praktijk ook beknellend werken. Duurzame en traditionele gezinsverhoudingen waren lang niet altijd liefdevolle verhoudingen waar macht geen enkele rol speelde. Daarbij komt: de gemeente is de autonomie gaan waarderen. Dat leidt ertoe dat nu ook in de gemeente, met dertig jaar vertraging, resten van patriarchale onderdrukking worden opgeruimd.

In de levens van christenen zie je dat zelfontplooiing minder vaak ondergeschikt wordt gemaakt aan verbondenheid. Christelijk Nederland wordt getroffen door een ware echtscheidingsgolf. En seksualiteit wordt onder jongeren minder verbonden met huwelijk en gezin. Kortom, de kloof tussen kerk en wereld is niet zozeer een kloof in levensstijl, maar meer een kwestie van vertraagd reageren, zo lijkt het.

Noodgedwongen

Kerk en wereld komen ook op een andere manier dichter bij elkaar. In onze seculiere omgeving zie je een voorzichtige heroriëntatie op de verhouding tussen autonomie en verbondenheid. De neoliberale mensvisie met de nadruk op individu en autonomie is dominant, maar er verschuift iets. Werd echtscheiding zo’n twintig jaar geleden gevierd als een bevrijding voor man en vrouw, zonder nadelige gevolgen voor het kind, inmiddels realiseert iedereen zich dat een scheiding schade berokkent aan kinderen en in de meeste gevallen vrouwen onevenredig treft.

De instroom van vluchtelingen in Nederland heeft de verbondenheid van Nederland uit elkaar doen spatten. (beeld Peter Braakmann/Shutterstock)

De instroom van vluchtelingen in Nederland heeft de verbondenheid van Nederland uit elkaar doen spatten. (beeld Peter Braakmann/Shutterstock)

Op het gebied van vergrijzing en zorg zien we eenzelfde beweging. Tot zo’n dertig jaar geleden hebben we alle familiale zorg weggeorganiseerd. Op 60-jarige leeftijd trokken ouderen al in het bejaardenhuis. Hun kinderen moesten zich ontplooien. Inmiddels is er geen professionele zorg meer te vinden voordat je ver in de 80 bent. In de praktijk zijn het vooral familieleden die de mantelzorg vormgeven.

Noodgedwongen ontdekt de wereld om ons heen het belang van verbondenheid en de relatieve waarde van autonomie. Natuurlijk, het duurt even voor de balans hersteld is. De schade als gevolg van het centraal stellen van autonomie is niet eenvoudig te herstellen en is voor sommige generaties mogelijk onherstelbaar. Maar hier en daar klinkt wel een nieuw geluid.

Houtworm

Mijn tweede observatie betreft de buurt en het dorp. Als je de overheidsnota’s op het gebied van zorg en welzijn van de laatste twintig jaar doorneemt, lees je allerlei lofredes op het dorp en vooral de buurt. Het hele zorgbeleid is gebouwd op mensen die voor elkaar klaarstaan, omzien naar elkaars kinderen en zorg dragen voor ouderen, zieken en gehandicapten.

Specialistische zorgorganisaties voor lichamelijke en verstandelijke handicaps, psychiatrische ziekenhuizen, verpleeghuizen en jeugdzorg, veelal gevestigd ver van de bewoonde wereld, hebben hun huizen moeten sluiten. Onder het mom van vermaatschappelijking, weer samen naar school gaan en ‘ieder mens telt mee’ wordt gesteld dat bewoners van dorpen en buurten prima in staat zijn om zorg te dragen voor hun dorps- en buurtbewoners. Kostbare gespecialiseerde instellingen buiten de bewoonde wereld zijn niet alleen discriminerend en beledigend voor de bewoners, ze zijn ook overbodig.

Onderzoek leert dat het bij deze lofrede vooral om wensdromen gaat. Natuurlijk zijn mensen bereid om wat voor anderen te doen, maar het mag de eigen autonomie niet te veel aantasten. Mensen in buurten en dorpen zijn te weinig verbonden om duurzaam zorg te dragen voor elkaar. Mensen zijn te druk, te veel gesteld op hun eigen privacy en te verlegen om elkaar zorg te vragen dan wel zorg aan te bieden. In de praktijk komt de zorg toch vooral bij de familie en enkele dichtbije naasten terecht. Zodra iemand lang van zorg afhankelijk is, zie je zijn netwerk verschrompelen.

Het hele idee van omzien naar elkaar in de buurt of het dorp was zo’n typisch christelijk politiek idee. CDA, SGP en ChristenUnie hebben zich allemaal hardgemaakt voor die zorgzame samenleving. Daarbij wezen zij op alle christelijke vormen van buurtzorg en zorg voor de zwakken. Zo van: wij weten nog hoe je voor elkaar moet zorgen. Maar binnen de gemeente zit de houtworm er inmiddels ook in.

Geweten

De verbondenheid met de eigen gemeente is dun geworden. Kerkgroei of kerkkrimp hangt tegenwoordig samen met de kwaliteit van de artiest die op de preekstoel staat. De bereidheid om je echt te verbinden met de gemeente is sterk verschraald gezien de vacatures in kerkenraden en commissies. In reactie hierop zijn er gemeenteopbouwplannen gemaakt met vacaturebanken, vrijwilligerscontracten, tijdelijke projectjes en talentenacties. Vooral de laatste ademen een sterk seculier karakter: vertel waar je goed in bent, waarmee jij jezelf kunt ontplooien en zet dat in het koninkrijk van God in. Op zich niets mis mee, maar het verhult het uit elkaar groeien van autonomie en verbondenheid niet.

Zij die geloven geven de moed op bekering niet op

Dit klinkt allemaal wat somber. Maar dat hoeft het niet te zijn. Door het terugbrengen van de sociaal zwakkeren in de buurt en het terugdraaien van professionele zorg groeit het besef dat we op elkaar aangewezen zijn. Door eenzaamheid en verlating heen ontdekken we dat we elkaar nodig hebben. Het geweten meldt zich.

Hier en daar ontstaan nieuwe burgerinitiatieven. Families en zorgbehoeftigen zetten nieuwe zorgsystemen op zonder professionals. Ook kerken beseffen dat de voortgang van het gemeenteleven niet langer vanzelfsprekend is. Het besef groeit dat wij, als we er werkelijk waarde aan hechten, iets moeten doen. Onder druk leren we dat we autonomie moeten inleveren ten behoeve van verbondenheid. Daarbij kunnen kerk en buurt of kerk en dorp prima samenwerken. Het kan zijn dat het te laat is. Dat wij te autonoom geworden zijn. Maar zij die geloven geven de moed op bekering niet op.

Boze witte mensen

Mijn derde observatie betreft de instroom van vluchtelingen in Nederland. Die heeft de verbondenheid van Nederland uit elkaar doen spatten. De angst voor en weerzin tegen vreemdelingen zijn groot. Het beeld is dat vluchtelingen onze welvaart en vrijheid onder druk zetten. Ze stelen onze banen en huizen.

Maar er is meer aan de hand. Het verzet tegen vluchtelingen legt iets anders bloot. Grote delen van onze samenleving voelen zich in de hoek staan, genegeerd. De elite laat de vluchtelingen binnen, maar laat hen wonen te midden van het gewone volk. Buurten en dorpen voelen zich bedreigd, en vooral geminacht. Wij Nederlanders zijn geen gemeenschap meer. We zijn verdeeld en wantrouwen elkaar. En in die ruzie knokken we onverholen voor ons eigenbelang.

De scheiding tussen kerk en wereld doet zich rond het thema vluchtelingen helaas niet voor. CDA en SGP sympathiseren nogal eens met ‘boze witte mensen’, terwijl ChristenUnie en kerkleiders pleiten voor tolerantie, gastvrijheid en mededogen.

Ook hier plaats ik een optimistische kanttekening. We raken steeds meer doordrongen van de ernst van de situatie. De verkiezingscampagne ging vooral over verbondenheid. We ontdekken langzaam dat we het samen moeten rooien en dat we op elkaar aangewezen zijn.

Het is nog broos. Er zijn nog partijen die maar al te graag het vuur van onderlinge haat en minachting opstoken. Maar door Trump, Brexit en Wilders groeit de vastberadenheid bij anderen om juist de verbinding te blijven zoeken.

Geheim

Wat laten deze observaties zien? Vooral dat we in kerk en samenleving moeite hebben met gewone, alledaagse liefde. Door de zorg om onze autonomie zijn we het vermogen tot verbondenheid wat kwijtgeraakt. Tegelijkertijd zie je in de samenleving en in de kerk het besef groeien dat dit zo niet kan. Er zijn aanzetten tot meer verbondenheid.

Maar verbondenheid is nog niet hetzelfde als liefde. Beter gezegd: de liefde die samenhangt met verbondenheid is gewoontjes. Dat kunnen tollenaars en heidenen ook, zou Jezus zeggen. Het is een vorm van liefde waarin eigenbelang en naastenliefde door elkaar heen lopen, omdat je op elkaar aangewezen bent. Uiteindelijk is het gebaseerd op wederkerigheid.

Jezus’ liefdegebod reikt vérder. Het voorbeeld is God zelf. Hij laat het regenen over bozen en goeden. Dit liefdegebod betekent dat jij je vijanden liefhebt. Mensen met wie je geen verbondenheid ervaart.

De kerk is God niet. De kerk is maar al te menselijk en deelt in dezelfde hoogten en diepten als heidenen en tollenaars. Het is dus niet zo gek dat kerk en wereld als het om liefde gaat niet echt van elkaar verschillen. Maar de kerk heeft wel kennis van het geheim dat God het laat regenen over goeden en bozen. Dit kan ons de moed en de hoop geven om samen met anderen op zoek te gaan naar een vormgeving van de verbondenheid die dichter bij die liefde van God ligt. Jezus roept ertoe op. Zijn koninkrijk inspireert.

Delen.

Over de auteur

Wim Dekker is associate lector en docent-onderzoeker aan de CHE.

Reacties zijn gesloten.