Vreugdenhil: ‘We hebben echt genoeg aan onszelf’

0

Tim Vreugdenhil studeerde theologie in Kampen en was jarenlang predikant van de Stadshartkerk in Amstelveen (GKv). In 2015 werd hij pionier in Amsterdam en stapte hij over naar de PKN, omdat ‘die kerk in de stad op veel meer lagen aanwezig is dan mijn eigen kerkverband’. Zijn pioniersplek heet de Citykerk, voor de ‘snel afgeleide, niet-gelovige stadsbewoner’. Vreugdenhil kent het levensgevoel van vandaag en spreekt daarover in kerken en voor groepen. OnderWeg praat met hem.

Wat is jouw levensgevoel?
‘Laat ik het aan de hand van trefwoorden vertellen. Het eerste is levensproject. Ik ben iemand die voelt dat hij ergens aan wil bouwen. Aan een netwerk, inzichten, een carrière. Dat is echt mijn project; ik ontleen mijn identiteit minder aan een groep, organisatie of kerk. Het tweede woord is authentiek. Zo kijk ik naar anderen als zij iets zeggen. Dan denk ik: kan ik aan jou merken dat jij daar echt in gelooft?’

En hoe authentiek ben jij?
‘Ik wil het zijn, ja. Daar doe ik mijn best voor en denk ik regelmatig over na.’

Terug naar jouw levensgevoel…
‘Het derde woord is pragmatisch. Ik denk en leef pragmatisch. Ik draag geen last vanuit een bepaald verleden mee, ik heb ook geen grote toekomstverwachtingen. Ik deal met het hier en nu.

Het vierde woord is snelheid. Er zijn veel dingen die mij niet snel genoeg gaan. Dat geeft soms stress, ja, dat is zo.’

Bij dit levensgevoel hoort niet – je bent dominee – hartstocht voor Jezus?
‘Nee.’ (Na enige tijd stilte:) ‘Het is een goede vraag. Maar als ik erover nadenk, zeg ik: geloof is voor mij van een andere orde dan de “waarden” van zojuist. Jezus is een heel belangrijke bron. Ik voel fascinatie voor Hem, eerbied. Maar Hij is te groot om zo’n waarde te zijn. Over liefde gesproken: ook mijn vrouw noem ik niet bij mijn levensgevoel. Daar is mijn relatie te bijzonder voor.’

‘Ik deal met het hier en nu’

Zie jij in deze omschrijving al dingen die ‘typisch 2017’ zijn en niet alleen jouw persoon betreffen?
‘Ik denk die snelheid, dat is typisch 2017. En het authentieke. Hoewel opvallend is dat de meningen sterk uiteenlopen over wat authentiek is. Ook het pragmatisme hoort erbij: de cultuur van vandaag doet en heeft relatief weinig met het verleden of met de toekomst. We hebben echt genoeg aan onszelf.’

Het levensgevoel in 2017 van de gemiddelde Nederlander, hoe ziet dat er ongeveer uit?
‘Ik weet niet of je daar in het algemeen iets over kunt zeggen. Ik ben een fan van de Belgische psychiater Dirk de Wachter. Hij vertelt dat hij in zijn spreekkamer de gevolgen van onze cultuur terugziet: in het ik-gerichte, de gerichtheid op welzijn, op: ik moet mij goed voelen. Hierdoor heeft De Wachter, zegt hij, als het ware het perspectief van de “verdrietdokter”. Nu ben ik geen psychiater. Voor mij geldt: ik heb het perspectief van een dominee en zo kijk ik naar de cultuur. Dan stel ik vragen: waar liggen de dromen, de verlangens en de angsten van mensen? Ik zie een paar dingen. Een overspannen cultuur: de normen zijn hoog. Zelf doe ik hieraan mee. Ik zie ook een cultuur met een identiteitsprobleem: wij kunnen niet goed aan elkaar vertellen wie wij nu gezamenlijk zijn.’

Somberheid troef?
‘Nee. Natuurlijk kun je feiten als deze negatief duiden. Maar volgens mij zitten er ook positieve elementen in. Neem het pragmatisme. Ik denk weleens: ik bof dat ik als dominee nu leef en niet dertig jaar geleden. De tijd van nu geeft kansen en ruimte om mijzelf te zijn en om te pionieren. Dertig jaar geleden zou dit anders geweest zijn. Dan had ik als dominee deze wens te horen gekregen: je moet gewoon je werk doen.

Een positief element zie ik ook in het onvermogen om elkaar een “wij-verhaal” te vertellen. Aan de wij-verhalen die vroeger verteld werden en van belang waren, mankeerde vaak van alles. Neem het wij-verhaal van het nationalisme of van een religieuze of kerkelijke dominantie.

Een ander positief element vind ik het openstaan voor veel smaken en opvattingen: je mag doen wat jij wilt.’

Maar ondanks die positieve elementen zit Nederland vol met onbehagen.
‘Nou, hier valt dat onbehagen heel erg mee. Nogal wat Amsterdammers vinden het leuk om Amsterdammer te zijn. Soms wordt hier zelfs de vergelijking gemaakt met de gouden eeuw: “We zijn mensen van het behagen: het gaat ons best en we hebben het goed met onszelf getroffen.” Ik moet erbij zeggen dat het dan vooral gaat om bepaalde groepen Amsterdammers: jongeren – de millennials – en de hogere middenklassen. Natuurlijk is er ook hier onbehagen. De econoom Richard Florida heeft net een boek geschreven over the urban crisis. Hij ziet een tweedeling: binnen zo’n stad komen behagen en onbehagen elkaar nauwelijks meer tegen. En daar ligt een probleem.’

‘Ik bof dat ik als dominee nu leef en niet dertig jaar geleden’

Welke typische 2017-elementen zie jij binnen de groepen die je zojuist noemde?
‘Neem de millennials, mensen die geboren zijn tussen 1980 en de eeuwwisseling. Een typisch millennialgevoel is: de wereld begint bij mij. Er is niet of nauwelijks het besef dat zij staan op de schouders van mensen voor hen. Ander element: de overvloed aan keuzes. Een millennial zei: “Ik heb een gillende behoefte aan keuzes. Maar ik haat het om te kiezen.” Een derde element: deze mensen zijn niet of nauwelijks opgevoed met het besef dat je ook kunt falen, dat er ook niet-leuke dingen zijn, zoals ziekte of dood. Als die zich dan voordoen, lopen ook zij aan tegen onze cultuur, die iets onbarmhartigs in zich heeft. Want dan komen mensen die zij deelgenoot maken van ziekte of verlies niet veel verder dan: “O, dat is ook heftig!”’

Daar sta je dan.
‘Ja. Ergens kun je zeggen dat we met elkaar een cultuur creëren van winners en losers. Maarten Luther heeft vaak gezegd: vreugde en klacht, dat is het leven. Onze cultuur wil het eerste hebben en het tweede niet. Zoiets heeft nare gevolgen. Want op een gegeven moment gaan mensen naar de psychiater en zeggen ze: “Ik ben hier tegenaan gelopen, lost u dit maar op.” Waarop een psychiater als Dirk de Wachter zegt: “Het leven is niet leuk. Het is, vaker dan we willen, echt helemaal niet leuk.” Psychiaters wijzen zelfs op het belang om elkaar, en ouders hun kinderen, weer te léren dat het leven niet maakbaar en vaak niet leuk is. Dáár wil ik beginnen. Niet alleen door dat te “preken”, maar ook door het zelf te leren.’

Verschilt het levensgevoel van de gemiddelde kerkmens van wat jij hiervoor omschreven hebt?
‘Nee. Sociologisch gezien zijn wij compleet hetzelfde als de mensen over wie het hiervoor ging. Ook in kerken vind je veel “mensen van het behagen”. Mijn vriend Arie de Rover zegt dan: “Kijk maar naar de auto’s op het kerkplein. Binnen klinkt de boodschap over zonde, buiten is het één en al schittering.”’

Jij bent kerkpionier. Welk verhaal vertel jij?
‘Ik heb niet zo’n standaardverhaal. Wat mij helpt, is om steeds als ik als dominee iets mag en kan zeggen veel aandacht te geven aan de ziel van een mens die, en dat is bijna algemeen, zoekt naar zingeving, naar religie. Dat is één lijn. De andere is dat ik aandacht vraag voor Bijbelse elementen. God bestaat. Hij heeft alles gemaakt. Achter alles zit een God die aandacht voor mensen heeft en die een gezicht heeft. Ik merk dat zoiets soms klikt, iets doet met mensen.’

Als die klik er is, kun je dan iets kwijt over ‘het gezicht van God’, over Jezus, over de liefde die hierin meekomt?
‘Jazeker. Het trof mij recent nog dat NRC-columnist Bas Heijne schrijft dat Martin Luther King voortdurend over liefde sprak. Heijne merkt op dat King dit niet zwijmelig, maar uiterst radicaal bedoelde en zo ook leefde. Liefde draait niet om een goed gevoel, maar om een daadwerkelijke inspanning. Wie daarover gaat nadenken, zegt Heijne, komt voor lastige vragen aan zichzelf te staan. Dan zie je: een stad met zulke columnisten heeft bijna geen dominees meer nodig!

In mijn situatie is zo’n analyse als die van Heijne een welkome brug naar lastige vragen, maar ook naar gedurfde antwoorden. Want Martin Luther King was op zijn beurt geïnspireerd door Jezus en Paulus. Dus wie liefde als inspanning verstaat, kan niet om 1 Korintiërs 13 heen: “Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.”’

Delen.

Over de auteur

Leendert de Jong (GKv) werkt in de media en is hoofdredacteur van OnderWeg.

Reacties zijn gesloten.