Jezus op de Wallen

0

In roodverlichte etalages lijkt liefde te koop. Maar wie de verhalen van de aanbieders ervan leert kennen, weet beter. Journalist Sjoerd Wielenga en fotograaf Johan van Veelen gaan op zoek naar Jezus op de Amsterdamse Wallen.

Toeristen die met selfiesticks foto’s maken. Scholieren, dagjesmensen, stelletjes, ouders met kinderen. Ze vergapen zich, likkend aan ijsjes, aan alles wat er te zien is in ‘s lands bekendste uitgaansgebied. Coffeeshops voorzien hun eeuwenoude panden met felverlichte uithangborden van een eigentijds gezicht. In kleine kamers met rode verlichting staan halfnaakte vrouwen voor het raam. De terrassen zitten overvol en in de grachten varen bootjes met vrolijke mensen. We zijn op de Amsterdamse Wallen.

Gastheer vandaag is Matthijs Hoogenboom, medewerker van de christelijke hulpverleningsorganisatie Tot Heil des Volks. Geroutineerd leidt hij ons door stegen, over grachten en langs straten van de Amsterdamse Wallen. Staat soms ineens stil en wijst naar een muur. Veel gevelstenen beelden Bijbelse verhalen uit: de wonderbare visvangst, Johannes de Doper die Jezus doopt en dezelfde Johannes met het lam Gods aan zijn voeten. ‘Mooi dat het verleden van de stad nog herinnert aan de Bijbel’, zegt Matthijs. ‘Kijk, daar zie je de ark van Noach, de ark van het behoud. Bijzonder dat dit verhaal te zien is op een plek waar zo veel mensen de weg kwijt zijn.’

Matthijs Hoogenboom: 'Soms worden er toeristen gedoopt die via Tot Heil des Volks tot geloof komen en met als de kamerling uit Ethiopië direct gedoopt willen worden.' (beeld Johan van Veelen)

Matthijs Hoogenboom: ‘Soms worden er toeristen gedoopt die via Tot Heil des Volks tot geloof komen en met als de kamerling uit Ethiopië direct gedoopt willen worden.’ (beeld Johan van Veelen)

We lopen richting de dertiende-eeuwse Oude Kerk, het oudste gebouw van de stad en nog iedere zondag in gebruik door een protestantse gemeente. Tegenover de kerk zijn niet alleen een kinderdagverblijf, maar ook een paar peeskamers gevestigd. Een man loopt langs een raam. De vrouw die de ruimte huurt, doet snel haar deur voor hem open. Maar de man loopt door.

Seksshops

Wie over de Wallen wandelt en wil weten wat er zich in de gebouwen afspeelt, hoeft alleen maar een blik te werpen op de neonreclames met woorden als stripclub, live porno, erotic outlet en peepshow. De uitgestalde waar in de etalages van de aanwezige seksshops laat weinig aan de verbeelding over.

Maar op de Wallen werken niet alleen mensen uit de entertainment-, horeca- en seksindustrie. Ook tal van christelijke organisaties hebben hier hun locatie. Tot Heil des Volks dus, maar ook bijvoorbeeld het Leger des Heils, Jeugd met een Opdracht en de stichting Bright Fame, die zich inzet voor vrouwen in de prostitutie. Aan de gracht staat een gebeeldhouwd bankje met een beeld van majoor Bosshard. ‘God dienen is mensen dienen. Mensen dienen is God dienen’, is er in het bankje gegraveerd. ‘Zie je dat de majoor niet op een sokkel staat, maar op een bankje zit?’, zegt Matthijs. ‘Als je ernaast gaat zitten, lijkt het net alsof ze een arm om je heen slaat.’

Jan de Liefde
In 1849 begon een doopsgezinde predikant met de toepasselijke naam Jan de Liefde in de achterbuurten van de Jordaan met Bijbelstudies. Wat begon in de huiskamer van mosselvrouw Schouten, groeide uit tot Tot Heil des Volks. Jan de Liefde stond bekend als Bijbel-en-brooddominee: hij bracht niet alleen het evangelie, maar voedde ook hongerige monden. Tot Heil des Volks zegt in die traditie te willen blijven staan (www.totheildesvolks.nl).

Hij neemt ons mee naar de Oudezijds Achterburgwal waar Oudezijds 100 gevestigd is, een kloosterachtige leefgemeenschap. Oudezijds 100 biedt onder meer een inloophuis, maatschappelijke opvang, begeleid wonen en medische ondersteuning. De directe buurman van de kloostergemeenschap is theater Casa Rosso, een populaire plek voor vrijgezellenparty’s. Het theater staat erom bekend dat op het podium de liefde – voor zover daar sprake van is – bedreven wordt. Aan de overkant van de gracht staat het pand Beth Cholalim, waar mensen van de leefgemeenschap wonen. In het huis ernaast zit de buurvrouw in ondergoed op een stoel voor het raam, met de rode gordijnen open.

De deur van de oecumenische kapel is niet op slot. De wietlucht van buiten maakt plaats voor wierook binnen. Hier is ruimte voor een meditatief moment. ‘Kijk’, wijst Matthijs. ‘Er is ook een doopbad. Soms worden er toeristen gedoopt die via Tot Heil des Volks tot geloof komen en net als de kamerling uit Ethiopië direct gedoopt willen worden.’ Je denkt misschien dat God hier op de Wallen niet is, vertelt Mathijs. ‘Maar Hij is hier juist wél. Net als op Golgota vindt op de plek van de godverlatenheid de verzoening plaats.’

Als we even later weer buiten aan de gracht staan, is het gordijn van de overbuurvrouw dicht.

Herbergzoekers

Matthijs leidt ons door een wirwar van nauwe straatjes, vol verhuurde ramen. De vrouwen erachter tikken tegen het raam, doen verleidelijk de deur open, roepen iets met zwoele stem of knipogen als er mannen voorbijlopen. Dan doemt plotseling, op de Oudezijds Voorburgwal, de Shelter City op. Deze jeugdherberg van Tot Heil des Volks ontvangt backpackers uit de hele wereld, die voor weinig geld op zoek zijn naar een bed op één van de slaapzalen.

Interieur van hostel de Shelter. (beeld Johan van Veelen)

Interieur van hostel de Shelter. (beeld Johan van Veelen)

Ironisch genoeg zijn er onder de herbergzoekers ook mannen die een bezoek brengen aan de dames achter de ramen. Binnen schreeuwt een muurtekst ‘God loves you’ uit. ‘Het merendeel van onze gasten is geen christen’, vertelt Matthijs. ‘Maar hier kunnen ze Bijbelstudies volgen als ze dat willen. Sommige mensen komen hier tot geloof.’ De jeugdherberg wordt gerund door zowel betaalde krachten als vrijwilligers. De Koreaans-Amerikaanse Hanna (23) werkt sinds een maand als vrijwilliger in het café en de keuken. ‘Ik praat regelmatig met onze gasten. Zo ontmoette ik pas iemand uit India die veel vertelde over haar religie. Ik vertelde over mijn geloof in Jezus.’

Oost-Europa

Naast de Shelter zit het vlaggenschip van Tot Heil des Volks: Scharlaken Koord. Hier wordt hulp verleend aan prostituees. Langs de trap naar boven hangt een rood koord, dat verwijst naar Rachab, de oudtestamentische sekswerkster. Maatschappelijk werkster Ineke Punt zet een kop koffie op een tafel waar ze ook vaak met prostituees praat. ‘Kijk’, zegt ze. ‘Deze kaartjes met informatie over ons werk delen we uit aan de vrouwen achter de ramen.’ In een wandkast staan de kaartjes en flyers in onder meer het Roemeens, Thai, Hongaars en Bulgaars; de meeste prostituees komen uit Oost-Europa. ‘Ik vertel hun dat ze, als ze vragen hebben over financiën of huisvesting, bij het Scharlaken Koord terechtkunnen. Soms hebben de vrouwen geen zin in of tijd voor een praatje. “Ik wil nu even goed verdienen”, zeggen ze dan. Of ze vinden het een teken van zwakte als ze met een hulpverlener praten.’

Zoals bekend zijn er in Nederland ook gedwongen prostituees, slachtoffers van mensenhandel. Cijfers zijn moeilijk te geven, al kwam de Nationaal Rapporteur Mensenhandel onlangs met nieuwe schattingen (zie kader onderaan). Veel vrouwen willen graag iets anders, weet Ineke. ‘Ze zouden hun dochter niet toestaan dit werk te doen, dat zegt genoeg. Sommigen willen wél blijven werken, maar dat komt omdat ze het geld nodig hebben om hun gezin in hun thuisland te onderhouden. Het komt ook voor dat een pooier zegt dat hij wel voor de kinderen zorgt als de vrouw in Amsterdam werkt. Maar zodra ze uit de prostitutie wil stappen, dreigt de pooier dat haar kinderen of ouders dan iets overkomt. Deze vrouwen zitten dus gevangen in hun situatie.’

Ineke Punt: 'Gelukkig zien we ook dat God wonderen doet. Dat vrouwen ineens toch weer bij ons in beeld komen en willen stoppen met het werk.' (beeld Johan van Veelen)

Ineke Punt: ‘Gelukkig zien we ook dat God wonderen doet. Dat vrouwen ineens toch weer bij ons in beeld komen en willen stoppen met het werk.’ (beeld Johan van Veelen)

Veel vrouwen vinden het vernederend om halfnaakt voor het raam te staan, vertellen ze aan Ineke. ‘Ze vinden het vre-se-lijk. Toeristen met paraplu’s, scholieren, hooligans… Iedereen kijkt naar hen alsof ze een toeristische attractie zijn. Het ergste vinden ze dat kinderen hen zo zien staan achter het raam.’

Toch hebben de ramen, hoe wrang ook, een voordeel, zegt Ineke. ‘Ik maak gemakkelijk contact met hen. Bij illegale thuisprostitutie weet ik niet waar ze zijn. Dat wil niet zeggen dat als ik dat wél weet, er geen sprake is van dwang.’ Uit de gesprekken die Ineke heeft, weet ze dat veel van deze vrouwen in hun jeugd te maken hebben gehad met seksueel misbruik, verwaarlozing en loverboys. ‘Als ze aan het werk zijn, zetten ze een knop om en hebben ze zelfs een andere naam. Dan is het niet Maria die werkt, maar Angela.’

Psalm 139

Ineke vertelt het verhaal van een vrouw die hier op de Wallen werkt om haar kinderen in het buitenland te onderhouden. Op een kwade dag had ze een gewelddadige klant; haar raam was kapot en ze riep om hulp. ‘Alle toeristen zagen het, maar iedereen liep voorbij. Niemand hielp haar. De vrouw zei achteraf tegen me: “Ik ben niet meer dan vuilnis voor ze.”’ De tranen schieten Ineke in de ogen. Dan: ‘Omdat ik wist dat ze christelijk is opgevoed, las ik Psalm 139 met haar. Ze moest vreselijk huilen. “Kijkt God ook zo naar mij? Maar ik leef in zonde”, zei ze. “Mijn werk mag niet van God!”’

In haar werk ziet Ineke dagelijks de strijd tussen goed en kwaad, zegt ze. ‘De duivel is niet blij met ons werk. We hebben veel gebed nodig.’ Ze hadden het er nog over vanochtend bij de dagopening, zegt Ineke. Ze pakt het boekje Overvloedig leven van Kees Goedhart erbij en zet een bril op haar neus. ‘Hier staat het. In Jesaja 61 staat dat we recht moeten doen aan onze medemens. Gelukkig zien we ook dat God wonderen doet. Dat vrouwen ineens toch weer bij ons in beeld komen en willen stoppen met het werk.’

'De vrouwen worden zo'n acht keer per dag verkracht door hun klanten. Hun ziel is kapot.' (beeld Johan van Veelen)

‘De vrouwen worden zo’n acht keer per dag verkracht door hun klanten. Hun ziel is kapot.’ (beeld Johan van Veelen)

Voor Ineke is haar werk niet zomaar werk, ze doet het met haar hart, zoveel is duidelijk. Het roept de vraag op of zij de liefde die ze heeft voor de vrouwen, ook kan opbrengen voor hun klanten en hun pooiers. Even is ze stil. Dan: ‘Dat vind ik heel moeilijk. Als je hoort wat voor geweld er gebruikt wordt door mensenhandelaren. Daar word je misselijk van…

Tegelijkertijd weet ik dat ook zij vaak zelf mishandeld zijn in hun jeugd. Wie ben ik dan om hen te veroordelen? Net als Corry ten Boom die haar kampbeul tegenkwam, bid ik: “God, doet U het door mij heen?” Ik vind het moeilijk om zelf compassie voor pooiers op te brengen. Als ik weer een verhaal hoor van een vrouw die gedwongen haar werk doet, schreeuw ik het soms uit naar God: “Doet U toch iets!” Tot ik mij realiseerde dat Jezus als geen ander weet wat het is om te lijden. Dat was een eyeopener.’

Daklozenopvang

Voor een antwoord op de vraag vanuit welke missie Tot Heil des Volks werkt, hebben we een afspraak met Gert Hutten, directeur van Tot Heil des Volks en deeltijd predikant van de GKv Arnhem. Hij neemt ons mee naar een bijzondere lunchplek: de daklozenopvang Amsterdammers Helpen Amsterdammers (AHA). Onderweg tikken vrouwen op hun ramen als de directeur voorbijloopt.

Hutten tuurt naar de grond en negeert de avances. ‘Dat gebeurt wel vaker’, zegt hij. ‘Sommigen weten ook wel wie ik ben.’

In AHA zitten nog een paar mensen te eten. Vrijwilligers scheppen uit grote pannen een bord spaghetti voor ons op. ‘Mijn passie is Jezus zichtbaar maken, en mensen die in de verdrukking leven helpen’, zegt Hutten boven zijn bord spaghetti. ‘Van drugsverslaafden tot prostituees en van kinderen in armoede tot daklozen.’

In al deze mensen wordt Jezus zichtbaar, is de stellige overtuiging van de directeur. Hij verwijst naar Matteüs 25, waar Jezus zegt: ‘Ik had honger en jullie gaven Mij te eten, Ik was naakt en jullie kleedden Mij.’ Hutten: ‘Jezus zegt dat Hij zichtbaar is in hen. Als je een prostituee helpt, help je Jezus. Dat is moeilijk voor te stellen, hè? Maar Hij komt naar ons toe in een prostituee of dakloze. En andersom ook: als ik met hen praat, is Jezus ook zichtbaar in mij.’

Gert Hutten: 'Als je een prostituee helpt, help je Jezus. Dat is moeilijk voor te stellen, hè? Maar Hij komt naar ons toe in een prostituee of dakloze.' (beeld Johan van Veelen)

Gert Hutten: ‘Als je een prostituee helpt, help je Jezus. Dat is moeilijk voor te stellen, hè? Maar Hij komt naar ons toe in een prostituee of dakloze.’ (beeld Johan van Veelen)

De vraag is waarom Jezus zich zo met hen wil identificeren. Hutten: ‘Jezus gebruikt meerdere etalages om zichzelf zichtbaar te maken en zichzelf te openbaren. Hij maakt zichzelf zichtbaar in de Bijbel en in bijvoorbeeld de kerk, zijn lichaam. Ook het huwelijk is een etalage waarin Jezus zich zichtbaar wil maken. De relatie tussen man en vrouw wordt in de Bijbel vergeleken met de relatie tussen Jezus Christus en de kerk. Zo maakt Jezus zichzelf ook zichtbaar in gebrokenheid en in het leven van een dakloze of prostituee. Waarom precies zo, dat blijft een mysterie.’

Christenen hebben zo hun gedachten over de sekswerkers, weet Hutten. ‘Maar hier moet je je morele oordelen loslaten. We moeten er zijn voor deze mensen. Ik word hier geraakt door de gigantische gebrokenheid. Mensen gaan hier geestelijk keihard dood. Ik ontmoet vrouwen met een dode blik in de ogen; ze worden zo’n acht keer per dag verkracht door hun klanten. Hun ziel is kapot.’

Begrafenissen

Een vrouw in versleten kleding sloft de opvang binnen. Ze oogt vermoeid en belast. Nee, ze wil niet op de foto en ze wil ook geen vragen van de verslaggever beantwoorden. Ze heeft al genoeg problemen, zegt ze. En die zijn allemaal veroorzaakt door anderen, voegt ze eraan toe. Ze loopt naar de vrouwelijke vrijwilliger, op wie ze al haar bekommernissen werpt.

De aandachtig luisterende vrijwilliger heet Maaike van Iersel. Al 28 jaar neemt ze vanuit Veenendaal elke donderdagochtend de trein naar Amsterdam. ‘Ik heb weleens overwogen om te stoppen. Maar het blijft kriebelen. Als je niet van God en mensen houdt, dan kun je dit werk niet volhouden.’ Maaike heeft vrijwilligers zien komen en gaan. ‘Maar je kunt dit alleen volhouden met de liefde van God.’

(beeld Johan van Veelen)

(beeld Johan van Veelen)

Ook Maaike verwijst naar Matteüs 25. ‘Ik doe het werk uit liefde. Soms zijn ze dronken of onder invloed van drugs en maken ze me voor van alles uit. Ik zal maar niet herhalen wat ze dan tegen me zeggen. En ook al weet ik dat ze dan niet toerekeningsvatbaar zijn, toch lig ik er weleens wakker van.’

Er was een tijd dat Maaike iedere maandagavond om tien uur een dakloze belde. Ze bezocht ook begrafenissen. Ingrijpend vond ze dat. ‘Dan sta je daar met maar vijf mensen. Dat iemand zo in eenzaamheid sterft, doet mij enorm verdriet!’

Iedere ochtend bidt Maaike voor liefde, kracht en wijsheid. Ze maakt niet alleen eten klaar, maar gaat ook voor in Bijbellezing en gebed. Ze roept: ‘En nu allemaal stil!’, en dan is iedereen stil. ‘Dat respect hebben ze wel. In Lucas 12:12 staat: “De heilige Geest zal jullie op dat moment ingeven wat je moet zeggen.” Op die belofte mag ik altijd aanspraak maken. Dat geeft me kracht, troost en moed om door te gaan.’

Rauwheid

Een man in een versleten zwart Adidas-trainingspak is uitgegeten en vertrekt. ‘Bedankt, mensen, Gods zegen!’, roept hij. ‘Hoi, Gods zegen’, zwaait Hutten de man na. Daarna: ‘Wij genieten van kleine, mooie dingen, zoals een bord eten geven. We zoeken het niet in de grote dingen. Bovendien, daklozen hebben geen last van rijkdom. Ze vertellen vaak dat ze dicht bij God leven en kunnen genieten van een gebed.’

Maaike schenkt nog eens koffie bij. ‘Ik zie hier heel veel bagger,’ zegt Hutten, nadat hij een slok koffie heeft genomen. ‘We leven in een rotwereld. Weet je, ik heb in de kerk steeds vaker geen zin meer om blije Opwekkingsliederen te zingen. Ik heb de behoefte om alleen maar te klagen. In de kerk gaat het vaak over Gods kracht van vernieuwing en overwinning, maar bij de mensen hier zie ik vaak helemaal niets veranderen. Dat is niet pessimistisch, maar realistisch. Natuurlijk gebeuren er hier ook hoopvolle dingen. Maar als er in onze gepolijste kerkdiensten meer ruimte komt voor rauwheid en ruwheid, zullen er meer mensen komen.’

Ongewassen

Het is tijd om de Wallen, met een hoofd vol indrukken, te verlaten. Hebben we Jezus gevonden? Spraken we Hem toen we in gesprek gingen met hulpverleners? Ontmoetten we Hem door vriendelijk te knikken toen Hij halfnaakt achter het raam stond? Als we de opvang verlaten, komt juist een man binnenlopen. Hij loopt op blote voeten, zwart van het straatvuil. Lange slierten vettig haar plakken op zijn hoofd. Hij ruikt ongewassen en loopt naar de keuken, op zoek naar iets te eten. Wie zou hij zijn?

Seksuele uitbuiting
​Ieder jaar zijn er in Nederland zo’n 6250 mensen slachtoffer van mensenhandel, blijkt uit een schatting die de Nationaal Rapporteur Mensenhandel vorige maand presenteerde. De meest voorkomende vorm betreft seksuele uitbuiting: per jaar zijn er zo’n 3000 slachtoffers, waaronder 1320 meisjes. Deze groep minderjarige slachtoffers is tegelijkertijd het minst in beeld. Slechts 11 procent komt terug in de meldingen. Veel seksuele uitbuiting vindt plaats in thuisprostitutie en escort, waardoor de daders en slachtoffers minder zichtbaar zijn.

Delen.

Over de auteur

Sjoerd Wielenga (GKv) is zelfstandig journalist, tekstschrijver en eindredacteur.

Reacties zijn gesloten.