De liefde: een persoonsbeschrijving

0

‘Zonder de liefde zou ik niets zijn.’ Paulus zingt in 1 Korintiërs 13 een loflied op de liefde, die onmisbaar is in de christelijke gemeente. Liefde overbrugt immers de onderlinge verschillen. Terwijl de Korintiërs met hun Geestesgaven elkaar begonnen te beconcurreren, wijst Paulus hun in zijn brief een betere weg. Dat is het liefdespad, waarop de verschillende gaven zich gezamenlijk kunnen voortbewegen. Zo wordt de gemeente opgebouwd (1 Korintiërs 8:1). Als de liefde ontbreekt, zal het kerkelijk leven tot stilstand komen.

In 1 Korintiërs 13:4-6 zegt Paulus wat de liefde wel en niet is. Daarbij volgt hij de regel uit de antieke retorica: een begrip wordt gedefinieerd door eigenschappen (positief: wat liefde wel is) en verschillen (negatief: wat liefde niet is). Maar zodra Paulus de liefde beschrijft, wordt hij behalve een redenaar ook een dichter. Wij vertalen dit tekstgedeelte als volgt:

De liefde is geduldig, vriendelijk is de liefde.

Niet jaloers is de liefde, zij schept niet op, zij houdt niet van dikdoenerij, zij gedraagt zich niet schaamteloos, zij is niet uit op haar eigen belang, zij raakt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet aan, zij verheugt zich niet over het onrecht, maar vindt vreugde in de waarheid.

Altijd blijft zij verdragen, altijd geloven, altijd hopen, altijd blijft zij volhouden.

Wat allereerst opvalt, is de fraaie structuur van deze passage. Twee eigenschappen van de liefde, chiastisch geordend (dus met omkering van de woordvolgorde), worden gevolgd door een rijtje met acht verschillen in de vorm van ontkenningen. De eerste ontkenning (‘niet jaloers’) sluit aan bij de genoemde eigenschappen door ‘de liefde’ te herhalen. Maar Paulus eindigt niet negatief. Hij vult de laatste ontkenning aan met het tegendeel (‘maar vindt vreugde in de waarheid’), waarna hij ter afsluiting vier positieve uitspraken laat volgen in een staccato van werkwoorden die beschrijven wat liefde doet. Het herhaalde Griekse panta hebben we vertaald als een bijwoordelijke bepaling in temporele zin: ‘altijd’ in plaats van ‘alles’. Zo staat bij deze beschrijving van de liefde het negatieve middendeel ingeklemd tussen twee positieve gedeelten. Krachtiger dan het kwade is het goede.

Persoon

Het tweede opvallende punt is dat de liefde als een persoon beschreven wordt. Zij krijgt een gezicht (hè agapè is vrouwelijk in het Grieks). Paulus formuleert geen begripsdefinitie, maar geeft een persoonsbeschrijving. Met dit signalement valt de liefde te herkennen. Het gaat om iemand die betrokken is op de naaste, een altruïstische persoonlijkheid.

Krachtiger dan het kwade is het goede

Doelt Paulus misschien op zichzelf? Paulus’ missionaire drive getuigde immers van liefde voor zijn medemensen; hij was bereid alles te verdragen om geen onnodige hindernis voor het evangelie op te werpen (1 Korintiërs 9:12). De liefde blijft altijd verdragen. Dit ging Paulus echter niet steeds even gemakkelijk af: tijdens de eerste zendingsreis ontstond er ‘verbittering’ inzake Marcus, zodat de wegen van Paulus en Barnabas zich scheidden (Handelingen 15:39). Maar de liefde raakt juist niet verbitterd.

Nee, Paulus is niet de liefde in eigen persoon. Toch staat deze passage niet los van de relatie tussen de apostel en de Korintiërs aan wie hij schrijft. Geduld en vriendelijkheid waren kenmerkende eigenschappen voor Paulus en zijn mede-apostelen als dienaren van God in Korinte (2 Korintiërs 6:6; zie ook Galaten 5:22-23). Ziedaar in twee woorden de liefde ten voeten uit: zij heeft alle geduld van de wereld, en haar vriendelijkheid is alle mensen bekend.

Spiegel

Liefde is niet jaloers, opschepperig, dikdoenerig of schaamteloos. Zij gedraagt zich totaal anders dan de Korintiërs. Onder hen waren rivaliserende groepen actief die zich achter bepaalde hooggewaardeerde voorgangers schaarden; men liet zich eerder imponeren door geleerde retoriek dan door de inhoud van het evangelie; Paulus verwijt zijn lezers (letterlijk) ‘opgeblazenheid’, die meestal gepaard gaat met zelfvoldaanheid en minachting van anderen; men ging zelfs schaamteloos over de schreef, zonder enig respect voor de ander, bijvoorbeeld op seksueel gebied. Kortom, wat de liefde niet is, kunnen de Korintiërs ontdekken doordat hun in dit gedicht een spiegel wordt voorgehouden.

De liefde verheugt zich wanneer mensen op een integere manier met elkaar omgaan

Paulus gaat nog even door over wat liefde niet is. Eigenbelang en verbittering zijn haar vreemd. Zij zal iemand het kwade niet nadragen. Denk aan de houding die Paulus zelf aannam tegenover iemand die droefheid veroorzaakt had, mogelijk door de apostel te beschuldigen van gesjoemel met collectegeld. Zichzelf verloochenend, stuurde Paulus aan op vergeving en verzoening, doordat hij de Korintiërs adviseerde deze broeder weer in liefde te aanvaarden (2 Korintiërs 2:7-8).

Verder schept de liefde geen genoegen in het onrecht – bij die laatste ontkenning uit het rijtje wordt als contrast iets positiefs aangevuld: zij vindt vreugde in de waarheid. Omdat het in deze context over intermenselijk verkeer gaat, is daarmee waarschijnlijk echtheid bedoeld: de liefde verheugt zich wanneer mensen op een integere manier met elkaar omgaan. Zonder uitputtend te willen zijn, laat Paulus dus zien hoe groot het verschil is dat de liefde maakt.

God is liefde

Werkelijk tot alles is de liefde in staat. Altijd blijft zij verdragen, geloven, hopen en volhouden. 1 Korintiërs 4:11-13 maakt concreet wat de apostelen zoal te verduren kregen, hoewel met andere werkwoorden: ‘Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos, zwoegen we voor ons eigen brood. Worden we bespot, dan zegenen we; worden we vervolgd, dan verdragen we het; worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk.’ Zo verdraagzaam is liefde. Zij heeft dan ook alle vertrouwen in God.

Over de christelijke hoop zegt Romeinen 5:2-5: ‘…in de hoop te mogen delen in zijn luister prijzen we ons gelukkig. En dat niet alleen, we prijzen ons zelfs gelukkig onder alle ellende, omdat we weten dat ellende tot volharding leidt, volharding tot betrouwbaarheid, en betrouwbaarheid tot hoop. Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is.’ Zo verwachtingsvol is liefde. Als een echte volhoudster zal zij het nooit opgeven.

We hebben Gods liefde nodig, de verbondenheid met Hem, om het uit te houden met elkaar. (beeld vadimguzhva/iStock)

We hebben Gods liefde nodig, de verbondenheid met Hem, om het uit te houden met elkaar. (beeld vadimguzhva/iStock)

Als geheel leidt deze poëtische passage tot de conclusie dat de liefde wel een ideale persoon moet zijn. Geen mens beantwoordt volledig aan het signalement dat hier wordt aangereikt. We moeten het hogerop zoeken. Paulus zelf gaat ons daarin voor. Hij behartigde niet zijn eigen belang, maar dat van Jezus Christus (Filippenzen 2:21).

De Zoon belichaamt de liefde van zijn Vader. Daarom kan Paulus de oproep doen: ‘Volg mij na, zoals ik Christus navolg’ (1 Korintiërs 11:1). En als apostel wist Paulus zich door God gezonden. Vandaar dat hij in een andere brief schrijft: ‘Wees navolgers van God, als zijn geliefde kinderen, en bewandel de weg van de liefde, zoals Christus ons heeft liefgehad’ (Efeziërs 4:32-5:2). Uiteindelijk leren we in Paulus’ persoonsbeschrijving van de liefde de Eeuwige herkennen. Niet slechts als een liefdevolle God, maar als de God die de liefde zelf is.

Nieuwe rel

In het laatste decennium van de eerste eeuw stuurde ook Clemens, de toenmalige bisschop van Rome, een brief aan de Korintische christenen. Liefde verenigt de gemeente, luidde zijn boodschap, aansluitend bij wat Paulus zo’n veertig jaar eerder aan hetzelfde adres geschreven had. ‘De liefde verbindt ons met God. De liefde bedekt een menigte zonden, de liefde verdraagt alles, de liefde is bij alles geduldig. Niets gevoelloos is er in de liefde, niets verwaands. De liefde laat geen verdeeldheid toe, de liefde brengt geen opstand teweeg, de liefde brengt alles in harmonie’ (1 Clemens 49:5).

Clemens schreef dit naar aanleiding van een nieuwe rel in de gemeente van Korinte. Weer was het daar misgegaan. Dat roept de vraag op wat de woorden van Paulus na veertig jaar per saldo bewerkt hadden. Hoe effectief was zijn ‘liefdesgedicht’? Een vergelijkbare vraag geldt voor de kerkelijke situatie hier en nu – na tweeduizend jaar laat de Korintische spiegel die Paulus hedendaagse Bijbellezers voorhoudt een maar al te herkenbaar beeld zien.

In Paulus’ persoonsbeschrijving van de liefde leren we de Eeuwige herkennen

Wij mensen zijn van nature gericht op zelfbehoud. In de westerse samenleving heeft dit geleid tot een doorgeschoten nadruk op zelfverwerkelijking. Centraal staat het individuele belang; het algemene belang komt op de tweede plaats. Dat maakt samenleven soms uitermate moeilijk. Zo ontstaat ook een voedingsbodem voor jaloersheid, opscheppen, dikdoenerij, schaamteloosheid, verbittering, kwaad en onrecht.

Jezus Christus onderwees én ging een radicaal nieuwe weg: de weg van de andere wang toekeren, de weg van ‘zelfontlediging’. Hij ontdeed zich van zijn goddelijke status en werd aan de mensen gelijk. Hij was niet vol van zichzelf, integendeel. Gehoorzaam aan zijn Vader maakte hij zichzelf zó leeg van elk eigenbelang dat Hij stierf aan een kruis – voor ons (Filippenzen 2:5-8). Zo belichaamde Hij Gods liefde. Paulus’ persoonsbeschrijving van de liefde wijst op diezelfde onverwachte, maar voortreffelijke weg: afzien van je eigenbelang en jezelf richten op de ander, in alle vriendelijkheid en geduld. Dan wordt het profiel van Christus zichtbaar.

Ontspannen

De weg van de liefde vergt inspanning. Dat geeft misschien een vertwijfeld gevoel, zeker in een maatschappij waarin alles altijd beter en mooier kan. Wanneer ben ik ‘christen genoeg’? De limiet staat op plus oneindig… God lijkt dan een genadeloze meetlat te gebruiken.

Niets is echter minder waar. Juist die mooie woorden van Paulus over de liefde wijzen een andere kant op. Ze helpen ook om het uit te houden met jezelf. In 1 Korintiërs 13 komt namelijk Gods mildheid ten aanzien van onze eigen imperfectie ons tegemoet. ‘Altijd blijft zij verdragen, altijd geloven, altijd hopen, altijd blijft zij volhouden’: dit zijn stuk voor stuk werkwoorden die vooruitwijzen, in de richting van Gods koninkrijk. Ze getuigen van een groter perspectief, waar onze bescheiden inspanningen op een ontspannen manier in blijken te passen. Ze laten ons voelen hoe afhankelijk we zijn van Gods geduldige liefde. We zijn er nog niet en op eigen kracht komen we er nooit. Dat moeten we niet eens willen.

Precies in die paradoxale oproep tot inspannen en ontspannen tegelijk zit de effectiviteit van Paulus’ persoonsbeschrijving van de liefde. Zij staat vaak met haar voeten in de modder. Tegelijk ontsluit zij in elke tijd een authentiek-christelijke weg voor menselijk samenleven in gebrokenheid. Dat geldt ook voor het kerkelijk samenleven, waar de meningen flink kunnen botsen. En bovenal brengen Paulus’ woorden dit besef teweeg: we hebben Gods liefde nodig, de verbondenheid met Hem, om het uit te houden met elkaar. Want Hij houdt het uit met ons.

Kortom, de liefde is een persoon die uitnodigt tot (nadere) kennismaking!

Delen.

Over de auteur

Rob van Houwelingen en Myriam Klinker-De Klerck zijn als nieuwtestamentici verbonden aan de TU Kampen.

Reacties zijn gesloten.