Verzoening moet je doen

0

Werken aan verzoening tussen Joden en Palestijnen lijkt onmogelijk. Steeds opnieuw gebeuren er dingen die verwijdering, haat en verdriet teweegbrengen. Toch zijn er mensen die aan verandering en verzoening blijven werken. Vaak begint het met de bereidheid om zélf te veranderen. Vijf voorbeelden van verzoeningsprojecten.


Bach in Jeruzalem

Als er wereldwijd één plek is waar verzoening onmogelijk lijkt, is het de oude stad van Jeruzalem. Nergens zijn religieuze, politieke en culturele tegenstellingen zo geconcentreerd als hier. De geografische afstand tussen Joden en Palestijnen is miniem, maar het contrast tussen hun leefwerelden is levensgroot.

We lopen door de Noordpoort de oude stad binnen, die toegang geeft tot de christelijke wijk van Jeruzalem. Al snel bereiken we ons doel: het Magnificat Instituut, een in 1995 opgerichte muziekschool. De circa tweehonderd studenten zijn afkomstig uit verschillende bevolkingsgroepen: Joods, Palestijns, Armeens.

Vooraf kregen we deze aanbeveling: ‘Jullie moeten Chen Zimbalista zien, hoe hij met zijn marimba met jongeren actief is.’ Zimbalista is een internationaal gelauwerde dirigent die bovendien op verschillende instrumenten klassieke muziek, jazz en populaire songs speelt. Er blijkt niets te veel gezegd. De roem is Zimbalista niet naar het hoofd gestegen: hij vindt zichzelf niet te goed om enthousiast bezig te zijn met jongens en meisjes die leren hoe je Bachs Vioolconcert in a-klein speelt. De combinatie van violen en Zimbalista’s marimba klinkt geweldig.

We spreken de Arabische Habib en de Joodse Elisabeth: hoe ervaren zij het om samen een muziekgroep te vormen? Hun antwoord is veelzeggend: ‘Als we er samen in slagen dit vioolconcert goed te spelen, wat doet het er dan toe dat de één Palestijn is en de ander Jood?’ Dit is de boodschap die het Magnificat Instituut en Zimbalista uitdragen: muziek verbindt. (AK)


Dezelfde tranen, hetzelfde verdriet

Ze omarmden elkaar, de Israëlische Jood en de Palestijn, spontaan, niet in scène gezet. Beiden gaven hun getuigenis over hoe vijandschap veranderde in verzoening, haat in diepe verbondenheid. Van alle verzoeningsmomenten die ik het afgelopen decennium in Israël en de Palestijnse gebieden meemaakte, ontroerde deze omarming mij het meest.

Bij The Parents Circle wordt onderlinge vervreemding doorbroken. (beeld Dirk Kamsteeg)

Bij The Parents Circle wordt onderlinge vervreemding doorbroken. (beeld Dirk Kamsteeg)

Geen wonder. Rami Elhanan is zionist en voorstander van een eigen Joodse staat. Zijn vader overleefde de Holocaust. Zelf vocht hij in drie oorlogen als officier in het Israëlische leger. Hij en echtgenote Nurit waren de ouders van vier kinderen. Op 16 januari 2007 ging dochter Smadar winkelen in de Ben Yehudastraat in Jeruzalem. Die dag blies een met explosieven omhangen Palestijnse terrorist zichzelf op. Smadar was op slag dood, nog maar 14 jaar oud. Rami: ‘Ik denk 365 dagen per jaar aan haar, 24 uur per dag, 60 seconden per minuut.’

Mazen Faraj is Palestijn. Zijn voorgeslacht leefde in een dorp waaruit het in 1948 door de Israëli’s werd verdreven. Nu woont Mazen in Beit Jala, Betlehem. De stad is omgeven door prikkeldraad en een hoge betonnen muur. Wanneer hij naar Jeruzalem wil, moet hij door een checkpoint. Op zomaar een dag in april 2002, in de tijd van de tweede intifada, liep Mazens vader Ali terug naar huis van zijn werk in Jeruzalem. Hij had geen geweer bij zich, geen bom, geen stenen. Israëlische soldaten schoten hem in de rug. Toen Mazen het dode lichaam uiteindelijk mocht ophalen, telde hij niet minder dan zestig kogelwonden. ‘Mijn vader is nog elke dag in mijn gedachten. Hij vormt een deel van mijn ziel’, zegt hij.

Vlees en bloed

Moeten Rami en Mazen elkaar niet haten? Toch niet. Ze hoorden van het bestaan van The Parents Circle, een in 1995 opgerichte organisatie waar Joodse en Palestijnse nabestaanden van slachtoffers elkaar ontmoeten. Ze betaalden de hoogste prijs en hadden toch de moed de ander op te zoeken en naar diens verhaal te luisteren. Rami is niet religieus, Mazen is geen christen. Maar ze deden wat Jezus ten behoeve van de mensheid deed: in de schoenen van de ander gaan staan.

Bij The Parents Circle wordt onderlinge vervreemding doorbroken. Joden en Palestijnen ontdekken dat de ander méér is dan louter die ander. Men kijkt een mens van vlees en bloed in de ogen, een man of vrouw met dezelfde tranen, hetzelfde verdriet, hetzelfde verlangen naar een eerlijke vrede.

En Rami en Azen? Aan weerszijden van de scheidingswal trekken zij met hun getuigenis langs veelal verbijsterde schoolklassen. Na afloop omhelzen zij elkaar. (AK)


‘We zijn verschillend, ja, maar we vinden elkaar’

Je zult maar de vraag krijgen om in het Israël van de jaren tachtig van de vorige eeuw een christelijke studentenbeweging op te zetten. Hoe doe je dat in een land dat met conflicten te maken heeft en intern tot op het bot verdeeld is? Ga je voor twee organisaties: één voor Joodse en één voor Arabische mensen? Of kies je voor een organisatie waarin iedereen elkaar treft?

De studenten ontmoeten elkaar, over kerkmuren en hun eigen leefwereld heen. (beeld FCSI)

De studenten ontmoeten elkaar, over kerkmuren en hun eigen leefwereld heen. (beeld FCSI)

John Woodhead, Schot van geboorte en opgegroeid in Israël, koos voor het laatste, vanuit het geloof dat ‘God dit van ons vraagt’. Inmiddels draait de FCSI – de Fellowship of Christian Students in Israel, onderdeel van IFES – ruim dertig jaar. De organisatie telt zo’n driehonderd leden.

Bezwaar

Zader Haddad is secretaris van de FCSI. Hij onderschrijft het getuigenis van Woodhead over die ene beweging. Tegelijk geeft hij aan dat het niet makkelijk is om Joodse en Arabische Israëli’s in één organisatie bij elkaar te hebben. Er zijn momenten geweest waarop de FCSI bijna splitste, bijvoorbeeld toen Joodse leden zich uitspraken tegen de deelname van Arabische fellows aan protestuitingen of toen Arabische leden bezwaar maakten tegen een spreker die volgens hen te ‘Israël-minded’ was. Maar, zegt Haddad: ‘Het is gelukt om een gezamenlijk statement te maken: we zijn verschillend, ja, maar we vinden elkaar, omdat we aan elkaar verbonden zijn, en samen aan Christus.’

Het primaire FCSI-doel is niet werken aan verzoening, maar indirect is de FCSI hiervoor wel van groot belang, stelt Haddad: ‘We zijn één van de weinige organisaties in Israël die beide kanten omvat. Ook het dagelijkse contact met medeleden “aan de andere kant” is wezenlijk. En dat blijft: oud-leden nemen nu posities in binnen kerken en organisaties en onderhouden nog altijd contact met “die ander”. Ze ontmoeten elkaar, over kerkmuren en hun eigen leefwereld heen. Dat is in dit land vol verdeeldheid zó waardevol.’ (LdJ)


Samen de woestijn in

Over en weer opgezadeld met vijandbeelden en toch samen de woestijn in. Enkele tientallen jongeren uit twee botsende werelden gaan samen vijf dagen en nachten de Negev in: uren wiebelen op een onwillige kameel, zwoegen door mul zand, maaltijden klaarmaken en vooral praten en luisteren. Youth Desert Encounter heet dit project, een ontmoeting om vervreemding en zelfs haat om te zetten in begrip en verzoening.

De organisatie die deze Encounter opzette, heet Musalaha, Arabisch voor verzoening. Het is een organisatie waarin Palestijnse christenen en messiasbelijdende Joden Bijbelse principes willen navolgen.

De woestijn is bij uitstek geschikt voor een leerproces en voor de opbouw van nieuwe relaties. (beeld Dirk Kamsteeg)

De woestijn is bij uitstek geschikt voor een leerproces en voor de opbouw van nieuwe relaties. (beeld Dirk Kamsteeg)

Waarom kozen ze voor de woestijn? Men ontdekte in het Oude én het Nieuwe Testament dat juist de woestijn een zuiverende rol vervult. Mozes werd er klaargemaakt om de Israëlieten uit Egypte te leiden. Jezus verbleef er veertig dagen en weerstond Satan. Saulus woonde er na zijn bekering en kwam terug als apostel Paulus. Het lijkt erop dat de woestijn bij uitstek geschikt is voor een leerproces, voor de opbouw van een vernieuwde mens met ook nieuwe relaties.

Vandaar die Encounter. Want stel je die Joodse en Palestijnse jongeren in de Negev eens voor. De één is gelijk aan de ander. De één heeft de ander nodig om te kunnen overleven. Weg met luxe en moderne gemakken. In plaats van de drukte van het stadsleven is er de absolute stilte van de woestijn. Welke plek leent zich beter voor het uitwisselen van levensverhalen, het vertellen van de eigen pijn en angst, het uitspreken van je eigen overtuiging en hoop?

Stereotypen

We maken kennis met Sami Awad en Dahlia Haymov. Sami is een uit Betlehem afkomstige Palestijn die weet hoe het is om onder Israëlische bezetting te leven. Dahlia is een Joods meisje uit Haifa dat heel goed beseft dat er in Arabische moskeeën en schoolboeken gemene, antisemitische teksten worden gelanceerd. Verzoening maakt hen niet blind voor de harde realiteit. En toch erkennen beiden dat de woestijntocht hun leven veranderde. Toen stereotypen verdwenen, lag de weg naar verzoening open.

Bij Musalaha is verzoening geen oppervlakkig begrip. Men weet dat verzoening niet zonder genoegdoening kan. Wat in de onderlinge verhouding beschadigd of vernietigd werd, moet op basis van gerechtigheid zo mogelijk hersteld worden. Verzoening moet van binnenuit komen en kan niet zonder belijdenis van zonde, berouw, bekering en vergeving.

Musalaha is ook niet naïef. Zelfs christelijke verzoening brengt nog geen perfecte vrede. Wanneer Paulus schrijft dat er in Christus geen Grieken of Joden zijn, bedoelt hij niet dat verschillen verdwijnen. Christelijke Palestijnen en messiasbelijdende Joden zijn door hun geloof intens verbonden, maar tegelijk neemt iedereen zijn politieke, culturele en emotionele bagage mee. Soms staan ze nog tegenover elkaar. Maar nooit meer staan ze elkaar naar het leven. Samen kijken ze uit naar een sjalom en salam die pas op de nieuwe aarde volmaakt zal zijn. Het beginsel daarvan hebben zij al in het hier en nu gevonden. (AK)


‘Ten diepste gaat het om angst’

Het lijkt een sprookje. Het klinkt aardig, maar staat buiten de werkelijkheid. Aan de ene kant een Joodse rabbijn, een docent die leeft en werkt in een gebied vol Joodse kolonisten. Aan de andere kant een Palestijnse activist. Hij was actief in de verzetsbeweging tegen Israël en bracht enkele jaren in de gevangenis door. Niet lang geleden ontmoetten zij elkaar. Ze leerden elkaar kennen, van hart tot hart, en kregen het verlangen om te gáán voor contact en verzoening tussen Joden en Palestijnen. Beiden doen er nu iets mee: rabbijn Hanan Schlesinger zette de organisatie Roots op, de Palestijnse Ali Abu Awwad richtte Taghyeer, Arabisch voor verandering, op.

Onvolledig

'Het moet mogelijk zijn dat beide volken in harmonie met elkaar leven', vindt Hanan Schlesinger van Roots. (beeld Rivka Cohen)

‘Het moet mogelijk zijn dat beide volken in harmonie met elkaar leven’, vindt Hanan Schlesinger van Roots. (beeld Rivka Cohen)

Hanan Schlesinger is openhartig over waarom hij Roots startte. ‘Ik realiseerde me dat ik de Palestijnen die dicht bij mij wonen niet kende. Ik wist niet hoe zij leven en wat zij denken of verlangen. Toen ontmoette ik Awwad en anderen. Tijdens dat proces van elkaars hart proeven merkte ik dat ik zelf veranderde. Ik ontdekte dat mijn idee van de situatie in ons land niet klopte of onvolledig was. Ik leerde zien dat mijn waarheid niet dé waarheid is.’

Daarna ging het snel met Roots. In Gush Etzion, niet ver van Jeruzalem, is een centrum opgezet waar mensen elkaar ontmoeten en waar activiteiten plaatsvinden: een muziekevenement, een zomerkamp, activiteiten voor kinderen. Over wie deelnemen, is Schlesinger duidelijk: ‘Er zit van alles bij, van Joodse kolonisten tot Palestijnen uit families die meegedaan hebben aan het verzet tegen Israël.’

Exclusiviteit

Hoe bereik je verandering door contact en ontmoeting? Zoiets kost tijd, zegt Schlesinger. Je moet luisteren en willen openstaan voor de ander. Hierin moet je jezelf trainen. En ook dan is er nog een weg te gaan, want volgens Schlesinger is de grootste barrière voor verandering de angst. ‘Ten diepste gaat het om angst. Joden kijken naar Palestijnen als mensen die hen van hun land willen verjagen. En Palestijnen zijn bang voor Joden vanuit de gedachte: zij willen ons weg hebben. Pas als die angst verdwijnt, kan er gewerkt worden aan het afbreken van de eigen identiteit, waarin veel te veel exclusiviteit zit: ik ben Jood, het draait om mij, om mijn land dat bedreigd wordt. Of: ik ben Palestijn, het draait om mij, om mijn recht tegenover de Joden.’

Inmiddels verspreidt het gedachtegoed van Roots zich. Er zijn soortgelijke initiatieven van start gegaan, ook op de Westbank en in Gaza. Logisch, vindt Schlesinger: ‘Als het hier kan, te midden van kolonisten, dan kan het ook elders. Mijn grootste verlangen is dat we manieren vinden om bruggen te bouwen, om oog te krijgen voor de ander, om ons gevoel van exclusiviteit af te breken. Dan moet het mogelijk zijn dat beide volken in harmonie naast elkaar en met elkaar leven.’ (LdJ)

Kijk- en webtips

Aad Kamsteeg en zijn zoon Dirk (filmmaker) maakten voor Arab Vision, het Centrum voor Israël Studies, Kerk in Actie en Near East Ministry een documentaire met de titel Signs of Hope, waar shalom en salam elkaar ontmoeten. Hierin zijn beelden te zien van drie projecten die in dit artikel beschreven worden: de muziekschool, The Parents Circle en Musalaha. Kijk voor informatie op de websites van de genoemde organisaties. De documentaire is te zien via www.youtube.com/watch?v=nXH5_lVRmqo.

Aad en Dirk Kamsteeg maakten ook de documentaire Terug naar Jeruzalem, over messiasbelijdende Joden in Israël. Dit gebeurde in opdracht van de vanuit de GKv werkende organisatie Yachad. Zie yachad.nl.

Zie voor meer informatie over Hanan Schlesinger en Ali Abu Awwad www.ravhanan.org en www.friendsoftaghyeer.org.

Informatie over de FCSI is te vinden op en.fcsi.ws.

Delen.

Over de auteur

Aad Kamsteeg (AK) is oud-journalist. Leendert de Jong (LdJ) is hoofdredacteur van OnderWeg.

Reacties zijn gesloten.