Wie God ontmoet, kan aan het werk
- Opinie
- Thema-artikelen
Spiritueel bijtanken is van alle tijden en religies. Wel krijgt het in elke tijd zijn eigen vormen, waarmee het een eigen impact op het gemeente zijn heeft. Het is daarom goed om stil te staan bij wat we eigenlijk doen als we spiritueel bijtanken, welke vormen we daar nu voor hebben en wat de invloed daarvan is op het lid zijn van een lokale gemeente.
Spiritueel bijtanken buiten je eigen gemeente is een oud gegeven. Het lijkt zelfs een wezenskenmerk van spiritualiteit. Zo ben ik er in ieder geval wel mee opgevoed. Mijn ouders, bevindelijk-gereformeerd, trokken in de jaren zeventig jaarlijks op naar ontmoetingsdagen met meditaties, niet-ritmische samenzang, boekenkramen en broodjes warme worst. In gereformeerde kring had je de jaarlijkse Schooldag. Ook een spirituele ervaring. Even voelde je je opgenomen in een groter geheel dat welhaast het voorportaal van de hemel leek te zijn, zo ongeveer beschreef Hilbrand Rozema het in een column in het Nederlands Dagblad. Hans Werkman weet dezelfde sfeer op te roepen in zijn boek Het hondje van Sollie.
Bijtanken buiten de eigen woonplaats, waar zich het dagelijkse en veelal wat burgerlijke geloofsleven afspeelt, lijkt een kenmerk van het ware geloof te zijn. Het is van alle tijden en richtingen. Bevindelijken zochten gezelschappen op, katholieken pelgrimeerden, moslims bezoeken Mekka, Jezus ging naar de tempel en Johannes trok de woestijn in, gevolgd door tal van woestijnvaders. Alsof het ware geloof of de beoogde spirituele ervaring in de eigen synagoge, moskee of kerk niet te vinden zou zijn.
Drastisch
Het valt niet mee om helder te omschrijven wat spiritueel bijtanken behelst. Dat komt vooral doordat spiritualiteit een weinig helder begrip is. In dit artikel vat ik spiritualiteit op als een beleving van het geloof of een ervaring van God. We hebben het hier per slot van rekening over christelijke spiritualiteit.
Met de nadruk op die ervaring van God of beleving van het geloof is niet alles gezegd. Die ervaring doet iets met je geloof; het wordt erdoor verdiept, vernieuwd, veranderd. Tegelijkertijd heeft de spirituele ervaring ook invloed op de blik op je eigen leven. Het is van invloed op je zinsbeleving, de beleving van je toekomst (in termen van moed, hoop en groei) en de beleving van relaties. Ten slotte kan een spirituele ervaring doorslaggevend zijn voor de invulling van je levensweg.
Alsof het ware geloof in de eigen synagoge,
moskee of kerk niet te vinden zou zijn
Al deze elementen zien we terug in de beschrijving van de spirituele ervaring van Paulus op weg naar Damascus. Die ervaring veranderde zijn geloof drastisch. Zijn hele godsleer stond op de kop. Zijn carrière als farizeeër verloor direct aan betekenis. Vanaf dat moment richtte hij zijn leven erop om met Christus te zijn. Hij trad toe tot de gemeente en werd een apostel.
Hiermee is natuurlijk niet gezegd dat elke christelijke spirituele ervaring dergelijke drastische gevolgen heeft. Dat zou heel vermoeiend zijn. Maar een spirituele ervaring is wel altijd méér dan het gewone. Het licht je er even boven uit. Er zit ook altijd een kritisch element in. Het onthult tekorten ten opzichte van je geloof, je leefstijl, de leefstijl van je gemeente of de wereld waarin je leeft.
Volgepropt
Het kritische element in de spiritualiteit maakt duidelijk waarom spiritueel bijtanken niet goed in je eigen gemeente kan. Het afwijkende is nodig om die ervaring op te doen. Nieuwe geloofsvormen of nieuwe geloofstaal vormen veelal de bedding van nieuwe spirituele ervaringen. De ongewone manier waarop gesproken wordt over God en de nieuwe of bijzondere rituelen bieden ruimte voor een nieuw zicht op God of je geloof.
De stilte in een klooster kan verdieping geven aan de altijd al troostende woorden ‘stil worden tot God’. Tegelijk geeft het ergernis over de volgepropte kerkdiensten in je eigen gemeente. Samen God loven bij Opwekking heeft eenzelfde effect. Al prijzend voel je je opgenomen in een grote liefde en eerbied voor God. Je wordt gewoon blij van God, dat Hij er is en dat jij Hem groot kunt maken. Bewondering doet iets met hoe je jezelf beleeft en ziet. Je voelt je opgenomen in zijn liefde of je beseft dat het anders moet met je leven.
Het is nog maar de vraag of wij in het klooster op zoek zijn naar God. (beeld Bringolo/Shutterstock)
Die spirituele ervaring maakt ook kritisch naar je eigen gemeente. Daar zing je spaarzaam enkele versjes, word je niet opgenomen, mag je blij zijn als je getroffen wordt door een enkele regel. Daar heeft alles het karakter van gewoonte, starheid, soberheid. Ook dat, zegt die nieuwe ervaring, moet anders.
Op bedevaart gaan betekent op zichzelf al dat je een kritische houding aanneemt tegenover het gewone, lokale leven. Je wijdt je met lichaam en ziel, in tijd en ruimte toe aan God, omdat het gewone leven ‘verzondigd’ is. Op bedevaart gaan is dan een soort boetedoening of een vorm van heling zoeken, omdat het gewone leven problematisch is geworden door ziekte, verlating of rouw. In beide gevallen kon het blijkbaar niet lokaal en moest je eruit. Het lokale geloofsleven schoot tekort.
Ook om die reden schreef ik hiervoor al dat spiritueel bijtanken een wezenskenmerk is van spiritualiteit. Want alleen zo kan de Geest nieuwe dingen doen en leven brengen in een verstarrende geloofspraktijk. Jezus was zo’n verstoorder van de lokale geloofspraktijk in de drie jaar dat Hij in Israël rondtrok. En ook de profeten hadden er een handje van!
Verhevigingen
Is er dan geen spirituele ervaring mogelijk in je eigen gemeente? Jawel, maar die ervaring zal in de meeste gevallen niet kritisch zijn ten opzichte van de gemeente en het daar gepraktiseerde geloof. De spiritualiteit komt daar immers uit voort. Het kritische gehalte van de ervaring richt zich meestal tegen het eigen leven. Het bepaalt je bij je tekorten of verdiept de geloofspraktijk die er al is. Slechts in enkele gevallen leidt een dergelijke spirituele ervaring tot een lokale revolutie, een opwekking of een geheel nieuw zicht op God of het leven met God.
In het algemeen zijn lokale spirituele ervaringen verhevigingen van het gewone leven. Daarmee zijn ze misschien ingrijpend voor het individu, maar makkelijk te integreren in het gemeenteleven. Voor de gemeente betekent het dat het geloof leeft. De Geest werkt, veelal een vreugdevol iets. In ieder geval heeft niemand er last van.
Rituele dans
Spirituele ervaringen heb ik tot hier toe vooral als bijzondere geloofservaringen neergezet, ervaringen die een vernieuwd of verdiept zicht geven op God en het leven met God. Mooie en waardevolle ervaringen dus. Het is niet gek dat mensen daarnaar verlangen. Toch kun je er kanttekeningen bij plaatsen. Want het is typerend voor onze tijd dat wij op zoek zijn naar een verheviging van onze (geloofs)ervaringen. Het is hip om intensief te willen beleven. Maar wat zegt dat over onze waardering voor het gewone leven?
Eén van de mooiste kritieken op onze beleveniscultuur levert socioloog Zygmunt Bauman (1925-2017). Hij heeft het niet over spiritualiteit, maar over consumptie. Maar de manier waarop hij ons verlangen tijdens het rituele shoppen beschrijft, doet bijna spiritueel aan. Wandelend door de winkelstraat zijn wij op zoek naar een ultieme aanschaf. Wat wij zoeken, is ons vaak nauwelijks helder. Het is een vaag, ongedefinieerd verlangen. Tijdens het slenteren in de massa, langs etalages en door winkels, wordt dat verlangen als vanzelf concreter. Omdat wij zien dat anderen het hebben of omdat het zo prikkelend gepresenteerd wordt. Als vanzelf groeit de begeerte, die wij dan ervaren als een diep verlangen. Het leven krijgt pas zin als wij het zelf ook hebben.
Alsof onze ziel verwend moet worden
in een spiritueel viersterrenresort
Als in een rituele dans lopen we vervolgens rond het object van ons verlangen heen en weer. We begeren, stellen de aanschaf nog uit, praten erover met mensen die het ons wel zullen aanprijzen, kijken nog eens goed, rekenen uit dat het toch wel kan en gaan vervolgens tot de aanschaf over. Met een tintelend geluksgevoel. We schaffen niet een product aan, nee, we kopen een ervaring.
Bauman is in dit opzicht een echte scepticus. De droomaanschaf wordt bij hem al gauw een illusie. In zijn ogen zijn wij koopziek. We schaffen niet iets aan omdat we het nodig hebben, maar omdat onze begeerte gewekt is. En die begeerte is zo eenvoudig te wekken omdat we ons oneindig vervelen met onze luxe en welvaart. Ons dagelijkse leven is zo gewoon en we leven ons leven zo oppervlakkig, zonder morele diepgang en geloof, dat we steeds weer op zoek gaan naar ervaringen die ons het gevoel moeten geven dat we echt leven. Het treurige is dat de sensatie van de aanschaf ons slechts tijdelijk verheft boven die zee van verveling. Soms realiseren we ons tijdens het afrekenen al dat ook dit ons niet wezenlijk gelukkig maakt en richten we ons verlangen alweer op een nieuwe illusie.
Toprestaurant
Baumans kritiek op onze consumptiecultuur is makkelijk toe te passen op aspecten van ons spiritueel bijtanken. Het is nog maar de vraag of we in het klooster of tijdens Opwekking op zoek zijn naar God. Misschien gaat het ons veeleer om een vlucht uit de verveeldheid en troosteloosheid van ons geestelijke leven. Alsof onze ziel verwend moet worden in een spiritueel viersterrenresort, omdat we te lui zijn voor de omgang met God in ons dagelijkse leven. Misschien gaat het ons niet zozeer om God, maar om onze spirituele zelfontplooiing. Spiritueel bijtanken als uiting van een consumptiecultuur en een cultuur van geestelijke verveling.
Als deze analyse deugt, werpt dit een heel ander licht op de kritiek die voortkomt uit de spirituele ervaringen die we opdoen in kloosters of evangelische happenings. Dan heeft die kritiek op het armoedige spirituele aanbod van de gemeente een verwend karakter. Zoals het goedkoop is kritiek te leveren op het koken als je net in een toprestaurant hebt gegeten. Een kerk is geen klooster, de begeleidingsband van de gemeente is niet te vergelijken met de professionele band op Opwekking en de voorganger is ‘slechts’ een gemeentedominee en geen gevierd spreker. Voordat je op grond van je spirituele ervaring elders kritiek levert op de spirituele schraalheid van je eigen gemeente is enig zelfonderzoek gewenst.
Truckchauffeurs
Deze kritische analyse van spiritueel bijtanken buiten je eigen gemeente als uiting van verveling en verlangen naar sensatie vind ik per saldo niet meer dan een kanttekening. Spirituele behoeftebevrediging kan een rol spelen, maar daarmee is niet alles gezegd. Ik houd graag vast aan de inzet van dit artikel. Een spirituele ervaring is een geloofservaring, een ontmoeting met God. Zo’n ontmoeting stelt je eigen geloofsleven en mogelijk ook dat van de gemeente onder kritiek omdat het je op een hoger plan brengt. Wie dan terugkeert in de dagelijkse gang van het leven en terugkeert in de gemeente, doet een stapje achteruit. Dat is dan ook zo. Het eigen leven of dat van de gemeente op dat hogere plan willen krijgen, is dan niet alleen voorstelbaar, maar misschien zelfs geboden.
Wel heb ik één relativering. Ik las ooit van een kloosterling dat zij ’s nachts voorbede deed voor de truckchauffeurs die zij in haar gebedstijd voorbij hoorde rijden. Haar gebed was niet dat deze mensen langs de kant van de weg zouden gaan staan, maar dat zij veilig thuis zouden komen, hun vracht zouden afleveren en zo een bijdrage konden leveren aan de voortgang van de samenleving. Dát is de spiritualiteit van het klooster. Binnen de muren wordt de liturgie dagelijks intensief gaande gehouden met het oog op de vrede van de wereld.
In onze spirituele ervaring gaat het dus idealiter, maar zelden alléén, om onze eigen ziel. Je tankt bij om gevoed je bijdrage aan de kerk en de wereld te kunnen leveren, juist ook als die spirituele ervaring kritisch staat tegenover de geesteloosheid in je eigen gemeente. Daarmee biedt het geen conflictstof voor de gemeente, maar levert het olie op om in de gemeente de komst van de bruidegom af te wachten.
Wim Dekker is associate lector en docent-onderzoeker aan de CHE.

