‘Je zit er niet om iets te halen, maar om iets te brengen’

0

Het lijkt onder gereformeerde christenen steeds meer een blijvertje te worden om minimaal eens per jaar buiten de eigen kerk spiritueel bij te tanken. Er zijn conferenties en retraites te over. Biedt de eigen kerk niet genoeg? ‘Ik bemerk in onze kerkdiensten schroom om je hart te laten spreken.’

Arie de Rover: 'De kerkdienst is voor mij nog maar een klein onderdeel van mijn dienst aan God.' (beeld Sahil Aamir Fotografie)

Arie de Rover: ‘De kerkdienst is voor mij nog maar een klein onderdeel van mijn dienst aan God.’ (beeld Sahil Aamir Fotografie)

Twee van harte vrijgemaakte broeders die dezelfde zorg delen: kerkmensen die zondag aan zondag de kerk weer verlaten zoals ze die binnenkwamen, áls ze hun kerk nog weten te vinden. Arie de Rover is spreker en coach uit Hardinxveld-Giessendam, zijn gesprekspartner is ds. Paul Voorberg uit Emmeloord. De heren kennen elkaar sinds 2001, zegt Paul. ‘Arie was toen als ouderling bezig met jeugdbeleid in Hardinxveld-Giessendam. We hebben hem destijds vanuit Emmeloord benaderd voor advies.’

Aan een tafeltje in het buurtschap Vechten bij Bunnik vertelt Arie – zoals ook in zijn boek Leven na de genadeklap is beschreven – hoe hij pas op latere leeftijd bij Tim Keller in New York ontdekte dat genade je leven daadwerkelijk verandert. Arie: ‘Eerder heb ik dat in mijn vrijgemaakte kerk niet zo gehoord.’

Paul: ‘Dat werd zo in de kerk niet verkondigd?’

Arie: ‘De theorie wel, maar aan genade in theorie heb je niks. Ik ben nog geen kerk tegengekomen waar geen genade werd verkondigd, maar het blijft vaak bij goedkope genade die mensen niet diepgaand verandert.’

Zie jij om je heen hetzelfde, Paul?
‘Ik heb daar ook mijn zorgen over. Elke dienst doe ik mijn best om mensen in hun hart te raken, maar toch zie ik veel lauwheid en traagheid in de vrijgemaakte kerken.’

Spreekt de kerk ons gevoel en onze beleving minder aan dan conferenties, retraites en stilteactiviteiten?
Paul: ‘Even voor de helderheid: bij kerk denken we vaak aan kerkdienst. Maar de kerkdienst vind ik niet in de eerste plaats de plek voor toerusting en groei. Je bent op aarde om God te dienen en dat doe je vooral in de eredienst, maar juist daar laten veel broeders en zusters verstek gaan. Zodra je zegt: ik heb voldoende aan één dienst, of: ik word er niet gevoed, zit je nog in de kerk voor jezélf. Maar je zit daar niet om iets te halen, maar om iets te brengen. Daarvoor ging je ook naar de tempel, met je offer.’

‘Ik ben 35 jaar predikant en vind dat ik het
nog steeds gebrekkig doe’

Arie: ‘Ik heb toch moeite met die parallel. Daar komt in mijn optiek veel van die lauwheid vandaan. Ík ben de tempel van de Heer, Jezus wil in mij wonen, niet in de rituelen van de kerkdienst. Veel van die rituelen zie ik als de oudtestamentische tempeldienst, waar ruzie over gemaakt wordt. Maar dat voorhangsel is toch niet voor niets gescheurd? Daarom moeten predikanten de dienst niet openen met: “Welkom in Gods huis”, alsof we het buiten weer voor onszelf doen. Dan maak je van de kerkdienst een afgod pur sang, waardoor je het toch een beetje buiten jezelf houdt.’

Paul: ‘Maar de Bijbel zegt over individuen én over de kerk: jullie zijn de tempel van de levende God, gebouwd op de levende hoeksteen. Dat is het lastige van beeldspraak. Daarbij keerde Paulus tijdens zijn zendingsreizen steeds weer terug om oudsten aan te stellen. Een groep gelovigen onder leiding van oudsten, zo moet een kerk eruitzien. De kerk is er vooral voor de eredienst aan God.’

Moeder

Arie beaamt dat een kerkdienst er niet is om enkel iets te halen, maar dat kan alleen als je eerst iets ontvangt. ‘Christus moet in alle volheid worden aangeboden, en van veel mensen die ik coach hoor ik terug dat ze in hun kerk schraalheid ervaren. Maar als zij vervolgens overstappen naar een populaire kerk, lopen ze het gevaar dat ze niet Christus ontvangen, maar een charismatische voorganger. Een gevaar dat ook aan mij kleeft, geef ik toe. Daarom heb ik meerdere sprekers betrokken bij de maandelijkse bijeenkomsten van B.LOFT, een missionair inspiratie-uur op zondag aan de hand van hedendaagse videoclips. Daar komen dertienhonderd (jong)volwassenen op af – helaas de meesten met een kerkelijke achtergrond. Een bijeffect is overigens dat mede daardoor bij de GKv en de NGK gezamenlijke middagdiensten extra zijn gestimuleerd.’

Paul Voorberg: 'In de Bijbel zie ik dat God toch een plek wil waar Hij zijn volk samenroept. Dat lijkt me de centrale taak van de kerk.' (beeld Sahil Aamir Fotografie)

Paul Voorberg: ‘In de Bijbel zie ik dat God toch een plek wil waar Hij zijn volk samenroept. Dat lijkt me de centrale taak van de kerk.’ (beeld Sahil Aamir Fotografie)

Paul: ‘Ik luister hier wat aarzelend naar. Het lijkt me heel waardevol, maar ik vind het tegelijk te betreuren dat er iets georganiseerd wordt waardoor mensen wegblijven uit de eredienst. Uiteindelijk is de kerk de moeder, de bron waar al die andere bijeenkomsten uit voortkomen. De kerkdienst is voor mij toch de centrale plek om God te dienen; ook in het Nieuwe Testament kwam de gemeente samen om God te loven en te eren.’

Arie: ‘Maar als wij met onze wijk bij elkaar komen, samen eten en ons leven delen, dan ervaar ik dat als een diepere manier om God te eren dan in een kerkzaal met zeshonderd man, in een gebouw van soms miljoenen euro’s. Moet die vorm wel overeind blijven? Het is geen waste of time, maar om nou te zeggen: Arie, hier komt jouw dienst aan God het best tot zijn recht? Nee. Eredienst is voor mij Romeinen 12 vers 1.’

Paul: ‘Je kerkelijke dienst aan God wel, denk ik. Over hoe wij onze diensten inrichten, mag je wat mij betreft discussiëren. Maar in de Bijbel zie ik dat God toch een plek wil waar Hij zijn volk samenroept. Dat lijkt me de centrale taak van de kerk.’

Arie, na een lange denkpauze: ‘Ik ben blij dat ik er niet meer diezelfde waarde aan hecht. Dan zou ik een treurig leven hebben. Sorry dat ik het zo uitdruk. Ik ga met plezier naar de kerkdiensten, maar ik wil er niet zulke hoge verwachtingen van hebben. Want dán begrijp ik dat mensen verkassen naar een betere plek. Wat ik van jongvolwassenen vaak terug hoor, is dat ze echtheid missen in kerkdiensten. Daar wordt vaak de Bijbel uitgelegd, bij B.LOFT de toepassing van het evangelie op het leven.’

‘Het is te betreuren dat er iets georganiseerd wordt
waardoor mensen wegblijven bij de eredienst’

Paul: ‘Ik bemerk in onze kerkdiensten schroom om je hart te laten spreken, dat klopt. Mensen vinden het moeilijk om te gaan staan bij een bepaald Opwekkingslied, sommigen heffen hun handen op, anderen spreken daar weer schande van. Dat vind ik een heel zwakke kant van ook onze eigen gemeente. Daar moeten we echt in groeien. Ik ben er zelf overigens ook geen levend voorbeeld van. Ik ben niet zo extravert, jubelend met de handen omhoog hoort niet bij mij. Maar als anderen dat wel doen, vind ik dat prachtig. Zeker jongeren hebben daar behoefte aan.’

Arie: ‘Ja, die snakken naar echtheid. Te vaak hebben preken een moralistisch karakter met als doel dat je na dit leven aan de veilige kant staat. Jongeren willen weten wat hier en nu de relevantie van het geloof is, dat je nu al vrij kunt zijn, geen slaaf meer hoeft te zijn van je angsten.’

Kan de behoefte om elders spiritueel bij te tanken te maken hebben met een spiritueel tekort van de gereformeerde predikanten zelf? GKv-predikant Maarten van Loon signaleert dat en onlangs ging het er ook over tijdens het predikantencongres van de GKv.
Paul: ‘Dat hoeft niet. Het kan ook liggen aan de manier van voorgaan en dan moeten predikanten zich laten bijscholen. Ikzelf ben al 35 jaar predikant, maar vind dat ik het nog steeds gebrekkig doe. Predikanten moeten zichzelf onderzoeken of ze voorleven wat een levend geloof inhoudt. Tegelijk ken ik collega’s die vol zijn van de Geest en bij wie het in de gemeente toch een lauwe boel is.’

Arie: ‘Dat gebrek is voor mij een belangrijke reden geweest om mijn kerk niet te verlaten. Ik hou van die mensen! Mijn vrouw Joke ziet er ook niet meer uit zoals toen we trouwden, moet ik haar dan aan de dijk zetten? Ik ben opgegroeid met het idee dat kerkgang alles te maken heeft met trouw, plicht, dienst aan God – termen die Paul gebruikt. Maar de kerkdienst is voor mij nog maar een klein onderdeel van mijn dienst aan God. Er worden soms gebeden uitgesproken: wilt U dit doen, wilt U die genezen? Ik kan die niet meer nazeggen, omdat mijn relatie met God zo is veranderd. Wilt U erbij zijn, hoe het ook loopt?, bid ik. Dat je extra geestelijke voeding zoekt op een conferentie, snap ik. Maar als je daarvoor overstapt van gemeente, moet je je afvragen of je echt geraakt bent door genade. Dan heb je namelijk geen reden meer om weg te gaan. Er is toch niets wat Gods genade kan overtreffen?’

Paul veert op. ‘Dáár zit wel een dingetje. Hoe kan het nou, Arie, dat genade zo vaak een zaak van de buitenkant blijft? Wat kun je daar als geestelijk leider aan doen? Daar zoek ik naar, elke kerkdienst, elk catechisatie-uur.’

Arie: ‘Dat is niet maakbaar, dus ik heb geen kant-en-klaar antwoord. Wel denk ik dat het geloof zonder crisis vaak een geloofsbelijdenis met de mond blijft. Je kunt je kinderen wel religieus maken, maar niet gelovig. Daarbij moet het zichtbaar zijn dat je daadwerkelijk van genade leeft, en dat is moeilijk als alles op rolletjes loopt. Wij hebben niet voor niets een dominee beroepen die twee keer een burn-out heeft gehad en daardoor groeide in genade. En de impact op mijn kinderen werd groter toen ik mijn financiële zekerheden losliet. Om het op jouw beroepsgroep te betrekken: wat zou er gebeuren als predikanten wat minder zekerheden zouden hebben?’

Paul: ‘Ik denk dat predikanten, ongeacht het loon, even overtuigd het evangelie zouden blijven brengen. Wel denk ik dat het prima zou zijn om parttime dominee te zijn en je salaris vooral buiten de kerk te verdienen. Ik denk dat we daarnaartoe gaan.’

Delen.

Over de auteur

Wilfred Hermans is freelance journalist.

Laat een reactie achter