Gemeenteleden verlangen naar persoonlijker contact

0

In veel kerken worden pastoraal bezoekers ingeschakeld. Maar bereikt deze werkwijze wat ze beoogt? En wat is de kwaliteit van het pastoraat? Gerry Bos-Kaptein onderzocht deze vragen in een NGK-gemeente (1000 leden) en een GKv-gemeente (500 leden). Ze publiceert in OnderWeg enkele resultaten.

Zelfs gemeenteleden die zich zelfredzaam tonen geven aan behoefte te hebben aan meer aandacht. (beeld Image Source/iStock)

Zelfs gemeenteleden die zich zelfredzaam tonen geven aan behoefte te hebben aan meer aandacht. (beeld Image Source/iStock)

De NGK-gemeente werkt al vijftien jaar met pastoraal bezoekers. De gemeente kampt met een tekort aan ambtsdragers, maar bezoekers vinden loopt goed. Het zijn er momenteel twintig. De bezoekers kunnen zelf de omvang van hun wijk bepalen. Ouderlingen hebben meerdere wijken onder hun hoede. Hoewel in de NGK-gemeente de ambten al langer openstaan voor vrouwen, zijn die vooral te vinden voor een taak als pastoraal bezoeker.

De GKv-gemeente werkt drie jaar met bezoekers. De gemeente herstructureerde tegelijk de kerkenraad. Per wijk is er één bezoeker (m/v). Een pastoraal ouderling (m) gaat over drie wijken.

Boeit niet

De pastoraal bezoekers worden vooral ingezet in het onderlinge pastoraat. Dat gebeurt meestal minder spontaan dan bedoeld en wordt veelal door de kerkenraad georganiseerd. De NGK-gemeente werkt met wijken, de GKv-gemeente heeft kringen. Beide zijn geografisch ingedeeld.

In de GKv-gemeente is de inzet van bezoekers voor de onderlinge zorg in de gemeente (niet het officiële pastoraat) principieel geladen: ‘Het is niet aan de gemeenteleden om elkaar van pastorale zorg te voorzien, dat is de opdracht van enkel de ambtsdragers. Zij moeten zich tegenover God verantwoorden. Pastoraal bezoekers hebben geen ambt’, zegt de voorzitter van de kerkenraad.

In NGK-gemeente is vanaf het begin gezegd dat het gezag niet ligt in het ambt, maar in het Woord.

Uit interviews blijkt dat gemeenteleden en bezoekers in de GKv-gemeente zich niet herkennen in de ambtsvisie. Zij maken in de praktijk geen onderscheid tussen het pastorale werk van de ouderlingen en dat van de bezoekers. Of het ambtelijk is, boeit hen niet: ‘Als er maar een relatie is met degene die me bezoekt, ook informeel.’ Dat het rechtstreekse contact met een ouderling nu sterk is verminderd, vinden gemeenteleden geen probleem.

Grip

De gemeenteleden geven aan te verlangen naar persoonlijker en frequenter contact. Een formeel huisbezoek komt niet dicht genoeg bij het hart. Het blijft vaak steken in een soort rollenspel; de echte vragen blijven onder het vloerkleed. ‘Laat iemand eens mee-eten met ons, of zomaar aanwaaien. Met een bezoek van één keer per jaar krijg je geen vertrouwelijke relatie’, wordt gezegd. De georganiseerde kringen of wijken bieden niet voor iedereen voldoende vertrouwelijkheid of goed contact.

In de NGK-gemeente zijn veel spontane kringen voor geloofsopbouw gevormd, die duidelijk voorzien in een behoefte. De kerkenraad is hier blij mee, maar beseft tegelijk hier weinig grip op te hebben.

Predikanten en bezoekers weten vaak niet
van elkaars bemoeienis

Niet het ambt, maar de kwaliteit van de relatie vinden de gemeenteleden dus belangrijk. De pastoraal bezoekers vinden het fijn dat ze (te) moeilijke adressen kunnen teruggeven aan de ouderling. Sommige bezoekers richten zich op het creëren van een (zorg)band, de enkele man onder de bezoekers streeft ernaar om ‘zijn’ adressen aan de kring te verbinden, ‘omdat ik zelf straks weer weg ben en bovendien niet aan zo veel mensen gebonden kan zijn’.

Pastoraal bezoekers in beide gemeenten geven aan dat zij zich zeer verrijkt voelen door hun pastorale arbeid: ze moeten zelf de diepte in en raken veel meer verbonden met de gemeente.

Zwaktes

De predikant staat in beide gemeenten meer op afstand. Hij vergadert enkele malen per jaar met de ouderlingen, maar niet met de pastoraal bezoekers. Communicatie tussen deze groepen blijkt te haperen, ondanks een elektronisch rapportagesysteem voor gebrachte bezoeken. In de kerkenraad wordt niet of nauwelijks gerapporteerd wat er op huisbezoeken wordt uitgewisseld en weet men te weinig wat er in de gemeente leeft. Predikanten en bezoekers weten vaak niet van elkaars bemoeienis. De ouderling staat meer op afstand van de gemeenteleden dan vroeger.

In de NGK-gemeente is de inzet van bezoekers wisselend. Sommigen doen vier jaar dienst of nemen er nog een periode bij, anderen geven het na twee jaar op. Bezoekers hebben vaak meer pastorale kwaliteiten dan ouderlingen, zegt de voorzitter. Dat blijkt ook uit een groepsinterview met hen. Predikanten worden door gemeenteleden vooral nog gezien als leraren, die met name bij overlijden pastoraat bieden.

Zelfredzaam

In het onderzoek werd gevraagd naar twee kerninhouden van het pastoraat: verbondenheid en zelfstandig geloven. Het bevorderen hiervan kan als doel van pastorale begeleiding gezien worden. Dergelijke doelen waren bij degenen die actief zijn in het pastoraat niet bekend. Er wordt vooral gestreefd naar verbinding en contact houden met achterblijvers. ‘Ik ben al blij als ze openstaan voor mijn bezoek’, verzucht een bezoeker.

In deze tijd is meer toerusting nodig
dan een cursus luistervaardigheid

Ook gemeenteleden die zich zelfredzaam tonen geven echter aan behoefte te hebben aan meer aandacht. Die hebben ze nodig om zich veilig genoeg te voelen om zichzelf te laten zien. Probleem is dat hardwerkende ouderlingen en bezoekers geen kans zien die aandacht te bieden. Dat schuurt aan beide kanten.

Achterblijvende gemeenteleden krijgen relatief veel aandacht, terwijl zij vaak geen pastorale bemoeienis willen. Ook dat blijft een puzzel.

Op pad

Door inschakeling van gemeenteleden in de onderlinge zorg gaan meer mensen verantwoordelijkheid dragen voor het pastoraat. Dat is een groot winstpunt. Er is een grotere bewustwording van zorg voor elkaar.

Wat in de NGK-gemeente vooral dreigt onder te sneeuwen, is de tucht of de tegenstem. Trekkende liefde wordt gemakkelijk tolerantie van de andersdenkende. Daar blijken ouderlingen noch pastoraal bezoekers goed mee uit de voeten te kunnen. ‘We willen elkaar immers vasthouden?’

Ouderlingen en bezoekers gaan biddend en met de Bijbel op pad. Zij beseffen dat het God is die harten kan bereiken, voeden en veranderen. Zij kennen hun eigen tekorten en zien toch vaak zegen op hun bezoekwerk.

Het onderzoek wil zeker niet zeggen dat een jaarlijks huisbezoek of het inschakelen van pastoraal bezoekers niet goed is. Het is heel goed dat elk gemeentelid gehoord en gezien wordt. Toch blijft het een uitdaging om dat zien en horen ook werkelijk van betekenis te laten zijn.

Daarom is het belangrijk om te luisteren naar wat juist de op het eerste gezicht ‘gezonde’ gemeenteleden te zeggen hebben: ik voel me niet gekend, ik wil eerst een relatie voordat ik mijn hart laat zien. In deze tijd is meer toerusting nodig dan een cursus luistervaardigheid voor ouderlingen en pastoraal bezoekers. Het is aan kerkenraden om zich daarop te bezinnen.

Delen.

Over de auteur

Gerry Bos-Kaptein is kerkelijk werker in de NGK Hoogeveen en de GKv Dronten-Zuid.

Laat een reactie achter