God heeft mij zo gemaakt (?)

0

‘Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij de mensen’, citeert het ene gemeentelid. ‘Maar God heeft mij zo gemaakt’, antwoordt zijn transgender broeder. Beiden beroepen zich op Gods schepping, beiden komen ergens anders uit. Is er een brug te slaan?

Hoewel de kerk in theorie natuurlijk gastvrij is en haar deuren altijd heeft openstaan, blijkt het er voor transgenders, homo’s en anderen zonder duidelijke heteroseksuele mannen- of vrouwenidentiteit soms knap lastig. Deze mensen worden lang niet altijd serieus genomen.

Dit nummer wil proberen om allerlei stemmen serieus te nemen en te laten uitspreken. Dat is lastig, omdat veel mensen direct hun mening paraat hebben. Sommigen vinden homoseksuele relaties onnatuurlijk en raar, en vinden het verwarrend als in de klas van hun kind gedaan wordt alsof je nog moet uitvinden of je man of vrouw bent. Anderen raken juist vervreemd van de kerk omdat hetero-zijn de enige mogelijkheid is.

Wat het daarnaast lastig maakt, is dat niet alles wat bestaat zonder meer mooi, goed, waar, Bijbels, gereformeerd of passend bij God is. In veel gevallen zijn we het daar wel over eens: niemand noemt een gebroken been of een verwoestende tsunami goed. Maar hardop de vraag stellen of transgenders en homo’s onderdeel zijn van Gods goede schepping, dát is vragen om moeilijkheden. Een theologische reflectie op het thema gender vergt dan ook moed. Of je nu voor of tegen iets bent, al snel breekt een storm van verontwaardiging los.

Twee lastige punten dus: we hebben al een mening over gender en theologische reflectie raakt al snel gevoelige snaren. Toch wil ik een poging tot theologische reflectie doen. Concreet: wat houdt het begrip schepping in en wat kan dat ons zeggen bij het thema gender?

Tranen

In de eerste hoofdstukken van Genesis wordt verteld dat God hemel en aarde uit niets schiep, maar dat de schepping in zonde viel en verstoord raakte. De hele schepping zucht onder de gevolgen hiervan.

In de eeuwen daarna heeft Gods volk deze scheppingsberichten gehoord, overdacht en doorgegeven. In veel psalmen en andere wijsheidsliteratuur tref je scheppingsmotieven aan, evenals bij profeten als Jesaja en Amos. Dat gebeurt vooral in situaties waarin chaos dreigt. Als het kwade lijkt te overwinnen en de toekomst uitzichtloos is, roept men de schepper te hulp of spreekt God zelf van zijn alomvattende macht.

Mag een man geen lang haar dragen?
Mag een vrouw geen broek aan?

In het Nieuwe Testament zien we dat de scheppingsmotieven worden betrokken op Jezus. Hij is het Woord waardoor alles geschapen is (Johannes 1), Hij heeft de macht over wind en water, ziekte en zondenvergeving. Jezus van Nazaret blijkt de Christus, die de gevallen wereld verzoent met God en de macht heeft haar te herstellen. Christus zal de wereld uiteindelijk tot haar doel brengen. Door de Geest wordt deze wereld herschapen tot een nieuwe volmaaktheid. Dan zal alle kwaad verdwijnen en worden onze tranen voorgoed verleden tijd.

Schepping is in de Bijbel niet iets van het verleden alleen. Geloven in de schepper is vertrouwen dat Hij het is die ons kan redden, hoe onwaarschijnlijk het soms ook lijkt. Omdat God het is die alles uit niets tot aanzijn heeft geroepen, is Hij in staat om ons te verlossen van zonde en kwaad, onrecht en vernedering. Onze gebroken en soms vijandige werkelijkheid schepping noemen, is echt een geloofsbelijdenis (zie ook Zondag 10, Heidelbergse Catechismus).

Broek

Er is dus sprake van een ingewikkelde situatie. Onze werkelijkheid is schepping, maar tegelijk gebroken schepping. We kunnen de gevolgen van de zondeval nooit volledig uitwissen. Leerlingen van Jezus hopen op Gods verlossing, maar nemen tegelijkertijd hun eigen verantwoordelijkheid zo serieus mogelijk.

Als we het over mensen hebben, wringt dat nog meer. Ook wij zijn geschapen, en tegelijk is elk van ons gebroken schepping. In elk mensenleven komt deze dubbelheid op de één of andere manier naar voren.

Vaak wordt het woord ‘scheppingsordening’ gebruikt om onze omgang met onszelf, de wereld en onze medemensen te sturen. Mannen moeten passen in hun man-zijn, vrouwen in hun vrouw-zijn en de mens in zijn of haar mens-zijn. We moeten ons voegen naar onze schepselmatige positie en ordening: dat is Gods wil met de schepping.

Het is echter onmogelijk om voor altijd vast te leggen wat man-, vrouw- of mens-zijn precies inhoudt. Mag een man geen lang haar dragen? Mag een vrouw geen broek aan? Mag een vrouw niet betaald werken? Moeten mannen altijd stoer en sterk zijn?

Het is denk ik zinvoller om de scheppingsordening niet als een statische, voor altijd vastliggende mal te zien. Dat blijkt onwerkbaar. Bekijk het eens vanuit Gods eigen zorg voor de schepping, dan ontstaat ruimte en groei.

Ik ben zoals ik ben en ik geloof dat God mij heeft geschapen. Maar dan begint het pas. (beeld Oleh_Slobodeniuk/iStock)

Ik ben zoals ik ben en ik geloof dat God mij heeft geschapen. Maar dan begint het pas. (beeld Oleh_Slobodeniuk/iStock)

Korfballen

God geeft ons van alles: een lichaam, een verstand, een gemeenschap om ons heen, een traditie van eeuwen, de Schrift enzovoort. Ook mijn man-zijn is zo’n gegeven. Maar dan wel mijn man-zijn: in de 21ste eeuw, heteroseksueel, echtgenoot, vader, werknemer aan een onderwijsinstelling. Hier en nu mag ik met wat God mij geeft eerlijk en verantwoord omgaan. Ik kan het niet meer maken om mijn gedrag simpelweg te verantwoorden met: zo zijn mannen nu eenmaal. Ik heb de morele plicht om mijn man-zijn bewust vorm te geven. Ik kies er daarom voor om niet zestig uur per week te werken, maar de tijd te nemen om bij het korfballen van mijn dochter te kijken.

Dat God mij geschapen heeft als man betekent in onze tijd: ik heb de invulling van mijn man-zijn te verantwoorden. Meer dan vroeger zijn er allerlei opties. Die zijn niet per definitie slecht, hoewel het wel een extra last met zich meebrengt: ik ben gedwongen te kiezen. Ik mag niet zomaar een bepaald cultuurpatroon van mannelijkheid volgen. Dat is soms lastig. In die zoektocht naar man-zijn sta ik echter niet alleen. Ik heb een kerkgemeenschap om mij heen en kan me laten leiden door de Schrift en een traditie van eeuwen.

Snelle antwoorden

Wie worstelt met haar of zijn gender of seksuele geaardheid, heeft het niet makkelijk. Maar voor zover we weten, is dat nooit anders geweest. Homo’s hadden het vroeger niet makkelijker dan nu. De zoektocht is wel anders geworden. Maatschappelijk gezien is er veel meer mogelijk en min of meer geaccepteerd. In seksueel opzicht niet als homo leven is juist veel minder gewoon geworden.

Ik mag niet zomaar een bepaald
cultuurpatroon van mannelijkheid volgen

Het probleem van de kerk is dat we dachten dat er snelle antwoorden waren op allerlei lastige vragen. Dat het voor iedereen die het gewone leefpatroon volgde wel makkelijk was. Hetero, getrouwd, man/vrouw: dan is het plaatje helder. Homo’s en transgenders: dat hoorde niet, dat was zondig.

Nu merken we dat dat niet zo is. Getrouwd zijn is niet eenvoudig, getrouwd blijven evenmin. Gewoon vrouw zijn of man zijn is dat ook niet. We kunnen niet eenvoudigweg in een scheppingsordening stappen en doen alsof alles duidelijk is. Sommige homorelaties in liefde en trouw zijn een betere afspiegeling van Gods liefde dan menig huwelijk…

Nog-niet-weten

Voor alle christenen, in welke categorie ze zich ook plaatsen, geldt dat het simpele beroep op ‘God heeft mij zo gemaakt’ niet het laatste woord mag zijn. Je mag ermee beginnen. Ik ben zoals ik ben en ik geloof dat God mij – net als de hele werkelijkheid – heeft geschapen. Maar dan begint het pas. Hoe mag ik (en moet ik) met Gods hulp mijn leven vormgeven? Het komt erop aan als christenen samen een weg te gaan, de trage vragen uit te houden en snelle antwoorden te vermijden.

Gemeenten die rond homoseksualiteit en gender een gemeenschap vormen waarin liefde en gerechtigheid gezocht en belichaamd wordt, geven een krachtig getuigenis. Jezus’ leerlingen zoeken liever langer met elkaar dan dat ze terugvallen in zogenaamd duidelijke ordeningen van man- en vrouw-zijn.

Dit themanummer laat zien dat zoeken en nog-niet-weten de kerk beter past. We weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. Precies daarom, schrijft de apostel, hoeven we ons niet langer te laten leiden door onze eigen wil. Elk van ons moet haar of zijn zondige wil doden door de Geest. Door Hem geleid zijn wij kinderen van God, delend in Christus’ lijden en heerlijkheid (Romeinen 8:22, 12-17).

Delen.

Over de auteur

Hans Schaeffer is universitair hoofddocent praktische theologie aan de Theologische Universiteit in Kampen en redacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter