‘Ik ben een koppige optimist’

0

Kornelis Blok houdt van data. De helft van de week is hij hoogleraar duurzame energie aan de TU Delft, de andere helft werkt hij als wetenschappelijk directeur voor het door hemzelf opgerichte adviesbureau Ecofys, dat bedrijven, overheden en milieuorganisaties adviseert.

Kornelis Blok bestelt een alcoholvrij biertje. Het is warm en hij heeft vandaag hard gewerkt. Als hij thuis was geweest, zou hij ongetwijfeld wat gerommeld hebben in zijn grote tuin. Dan denkt hij soms terug aan vroeger, toen hij in Wezep opgroeide op de boerderij van zijn vader, een veehandelaar. ‘Als hij naar de markt was, ging ik met mijn moeder mee, koeien melken’, vertelt hij met een voor hem kenmerkende rustige stem. ‘Dat ik naar het vwo in Zwolle ging en daarna in Utrecht natuurkunde studeerde, was in mijn omgeving best een stap.’

Wat was de belangrijkste levensles van uw ouders?
‘God trouw blijven. Dat werd op belangrijke momenten gezegd, toen ik uit huis ging en later toen ik trouwde. Blijf de Heer dienen. Ze leven niet meer, mijn moeder is een paar jaar geleden overleden. Of ze precies wisten waar ik mee bezig was, weet ik niet. Industriële energiebesparing, opslag van CO2 in de grond, dat soort dingen zei hun weinig. Windmolens zijn tastbaarder. Mijn ouders vonden het wel mooi dat ik later veel reisde en hoogleraar werd. Voor mijn oratie liep mijn vader mee in de stoet. Een vriend zei later tegen me: “Ik heb nog nooit iemand zo verwaand zien kijken als jouw vader.” Trots, jazeker.’

Waar komt uw liefde voor dit vakgebied vandaan?
‘Mijn moeder deed alleen de lagere school, maar daar had ze enkel negens en tienen op haar rapport. Had ze later geleefd, dan was ze ongetwijfeld naar de universiteit gegaan. Mijn inzicht heb ik vermoedelijk dus van haar. Zodra de middelbare school in beeld kwam, heb ik alles wat met wiskunde te maken had ingezogen.’

‘Liever een zuinige douchekop
dan een minuut korter douchen’

Welk natuurkundig fenomeen waar wij geregeld mee te maken hebben, heeft vooral uw interesse?
‘De regenboog. En ik houd de sterrenhemel in de gaten. Als de zon straks onder is, zie je een heel heldere planeet in het westen, Venus. Als ik ‘m zie, vertel ik dat altijd aan anderen.’

Blok is altijd met duurzaamheid bezig geweest. Momenteel richt hij zich als wetenschapper en consultant vooral op de vraag: hoe kunnen we de transitie maken naar een 100 procent duurzame samenleving die veilig en schoon is? In zijn werk houden de consultant en de wetenschapper elkaar in evenwicht, hoewel zijn hart ligt bij de wetenschap. ‘Ik denk graag wat langer over vraagstukken na. Ik zeg altijd: een academicus lost z’n eigen problemen op, een consultant die van anderen. Beide vakgebieden zijn leuk. Momenteel ontwikkel ik online onderwijs voor de TU Delft. Ook begeleid ik studenten bij hun afstuderen. Eén van de leukste dingen om te doen, zeker als het om onderzoeken gaat die daadwerkelijk impact hebben.’

Kornelis Blok: ‘Iets als avondmaal vieren betekent ontzettend veel voor me, gewoon omdat je iets concreets van God in handen krijgt.’ (beeld Jaco Klamer)

Kornelis Blok: ‘Iets als avondmaal vieren betekent ontzettend veel voor me, gewoon omdat je iets concreets van God in handen krijgt.’ (beeld Jaco Klamer)

Er zit Blok iets dwars – op een milde manier dan, zo is hij – als hij kijkt naar de manier waarop veel christenen bezig zijn met duurzaamheid. ‘Het moet hun vaak meteen iets kosten: minder vlees eten, minder vliegen, korter douchen, de thermostaat lager. Die dingen lijken populairder dan maatregelen die er écht toe doen: je huis goed isoleren, zuinige apparaten en zonnepanelen nemen, een elektrische auto rijden. Ik zeg: liever een zuinige douchekop dan een minuut korter douchen. En als je kunt kiezen tussen een vakantie in Thailand of Malta, kies dan Malta.’

Maar vlees eten ís toch een zware belasting voor het milieu?
‘Ja, maar kaas is niet beter dan vlees. Beide leiden tot hoge broeikasemissies, herkauwers stoten methaan uit. Maar ik zeg niet dat je moet stoppen met vlees eten of niet meer mag vliegen. De aarde kan heel wat hebben. Voor mijn werk vlieg ik regelmatig en dat kán gewoon, bijvoorbeeld door je vlucht CO2-neutraal te maken: bij je ticketbestelling kun je CO2-credits kopen waarvoor bomen worden aangeplant.
Niettemin blijft die energietransitie nodig. Een temperatuurstijging van meer dan 2 graden leidt tot grotere droogte, in steeds meer steden temperaturen boven de 45 graden, overstromingen – en dan vooral in derdewereldlanden met miljoenen toch al arme mensen. Dát is de reden dat ik me inzet voor een duurzamere wereld; daar heb ik geen doemscenario voor nodig.’

Hoe duurzaam leeft u zelf?
‘Ik heb mijn huis goed geïsoleerd, ik heb zonnepanelen, een half elektrische auto; aan een warmtepomp wordt nog gewerkt. Ik houd van de technologie erachter en van data. Ik probeer graag van alles uit en monitor de resultaten. Thuis heb ik metertjes, bijvoorbeeld om oppervlaktetemperaturen te meten. En een app op m’n telefoon houdt het verbruik van mijn hybrideauto in de gaten.’

Wordt u niet moedeloos als iemand als Trump zich terugtrekt uit een klimaatakkoord? Ook een deel van uw werk was dan voor niks.
‘Nee, wat dat betreft ben ik een koppige optimist. Ik weet nog hoe ik op mijn telefoon zag dat Trump verkozen werd. Ik zat op de trap, het was vier uur in de ochtend, ik zou naar een klimaatconferentie in Marrakech vliegen. Maar ik dacht gelijk: wat wordt onze volgende stap? Want er zijn altijd kansen. Het Kopenhagenakkoord van 2009 bleek twee jaar later een betrekkelijke mislukking. Maar dat akkoord was een zaak van landen, niet van bedrijven en steden. Daarom heb ik die beide sindsdien actief betrokken bij mijn werk.’

En als consumenten hard hun best doen duurzamer te leven, terwijl bedrijven het klimaat aan hun laars lappen?
‘Dat doen ze niet, ze doen echt hun best. Ik heb redenen om optimistisch te zijn. In de Europese Unie wordt al bijna 20 procent van de energie duurzaam opgewekt, in het Westen daalt het energieverbruik inmiddels zelfs.’

‘Lijden is één ding,
maar de concentratie van lijden vind ik moeilijk’

Heeft u veel macht?
‘Geen macht, wel invloed. Ik ben bijvoorbeeld lid van de IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties dat landen adviseert over klimaatproblemen. Mijn rol daarin is om te laten zien wat de mogelijkheden zijn als je alle partijen laat samenwerken en te analyseren wat de impact dan is. Die inzichten komen in het IPCC-rapport dat naar alle betrokken landen gaat. De conclusies van het rapport van 2007 werden kort daarna op een grote klimaatconferentie overgenomen en hadden vervolgens wereldwijd invloed.’

Kijkt u daar met trots op terug?
‘Nee, daar ben ik te bescheiden voor. Ik vertel het mijn vrouw wel, ja.’

Welke rol speelt uw geloof in uw werk?
‘Het is een drijfveer. Ik wil de aarde leefbaar houden voor de volgende generaties. Ik herinner me dat iemand op de middelbare school een spreekbeurt hield over de Club van Rome. Dat triggerde me, het idee van de eindigheid van de aardse hulpbronnen. De meeste collega’s weten dat ik christen ben, maar in de duurzaamheidswereld wordt niet op het scherpst van de snede gediscussieerd over geloof en wetenschap. Ik praat wel de hele dag met mensen, maar meestal werkgerelateerd. Ik zal niet gauw het afgelopen weekend met mensen doornemen.’

Kunt u boos worden als christenen om u heen er qua energieverbruik met de pet naar gooien?
‘Ik ben daar niet het type voor, al denk ik soms: moet ik méér doen, misschien qua voorlichting, juist voor mijn geloofsgenoten? Ik ben voorzitter van de wetenschappelijke adviesraad van MilieuCentraal, een heel goede club. Ik zorg er liever voor dat hun informatievoorziening goed is dan dat ik zelf op de preekstoel ga staan.’

Is er een moment aan te wijzen dat u tot een levend geloof bent gekomen?
‘Nee. Ik ben altijd al een gelovige, Nederlands-gereformeerde jongen geweest. Wel heeft mijn geloof soms nieuwe stappen doorgemaakt. In mijn studietijd zat ik een keer met de vraag: wat is nu de relatie tussen weten en beleving? Eigenlijk is die vraag altijd gebleven. Het idee van een persoonlijk geloof dat je moet doorleven en doorvoelen tijdens stille tijd, leefde in mijn studietijd enorm; daar werd ik onzeker van.

Ik was met een groep jongeren in Taizé, waar je een gesprek met een broeder kon aanvragen. Ik vertelde hem hoe ik leefde en waar ik mee zat. Hij zei, eigenlijk vrij simpel: “Ga maar gewoon door op deze manier, het is wel goed zo.” Wat ik daar geleerd heb, is dat geloven niet volgens vaste sjablonen gaat, maar dat God met iedereen een eigen weg gaat. Dat gaf veel rust.

Onze NGK-gemeente in Houten heeft beide aspecten in zich, gevoel en ratio. Inmiddels zijn die twee bij mij ook beter in evenwicht. Iets als avondmaal vieren betekent ontzettend veel voor me, gewoon omdat je iets concreets van God in handen krijgt. Dat kan me echt raken, ja. Liederen ook trouwens, veel meer dan vroeger. Soms sta ik met tranen in mijn ogen, bij een lied als ‘In deze stilte’ bijvoorbeeld, van Sela.

Wat me ook aanspreekt, zijn de psalmen. Ik ben een fanatieke psalmenlezer. Ik begin elke dag met een psalm. En ik doe redelijk fanatiek Bijbelstudie; ik heb in onze kerk een cursus over Jesaja gegeven en ben Hebreeuws aan het leren. Ik doe dat soort dingen allemaal vrij grondig.’

Ik hoor het al, u gaat binnenkort de preekstoel op.
‘Nee, nee, nee, haha… Wat dat betreft ben ik echt een docent die liever uitlegt dan preekt. Als dominee breng je het woord van God. Dan is de verwachting dat God door jou heen spreekt. Als ik zo’n Jesaja-cursus geef, kan ik het wat afstandelijker uitleggen, dan probeer ik het boek zelf te laten spreken.’

Zit u als wetenschapper weleens met vragen als u de Bijbel leest?
‘Nee. De Bijbelschrijvers hadden niet de bedoeling een natuurkundeboek te schrijven en dat vind ik heel plausibel. Je hoeft niet alles wat er staat letterlijk te nemen, dat is waarschijnlijk nooit de bedoeling geweest.’

Is er een vraag die u God straks wilt stellen?
Denkt lang na. ‘Wat ik niet begrijp, is dat sommige mensen het driedubbel zo zwaar hebben als anderen. Dan denk je: waarom moet die persoon dit erbij krijgen?’

Staat u dicht bij zo iemand?
‘Ja. Wie? Dat is niet voor in dit blad, denk ik. Lijden is één ding, maar die concentratie van lijden vind ik moeilijk. Wat overigens een beetje in dezelfde lijn zit (en wat me net zo dwarszit): die uitzichtloze situaties waar sommige landen in verkeren, zoals Syrië: het houdt maar niet op met het geweld.’

Delen.

Over de auteur

Wilfred Hermans is freelance journalist.

Laat een reactie achter