Marius Noorloos: bouwen aan vriendschap met God

0

Eind jaren zeventig was Marius Noorloos predikant van de Gereformeerde Kerk (synodaal) in Lelystad. Voor het eerst kwam hij in aanraking met massale kerkverlating. ‘Jaarlijks kwamen duizenden mensen met kerkelijke papieren in Lelystad wonen. Driekwart van hen haakte onmiddellijk af. Ik was verbijsterd.’ Die ervaring vormde een sterke stimulans voor zijn levenslange inzet voor vitale en missionaire geloofsgemeenschappen. ‘Bouwen aan vriendschap met God, daar begint het mee.’

Marius Noorloos: ‘Ik ben er steeds op uit geweest om het evangelie van de onverdiende en onbegrensde liefde van God te leren verstaan, beleven en doorgeven.’ (beeld Jaco Klamer)

Marius Noorloos: ‘Ik ben er steeds op uit geweest om het evangelie van de onverdiende en onbegrensde liefde van God te leren verstaan, beleven en doorgeven.’ (beeld Jaco Klamer)

Marius Noorloos (79) woont met zijn vrouw Wil in Apeldoorn. Een verzorgde tuin vol bloemen (‘die onderhouden we samen’), in de woonkamer een afbeelding van Rembrandts schilderij De terugkeer van de verloren zoon en een Noord-Hollands landschap: ‘Gekregen van mijn tweede gemeente, Wormerveer. Dit was het uitzicht vanuit de pastorie.’

In het gesprek laat hij zich kennen als een rustige man, die vaak naar woorden zoekt en de tijd neemt, maar tegelijk krachtig en overtuigd overkomt. Geregeld gebruikt hij fraaie geloofs-oneliners, die hij ongetwijfeld vaak gebruikte in zijn werkzame leven.

‘Mijn eerste gemeenten waren Aardenburg en Wormerveer. Dat waren stabiele gereformeerde kerken. Randkerkelijkheid bestond er nauwelijks. Maar toen ik in Lelystad kwam, ontdekte ik dat kerkgangers vaak op vermolmde bomen leken. In hun vorige gemeente gingen ze nog geregeld naar de kerk en waren ze actief. Maar als ze werden overgeplant, deden ze het niet meer. Ik stond voor een raadsel. Wat gebeurde hier nou?

In die tijd ben ik gaan studeren op randkerkelijkheid. Uit interviews met passieve gemeenteleden leerde ik dat hun geloof verdroogd, verkalkt was. Ik herinner me een vrouw die mijn vraag wat het geloof voor haar betekende met een letterlijke tekst uit de Catechismus beantwoordde. Toen ik haar vroeg wat ze zelf tegen haar kinderen of kleinkinderen zou zeggen, was het lang stil. Uiteindelijk zei ze: “Ik zou het niet weten.”’

Hoe kwam dat volgens u?
‘Het geloof zat in de gereformeerde wereld vaak een voet te hoog: in het hoofd, niet in het hart. Ik raakte er diep van doordrongen dat structuren en methodes een kerk niet bij elkaar houden. Het draait om spiritualiteit: om de omgang en relatie met God onder leiding van de heilige Geest.’

‘Structuren en methodes houden een kerk niet bij elkaar.
Het draait om spiritualiteit’

Hoe zat het bij uzelf van jongs af aan?
‘Ik groeide op in de hoogtijdagen van het standpuntengeloof. Mijn ouders gingen in de oorlogstijd mee met de Vrijmaking, mijn vader schreef grote stukken over dogmatische en kerkrechtelijke zaken. Ik deed graag mee aan debatten op de jeugdvereniging en bezocht de massale parades tijdens de toogdagen. Toch waren er ook toen andere invloeden. Bij mijn ouders was er een diep verlangen naar bevindelijke geborgenheid bij God. Wat betekent “een rijke Christus voor een arme zondaar”, vroegen ze zich af.

De echte diepgaande antwoorden vonden zij bij christelijk-gereformeerde predikanten van de prekenserie Uit de levensbron. Stiekem gebruikte mijn vader als ouderling hun preken tijdens leesdiensten – netjes gekaft om niet betrapt te worden.

Na een verhuizing kerkten we bij de CGK in Gorkum. Toen ik 15 was, hoorde ik daar een preek die mijn leven heeft veranderd. De betekenis van het lijden van Christus drong voor het eerst tot me door. Het raakte mijn hart, ik kwam geestelijk thuis.’

U werd na uw studie in Kampen predikant in de Gereformeerde Kerken (synodaal). Was daar iets van bevinding te bespeuren?
‘Weinig. De kerken bewogen zich heen en weer tussen beklemmende verenging en grenzeloze vrijblijvendheid. Dat was de consequentie van het standpuntengeloof. Het besef ontbrak dat het in de theologie niet om wetenschap óver God gaat, maar om gemeenschap mét Hem. De mooiste definitie van spiritualiteit is wat mij betreft: bouwen aan de vriendschap met God. Als ik terugkijk op mijn leven, denk ik dat ik er steeds op uit ben geweest om het evangelie van de onverdiende en onbegrensde liefde van God te leren verstaan, beleven en doorgeven.

Marius Noorloos: ‘Ik besef dat God groter is dan wie ik ben. Mijn ankertekst is de belofte dat God alle dingen doet meewerken ten goede voor wie Hem liefhebben.’ (beeld Jaco Klamer)

Marius Noorloos: ‘Ik besef dat God groter is dan wie ik ben. Mijn ankertekst is de belofte dat God alle dingen doet meewerken ten goede voor wie Hem liefhebben.’ (beeld Jaco Klamer)

In de loop van de jaren kwam ik ook in contact met de charismatische vernieuwingsbeweging in de kerk. De heilige Geest was in de kerken eigenlijk afwezig. In de Catechismus gaat slechts een klein zondagje over de heilige Geest, terwijl het Nieuwe Testament er vol van staat. Het gebed om de heilige Geest kende ik niet.’

Hebt u zelf die vriendschap met God, het contact met de heilige Geest, altijd vanzelfsprekend ervaren?
‘Nee, ik heb een periode gekend van diepe, existentiële vertwijfeling. Dat begon letterlijk op het moment dat ik mijn tweede gemeente, Wormerveer, had laten weten dat ik graag op hun beroep inging. Toen ik de telefoon neerlegde, overviel die twijfel me plotseling. Ik had mijn keuze gebaseerd op twee vragen: is het beroep urgent en ben ik geschikt genoeg? Beide vragen kon ik bevestigend beantwoorden. Logisch klopte het allemaal, maar existentieel niet. Ik bleef me afvragen: Heb ik wel goed naar God geluisterd? Heb ik voldoende gewikt en gewogen?

Het heeft bijna een jaar geduurd tot de bevrijding kwam. Tijdens een Europees congres van de Campus Crusade for Christ hoorde ik de Amerikaanse evangelist Bill Bright spreken. Hij sprak over de laatste verzen van Matteüs. Christus draagt zijn discipelen op om het evangelie te verkondigen en Hij belooft met hen mee te gaan. Mijn twijfels zijn toen als sneeuw voor de zon verdwenen en ook nooit meer teruggekomen. Ik ben van blind ziende geworden.

Door een artikel over Gods wil voor je leven moedigde diezelfde Bill Bright me jaren later aan om naar Lelystad te gaan, omdat dat een plek was waar je zo veel mogelijk mensen met het evangelie kon bereiken. Door die overweging heb ik me ook bij latere beslissingen laten leiden.’

Er waren nooit meer momenten van aanvechting of onrust?
‘Natuurlijk zijn er ook daarna wel momenten geweest dat ik vastliep, in mijzelf, in mijn perfectionisme. Maar ik besef dat God groter is dan wie ik ben. Dat geeft me rust te midden van de onrust. Ik kan zwaar tobben over hoe het gaat met dat koninkrijk van God. Komt er wat van terecht? Maar die vraag hoef ik niet te beantwoorden. Daar zal in voorzien worden, hoe dan ook. Mijn ankertekst is de belofte dat God alle dingen doet meewerken ten goede voor wie Hem liefhebben. Die toespraak van Bill Bright speelt daar een belangrijke rol in. Ik vergelijk het wel met de ervaring die de man uit Ethiopië had toen hij Filippus ontmoette. De woorden van Filippus haalden hem uit zijn zoektocht, gaven hoop en houvast. Zo verging het mij ook.’

‘Ik heb veel kerkelijke processen hoopvol zien starten,
maar treurig zien eindigen’

U bent bekend geworden als kerkelijk en missionair toeruster, vooral door het programma Leven uit de Bron. Komt daarin uw persoonlijke ontwikkeling terug?
‘Dat is inderdaad het geval. Vooral in Lelystad ontdekte ik: het is niet de structuur of methode die de kerk bij elkaar houdt; het begint met spiritualiteit. In Lelystad werd dat beaamd, maar niet opgepakt. Het lukte niet om echt te veranderen, hoewel de wil er wel was. Het contact met collega’s bleef zakelijk, we vormden geen geloofs- en gebedsgemeenschap. Toen ik in 1991 de kans kreeg om missionair toeruster te worden voor de provincie Gelderland, heb ik die met beide handen aangegrepen. Tot mijn emeritaat in 2003 heb ik als toeruster mogen werken.’

Hoe ging u te werk?
‘Het hart van het programma Leven uit de Bron bestaat uit een drievoudige inhoud en methode. Wat betreft de inhoud gaat het om hart voor de Heer, hart voor elkaar als zijn leerlingen, en hart voor zijn bevrijdende werk in de wereld. Wat betreft de methode is het ongelooflijk belangrijk om niet te beginnen met activiteiten en als er tijd over is nog iets te doen aan bezinning en contact met God en met elkaar. Bijna alle kerkenraden werken zo. Maar het moet andersom: eerst tijd nemen voor het contact met God en elkaar, dan bezinning en dan aan de slag. Dat betekende bijvoorbeeld dat ik kerkenraden vaak vroeg: wat zegt de Geest tegen jullie? Dat leek me Bijbels: alle brieven in Openbaring aan de zeven gemeenten kennen de frase: “Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.” Ik drong aan op tijden van stilte, als zendtijd van de heilige Geest. Dat is een uitdaging voor kerkelijke gemeenschappen en zeker voor kerkenraden: stil zijn.

Veel kerken worstelden met het invullen van vacatures. Ik vroeg dan: welke opdracht geeft Jezus als je vacatures hebt? Dan kreeg ik niet-begrijpende blikken. Maar Jezus zegt toch: “De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig; vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen.” Neem dus eerst de tijd voor gebed. Ik heb altijd geadviseerd dat te praktiseren en in te bouwen in het gemeenteleven. Wat zegt de Geest? Wat verstaan we van God? Begin een kerkelijke vergadering met een uitgebreid geloofsgesprek. Eindig een kwartier eerder en neem de tijd om te danken en te bidden.’

Kom je uiteindelijk vanuit dat geloofsgesprek en gebed wel tot activiteiten?
‘Zeker! Een prachtig voorbeeld vind ik de Gereformeerde Kerk in Diever. Die gemeente is onder leiding van collega Jelle de Kok opgebloeid. Er zijn nieuwe gelovigen gedoopt, asielzoekers opgevangen. In tien jaar tijd is er heel veel gebeurd. Samen met gemeenteleden is het beleid ontwikkeld, de verantwoordelijkheid ervoor werd breed gedeeld. En het gaat nog steeds door. Het gaat om blijvende inzet.’

De kerk van nu gaat waarschijnlijk nog ingrijpend veranderen. Is Leven bij de Bron toekomstproof?
‘Ik denk dat het programma in elke context bruikbaar is. Het is ontwikkeld in de praktijk van het gemeente-zijn. Ik denk dat die drievoudige kern en methode altijd essentieel zijn geweest in de geschiedenis van de kerk. Ga ermee aan de slag onder leiding van de Geest en in het spoor van Jezus.’

Wat is de uitdaging voor de gereformeerde kerken van nu?
‘Voor veel predikanten en kerkenraden is het lastig om vol te houden. Ik heb veel kerkelijke processen hoopvol zien starten, maar treurig zien eindigen. Terwijl volhouden een kernwoord is in het Nieuwe Testament. We leven in een samenleving die steeds meer uiteenvalt, het is niet makkelijk om dat als kerk anders te doen. Bovendien is geloofs- en gemeenteopbouw vaak te intern gericht. Duurzaamheid, oecumene, bevrijding en genezing mogen niet marginaal blijven.’

Mede naar aanleiding van de memoires van Marius Noorloos: Gaandeweg verder via leven uit de Bron, Amsterdam (Buijten en Schipperheijn), 2016.

Dit artikel komt uit het nieuwste nummer van OnderWeg, dat verschijnt op 1 september. Thema is gastvrijheid. Benieuwd naar het hele nummer? Neem voor 13 september een gratis proefabonnement en ontvang dit nummer als welkomstgeschenk.

Delen.

Over de auteur

Embert Messelink is zelfstandig tekstschrijver.

Laat een reactie achter