Jezus, het geschenk van de waarheid

0

Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader, vol van het geschenk van de waarheid. (…) De wet is door Mozes gegeven, maar het geschenk van de waarheid is met Jezus Christus gekomen.
(Johannes 1:14 en 17, vertaling Gert Knepper)

De waarheid bevindt zich in zwaar weer. Denk aan het vele fake news dat belangengroepen – politieke leiders en zelfs christenen niet uitgezonderd – ongegeneerd verspreiden. Trump is er zijn politieke carrière mee begonnen: Barack Obama zou niet in Amerika, maar in Kenia geboren zijn. Ook Rusland doet een flinke duit in het zakje, bijvoorbeeld door de misleiding rond vlucht MH-17. Kunnen we in zo’n klimaat nog wel zeggen dat Jezus de waarheid is?

De manipulatie van de waarheid heeft in onze tijd tot een crisis van de waarheid geleid. Wie kun je nog vertrouwen? Wat moet je nog geloven? Maar de crisis gaat dieper. Onze cultuur staat wantrouwend tegenover het woordje ‘waarheid’ als zodanig. Marx, Freud en Nietzsche, de drie ‘meesters van de achterdocht’, hebben immers blootgelegd dat achter veel waarheidsclaims onmiskenbaar economische belangen, seksuele driften en machtsaanspraken schuilgaan.

(beeld kathleenmadeline/Lightstock)

(beeld kathleenmadeline/Lightstock)

Onze cultuur maakt dan ook een scherp onderscheid tussen feiten en meningen. Feiten zijn waar. Maar op geloofs- en politieke overtuigingen is het woord ‘waarheid’ per definitie niet van toepassing. Dé waarheid is een fictie, ieder mens heeft zijn eigen interpretatie van de werkelijkheid. Uiteindelijk kent onze samenleving maar één waarheid: je mag alles geloven, zolang je maar niet de waarheid claimt en ieder in zijn waarde laat.

In deze atmosfeer leven wij, wij ademen die in en worden erdoor beïnvloed. Ook christenen kunnen er daarom beducht voor zijn om voor hun geloof nog het woord ‘waarheid’ te gebruiken. Temeer daar het christendom zich in de loop van de geschiedenis in naam van de waarheid schuldig heeft gemaakt aan kruistochten, ketterjachten, kolonialisme, onderdrukking van vrouwen, zwarten en homo’s, enzovoort. Ja, het woordje ‘waarheid’ zit in de verdachtenbank, maar de kerk is daar mede schuldig aan.

Kunnen we het woord ‘waarheid’ nog wel gebruiken? Durven we nog te geloven dat er waarheid is?

Geschenk

Soms stuit je op een Bijbeluitleg die zo verrijkend is, dat je hem graag het voordeel van de twijfel geeft. Dat heb ik met de vertaling en uitleg die Gert Knepper van Johannes 1:14-17 geeft.* In deze verzen wordt de grootheid, de glorie, van Jezus Christus gepredikt, onder meer door die te vergelijken met de grootheid van Mozes. Wat is eigenlijk het meerdere van Jezus ten opzichte van Mozes? Ook van Mozes immers straalde Gods glorie af (Exodus 34:29-35) en de Thora was toch Gods grote geschenk aan Israël?

Johannes heeft in Jezus Gods heerlijkheid
en grootheid gezien

In de vertaling van Knepper komt het volle accent op het woord ‘waarheid’ te liggen. Mozes gaf (het geschenk van) de wet, met Jezus kwam ‘het geschenk van de waarheid’. Zo vertaalt Knepper de staande uitdrukking ‘genade en waarheid’. Volgens hem heeft het woord ‘waarheid’ hier al de specifieke betekenis die het ook elders in het evangelie naar Johannes heeft, namelijk ‘de goddelijke werkelijkheid, zoals Jezus die geopenbaard heeft’ (zie Johannes 8:40-47, 14:6, 14:16, 16:13).

Zoals gezegd geef ik deze uitleg graag het voordeel van de twijfel, temeer daar het woord ‘waarheid’ in het evangelie naar Johannes inderdaad alles te maken heeft met het zicht krijgen op de ware werkelijkheid waarin wij leven, de van ons uit ontoegankelijke werkelijkheid van God. Hieronder wil ik daar enkele aspecten van belichten.

Waarheidsvraag

Ten eerste valt op dat Johannes het woord ‘waarheid’ buitengewoon vrijmoedig gebruikt. Mogelijk denkt iemand dat dit in zijn tijd, anders dan in de onze, nog onbevangen gebeuren kon. Maar niet geheel toevallig komt in het Johannesevangelie aan de orde dat ook toen de waarheidsvraag in het geding was. Als onze Heer zegt dat Hij naar de wereld is gekomen om van de waarheid te getuigen, luidt de reactie van Pilatus, de sceptische politicus: ‘Wat is waarheid?’ (Johannes 18:37-38).

Ten tweede gebruikt Johannes het woord ‘waarheid’ voor de grote daden die hij van Jezus gezien en gehoord heeft (Johannes 5:30-33; 19:33-35; 21:24-25). Daarin zit een feitelijke laag. Johannes was erbij toen Jezus het brood brak tot iedereen genoeg had. Hij was erbij toen Jezus zijn doorboorde handen en zijde aan Thomas toonde. Hij is een getuige van wat het oor heeft gehoord, het oog heeft gezien en de handen hebben getast (Johannes 20:27; 1 Johannes 1:1). Jezus is de waarheid in levende lijve.

Ten derde geeft Johannes het woord ‘waarheid’ een glorieuze klank. Hij spreekt over ‘het geschenk van de waarheid’. Ook dat heeft alles met Jezus te maken. Het eerste wat Johannes te binnen schiet als hij aan Jezus denkt is doxa: glorie, luister, grootheid (zie Johannes 1:14). Via de goddelijke schittering in Jezus’ doen en laten, spreken en zwijgen heeft Johannes in Jezus Gods heerlijkheid en grootheid gezien.

Naargeestig

Onze cultuur staat – niet geheel ten onrechte – wantrouwend, cynisch zelfs, tegenover het woordje ‘waarheid’. Maar met welk gevolg? Een wereld zonder (respect voor de) waarheid wordt een intens lelijke en diep naargeestige wereld. Het is een wereld waarin fake news en framing mensen tegen elkaar uitspelen, tegen elkaar in het harnas jagen en onzeker en verward maken.

Het evangelie naar Johannes reikt een luisterrijk alternatief aan: in deze wereld kunnen we op het spoor van de waarheid komen. Een waarheid vol van schoonheid, waarachtigheid en goedheid. Ze is van een feitelijk karakter: Jezus’ goedheid, liefde, offer, nederigheid en trouw zijn de laatste en heerlijke waarheid. We hoeven tegenover deze waarheid geen achterdocht te hebben, ze is volkomen transparant en heilzaam. Gods glorie straalt ervan af. Ze is een geschenk. Gods geschenk aan mensen die leven in duisternis.

De waarheid onderdrukt niet,
maar maakt vrij

Dit zicht op de waarheid betekent niet dat wetenschappelijk onderzoek zinloos en encyclopedieën overbodig zijn geworden. En al helemaal betekent dit niet dat de waarheid die Jezus is tot een soort dictatuur van de waarheid zal leiden, waarin doorvragen en zelfstandig nadenken verboden zijn – Jezus’ leerlingen deden immers niet anders. De waarheid is niet iets om bang voor te zijn, ze drijft de angst uit (1 Johannes 4:18). De waarheid onderdrukt niet, maar maakt vrij (Johannes 8:32).

Tegelijk is deze waarheid niet lievig of soft. Ze schijnt als een licht in onze duisternis. Ze is uiterst confronterend, omdat Jezus’ liefde en dienstbaarheid bijvoorbeeld blootleggen hoezeer wij van God vervreemd zijn, hoe onbetrouwbaar wij mensen zijn en hoezeer wij ons door onze machtswellust en trots kunnen laten leiden (zie bijvoorbeeld Johannes 13:3-8). Toch mogen we ons bij de waarheid die Jezus is volkomen veilig weten: ‘Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.’ (Johannes 3:16)

Ontzag

Binnen de gemeente van Christus mogen we vieren dat er waarheid is in deze wereld vol verwarring, onzekerheid en leugens. Jezus is Gods geschenk van de waarheid. Dankzij Hem krijgen we zicht op het grote geheim van het bestaan, God zelf. En vol ontzag houden we de adem in: wat een glorie!

Voor deze waarheid hoeven we ons niet te schamen, ook in onze cultuur niet. Hier hunkert immers iedereen naar?

* Gert Knepper (2014), ‘Het geschenk van de waarheid. Betekenis en vertaling van charis in Johannes 1’, in: Met Andere Woorden, 33/1, p. 12-21. Zie goo.gl/hhz9cX.

Om over na te denken of door te praten

  • De argwaan tegenover het woordje ‘waarheid’ in onze samenleving, in hoeverre herken je die?
  • Voel je je vrij om van je geloof in Jezus Christus te zeggen dat het de waarheid is, of voel je enige schroom? In het laatste geval, waar komt die schroom vandaan?
  • ‘Werkt’ het om mensen van het christelijk geloof te overtuigen door te benadrukken dat het ‘de waarheid’ is? Waarom wel of niet?
  • Kun je begrijpen dat Johannes bij Jezus direct aan het woord ‘glorie’ denkt?
  • Genieten van de waarheid die Jezus is, hoe doe je dat? Kun je dat leren?
  • Hoe zou je zo van dé waarheid kunnen getuigen dat anderen iets proeven van de goedheid en schoonheid ervan?
Delen.

Over de auteur

Jan Mudde is predikant te Haarlem.

Laat een reactie achter