Is de HEER in ons midden of niet?

Maurits Oldenhuis | 13 oktober 2018
  • Eyeopener

Hij noemde die plaats Massa en Meriba, omdat de Israëlieten Mozes daar verwijten hadden gemaakt en omdat ze daar de HEER op de proef hadden gesteld door te vragen: ‘Is de HEER nu in ons midden of niet?’
(Exodus 17:7)

In de woestijn, onderweg naar het beloofde land, vragen de Israëlieten zich af of de HEER in hun midden is. Door de eeuwen heen hebben mensen deze vraag gesteld. Het is de vraag van Israël, de vraag van onze mensengeschiedenis, en soms ook de vraag van ons leven nu. Is de Heer er echt, of zegt Hij maar wat? En als Hij in ons midden is, waaraan merken wij dat dan?

En weer is er gebrek aan water in de woestijn. Bij Refidim heeft het volk Israël geen toegang tot één van de meest basale levensbehoeften van de mens: water. En weer lopen de Israëlieten tegen Mozes te hoop. Elke keer lijkt het een graadje intenser en heftiger te worden. Geef ons water! ‘Wat moet ik beginnen?’, zegt Mozes tegen God, ‘Nog even en ze stenigen mij’ (Exodus 17:4). Gebrek aan de basale levensbehoeften kan het slechtste in mensen naar boven brengen. Dat is van alle tijden. Ook hier zien we het gebeuren.

(beeld Evgenii Emelianov/iStock)

(beeld Evgenii Emelianov/iStock)

Niet zozeer de leider van het volk, Mozes, moet het daarbij ontgelden, maar vooral God. Tenminste, dat is wat Mozes zegt. ‘Waarom maakt u mij verwijten?’, roept Mozes tegen de aanstormende Israëlieten, ‘Waarom stelt u de HEER op de proef?’ (Exodus 17:2). Daarmee legt Mozes bloot wat hier in feite gebeurt. Hier is meer aan de hand dan dat mensen hun nood klagen bij God. Daar is bij God alle ruimte voor. In veel psalmen gebeurt het. Dichters vragen: God, waar bent U? God, waarom slaapt U? In je nood mag je kennelijk veel tegen God zeggen. Dit is anders. Dit is Massa en Meriba, zegt Mozes aan het einde.

Het volk stelt de HEER op de proef. Dat moet je opvatten als: ze provoceren God, tarten Hem en dagen Hem uit. Ze zoeken ruzie met God en gaan zelfs zover dat ze Hem aanklagen. Dat is wat hier gebeurt: ze dagen God voor het gerecht. Daarom noemt Mozes deze plaats Massa en Meriba, ofwel: provocatie en twist.

Lachertje

Op verschillende plaatsen in de Bijbel blijkt dat het gebeuren bij Massa en Meriba God tot het uiterste heeft geraakt en geprikkeld. In Numeri 20 vindt er opnieuw een ‘Meriba’ plaats, maar hoe dit zich verhoudt tot Exodus 17:1-7 moet ik hier nu buiten beschouwing laten. In Psalm 95 komt God terug op Massa en Meriba en brengt Hij Exodus 17:1-7 in herinnering. ‘Wees niet koppig als bij Meriba, als die dag bij Massa, in de woestijn, toen jullie voorouders Mij op de proef stelden, Mij tartten, al hadden ze mijn daden gezien’ (Psalm 95:8-9). De schrijver van de brief aan de Hebreeën haalt op zijn beurt weer deze psalm aan, om daarmee het punt te maken dat je ‘met een kwaadwillig, ongelovig hart afvallig kunt worden van de levende God’ en de rust die Hij belooft kunt mislopen (Hebreeën 3:7-13).

God heeft het hoog opgenomen dus. Niet omdat de Israëlieten hun nood klaagden vanwege het gebrek aan water, maar omdat ze God in zijn hart raakten met de vraag: ‘Is de HEER nu in ons midden of niet?’ Zijn naam is Jahwe: Ik ben die Ik ben, Ik ben erbij, altijd. Is dat wel zo, vroegen de Israëlieten zich af, is die naam niet eigenlijk een lachertje? Voor de Israëlieten had God afgedaan. Cynisch wendden ze zich van Hem af. Het zal wel, deze God met zijn mooie naam. Wij hebben dorst. Alweer. Wat heb je als puntje bij paaltje komt eigenlijk aan Hem? Dat cynisme ­­– als iets God tot het uiterste prikkelt en uitdaagt, dan dit. Of Ik in jullie midden ben? Wacht maar af!

Levengevend

Wat opvalt is dat God de uitdaging aangaat. Hij laat zich ‘op de proef stellen’. Mozes moet zijn staf meenemen en ermee op de rots slaan. ‘Neem de staf waarmee je op de Nijl hebt geslagen’, zegt God (Exodus 17:5). Toen Mozes er in Egypte mee op het water sloeg, veranderde het water in bloed en kwam er een ramp over het land. Wat gaat er nu gebeuren? Je houdt je adem in. Weer een straf, een oordeel, een ramp? Zo vreemd zou dat niet zijn. Nee, er komt water uit de rots. Genoeg te drinken voor iedereen.

Wat heb je als puntje bij paaltje komt eigenlijk aan Hem?

Zo laat God zien dat Hij zijn naam eer aan doet. Ik ben in jullie midden! Levengevend, genadig en reddend. Niet met straf en oordeel. Zelfs niet als mensen Hem op het hart trappen, cynisch hun schouders ophalen over zijn betrokkenheid bij mensen. Hij staat klaar bij de rots en zijn genade stroomt hun als een waterval tegemoet. God doorstaat de proef glansrijk. Zo doet Hij dat. Ja, Ik ben in jullie midden! Wil je het zien, geloven en nooit meer vergeten?

Christus

Verderop in de Bijbel wordt ook door Paulus naar deze geschiedenis verwezen. Tenminste, daar heeft het alle schijn van. In 1 Korintiërs 10 houdt Paulus de geschiedenis van Israël voor aan de christenen in Korinte, als een waarschuwend voorbeeld. En in dat verband zegt hij: ‘Ze dronken uit de geestelijke rots die hen volgde – en die rots was Christus’ (1 Korintiërs 10:4). Op het eerste gezicht lijkt dat nogal aanvechtbaar Bijbelgebruik: wordt Christus hier niet ingelezen in Exodus 17? Totdat je er wat verder over gaat nadenken. Is de HEER in ons midden of niet? Om die vraag gaat het.

Waaraan is Gods aanwezigheid te merken, toen bij het volk Israël, door de tijden heen in onze geschiedenis, nu in ons leven? De Israëlieten dachten: zolang wij water hebben en brood en we geen gebrek lijden. Hoe diep zit dat in mensen! Als het mij goed gaat, als ik nergens gebrek lijd, dan is God kennelijk met mij. Gaat het mij slecht, kom ik tekort, dan is Hij er niet. Is dat hoe het werkt bij God? Exodus 17 vertelt hoe God er is, genadig, reddend, vergevend en liefdevol. Er stroomt water uit de rots. God vaagde Israël niet weg. Hij is aanwezig als een rots die water geeft. Als een rots van genade. Als de rots die Christus is. Was het ook niet Jezus’ weg om geslagen te worden? En stroomt langs die weg zijn genade niet over de hele wereld?

Verborgen

Is de Heer in ons midden of niet? Die vraag stond op het spel in de woestijn en staat op het spel in ónze geschiedenis, in onze levens. Het was bedoeld als een cynische vraag. Midden in al het cynisme van Israël toen ­– en mogelijk van ons mensen nu – maakt God duidelijk: Ik ben er. Verborgen in mijn Zoon. In zijn wonden. In het kruis dat Hij droeg. In het oordeel dat Hij onderging. In het water van het leven dat stroomt uit zijn lichaam. In de rots op wie geslagen werd. Zo ben Ik in jullie midden. Ik ben niet uit jullie midden weg te slaan. Nu niet. Nooit.

Vragen om over door te denken of te praten

1. Is de Heer in ons midden of niet? In hoeverre herken je jezelf in deze vraag?
2. Waar zou jij naar kijken of op wijzen om een antwoord te geven op deze vraag?
3. Wat zou jij zeggen als iemand jou deze vraag voorlegt?
4. Als het goed met je gaat, dan ervaar je dat God met je is, maar als het slecht gaat, dan lijkt Hij afwezig te zijn. Herken je dat patroon? Zou dat patroon doorbroken moeten worden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe zou dat kunnen?
5. God is in ons midden in de persoon van Jezus Christus, als een rots die water geeft toen erop geslagen werd. Wat heeft dit jou te zeggen? Helpt dit beeld jou verder? Waarom wel of niet?

Over de auteur
Maurits Oldenhuis

Maurits Oldenhuis is predikant van de GKv Bergschenhoek.

Op weg met muziek

Op weg met muziek

Els Veurink (HR)
  • Reisbagage
  • Thema-artikelen
Zing een nieuw lied voor de HEER

Zing een nieuw lied voor de HEER

Jaap Cramer
  • Beschouwing
  • Thema-artikelen

Reageer op dit bericht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief