Op de valreep bekeerd

0

Dat nachtelijke berichtje van David uit Amerika was allesbepalend voor Bas Folmer. ‘Anders was ik er nu gewoon niet meer geweest. Jezus heeft me gered.’ Twee jaar geleden werd Bas gedoopt. Nu studeert hij theologie in Kampen.

(beeld Jaco Klamer)

(beeld Jaco Klamer)

Wat betekent hoop voor hem? ‘Dat ik erop kan vertrouwen dat het bestaan meer is dan leven, lijden, sterven – en dat was het. Het is niet één grote pot ellende.’
Net terug van college geeft Bas Folmer (23) in zijn studentenkamer in Kampen rekenschap van de hoop die in hem is. Twee jaar geleden is hij gedoopt in de plaatselijke Bazuinkerk (GKv), waarmee hij in contact kwam nadat hij besloot theologie te gaan studeren. Uit zijn boekenkast blijkt Bas’ interesse in antieke culturen. Na zijn studie wil hij het liefst aan een hbo-opleiding of een universiteit aan de slag als docent oude talen, Oude Testament of Nieuwe Testament. Hij ziet wel wat God voor hem in petto heeft. ‘Over de toekomst maak ik me niet zo druk meer. In het perspectief van de eeuwigheid is alles ondergeschikt aan de navolging van Jezus, in geloof, hoop en liefde.’

Zo zou je het vroeger niet hebben gezegd?
‘Zeker niet. Ik kom niet uit een christelijk gezin. Ik groeide op in Heenvliet op Voorne-Putten. Mijn ouders waren van huis uit rooms-katholiek en gereformeerd-synodaal, maar ze deden daar weinig mee. Uit gewoonte baden we wel bij het eten. En eens per jaar gingen we naar de kerk, met kerst.

In de puberteit vond ik het heel vreemd dat mensen in engelen, God of goden geloofden. YouTube was toen in opkomst. Ik keek veel filmpjes, van Richard Dawkins en anderen, waarin werd uitgelegd waarom creationisten ontzettend dom waren. Ik voelde me automatisch superieur aan die belachelijke christenen.

Tegelijkertijd was ik depressief. Ik wilde niks met m’n leven en vond het heel moeilijk om ergens van te genieten. Gingen we naar een parade, dan vroeg ik aan mijn vader: papa, wat is hier nou leuk aan? Vaak voelde ik me eenzaam. Op de basisschool ging het eens over spandoeken en wat je daarop kunt zetten. “Bas Folmer moet dood”, schreef ik. Kennelijk moest dat eruit.’

Er hing een zwart doek over je leven?
‘Heel vaak dacht ik dat mensen mij niet snapten. Ik was bang voor van alles en nog wat. Naarmate ik ouder werd, werd de depressiviteit steeds filosofischer. Overal in de wereld zag ik lijden en pijn. School, werken, pensioen, dood: wat voor vrijheid zat daar nou in? Als het project leven toch al gedoemd was te mislukken, als niemand je over duizend jaar meer kent en de zon uiteindelijk het heelal opblaast, waarom zou je er dan moeite in steken? Het bestaan is gewoon hartstikke absurd. Heel rationeel dacht ik: misschien moet ik gewoon niet meer bestaan. Met chagrijnig rondlopen help ik niemand.

‘Ik wist waar de messen lagen,
ik zou gif kunnen opdrinken’

Mijn gevoel van toen kun je gerust wanhoop noemen. Alles was grauw. Ik was helemaal geobsedeerd door de dood, mijn eigen dood, en de zinloosheid van het leven. Ik wist waar de messen lagen, ik zou gif kunnen opdrinken. Liep ik een kamer binnen, dan keek ik vooral naar de ramen. Daar zou ik door naar buiten kunnen springen. Videospelletjes en overmatig eten waren de manieren om met mijn angst om te gaan. Ik dacht dat ik een mismaaksel was. Mijn favoriete films waren De klokkenluider van de Notre Dame en The Phantom of the Opera, allebei over een misbegrepen monster.’

Wat bracht de ommekeer?
‘Via de internetsite Omegle, die je verbindt met een willekeurige vreemdeling die ook online is, kwam ik in contact met David, een Amerikaan. We vonden beiden een bepaald videospelletje leuk. Hij zei ook dat hij van Jezus hield. Ik dacht: daar help ik hem wel van af, met de kennis van al die filmpjes die ik had gezien. Vrij venijnig vroeg ik hem hoe hij nou in God kon geloven. Tot mijn verbazing gaf hij altijd best wel goede antwoorden, vaak met Bijbelverzen erbij. De Bijbel had ik nog nooit gelezen; ik stelde me altijd heel erg boven dat boek. Toen kwam ik erachter dat ik helemaal niets van het christendom wist.

Het geloof was voor mij altijd een onmogelijkheid geweest. Door David ontdekte ik geleidelijk de redelijkheid ervan. Maar het was niet voor mij. Steeds vaker dacht ik: oh nee, als God wel bestaat, moet ik een keuze maken. Ik had, door wat David me vertelde, wel door dat het geloof mijn hele leven zou veranderen, maar ik had er weinig zin in om me helemaal aan God te geven. Ik wilde me niet laten voorschrijven hoe ik met mijn geld of met anderen moest omgaan.

Ondertussen bleef ik depressief en verslaafd aan videospelletjes. Tot ’s nachts half vier speelde ik door, terwijl ik om zes uur weer op moest. Ik was toen 17. Op een gegeven moment, midden in de nacht, had ik er genoeg van. Mijn vader heeft suikerziekte, er lagen insulinepennen in de koelkast. Ik dacht: als ik me daarmee volschiet, ben ik van alles af. Net toen ik naar beneden wilde gaan, naar de koelkast, stuurde David me een berichtje: “Hé, hoe gaat het met je? Ik ben een beetje bezorgd en heb het idee dat God tegen me zegt dat ik voor je moet bidden.” Dit kon geen toeval zijn. Vaak had ik gebeden: als U dan bestaat, God, geef me een teken. Dit moest wel van God zijn. Toen ben ik christen geworden.’

Bas Folmer: 'Geweldig, overdonderend en heel erg raar was het besef dat de schepper en heerser van het universum van me hield en blijkbaar een bedoeling met mijn leven had.' (beeld Jaco Klamer)

Bas Folmer: ‘Geweldig, overdonderend en heel erg raar was het besef dat de schepper en heerser van het universum van me hield en blijkbaar een bedoeling met mijn leven had.’ (beeld Jaco Klamer)

Van wanhoop naar hoop…
‘Jezus heeft die nacht letterlijk mijn leven gered. De eerste drie, vier maanden na mijn bekering was ik de vrolijkste persoon die ik kende. Later kwamen er depressieve periodes terug. Dat zit blijkbaar in mijn karakter. Ik merkte wel dat bidden en actief met het geloof bezig zijn me ontzettend veel drive gaven. Ik had nu zo’n andere kijk op het leven. Uit onvrede met het leven had ik er vroeger meer vrede mee dat ik eens zou sterven dan nu. Na mijn bekering was er ineens veel meer om voor te leven. Ik zag in hoe ik mezelf had opgesloten.

Geweldig, overdonderend en heel erg raar was het besef dat de schepper en heerser van het universum van me hield en blijkbaar een bedoeling met mijn leven had. Hij maakt geen fouten. Dat gaf ontzettend veel hoop. Ik was niet gedoemd om een monster te zijn. Ik voelde de verantwoordelijkheid om iets van mijn leven te gaan maken. Het is in Gods eeuwige plan opgenomen dat ik besta. Iemand die zo veel van mij houdt, wil ik niet teleurstellen.’

‘Ik was niet gedoemd om een monster te zijn’

Hoe anders zou je leven zijn zonder die hoop?
‘Dan was ik er gewoon niet meer geweest. Ik merk nu dat als ik me naar buiten richt en liefde probeer uit te delen, of in ieder geval iets goeds probeer te doen, dat ik helemaal geen tijd heb om depressief te zijn. Soms val ik wel terug in geloofstwijfel en depressiviteit. Dan moet ik weer bij Hem terugkomen, net als het volk Israël of de verloren zoon: God, ik moet toegeven dat het niet zo best gaat als ik de baas wil zijn over mijn eigen bestaan. Het leven loopt beter als ik geloof.’

Wat helpt je om de hoop vast te houden, ook nu na een aantal jaren de nieuwheid van het geloof en de hoop er misschien af is?
‘Ik merk dat het evangelie steeds weer nieuw voor me wordt als ik anderen erover vertel. Dat sterkt me heel erg: wauw, dit is inderdaad waar ik voor sta, hier wil ik voor leven. Als het in je leven goed gaat, dreig je dat al snel uit het oog te verliezen, maar het is goed om je zorgen bij God neer te leggen. Dan raak je er niet door overspoeld.’

Is iemand die zonder God leeft zonder hoop?
‘Ik ken genoeg mensen die heel goed zonder Hem kunnen leven. Die hebben met het hier en nu meestal genoeg aan hun hoofd. Zo was ik zelf ook.’

‘Er is Hoop’ was jaren geleden het motto van een landelijke evangelisatieactie, deur aan deur. Een goede manier om niet-christenen te interesseren voor het geloof?
‘Velen zullen zich niet direct aangesproken voelen. Ik was ook niet per se op zoek naar God. Dat Jezus redt, bevrijdt en wil vergeven, zoals David me vertelde, koppelde ik aanvankelijk niet aan mijn situatie. Het is wel heel goed om langs de deuren te gaan, want veel mensen die hopeloos zijn komen niet of nauwelijks buiten. Je moet niet gelijk Jezus door de strot willen duwen, maar de Bijbel is voor hen wel een hoopvol bericht. Zo veel mensen zitten gevangen in hun eigen geest: ik ben oud, ik kan niet meer veranderen, ik ben hopeloos. Maar voor God zijn er geen hopeloze gevallen.’

Delen.

Over de auteur

Jan Kas is freelance journalist.

Laat een reactie achter