Column: Een vurig hart

0

‘Laat ons hart steeds vurig zijn’, zongen we in de kerk. Een bekend lied, we zingen het graag. Er spreekt een sterk verlangen uit om dicht bij God te leven. Maar na deze zondag is er een maandag waarin de praktijk heel anders kan zijn. Soms een regelrechte koude douche voor dat heilige vuur. Misschien is het verlangen daarom zo groot in dat zingen van ons. ‘Abba, Vader, U behoor ik toe.’

Ik sprak op deze zondag kort na elkaar twee mensen. Eerst een ex-dakloze met een drugsverleden. Hij is op zoek naar een kerk waar de Bijbel opengaat. Hij is bewust christen geworden en probeert zijn leven op de rails te krijgen. Hij zat naast me. Hij kent geen enkele melodie van welk christelijk lied dan ook. ‘Moet ik allemaal nog leren’, zei hij. Thuis zit hij op internet van alles uit te zoeken. Het vuur in zijn hart vraagt om brandstof, materiaal om God te prijzen.

Hij kent geen enkele melodie
van welk christelijk lied dan ook

Daarna een jonge vrouw met een mooie carrière in het vooruitzicht. Ze vertelde dat zij had besloten haar baan op te geven. Dat deed ze omdat ze daarin voortdurend bij haar geloofsleven werd weggetrokken. Altijd maar hard werken in een omgeving met weinig ruimte om christen te zijn. Herkenbaar. Er zijn er zovelen die werken in omgevingen waar God geen rol lijkt te spelen, in bedrijven, op universiteiten, soms op plekken waar de cultuur verrot is en de leegte bijna tastbaar.

Twee mooie mensen, twee levens in onze tijd. Ze weten dat wereldse omgevingen het vuur niet brandend houden. Ze komen naar de kerk om telkens opnieuw de draad van hun leven op te pakken, ook al raken ze buiten de kerkmuren de liturgie een beetje kwijt. Twee mensen met een verlangen om dicht bij God te leven. Misschien hebben ze daarom de tranen in hun ogen terwijl ze zingen: ‘Laat ons hart steeds vurig zijn.’

Delen.

Over de auteur

Roel Kuiper is rector van de Theologische Universiteit in Kampen.

Laat een reactie achter