Philip Troost over kwetsbaarheid

0

Kwetsbaar-zijn is in. Het boek De kracht van kwetsbaarheid van Brené Brown scoort. We willen kwetsbaar zijn, en als dit nog niet zo is, willen we per se kwetsbaar worden. Maar hoe doe je zoiets? Wat is kwetsbaarheid eigenlijk? Theoloog en trainer Philip Troost: ‘Het kerstkind is de enige mens die kwetsbaar moest wórden.’

Philip Troost: 'Het is een immense opgave om te erkennen dat en hoe je kwetsbaar bent.’ (beeld Hans van Sloten)

Philip Troost: ‘Het is een immense opgave om te erkennen dat en hoe je kwetsbaar bent.’ (beeld Hans van Sloten)

Er zijn nogal wat omschrijvingen van kwetsbaarheid. Hoe omschrijf jij dit woord?
‘Ik zeg eerst wat het woord niet is: het is niet het tegenovergestelde van kracht. Als dit zo zou zijn, dan wordt het of of, je bent óf kwetsbaar óf krachtig. Daar raak je gesplitst van. Ik kies voor het Bijbelse beeld van kwetsbaarheid: een kind, worden als een kind. Wat is het kenmerk van een kind? Dat het zichzelf niet kan redden. Het heeft hulp nodig en moet gedragen worden.’

Wat betekent dat?
‘Het geeft een soort kader om verder na te denken over kwetsbaarheid. Waarom is het zo moeilijk om kwetsbaar te zijn? Omdat wij onszelf willen redden. Daarom kan ik niet zo veel met wat je vaak hoort: dat wij kwetsbaar moeten wórden. Zo’n uitspraak suggereert dat wij ergens naartoe moeten. Dat geloof ik niet. Ik geloof veel meer dat wij ontmaskerd moeten worden in hoe we steeds weg willen blijven bij wie we eigenlijk zijn. Kwetsbaarheid gaat over onze identiteit. Ik weet dat kwetsbaar-zijn hip is. Je kunt ermee scoren. Maar hoezo hip? Het is een immense opgave om te erkennen dat en hoe je kwetsbaar bent.’

Het heeft toch iets moois om je kwetsbaar te tonen? Dat je zegt: ik weet dat ik faal, dat accepteer ik?
‘Dat is zo. Maar feitelijk is zoiets slechts de eerste stap in de goede richting. Mijn punt is dat door dat “kwetsbaar-zijn is hip” kwetsbaarheid een middel wordt tot een doel – bijvoorbeeld om de kerk warmer te maken en de wereld humaner – of een weg naar overwinning. Je sluit dan precies aan bij de maakbaarheidscultuur van onze samenleving. Ergens zijn we moe van het moeten presteren, het doenerige, en daarom is kwetsbaar-zijn hip. Maar intussen willen we onze zelfredzaamheid en maakbaarheid niet opgeven. Daarmee wordt kwetsbaarheid een nieuw middel voor dezelfde oude doelen. Als het iets wordt als “overwinnen door kwetsbaarheid” of kwetsbaar worden om Gods kracht zichtbaar te maken, dan maken we er weer iets moois of krachtigs van, om maar bij de echte kwetsbaarheid weg te blijven.’

‘Ik weet dat kwetsbaar-zijn hip is. Maar hoezo hip?’

Wat is echte kwetsbaarheid dan?
‘Kwetsbaarheid is de erkenning van je realiteit als mens. God maakte de mens en gaf hem het goede leven. Doordat de mens zich vergreep aan de kennis van ook het kwaad, is de mens zich in één klap van zijn kwetsbaarheid bewust. In je naakte mens-zijn oog in oog staan met de macht en kracht van het kwaad, dat is overweldigend, beangstigend, dodelijk. Je voelt tot in het diepst hoe kansloos je bent. Los van God is dat niet te doen.’

En dus?
‘Wil ik elk idee dat kwetsbaar-zijn mooi of krachtig is tackelen. Ik wil het hippe eraf halen. Het is vooral beangstigend en ondoenlijk. Het doet zeer, het is beschamend, riskant. Als kwetsbaarheid in de mode is, begin ik het te wantrouwen. Is dit de zoveelste poging om onszelf te redden, de wereld te verbeteren en intussen niet echt te erkennen dat je daarvoor bij Jezus moet zijn en dat jij dit niet kunt? Zeker, als mensen hun kwetsbaarheid echt gaan erkennen en tonen, gebeuren er mooie dingen: er komt verbondenheid, menselijkheid, echtheid. Maar als we kwetsbaar willen wórden om dit voor elkaar te krijgen, is het al niet meer echt kwetsbaar. Want kwetsbaarheid gaat er juist over dat je het kwaad niet zelf kunt weerstaan. Dat je daarvoor te broos, te beschadigd, te onvolmaakt, te zelfzuchtig bent. Kwetsbaar-zijn is dat je eerlijk bent over hoe kansloos je bent als mens, als wereldverbeteraar, als redder.’

Hier zit een sterk christelijk element in. Stel dat jij wordt uitgenodigd om over kwetsbaarheid te spreken voor een collegezaal met niet-christelijke studenten. Wat vertel je dan?
‘Dan kan ik het gewoon hebben over het feit dat de realiteit van kwetsbaar-zijn zich niet laat ontkennen. Daarmee heeft iedereen te dealen. Je hebt je mens-zijn te nemen.’

Een student zegt: waaruit blijkt dit dan?
‘Dan hoef ik maar een paar voorbeelden te noemen. Bijvoorbeeld dat hij, stel dat het om een hij gaat, stérk heeft willen zijn terwijl dat eigenlijk helemaal niet het geval was. Dat hij pijn wegdrukte, dat hij niet wilde voelen wat diep weggestopt zat, dat hij steeds indruk op anderen wil maken.’

‘Kom maar met alles wat er is, je bent welkom!’

Dan zegt hij: dat is zo. Daarom wil ik er ook mee aan het werk.
‘Ik zal dan zeggen: als je er meteen mee aan het werk wilt, dan zit daar alweer iets in van jezelf maken. Dan loop je weg bij hoe het nu is, bij hoe jij jezelf aantreft. Dit is dé manier om op je tenen te moeten lopen, moe te worden of een burn-out te krijgen.’

Oké, wat dan, vraagt de student?
‘Blijf eens staan bij hoe het is, bij hoe jij het doet. Laat jezelf ontmaskeren in hoe bang je bent voor je kwetsbaarheid en hoe je daarbij wegblijft. Ik denk dat je inderdaad een goede reden hebt waarom je sterk wilde zijn en vooral niet kwetsbaar. Zullen we daarnaar op zoek gaan?

Ik denk dat hij dan wel iets van zijn levensverhaal vertelt. Bijvoorbeeld over prestatiedruk van ouders, pesterijen, een gebroken gezin of noem maar op. Dan kan ik iets zeggen als: het is logisch dat jij meer in je hoofd bent gaan zitten dan in je hart. Of: logisch dat je zo’n netwerker geworden bent, gewoon om ergens bij te horen. Terwijl je ten diepste, in plaats van sterk of sociaal te zijn, verlangde naar geborgenheid, hoop, bevestiging.’

Philip Troost: 'Laat jezelf ontmaskeren in hoe bang je bent voor je kwetsbaarheid en hoe je daarbij wegblijft.' (beeld Hans van Sloten)

Philip Troost: ‘Laat jezelf ontmaskeren in hoe bang je bent voor je kwetsbaarheid en hoe je daarbij wegblijft.’ (beeld Hans van Sloten)

De student vraagt: hoe ga ik verder?
‘Dan zeg ik: kom maar met alles wat er is, je bent welkom! Als dit niet alleen maar woorden zijn, maar dit welkom zonder oordeel echt in mijn hart leeft, dan kan ik op een menselijke manier iets laten voelen van wie God is. Het ervaren van veiligheid kan de student de moed geven om echt kwetsbaar te zijn bij mij. En daarmee meer te worden wie hij echt is.’

Los van de collegezaal: Jezus, de Zoon van God, maakte zich kwetsbaar toen Hij mens werd. Hij vernederde zich en werd mens. Waar ligt de link met wat jij vertelt?
‘Het kerstkind is de enige mens die kwetsbaar moest wórden. God moest zich kwetsbaar maken. Wij hoeven dat niet te doen, wij zijn het al. Door wat er met Kerst gebeurt, laat God zien dat Hij een God-met-mensen wil zijn, in Jezus. Dat wil Hij. Hij wil zich aan mensen geven, ook aan mij, maar Hem ontvangen kan ik alleen als ik mijn zelfredzaamheid opgeef. Zoals het ondoenlijk is voor mij om zonder God echt kwetsbaar te zijn, zo is het ondoenlijk voor God om God te zijn zonder mensen die hun kwetsbaarheid willen nemen. Als er dan toch een doel moet zijn waarom ik kwetsbaar heb te zijn, dan is het dit: als ik echt mens wil zijn, geef ik God de eer en ruimte om echt God te zijn, God-met-mensen. Als ik wegblijf bij mijn kwetsbaarheid, ontkracht ik het evangelie.’

Hoe gaat het dan verder? Wat staat ons te doen?
‘In mijn werk probeer ik mensen te stimuleren om de weg van Jezus te gaan, om dicht bij God te zijn en te blijven. Op die weg kun je niet om je kwetsbaarheid heen, en ook niet om je kracht. In mijn praktijk zie ik mensen die om de weg van Jezus te gaan moeten leren van hun kracht naar hun kwetsbaarheid te komen. Ik zie ook mensen die juist vanuit hun kwetsbaarheid hun kracht moeten terugvinden, om dezelfde reden: de weg van Jezus leren gaan. In het samenspel tussen kwetsbaarheid en kracht zul je moeten leren bewegen. Tussen beide is geen tegenstelling. Je ziet dit treffend terug bij het kerstkind, dat leeuw en lam tegelijk is. Jezus werd een hulpeloos mens en zo kon Hij kwetsbaarheid en kracht bij elkaar brengen. In volledige autonomie koos Hij ervoor zich in alle kwetsbaarheid aan het kwaad bloot te stellen.’

Komt het hierdoor dat mensen die het heel moeilijk hebben én kwetsbaar én krachtig kunnen zijn: omdat zij hun eigen realiteit kennen en dicht bij Jezus willen zijn?
‘Ja. Kwetsbaar-zijn heeft niet te maken met de omstandigheden, maar met het kennen van je identiteit als mens. Ik geloof dat er niets krachtigers bestaat dan de kracht van Gods liefde in Jezus. Gods kracht en mijn kwetsbaarheid zijn als communicerende vaten met elkaar verbonden. Hoe meer ik in mijn kwetsbaarheid ben, des te meer weet ik me aangewezen op Gods kracht, waaraan ik geestkracht ontleen, draagkracht, hoop, vertrouwen. En andersom: hoe meer ik me op Gods kracht verlaat, des te meer kan ik mijn kwetsbaarheid nemen. Het is dit prachtige samenspel van kracht en kwetsbaarheid dat je soms ziet bij mensen in zeer moeilijke omstandigheden. Dan kan de vreugde van de godservaring te midden van alle moeite zo intens zijn dat je, net als Paulus in de brief aan de Korintiërs schrijft, gewoon blij kunt worden met je kwetsbaarheid.’

Los van zulke heel moeilijke omstandigheden: wat levert het omgaan met kwetsbaarheid zoals jij dit vertelt iemand op die diep weggestopt pijn ervaart?
‘Het moet echt wat opleveren, hè? Het is zo moeilijk om het kader van nuttigheid en maakbaarheid echt los te laten. Ik herken dit goed. Toch merk ik in mijn eigen leven dat deze weg van kwetsbaarheid mij steeds dierbaarder wordt, niet omdat het leven daar meteen makkelijker, leuker of lichter van wordt. Kwetsbaar-zijn in een harde, onveilige wereld is geen pretje. Toch wil ik deze weg gaan omdat die mij op een heel diepe manier een ervaring geeft van thuiskomen. Thuiskomen bij mezelf en bij God ineen. Gelukkiger kun je niet worden, ik niet en niemand niet.’

Om over na te denken

Kwetsbaarheid:
– staat niet tegenover kracht, maar tegenover zelfredzaamheid;
– moet geen middel tot een doel worden, het is je identiteit;
– vind je door de ontmaskering van je onkwetsbaarheid;
– geeft een diepe ervaring van thuiskomen bij jezelf en bij God.

Dit artikel verscheen in ons Kerstnummer 2018. OnderWeg richt zich op christenen die God en kerk liefhebben en midden in het leven staan. Probeer OnderWeg drie maanden (zes nummers) gratis.

Delen.

Over de auteur

Leendert de Jong (GKv) werkt in de media en is hoofdredacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter