Ria Borkent: ‘Gun elkaar het lied’

0

Als tiener maakte ze al een liedje óver kerkliederen. Inmiddels schrijft Ria Borkent alweer vele jaren zelf kerkliederen. Bovendien verschijnt binnenkort haar eerste roman. In gesprek met een muzikale verbinder. ‘Ik ervoer de plicht om liederen bij de tijd te brengen.’

Ria Borkent: ‘Ik houd van liederen die een Bijbelverhaal vertellen en verbanden leggen.’ (beeld Esther Borkent)

Ria Borkent: ‘Ik houd van liederen die een Bijbelverhaal vertellen en verbanden leggen.’ (beeld Esther Borkent)

De jaren vijftig van de vorige eeuw, eerste kerstdag. In huize Vegter in Rotterdam zitten zeven kinderen aan de eettafel. Bij ieder bord brandt een dun, gedraaid kaarsje. Op de borden liggen krentenboterhammen, kersttakken sieren de muren. Ria Borkent-Vegter denkt er met enige weemoed aan terug. ‘Het was zó mooi, zó feestelijk.’

Deze maand werd haar kerstoratorium Licht voor de wereld, met muziek van Dirk Zwart, voor het eerst sinds jaren weer uitgevoerd. In februari verschijnt bij Boekencentrum haar eerste roman Huis aan de Handelskade, die ze voor een deel schreef tijdens de zomervakantie op weg naar Frankrijk met de laptop op schoot achter in de auto. Veel wil ze er nog niet over kwijt, behalve dan dat het thema integriteit centraal staat. Stralend: ‘Ik vond het heel erg leuk om een boek te schrijven.’

Ruimer

Ze werd in 1950 geboren in een vrijgemaakt gezin. ‘De jaren vijftig waren mooie jaren. Daarna is er veel goeds overboord gegooid. De hele samenleving ontworstelde zich aan God en gezag.’ Aan haar ouders bewaart ze goede herinneringen. ‘Mijn vader dacht out of the box. We lazen niet het ND maar de NRC, en hij stemde niet GPV maar CHU. Als ik op jeugdvereniging hoorde dat de ware kerk een adres had en dat dit in Rotterdam-Hillegersberg de Prinses Margrietlaan 4 was, zei mijn vader thuis: “Nee hoor, meisje, de CGK is óók ware kerk.” Hij maakte alles altijd breder en ruimer.’

‘Hoe kunnen jongeren de boodschap pakken
als de taal zo ouderwets is?’

Haar moeder zong in een Bachkoor de Matthäus-Passion. ‘Ze was christelijk-gereformeerd opgevoed, maar werd voor mijn vader vrijgemaakt. Tijdens de scheuring in de jaren zestig voelde mijn vader zich meer verwant met de Nederlands-gereformeerden. Hoewel ze niet zo’n prater was, zei ze nu beslist: “We gaan niet weer van kerk veranderen. Dan word ik weer christelijk-gereformeerd.” We bleven vrijgemaakt.’

Koekoek

‘Het spetterde in Rotterdam aan alle kanten’, herinnert ze zich. ‘De jeugdvereniging met kampen en toneelstukken was geweldig. Ik schreef in de kampkrant en maakte cabareteske liedjes. In die tijd zongen we nog de psalmberijming van 1773. Toen kwam er een proefbundel met nieuwe psalmen. Op voorstel van het bestuur kochten we die van ons eigen zakgeld, maar bij nader inzien mochten we er van de voorzitter niet uit zingen zolang de synode die bundel niet had goedgekeurd. Dat vond ik raar en daar schreef ik een liedje over. Ook schreef ik over de kerkenraad die ondanks zijn belofte nooit bij de jeugdvereniging op bezoek kwam.’ Ze zingt op de wijs van ‘De uil zat in de olmen’: ‘De kerkenraad zou komen / al vele jaren lang / maar ‘t bleven toekomstdromen, / wij wachten al zo lang. / Koekoek, koekoek, / kom toch eens op bezoek, / koekoek, koekoek, / kom toch eens op bezoek.’

Deze liedjes bekritiseerden het gezag. Daarin was u dus wel een kind van de jaren zestig.
‘Ik schreef kritische liedjes. Aan de andere kant: op de jeugdvereniging betekende een uitspraak van K. Schilder altijd het einde van alle tegenspraak. Maar als volwassene schreef ik een loflied op hem toen ik de bijzondere ontdekking deed dat hij tijdens advent geboren is en rond Pasen overleed. Tijdens het schrijven van het paasoratorium Het Lam dat ons doet leven had ik veel aan zijn beeldende en sprankelende werk. Het woord “paaszaal” in mijn lied “Nu legt Gij in de paaszaal” heb ik van hem.’

Dogmatiek op vleugels

In de jaren die volgden, bleef ze schrijven, vooral voor het eigen gezin. Pas toen ze 37 jaar was, schreef ze kerkliederen, eerst voor het literaire tijdschrift Woordwerk en later voor het Gereformeerd Kerkboek en Zingend Geloven. ‘Ik liet me inspireren door Liedboekdichters als Ad den Besten, Willem Barnard en Jan Willem Schulte Nordholt. Ik houd van liederen die een Bijbelverhaal vertellen en verbanden leggen.’

Uit de boekenkast haalt ze een bundel van Guillaume van der Graft alias Willem Barnard en laat een lied over Jozef en de schenker en de bakker lezen. ‘Een verhalend lied dat ook ineens gaat over Jezus, die hier de schenker en de bakker tegelijk is. Barnard schrijft dogmatiek op vleugels: het is niet dor, maar poëtisch.’

Wat drijft u in het schrijven van kerkliederen?
‘Tot mijn vijftigste zongen we in de kerk alleen gezangen uit de tijd van Ot en Sien. Hoe kunnen jongeren de boodschap pakken als de taal zo ouderwets is? Ik ervoer de plicht om liederen bij de tijd te brengen, om in déze tijd kerk van Christus te zijn. Ik wil het geloof op zo’n manier overbrengen dat kinderen het kunnen verinnerlijken. Dat is het werk van de heilige Geest, maar taal kan de kinderen verhinderen. Daarom deed ik ook mee met Psalmen voor Nu.’

‘Predikanten en muziekgroepen vallen
te makkelijk terug op het bekende’

Heeft Psalmen voor Nu uw poëzie veranderd?
‘Hoe ouder ik word, hoe jonger mijn taal. Taal is als een huid: die verandert zonder dat je het in de gaten hebt. Eerst beïnvloedden de Liedboekdichters mij. God was ‘Gij’, de ‘gans andere’. Sinds Psalmen voor Nu gebruik ik ‘U’. Ik wil wel dat alles theologisch klopt. Toen ik Bachkoralen hertaalde, was ik in gesprek met de zestiende-eeuwse dichters die zo snel mogelijk dood wilden om maar in de hemel te kunnen zijn. Je kunt de gemeente niet zo negatief over het leven hier laten zingen. Dat is ook niet Bijbels. Prediker zegt bijvoorbeeld: “Draag altijd vrolijke kleren”.’

Uw bewerking van Psalm 84, ‘Wat hou ik van uw huis’, is populair en opgenomen in het Liedboek en de Opwekkingsbundel.
‘Prachtig, maar hij moet niet stuk gezongen worden. Het lied is zo populair omdat alles klopt: de tekst, de hartstochtelijke melodie en de uitvoering op de cd. Helaas worden Psalmen voor Nu maar weinig gezongen in de kerk. Dominees moeten ze meer opgeven.’ Ze bladert door de tekstbundel van Psalmen voor Nu. ‘Kijk, Psalm 15 over “een mens die doet wat hij belooft, al is dat niet in zijn belang”. Heel actueel met al die VVD’ers die moeten opstappen. De psalm komt ook terug in mijn roman over integriteit. Of neem Psalm 16: “Ik val niet uit zijn hand” en zo zijn er nog meer juweeltjes die makkelijk gezongen kunnen worden. Predikanten en muziekgroepen vallen te makkelijk terug op het bekende, zoals Opwekking. Dat is een verarming voor de kerkzang.’

Ria Borkent: ‘Ik pleit voor een inclusieve kerkzang. De diversiteit en veelkleurigheid van de gemeente mag ook in de kerkzang tot uiting komen.’ (beeld Janita Sassen)

Ria Borkent: ‘Ik pleit voor een inclusieve kerkzang. De diversiteit en veelkleurigheid van de gemeente mag ook in de kerkzang tot uiting komen.’ (beeld Janita Sassen)

Waarom is Opwekking een verarming?
‘Opwekkingsliederen zijn op zich een verrijking, maar het is een verarming als andere liederen worden weggedrukt. Het Opwekkingslied ‘Houd vol’ is bijvoorbeeld prachtig, de brief aan de Hebreeën klinkt erin door. Ik pleit voor een inclusieve kerkzang. Er zijn mensen met een andere spirituele taal dan Opwekking. Vanuit mijn werk ken ik meerdere dichters en organisten die de GKv verruild hebben voor de Oud-Katholieke Kerk of de PKN. Als ze me vertellen dat ze in de GKv muzikaal niets meer te zoeken hebben, dan stemt me dat verdrietig. De diversiteit en veelkleurigheid van de gemeente mag ook in de kerkzang tot uiting komen. Ik pleit voor een driepoot: 1. klassieke en moderne psalmuitvoeringen, 2. Liedboek- en Kerkboekgezangen, en 3. evangelicale liederen als Opwekking en Sela.’

Moet een liturgie niet muzikaal uniform zijn om de mensen boven zichzelf uit te tillen?
‘Nee, een driepoot wiebelt niet. Ik maakte het pas nog mee: bij het slot van Opwekking 670, ‘Op Hem rust mijn geloof’, speelde het orgel ineens mee met het combo. Er kwam een enorme dynamiek in de kerkzang. Iedereen en alles werd opgetild. Het gaat om liefde: gun elkaar het lied. Als met Kerst de Engelse carols worden weggedrukt, vind ik het lastig om naar de kerk te gaan. Ik was jaren geleden eens boos toen er aan het begin van de dienst twee onbekende Opwekkingsliederen werden gezongen die ik dus niet kon meezingen. Het eerste en laatste lied in de dienst moet iedereen kunnen meezingen.’

Wat raakte u toen?
‘Ik was verdrietig. Net als die keer dat ik iemand die wederkerigheid in de kerkdienst – dat je elkaar het lied gunt – niet kon overbrengen; dan staan de tranen in mijn ogen. Ik hoop dat er een wil ontstaat om niet de makkelijke weg te kiezen, maar óók de liederen die wat meer inspanning kosten op het liturgiebord te zetten.’

Humuslaag

Het schrijven van nieuwe liederen, vertelt ze, bracht haar veel Bijbelkennis en die gaf haar ‘een humuslaag’ waarop het geloof kan groeien. ‘Tijdens het schrijven kan ik geraakt worden door het evangelie. Ik wil ook geraakt worden. Het geloof moet in beweging gebracht worden. Ik wil ook bij de kerk, het geloof en God blijven.’

Uw liederen kenmerken zich door hun gevoeligheid. Hoe komt u aan die levenswijsheid?
Ze aarzelt even. Dan: ‘Ik denk door mijn jeugd. Mijn vader raakte overspannen en werd ontslagen. Ook kampte hij met andere gezondheidsproblemen.’ Ze wil er niet te veel over kwijt. ‘Maar het heeft mij wel geraakt. Mijn moeder sleepte het gezin erdoorheen.’

Ook hebben uw liederen vaak een hoopvol wenkend perspectief op de eeuwigheid.
‘We hebben een geweldig perspectief: het mooiste moet nog komen. Maar net als bij de geboorte van een baby is de geboorte van het nieuwe leven moeilijk. Ik kijk uit naar wat komt, óók naar het oordeel. We leven in een onrechtvaardige wereld met tweedelingen tussen arm en rijk, migranten en niet-migranten, enzovoort. Dankzij Psalmen voor Nu-vertalingen viel het me op dat God alles recht zal zetten. Dat geeft mij rust. Mensen vinden psalmen soms lastig omdat ze niet altijd over hun eigen leven gaan, maar dat hoeft ook helemaal niet! Zing ze plaatsvervangend, bijvoorbeeld voor mensen die wél vervolgd worden. Kerkgang is een publieke daad in de samenleving. Jouw aanwezigheid is belangrijk. Of de preek nou mooi is of niet. Of de liederen je nu wel of niet aanspreken. Wat dat betreft moet ik mij ook bekeren van mijn boosheid als ik een keer niet kan meezingen.’

Ria Borkent (1950) schrijft gedichten, kerkliederen en proza. Ze is getrouwd met Jan Borkent, architect en kerkbouwer. Samen hebben ze vier kinderen en negen kleinkinderen.

Delen.

Over de auteur

Sjoerd Wielenga (GKv) is zelfstandig journalist, tekstschrijver en eindredacteur.

Laat een reactie achter