Jan Huijgen is onderweg van hoofd naar hart

0

Boer en filosoof Jan Huijgen (61) begon in 1993 de Eemlandhoeve, een boerderij aan de rand van Bunschoten. Een plek waar duurzaam vlees wordt geproduceerd, maar waar mensen ook terechtkunnen voor inspiratie en ontmoeting. Huijgen zit vol plannen en ideeën. Ergens bovenaan staat het idee van een kapelletje, waar ‘de ziel tot rust en vrede mag komen, bij God’.

Jan Huijgen (1957) studeerde landbouwkunde en filosofie. In 1993 richtte hij de Eemlandhoeve op, waar hij zich bezighoudt met de vele aspecten van gezonde voedselproductie (www.eemlandhoeve.nl). Hij is getrouwd met Maaike. Samen bezoeken ze de NGK Amersfoort-Noord en de PKN en GKv in Spakenburg.

Wie is Jan Huigen?
‘Al mijn hele leven probeer ik daar een antwoord op te vinden. Wat ben ik zoekende geweest. Ik was een boerenjongen uit een dorp met sterke codes, in zowel de boeren-, familie-, kerk-, als dorpscultuur. Ik voelde me er niet thuis. Ik vluchtte in mijn hoofd, in het denken. Ik ben altijd ontzettend leergierig geweest, las alles wat los en vast zat. Ik probeerde allerlei dingen in die zoektocht naar wie ik ben, zoals promoveren en docent-zijn, maar nergens kon ik mezelf volledig in kwijt. Toen ik een jaar of 34 was ging ik er met mijn gezin een jaar tussenuit, naar Toronto (Canada). Even helemaal niks. Daar ontdekte ik mijn missie: een postmoderne boerderij, waar ik de boer en filosoof in mij kon laten samenwerken. Toch liet de vraag naar wie ik ben mij niet los. De ideeën van mijn leermeester Dag Hammarskjöld hebben me toen geholpen. Deze tekst uit zijn boek Merkstenen is heel belangrijk voor mij:

“Ieder ogenblik kies je je eigen ik. Maar, kies je – jezelf? Het lichaam en de ziel hebben duizend mogelijkheden waaruit je tal van ego’s kunt bouwen. Maar slechts één ervan geeft congruentie tussen de kiezer en het gekozene. Slechts één – die je pas dan vindt als je niet kiest voor al die kansen op iets anders waar je nieuwsgierig naar tast, verlokt door verwondering en lust, te oppervlakkig en vluchtig om verankerd te blijven in de beleving van het hoge mysterie dat leven heet en in het besef van het toevertrouwde talent dat ‘ik’ heet.”’

Jan Huijgen: ‘Ik heb nu het gevoel dat ik dichter bij mijn ziel ben dan ooit, maar daardoor voel ik me ook kwetsbaarder dan ooit.’ (beeld Frans Kanters)

Jan Huijgen: ‘Ik heb nu het gevoel dat ik dichter bij mijn ziel ben dan ooit, maar daardoor voel ik me ook kwetsbaarder dan ooit.’ (beeld Frans Kanters)

Heb je intussen het gevoel dat je weet wie je bent?
‘Ik moest een paar keer door de mallemolen van psychische hulp heen om daar meer zicht op te krijgen. Er klopte iets niet. Ik was te onrustig, de drive om kennis te vergaren was geforceerd. Nu weet ik dat het een vlucht was, omdat ik niet naar binnen durfde te kijken. Dat besef kwam pas drie jaar geleden, in Oeganda. Daar werd ik, in confrontatie met mensen die ik tegenkwam, zo’n beetje ont-hoofd: ik zakte door het vloertje van ratio en taal. Thuis ging ik afkicken, van boeken. Ik bracht ze allemaal naar de zolder en daar zat ik dan, avondenlang met mijn ziel onder de arm. Ik ging Van Goghkleurplaten inkleuren. Toen mijn hoofd tot rust kwam, kreeg ook mijn ziel meer ruimte. Nu heb ik het gevoel dat ik dichter bij mijn ziel ben dan ooit, maar daardoor voel ik me ook kwetsbaarder dan ooit.’

Dat klinkt als een heftig proces.
‘Ja, ik ben nu echt aan het knokken. Ook met God. Het is een weg waarin ik mijn ego en identiteit moet loslaten en dat is ongelofelijk moeilijk. Ik heb een ego opgebouwd, achteraf gezien, in confrontatie met mijn moeder. In mijn jeugd bouwde ik verdedigings- en overlevingsmechanismes op die gaandeweg mijn identiteit werden. Dat moet sneuvelen, wil ik ruimte maken voor wat God echt voor mij op het oog heeft: die congruentie tussen de kiezer en het gekozene. Het is het afsterven van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens. Dat is een sodemieterse klus. Ik neem mijn petje af voor gelovigen die die weg gaan en zo vruchtbaar worden.’

Wat is, in de woorden van Dag Hammarskjöld, jouw toevertrouwde talent?
‘Ik mag vijf tot tien jaar vooruitkijken. Als het gaat om de toekomst, zie en voel ik dingen die de meeste mensen niet voelen en zien. Ik ben actief in het landbouw- en voedseldomein en ik zie dat de verkeerde kant opgaan. Amazon, het op twee na waardevolste bedrijf ter wereld, heeft in 2017 de supermarktketen Whole Foods opgekocht voor 13,7 miljard dollar en direct de voedselprijzen verlaagd. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling, die potentieel de hele markt kan verpesten, door het effect dat dit heeft op de bodem, de biodiversiteit, de boeren en – via beroerd voedsel – ook ons lichaam. Daar moeten we echt wat aan doen. Ik ben nu vooral bezig om iedereen wakker te schudden. Het raakt aan het profetische, dat Kees van Ekris recent zo goed benoemde in zijn proefschrift. Het gaat over hoe het destructieve geïnterrumpeerd moet worden en hoe je je gemeenschap daarop voorbereidt.’

‘Ik mag weer heel stiekem Bijbellezen,
onder de dekens bijna’

Is dit een roeping die je altijd hebt gehad?
‘Ik zag het wel, maar het daalde niet af naar mijn hart. Ik dwaalde om mijn hart heen. Nu is dat anders, zit alles dichter bij mijn ziel. Ik was verslaafd aan denken, daarmee kon ik de illusie van grip overeind houden. Ik zie dat bij veel kerkelijke mensen, dat het cognitieve een vlucht wordt. Maar het is juist loeichristelijk om je eigen angsten en tekortkomingen onder ogen te zien. Nee, leuk is dat niet. Het is voor mij nu echt een rotweg, omdat er ook een heleboel oude pijn naar boven komt.’

Wat betekent God hierin voor jou?
‘Ik heb tien jaar niet Bijbelgelezen, omdat ik alleen maar met mijn ratio las, terwijl het een heilig boek is. Als ik las, had ik altijd één of andere theologische theorie in mijn achterhoofd. Dat past niet. Mijn ratio moet zich voegen in de eerbied voor God, niet andersom. Sinds de Oegandareis mag ik weer heel stiekem Bijbellezen, onder de dekens bijna. Dit alles raakt me echt. Het voelt alsof ik een nieuwe wereld betreed, en ik kan er nog niet mee omgaan. Ik voel me te kwetsbaar, te kapot, gebroken tot op het bot, maar raadselachtig genoeg komt er tegelijkertijd een enorme kracht vrij. “There’s a crack in everything, that’s how the light gets in”, zingt Leonard Cohen, of in de woorden van Sela: “adembenemend, onnoembaar aanwezig, ontroerend dichtbij”. Beter kan ik het niet zeggen. Ik denk dat ik me nu midden in het louterende vuur van Gods liefde bevind, die al die oude cisternen leeg brandt – zoals Johannes van het Kruis het zegt. Dat doet pijn.’

Kun je hierin ook schuilen bij God?
‘Ik vind dat moeilijk. Ik knok op dit moment meer met Hem dan dat ik me aan Hem kan toevertrouwen. Ik ken de taal, dat ik geaccepteerd en geliefd ben, maar het vindt nog geen weerklank in mijn hart. Het lukt mij nu nog niet om vrede en overgave te vinden. Misschien zitten er toch nog oude angsten, voor wat Hij na die overgave op mijn ziel legt. Maar ik heb een groot troostwoord dat ik altijd in mijn hart bewaar: God forceert niet, Hij lokt. Hij gaat met mij zijn weg, stapje voor stapje, als een éénjarig kindje dat leert lopen.’

(beeld Marja Willems)

(Maker kunstwerk: Bob Venus, foto: Marja Willems)

Waar verlang je ten diepste naar?
‘Ik heb veel over verlangen gelezen, maar als je het me nu zo vraagt dan zou ik het niet weten. Diep in een mens zitten verlangens naar vrede, erkenning, gezien worden. Soms kunnen die verlangens mij ook in alle heftigheid overvallen. Er was hier eens een KloosterBoerderijFestival, met een kapelviering. Ik gun iedereen het koninkrijk van God, maar zelf blijf ik liever aan de deur staan om mensen binnen te laten – zo’n gevoel overspoelt me dan. Aanvaarden dat ook ik mag binnenkomen, dat vind ik nog zo moeilijk.’

Je voelt je ‘gebroken tot op het bot’. Hoe dan nog te leven?
‘Ik heb een kleinkind van bijna een jaar en ik zit nieuwsgierig te kijken naar hoe zij rondkijkt. Hoe zij naar een kip kijkt, vol verwondering. Dat ben ik opnieuw aan het leren en voelen. Ik voel aan de ene kant rouw, omdat ik dat van binnen niet ken, omdat ik voor mijn gevoel zestig jaar langs het echte leven heen heb geleefd. Aan de andere kant ben ik ontzettend dankbaar dat ik via zo’n kind mag afkijken wat leven is. Het is heel dubbel. Gevoelens die ik zo fundamenteel niet heb meegemaakt, krijgen nu de ruimte. Zo diep zit kennelijk die vervreemding van mijzelf en daarom misschien ook van God. Zoals een kind naar een kip kijkt, zo kijk ik naar Hem. Verwonderd en gefascineerd, maar tegelijkertijd inschattend of ik Hem wel kan vertrouwen.’

‘Als ik thuis lekker bij het haardvuurtje zit,
dan is het goed’

Wat zie je als het ‘echte’ leven?
‘Waar je lichaam en ziel samenkomen, om te genieten, te verwonderen, vrij te zijn. Onbevangen als een kind de wereld tegemoet treden. Bij de Joden zie je dat ook; zij durven nog vreugde te uiten, te dansen, uitgelaten te zijn. Dan zie je dat religie zo veel meer componenten heeft dan alleen dat rationele. Die zijn wij in het Westen kwijtgeraakt. Daarom wenden we ons nu uit alle macht tot oosterse religies, om weer een beetje met onze ziel en ons lijf in contact te komen. Terwijl het echt ook in het christendom zit. Maar als je daar uiting aan geeft – door bijvoorbeeld uitbundig te gaan dansen – word je voor gek verklaard.’

Waar kun je thuiskomen?
‘In ons huis. Dat is ook best een worsteling geweest. De optater die ik in mijn jeugd heb gehad, heb ik doorgegeven aan mijn kinderen. Gelukkig kunnen we daar nu over praten. Ik heb vergeving kunnen vragen voor de keren dat ik niet de vader was die ze nodig hadden. Ik heb diep respect voor mijn vrouw, dat ze mij door alles heen trouw is gebleven. Dus als ik thuis lekker bij het haardvuurtje zit, dan is het goed.’

En de toekomst?
‘Op de boerderij hebben we een mooie plaat hangen: “You don’t have to fight for a place at the table” – iconisch voor onze hoeve, maar ook voor mezelf. Hoe ik me verder zal ontwikkelen weet ik niet. Ik laat het over me heen komen. Hopelijk durf ik het aan om het echte leven te gaan leven.’

Delen.

Over de auteur

Elze Sietzema-Riemer (GKv) is journalist en godsdienstwetenschapper. Zie www.elzeriemer.com.

Laat een reactie achter