Bijbelvertalers over hun werk

Esther de Hek | 19 januari 2019
  • Interview
  • Thema-artikelen

Nog 1,5 miljard mensen hebben geen Bijbel in hun eigen taal, volgens cijfers van Wycliffe Bijbelvertalers. Wereldwijd zetten gedreven Bijbelvertalers zich in om zelfs voor de kleinste taalgroepen de Bijbel te vertalen. Naast een missionair effect heeft dit werk ook invloed op de geletterdheid en het zelfbewustzijn van een volk, blijkt uit gesprekken met twee Bijbelwerkers van Wycliffe en het Nederlands Bijbelgenootschap.

‘Ons vertaalproject is een bron van grote trots voor Kabwa-mensen’

Michiel en Hanneke Louter (beiden 33 jaar) werken sinds 2014 voor Wycliffe Bijbelvertalers in Tanzania. Michiel is vertaaladviseur voor de Kabwa-taal, die door zo’n vijftienduizend mensen gesproken wordt. Ze werken vanuit Musoma, een stad van ongeveer honderdduizend inwoners aan de oostkant van het Victoriameer.

‘Kabwa is één van de kleinere taalgroepen in een regio die in totaal zo’n vijftien talen telt’, vertelt Michiel. ‘Veel Kabwa-mensen zijn christen; ik vermoed dat het om de helft van de mensen gaat. De grootste kerkgenootschappen binnen de Kabwa-gemeenschap zijn de Rooms-Katholieke Kerk, de Anglicaanse Kerk en de Africa Inland Church. Maar een Bijbel in het Kabwa is er niet. In de kerk wordt de Bijbel in de nationale taal, het Swahili, gelezen, een taal die de meeste mensen wel spreken. De Bijbel is dus bereikbaar voor hen, zou je kunnen zeggen.’

Michiel en Hanneke Louter: 'We zien mensen letterlijk heel blij worden als ze voor het eerst een Bijbeltekst in het Kabwa horen.'

Michiel en Hanneke Louter: ‘We zien mensen letterlijk heel blij worden als ze voor het eerst een Bijbeltekst in het Kabwa horen.’

Toch werkt Michiel al een paar jaar samen met een vertaalteam aan het vertalen van de Bijbel in een taal die door slechts vijftienduizend mensen gesproken wordt. Waarom? Michiel illustreert het met een gebeurtenis die hij en zijn vrouw even geleden meemaakten.

‘Op een zondag gingen we naar de kerk in Bhukabwa, één van de dorpen waar men Kabwa spreekt. We gingen na de dienst mee naar het huis van de dominee. Er liepen voortdurend mensen in en uit. We hadden een paar Bijbelboeken meegenomen die inmiddels in het Kabwa vertaald zijn – van het Oude Testament zijn dat Genesis, Ruth en Jona. Al snel zaten onze gastheer en de andere mensen met hun neus in de boeken. Spontaan, terwijl we nog op het eten wachtten, ontstond er een discussie over Genesis 2:9, over wat het betekent dat de Bijbel zegt dat de bomen mooi waren om te zien.’

Zo’n spontaan gesprek is volgens Michiel typerend voor wat er gebeurt als mensen met Bijbelboeken in hun eigen taal in aanraking komen. ‘Levendige gesprekken en discussies komen op gang over wat woorden of zinnen betekenen.’

Hoe reageren de mensen op die eerste ervaring?
‘Ze zijn verbaasd en enthousiast als ze ervaren dat de Bijbel in hun moedertaal spreekt. Ik zie mensen letterlijk heel blij worden als ze over het vertaalwerk horen en voor het eerst een Bijbeltekst in het Kabwa horen. Ik denk dat het werk de Kabwa-mensen helpt om te beseffen dat hun taal het waard is. Het is geen mindere taal ten opzichte van het Swahili en het Engels, iets wat er onbewust bij de mensen inzit.’

Jullie drijfveer om dit werk in Tanzania te doen is het geloof dat de Bijbel een levensveranderende boodschap bevat die je alle Kabwa-mensen gunt. Maar heeft het vertaalwerk nog meer impact?
‘Jazeker, we zien dat dit project een bron van grote trots is voor Kabwa-mensen, omdat het hun laat zien dat Kabwa een volwaardige en echte taal is. Naast de Bijbelvertaling wordt er bovendien gewerkt aan een woordenboek. Voor Kabwa-mensen is dat een bewijs dat hun taal helemaal meetelt.’

Naast een aantal oudtestamentische boeken is op dit moment ongeveer driekwart van het Nieuwe Testament in het Kabwa vertaald. De verwachting is dat in 2020 het gehele Nieuwe Testament gereed is.

De vertaalde Bijbelboeken zijn in afzonderlijke boekjes te krijgen en zijn gewild onder de Kabwa-mensen. ‘Dat heeft onder meer te maken met die trots waar we het net over hadden’, zegt Michiel. ‘Een poosje geleden vroeg de jongen die bij het tankstation onze tank vulde hoelang we al in Tanzania woonden en hoe en waar we Swahili geleerd hadden. Zo kwamen we aan de praat over lokale talen en alle teams op ons kantoor die hard werken om de Bijbel in hun taal te vertalen. De jongen was direct enthousiast. “Laat me die boekjes eens zien”, zei hij. Al snel kwamen ook de bedienden van de andere pompen eraan. Uiteindelijk was ik aan het jongleren om van alle verschillende talen boekjes tevoorschijn te halen en alle vragen te beantwoorden. Elke vraag leek er wel voor te zorgen dat er weer iemand kwam die wilde zien of er iets in zijn taal te krijgen was.’

Michiel en Hanneke Louter schrijven over hun werk voor Wycliffe op hun weblog: www.louterlive.nl.


‘Mensen vertellen mij dat hun taal deel is van henzelf’

Joyce van de Veen is hoofd buitenlandwerk bij het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG). Ze werkt samen met verschillende Bijbelgenootschappen in Afrika, Azië, het Midden-Oosten en Oost-Europa en adviseert bij projecten voor het vertalen en verspreiden van de Bijbel. Regelmatig bezoekt ze buitenlandse Bijbelgenootschappen om te evalueren wat goed gaat en wat beter kan.

In november 2018 was Joyce in Angola, waar het Nieuwe Testament in het Kikongo werd gepresenteerd. Het land telt ruim twee miljoen Kikongo-sprekers. Van hen is naar schatting 80 procent christelijk. Tot afgelopen november hadden zij alleen een Bijbelvertaling uit 1923 en een Portugese Bijbel. ‘Deze mensen wonen vooral in het noorden van Angola’, vertelt Joyce. ‘Het zijn veelal landbouwers met een klein stukje grond waarop ze majok, mango’s, yam, champignons en ananas verbouwen. Soms hebben ze een koe, een schaap of enkele kippen. Anderen leven van bijvoorbeeld de verkoop van sanitaire producten zoals zeep en shampoo.’

Angolezen stonden afgelopen november lang in de rij om het Nieuwe Testament in hun eigen taal te bemachtigen.' (beeld NBG)

Angolezen stonden afgelopen november lang in de rij om het Nieuwe Testament in hun eigen taal te bemachtigen.’ (beeld NBG)

Op internet zag ik een filmpje van de opening van een boekwinkel in Uize, een provinciestadje op 350 kilometer van de hoofdstad, waar ook de nieuwe Kikongo-vertaling te krijgen was. Je zag Angolezen uitbundig zingen en dansen met de Bijbel in de hand, zo blij waren ze. Wat zegt dit volgens jou?
‘Ja, dat was mooi om te zien. Voor ons is het niets bijzonders om een Bijbel in onze eigen taal te hebben; we hebben zelfs een ruime keuze aan vertalingen. Voor deze mensen is dat echter niet gewoon. Na afloop stonden ze lange tijd in de rij om een exemplaar te kopen. Een Bijbel in de eigen taal geeft een volk erkenning en bestaansrecht. Het is een eer en vreugde voor een volk als er een vertaalproject wordt gestart. Vaak vragen ze aan de vertalers wanneer de hele Bijbel nu eens gereed is.

Regelmatig merk ik dat veel talen wel gesproken worden en dus levend zijn, maar dat er niets op schrift staat. Vaak is de Bijbel, of delen ervan, het eerste wat in een taal verschijnt. Dat doet veel met mensen. Ze vertellen me dat de taal hoort bij hun cultuur en identiteit. Het is deel van henzelf en wie ze mogen zijn. Ook hoor ik vaak dat kerken het belangrijk vinden dat de diensten in lokale talen plaatsvinden – sommige diensten zijn tweetalig.’

Analfabeet

Bijbelvertaalwerk biedt de bevolking ook werkgelegenheid, zegt Joyce. ‘In onze vertaalteams werken we met vertalers uit de eigen bevolking. Er wordt ook gewerkt met zogeheten “reviewers”, dit zijn mensen uit de gemeenschap die meelezen en feedback geven. Zij ontvangen hiervoor een vrijwilligersvergoeding.

Naast het vertalen van de Bijbel zie ik ook vaak dat alfabetiseringwerk wordt opgezet. Soms kunnen mensen wel lezen en schrijven in de landstaal, bijvoorbeeld Engels of Portugees, maar nog niet in hun eigen taal. Ook zijn veel mensen volledig analfabeet, vrouwen vaker dan mannen. Door de cursussen die het Bijbelgenootschap in samenwerking met de kerken verzorgt, leren mensen lezen en schrijven in de taal van hun hart. Ze vinden het heel fijn dat ze niet iemand anders, bijvoorbeeld hun kind, hoeven te vragen om uit de Bijbel te lezen, maar dat ze dat zelf kunnen doen. Ook in kerkdiensten of bij Bijbelstudiegroepen kunnen mensen die kunnen lezen hun aandeel hebben.’

Over de auteur
Esther de Hek

Esther de Hek is schrijver, schrijftrainer en oud-hoofdredacteur van OnderWeg.

Meest gelezen

Huis op een rots

Huis op een rots

Redactie
  • Redactioneel

Staat er eigenlijk iets spannends op de agenda van de synode? Deze maand komt de synode voor het eerst bij elkaar voor een introductieweekend. Daarna volgen in oktober een bidstond en een opening en vervolgens zijn er 8 vergaderdagen verspreid over november ’26 tot maart ‘27. 56 afgevaardigden hebben de schone taken om een stevige stapel beleidsrapporten door te nemen en daar besluiten over te nemen. 

Lees artikel
Kerknieuws september 2026

Kerknieuws september 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Lees hier het kerknieuws van de Nederlandse Gereformeerde Kerken, september 2026. Ds. Hans Riemer, verbonden aan NGK Den Haag-Morgensterkerk heeft het beroep dat de NGK Voorburg-Franse Kerk op hem heeft uitgebracht aangenomen. De gemeente in Voorburg telt ruim 150 leden. Eerder was ds. Riemer predikant van GKv, later NGK, Langerak. 

Lees artikel
Docentenprofiel: Cornelis Hamstra

Docentenprofiel: Cornelis Hamstra

Lyanne De Haan-Wilts
  • Docentenprofiel
  • Kerkelijk leven

Cornelis Hamstra werd al eerder geïnterviewd door Onderweg. In het julinummer sprak Louren Blijdorp al met Cornelis Hamstra over de plek van de hbo-theoloog in de NGK. Nu spreek ik Cornelis over zijn werk als docent aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE), waar hij hbo-theologen opleidt. Ik vraag me af hoe zijn werk als docent zich verhoudt tot zijn vorige aanstelling: gemeentepredikant in de NGK Arnhem-Koepelkerk.

Lees artikel
Kerkvernieuwing – is dat mogelijk?

Kerkvernieuwing – is dat mogelijk?

Hans Schaeffer
  • Opinie

De kerk is Gods werk. Dat is een van de massieve kernovertuigingen van gereformeerde theologie. Zo hoog zet de Heidelbergse Catechismus ook in: ‘Dat de Zoon van God … Zich een gemeente … vergadert, beschermt en onderhoudt. Hij doet dit door zijn Geest en Woord.’ (Zondag 21, v/a 54). Kerk-zijn is voluit Gods werk. Tegelijk is je ervaring soms heel anders. Het is evengoed mensenwerk, met alle spanningen en gedoe die dat oplevert. Precies de spanning tussen Gods werk en mensenwerk maakt kerkvernieuwing als thema urgent. Hoe zit dat? En hoe ziet dat eruit in de praktijk? 

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief