Alice Langbroek-Knoeff wordt alsnog predikant

Wilfred Hermans | 19 januari 2019
  • Interview
  • Ontmoeting

Alice Langbroek-Knoeff deed 25 jaar het werk van een predikant. Eind vorig jaar werd ze door de Nederlands-gereformeerde Tabernakelkerk in Apeldoorn alsnog beroepen en bevestigd als predikant met een bijzondere opdracht: het zendingswerk in Indonesië. ‘Op de preekstoel dacht ik: dit is mijn van God gegeven plek, hier hoor ik.’

Alice Langbroek-Knoeff (50) is theoloog en is samen met haar man Evert uitgezonden als zendingswerkers via OMF-International naar Indonesië. Ze werkt samen met de lokale kerken aan evangelieverkondiging. OMF is een internationale en interkerkelijke zendingsorganisatie die zich richt op Oost-Azië. Zie omf.org/nederland.

‘In Indonesië vragen ze niet of je thee of koffie wilt, met of zonder suiker. Je krijgt gewoon wat voorgeschoteld, of je het nou lekker vindt of niet’, zegt Alice (50) terwijl ze thee inschenkt. Ze is tijdelijk terug van haar zendingswerk in Indonesië, waar haar man Evert als computerconsultant werkt. ‘Als ik daar ben, hemel ik Nederland op, en ben ik hier, dan doe ik het andersom. Het mooie van Indonesië? De mensen, het rustiger levenstempo, het eten; op elke hoek van de straat kun je iets heerlijks kopen.’

Alice Langbroek-Knoeff: ‘Er waren periodes dat het vooral gehoorzaamheid aan de roeping was, en niet: hoera, we mogen dit doen.’ (beeld Hans van Sloten)

Alice Langbroek-Knoeff: ‘Er waren periodes dat het vooral gehoorzaamheid aan de roeping was, en niet: hoera, we mogen dit doen.’ (beeld Hans van Sloten)

Alice rondde in 1995 haar theologiestudie in Apeldoorn af. Daarna werkte ze in diverse NGK’s, als pastoraal werker of als ouderling met een bijzondere opdracht. Ook preekte ze op uitnodiging, al mocht dat destijds officieel nog niet. ‘Ik vond dat heel eng. Dacht: als ik op zondag preek, staat er maandagochtend een journalist van het Nederlands Dagblad op de stoep. Een vrouw op de preekstoel was toen nog heel zeldzaam.’

‘Uiteindelijk duurde het drie jaar voordat er een journalist belde. Tijdens mijn studie vond iedereen mijn preken verschrikkelijk, zelfs Evert, mijn geliefde echtgenoot. Ze waren saai, theoretisch, hoewel een jaargenoot zei dat mijn preken niet erger waren dan die van de anderen. Ik besloot het nog eens te proberen bij de Theologische Studiebegeleiding (TSB). Uiteraard was er commentaar, maar niemand zei: “Dit moet je ab-so-luut niet doen.” Toen ik daarna weer op de preekstoel stond, wist ik: dit is mijn van God gegeven plek, hier hoor ik.’

Talenknobbel

Een jaar of tien werkte ze op deze manier op en naast de kansel in diverse NGK’s. Ze leed er niet echt onder dat ze het werk niet als predikant kon doen. ‘De zegen heb ik altijd gewoon gegeven’, lacht ze. In 2000 ging ze voor een maand naar Bangui, in de Centraal Afrikaanse Republiek, waar ze het vak Oude Testament doceerde aan een theologische hogeschool. ‘Ik vond het superzwaar, maar toch wist ik: dit is wat ik wil gaan doen.’ Daarna, in 2005, zond zendingsorganisatie OMF het echtpaar uit naar Indonesië. Na een jaar taalstudie werd ze docent aan een theologische universiteit en moest ze direct lesgeven in de lokale taal. ‘De Heer heeft mij een talenknobbel gegeven, dat scheelt. En de grammatica is simpel, dus het lukte me wel. Niettemin moeten het heel geduldige studenten zijn geweest.’.

‘Tijdens mijn studie vond iedereen
mijn preken verschrikkelijk’

Het curriculum lijkt op dat van Nederland. Helaas, want het is dus niet contextueel. ‘Studenten in Indonesië leren over dogmatische problemen uit de Europese kerkgeschiedenis. Vervolgens werken ze in een dorpje waar ze de enige zijn die de lagere school heeft afgemaakt. De problemen die daar wél spelen, zitten weer niet in het curriculum, zoals problemen rond vooroudergeesten en vervloekingen – de geestelijke wereld speelt hier een grote rol. Nog zoiets: studenten moesten een christelijk boekje over het huwelijk lezen waarin stond: een goede echtgenoot maakt de oprijlaan sneeuwvrij als zijn vrouw ’s ochtends de kinderen naar school moet brengen. Sneeuwvrij…’

Stomme stad

Van de 250 miljoen inwoners van Indonesië zijn er 25 miljoen christen. Iedereen wordt geacht een godsdienst aan te hangen. Met name in de tijd van de communistische opstand werd dat belangrijk, toen kozen hele groepen mensen welke godsdienst ze zouden volgen. Voor sommige culturen is het eten van varkensvlees belangrijk en dus kozen ze voor het christendom. Begin 2019 verhuizen Alice en Evert naar Jakarta, met ruim tien miljoen inwoners. ‘Door te kijken welke ramen van de flats nog wel zichtbaar zijn en welke niet, kun je zien hoe hoog de smog hangt. Het is echt een vieze, lawaaiige stad, nog veel erger dan we gewend waren. Zolang ik me goed voel, lekker slaap en geweldige stille tijd heb gehad, kan ik daar best tegen. Maar als andere dingen niet lekker lopen, denk ik: stom land, stomme stad, wat doe ik hier? En ja, er gaan vaak praktische dingen mis. Toch voel ik niet de vrijheid om dit werk los te laten.’

Als ik ‘m omdraai, voelt het soms als een verplichting om daar te blijven?
‘De afgelopen jaren waren best zwaar. Er waren periodes dat het vooral gehoorzaamheid aan de roeping was, en niet: hoera, we mogen dit doen.’

Na een korte stilte: ‘Soms denk ik, overdreven gezegd: het is makkelijker om voor Jezus te sterven, dan om voor Hem te leven in moeilijke omstandigheden. Dag in dag uit stress, vervuiling, frustratie… Ik probeer die negatieve momenten en gedachten bij de Heer te brengen. Heer, deze mensen zijn van U.’

‘Ik stelde mezelf voor met een tropenhelm,
ergens onder een palmboom’

Hoe zou je jouw roeping formuleren?
‘Dat onbereikte volken van Indonesië de Heer Jezus leren kennen. Ik geloof, om Openbaring aan te halen, dat God ernaar verlangt dat er straks voor zijn troon mensen zijn uit alle volken, natiën en talen. Primair is dit de roeping van de lokale kerk. Daarom geef ik ook les aan aanstaande dominees. Maar die kerken vinden dat eng, het is niet ongevaarlijk om in Indonesië getuige van Christus te zijn. Ik heb makkelijk praten, mij kunnen ze hoogstens het land uitzetten.’

Hoe houd je bij jezelf het vuur brandend?
‘Door persoonlijke tijd met God te hebben en mensen in Nederland te vragen voor ons te bidden. Ik merk dat het vuur brandend houden op het zendingsveld makkelijker is. Nu we een half jaar in Nederland zijn, vind ik het moeilijker dan in Indonesië om over het geloof te praten met niet-christenen. Daar is godsdienst sowieso een volstrekt normaal gespreksonderwerp. Bovendien leef je daar als christen op het scherpst van de snede, het leven is religieuzer gekleurd. Als er een weg wordt aangelegd, staat er een groot bord bij met “Bid om Gods zegen”. Dat kun je je hier niet voorstellen.’

Occultisme

Alice groeide op in een Nederlands-gereformeerd gezin in Kampen, net na de scheuring van 1967. ‘Je mocht niet zeggen dat onze kerk de ware kerk was, maar toch wel de meest zuivere. Thuis lag het accent op een leven zoals het een goed gereformeerd gezin betaamt: zondagsheiliging, geen poppenkleertjes haken op zondag, twee keer naar de kerk, liever geen make-up. Als ik vroeg waarom iets niet mocht, was het antwoord: zo hoort het. Niet zo bevredigend.’

Op 30 december 2018 is Alice Langbroek-Knoeff bevestigd als predikant in de NGK tijdens een kerkdienst in de Tabernakelkerk in Apeldoorn. (beeld Hans van Sloten)

Op 30 december 2018 is Alice Langbroek-Knoeff bevestigd als predikant in de NGK tijdens een kerkdienst in de Tabernakelkerk in Apeldoorn. (beeld Hans van Sloten)

‘Ik was een vroom kind. Rond mijn dertiende, ik zat op het gymnasium, ben ik een tijdje afgedwaald van het geloof. Ik raakte via een schoolwerkstuk geboeid door het occulte, las boeken over parapsychologie, spiritisme en zo. Totdat ik mijn ervaringen daarmee – meditatietechnieken, aura’s zien – niet meer spannend vond, maar eng. Om hiervan los te komen moest ik bij God zijn, dat stond me helder voor ogen. Dat gebeurde tegenover de kerk, in koffiebar De Pruttelkan. De leiding daar zei, heel eenvoudig: “Je kunt nu voor God kiezen, dan bidden we dat je van dat occulte bevrijd wordt.”’

Hoe ben je uiteindelijk in de zending terechtgekomen?
‘Toen ik 8 jaar was, mocht ik mee naar een zendingsavond. Zomaar, doordeweeks in de kerk, tussen papa en mama in. Bij het zien van de dia’s dacht ik al snel: dat wil ik later ook. Ik stelde mezelf voor met een tropenhelm, ergens onder een palmboom, zwarte kindertjes om me heen. Veel later, op mijn zeventiende, leerde ik Evert kennen. Kort nadat we verkering kregen, zei ik: “Misschien roept de Heer mij om naar het buitenland te gaan, dus als je nu zegt: geen sprake van, dan kunnen we er beter mee ophouden.” Het radicale van een 18-jarige. Hij moest er even over denken en zei toen: “Als de Heer jou roept voor de zending, en Hij roept ons om samen te blijven, dan zal Hij mij ook wel roepen.” En dat is gebeurd.’

‘Toch was de verleiding groot om te kiezen voor huisje, boompje, autootje, werk. Tot ik, inmiddels dertiger, een preek hoorde waarin de dominee zei dat je je als dertiger vaak realiseert dat sommige dromen uit je jeugd nooit helemaal zijn verdwenen, en dat je daar misschien iets mee moet. Toen realiseerde ik me dat ik al sinds m’n achtste de zending in wilde en dat ik nu 25 jaar verder was; misschien is het dan toch van God.’

Alice gelooft niet dat we allemaal geroepen zijn voor de frontlinie. Er moeten ook mensen hier blijven om zendelingen te ondersteunen, en om de onbereikte Nederlanders te bereiken met het evangelie. ‘Toen we voor het eerst uitgezonden wilden worden, zeiden veel mensen: “Waarom ga je zo ver weg? In Nederland zijn toch ook genoeg mensen die het evangelie moeten horen?” Op een gegeven moment werd mijn standaardantwoord: “Je hebt helemaal gelijk, ga je gang!” Een beetje flauw, maar ik meen het wel.’

Waarom wilde je na al die jaren alsnog predikant worden?
‘Om drie redenen. De praktische kant is dat er in de kerk in Indonesië vooral naar je geluisterd wordt als je een echte dominee bent. Ten tweede hoop ik dat het de band tussen de kerk en de zending versterkt; het is toch anders om een predikant uit te zenden dan een gewoon gemeentelid. En een persoonlijke reden is: 25 jaar heb ik dingen gedaan die dominees doen en dominees opgeleid. Ik voel mij een geestelijk leider, daarom wil ik graag als zodanig erkend worden. Afgelopen zomer bezocht ik op New Wine een leiderstent, voor predikanten, kerkelijk werkers, missionair pioniers. Ik drentelde daar rond, mezelf afvragend: hoor ik hier nu wel of niet? Een Nederlands-gereformeerde predikant sprak me aan en zei: “Je leidt dominees op, natúúrlijk hoor je hier!” Ik heb er nooit echt onder geleden dat ik niet officieel dominee was, maar nu ik het ben, voelt dat toch als genezing. Een pleister op een schram, ja, zoiets.’

Mooi dat je door dit artikel te lezen ook de website van magazine OnderWeg bezoekt. OnderWeg richt zich op christenen die God en kerk liefhebben en midden in het leven staan. Probeer OnderWeg drie maanden (zes nummers) gratis!

Over de auteur
Wilfred Hermans

Wilfred Hermans is freelance journalist.

Meest gelezen

Behulpzaam advies over omgang met groeiende diversiteit in NGK

Behulpzaam advies over omgang met groeiende diversiteit in NGK

Louren Blijdorp
  • Kerkelijk leven
  • Ruimte en richting

In de eerste aflevering van deze rubriek is aan vier intensief betrokken NGK-predikanten gevraagd hoe de synodebesluiten bij henzelf en in hun gemeente zijn gevallen. Daaruit bleekt dat er grote verschillen tussen gemeentes ontstaan. In de tweede aflevering is aan drie hoofdrolspelers ter synode toelichting gevraagd op keuzes en besluiten. In deze derde aflevering vragen we aan René de Reuver, voormalig scriba van de Protestantse Kerk in Nederland hoe hij ontwikkelingen in de NGK ziet en wat hij ons zou willen meegeven.

Lees artikel
Kerknieuws mei 2026

Kerknieuws mei 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Kerknieuws van mei 2026 in Magazine Onderweg. Het beroep dat de gemeente van Langerak op ds. Gert Meijer uitgebracht heeft, heeft hij aangenomen. Ds. Meijer stond sinds 2017 in de NGK Zuidlaren-Kandelaarkerk. De NGK Zwolle-Plantagekerk, een gemeente met ruim 1.000 leden, heeft een beroep gedaan op ds. Reinier Kramer (46 jaar). Kramer is momenteel als enige actieve gemeentepredikant verbonden aan de ruim 1.200 leden tellende samenwerkingsgemeente CGK-NGK Deventer. Hij is sinds 2,5 jaar werkzaam in Deventer. Kramer was eerder vier jaar verbonden aan Spakenburg-Zuid en vijf jaar aan Bergentheim-De Hoeksteen. De Plantagekerk is vacant sinds het vertrek van ds. Jos Douma in 2025.

Lees artikel
Predikantsprofiel: Koos Jonker

Predikantsprofiel: Koos Jonker

Marinus de Jong
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

‘Het predikantschap is voor mij geen baan, het is een roeping.’ Zijn roeping loopt als een rode draad door het gesprek met ds. Koos Jonker. Hij is predikant in hart en nieren. Maar die roeping kwam niet vanzelf. Zijn Zuid-Afrikaanse accent verraadt meteen dat die weg op zijn minst één landsgrens overging. Meer dan eens ging dat als bij Mozes en Jeremia: tegen zijn eigen wil. Deze roeping geeft diepe vreugde, soms veel plezier, maar kost ook wat, zo blijkt.

Lees artikel
Als schaduwen over de wereld vallen

Als schaduwen over de wereld vallen

Louren Blijdorp
  • Verdieping

De tijden zijn somber en ernstig. Oorlogen zijn niet meer ver weg en de wankelende wereldorde geeft een sluimerende onzekerheid. Ook in het nog altijd ongekend welvarende en vredige westen van Europa knaagt het: trollenlegers, hackers, mysterieuze drones dringen ons continent binnen. Het leidt tot groeiend onbehagen, polarisatie, bedreiging van de rechtstaat. En dan klopt ook nog de klimaatcrisis onverbiddelijk aan. Die nog veel existentiëlere dreiging die de randvoorwaarden van ons bestaan zelf bedreigt wordt haast vergeten. Maar ook die slapende reus morrelt aan de bedrieglijke rust van Noordwest-Europa.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief