Samen beleven en vieren

0

Hoe geef je ‘een kerkdienst die verbindt’ vorm? Hoe kun je als gemeente stimulerend en zegenrijk ‘samen beleven en vieren’? Drie praktijkverhalen.

Nijmegen

‘Gevarieerde liedkeuze is op zich nog niet verbindend’

Jelle Hoksbergen, musicus en theoloog, is sinds 2016 (betaalde) cantor (zeven uur per week) van de CGKv Nijmegen. In de ochtenddiensten zijn er rond de 300 kerkgangers. De gemeente heeft gekozen voor blended worship: een breed spectrum aan muzikale vormen (psalmen, liedboekliederen, opwekkingsliederen enzovoort).

Jelle Hoksbergen: ‘Laten we zingen wat bij een dienst past.’ (beeld Laurie Karine)

Jelle Hoksbergen: ‘Laten we zingen wat bij een dienst past.’ (beeld Laurie Karine)

‘De muziek van de dienst stel ik samen op basis van de preek die de dominee mij toestuurt. We overleggen samen wat passend is. Gastpredikanten hebben vaak een preek die ze al eerder hielden, waar ze ook liederen bij hebben uitgezocht. Ik let er dan op of die goed uit te voeren en te zingen zijn. Een dienst met meerdere onbekende liederen werkt demotiverend voor de gemeente. De liederen moeten ook inhoudelijk samenhangen met het thema van de dienst of in elk geval hun functie hebben op een bepaalde plaats in de eredienst.’

Er wordt dus uit verschillende bundels gezongen?
‘Dat doet het meest recht aan de diversiteit van de gemeente, maar een gevarieerde liedkeuze is op zich nog niet verbindend. De liturgie brengt mensen bij God en bij elkaar. De gebeden, de Bijbeluitleg, de sacramenten en ook de liederen kunnen daaraan bijdragen, omdat we dezelfde God loven of over dezelfde God zingen. Ik vind het mooi als iemand zegt: het taalkleed van de psalmen spreekt mij niet aan, maar ik probeer te begrijpen wat de tekst wil zeggen; daarom zing ik toch van harte mee en ik zie wat het lied voor mensen in de gemeente betekent. Omgekeerd hebben anderen dat met bijvoorbeeld opwekkingsliederen.’

Voor elk wat wils?
‘Dat gevaar ligt inderdaad op de loer. Eerlijk gezegd wordt dat alleen maar groter, nu ik de gemeente beter heb leren kennen en ik van veel mensen weet wat ze het liefst zingen. Zo’n benadering maakt wel een beetje consumenten van de kerkgangers, die dan bediend of misschien zelfs vermaakt moeten worden. Daarvoor ga je natuurlijk niet naar de kerk. We komen samen om God te loven en opgebouwd te worden in het geloof. Een ander gevaar is dat je gaat denken in quota: we zingen al een aantal psalmen, nu een wat hipper lied, of andersom. Laten we zingen wat bij een dienst past. Wel met genoeg bekends, zodat er prettig meegezongen kan worden, maar je hoeft niet per dienst een balans te forceren.’

Je durft ook wat onbekends aan?
‘Liederen met een minder toegankelijke melodie of tekst moeten enkele keren gezongen worden voordat de gemeente het in de vingers heeft. Begrijpelijkheid is zeker een criterium. Je kunt in de liturgie pas voluit meezingen als je weet wat je zingt. Tegelijk is begrijpelijkheid ook iets voor de lange termijn. Zo kan een gezongen votum een zetting hebben die voor de gemeente aanvankelijk wat lastig lijkt. Op de christelijke basisschool leerde ik psalmen die ik toen niet of nauwelijks begreep, maar ze bleven wel “hangen” en jaren later snapte ik de tekst. Een lied of melodie moet ook de tijd krijgen om te landen.’


Rijsenhout

‘Leg goed uit waarom, dan kan er veel’

Hoe kan de gereformeerde liturgie van de eenentwintigste eeuw putten uit een rijke liturgische traditie en tegelijk volop eigentijds zijn? Jaco Weij behandelde die vraag in 2014 in zijn boek Geknipt voor de liturgie. De theorie is nu praktijk geworden. Weij is inmiddels bijna twee jaar predikant van de 200 leden tellende NGK Rijsenhout.

Jaco Weij: ‘Mensen hebben geleerd hun medegemeenteleden ruimte te gunnen.’

Jaco Weij: ‘Mensen hebben geleerd hun medegemeenteleden ruimte te gunnen.’

‘Onze gemeente is gereformeerd met een scheut evangelisch. Over de kerkelijke breedte gezien zijn we niet vooruitstrevend. We volgen de klassieke gereformeerde orde van dienst: voorzang, votum en groet, een lied, de leefregel enzovoort. Dat ligt eigenlijk vast. In bijzondere diensten – een zangdienst, een kinderdienst – variëren we meer. Dan speelt ook de band mee. Maar als ik zou zeggen: jongens, we gooien het orgel eruit en we zingen geen psalmen meer, dan hebben we wel een probleem met een deel van de gemeente.’

In de liederenkeuze houd je daar rekening mee?
‘In principe hanteren we voor “gewone” diensten, met orgel en piano, de 2-2-2-regel. Twee psalmen, twee liederen uit het Liedboek van 1973 of daarmee vergelijkbaar, soms uit Psalmen voor Nu, en twee opwekkingsliederen. Liturgie moet op drie manieren verbinden, vind ik, en dat gebeurt in Rijsenhout in redelijke mate.

Allereerst maakt liturgie de ontmoeting tussen God en mensen mogelijk. De gereformeerde orde van dienst is daar heel geschikt voor, ze heeft eigenlijk het patroon van een gesprek. We vieren vervolgens ook de verbinding met elkaar. Daarvoor putten we uit de gereformeerde en evangelische tradities. Een mooi voorbeeld van verbinding vind ik de Nieuwe Psalmberijming: de Geneefse psalmmelodie, die vertrouwd is voor de ouderen, met woorden die tieners en twintigers ook begrijpen. En liturgie verbindt ten derde met andere tradities die de eigen gemeente overstijgen. Daar hebben we nog wel een slag in te maken. Soms geef ik een Taizé-lied op of snuffelen we aan het nieuwe Liedboek.’

Er is in Rijsenhout geen gedoe en discussie rond de liturgie?
‘Dat is geweest. Ooit telde de gemeente 300 leden, nu zijn we met 200. Een jaar of tien geleden was er een uittocht, vooral van mensen die vonden dat veranderingen in de liturgie niet snel genoeg gingen. Er is rust gekomen bij de achterblijvers. Er kan veranderd worden en dat mag ook, in de weg van geleidelijkheid. Men heeft wel door dat het in onze kleine gemeente nodig is om over bepaalde persoonlijke voorkeuren of moeiten heen te stappen. Uiteindelijk is de vorm bijzaak. Tien jaar geleden waren er kerkgangers die niet meezongen met een opwekkingslied. Dat gebeurt niet meer. Mensen hebben geleerd hun medegemeenteleden ruimte te gunnen. En als je goed uitlegt waarom je iets doet of zingt, dan kan er veel.’

Een voorbeeld?
‘Bij de viering van het avondmaal in de kring hebben we eens hardop de geloofsbelijdenis uitgesproken. Daarbij lichtte ik toe dat het herdenken van de dood van Christus altijd verbonden is met het belijden van het geloof in de Heer. Een enkeling vindt het dan nog gemompel van mensen die half articuleren, maar er is wel ruimte voor.’


Veendam

‘In de liturgie mag en moet de diversiteit van de gemeente naar voren komen’

‘Tijdens de kerkdiensten zingen we verschillende liederen: psalmen, gezangen, liederen van Sela en ook kinderliedjes. Er wordt onder andere gezongen uit het Gereformeerd Kerkboek, het Liedboek voor de kerken en Opwekking. Dit doen we zodat mensen van jong tot oud liederen treffen in de dienst die zij met hart en ziel kunnen zingen’, staat er op de website van CGKv De Kandelaar in Veendam. Reina Boersema-Hoff is coördinator van het liturgieteam.

Reina Boersema-Hoff: ‘We kiezen niet meer dan één onbekend lied per dienst.’

Reina Boersema-Hoff: ‘We kiezen niet meer dan één onbekend lied per dienst.’

‘We proberen iedere zondag de liturgie zo samen te stellen dat alle gemeenteleden, jong en oud, en de gasten zich aangesproken voelen en God kunnen aanbidden met hun lied. In de liturgie mag en moet de diversiteit van de gemeente naar voren komen, zo is tien jaar geleden afgesproken. Ons team is dan ook een afspiegeling van de gemeente. Elke week zoeken twee leden de liederen uit. Omdat er in de ochtenddiensten veel jongeren en altijd wel gasten zijn, moeten de liederen in die diensten eigentijds zijn. In elk geval moeten ze begrijpelijk zijn, zodat er geen onnodige drempels worden opgeworpen. We kiezen ook niet meer dan één onbekend lied per dienst.’

Hoe gaat het team te werk?
‘Op maandag ontvangen we van de predikant de preekschets en de Bijbeltekst, het liefst met een liedsuggestie voor na de preek. Uiterlijk woensdagavond ontvangt de dominee ons voorstel. Donderdags wordt de orde van dienst definitief gemaakt, waarna deze wordt verspreid naar de medewerkers aan de dienst, zoals het beamteam en het muziekteam. Iedere kerkganger moet het gevoel hebben dat hij God met een lied kan loven en prijzen.

We streven ernaar dat per dienst drie psalmen worden gezongen. Dat kan in allerlei vertalingen, het liefst ook één in een nieuwe verwoording zoals de Nieuwe Psalmberijming. Meestal nemen we ook enkele gezangen uit het Liedboek of het Gereformeerd Kerkboek. Per dienst zijn er acht tot tien zangmomenten, we kunnen dus veel variëren. Zouden we alleen maar oude liederen of alleen maar Opwekking zingen, dan komt een groot gedeelte van de gemeente niet aan bod.’

De gemeente is tevreden?
‘Sinds 2010, toen we een samenwerkingsgemeente werden, werken we zo. Sommige ouderen hadden eerst wel problemen met Opwekking of Sela, inmiddels is dat weggeëbd. We moeten ook verder met de kerk. Voor de jongere generatie moet het niet te ver van hun bed zijn. Als maar duidelijk is waarom liederen worden gezongen, en als ze worden uitgelegd, bijvoorbeeld dat veel opwekkingsliederen letterlijke Bijbelteksten zijn, maakt dat al veel goed.’

Dit artikel verscheen op 2 februari in magazine OnderWeg. OnderWeg richt zich op christenen die God en kerk liefhebben en midden in het leven staan. Probeer OnderWeg drie maanden (zes nummers) gratis!

Delen.

Over de auteur

Jan Kas is freelance journalist.

Laat een reactie achter