Zou jij een Nazoreeër willen zijn?

0

Hij ging wonen in de stad Nazaret, en zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeten: ‘Hij zal Nazoreeër genoemd worden.’
(Matteüs 2:23)

Er waren in Jezus’ tijd heel wat mannen die ook Jezus heetten. Maar als je het had over ‘Jezus van Nazaret’ of ‘Jezus de Nazoreeër’ was het voor iedereen duidelijk wie je bedoelde. En met die laatste aanduiding werd vaak ook direct duidelijk hoe men over Hem dacht.

Nazaret was een achteraf dorpje op het platteland in Galilea. Niemand die er ooit kwam, waarom zou je? ‘Kan uit Nazaret iets goeds komen?’ is de bijna spreekwoordelijke uitspraak van Natanaël, die daar trouwens al heel gauw van terug moet komen (Johannes 1:46, 49). Voor de mensen deugde Nazaret niet.

(beeld sedmak/iStock)

(beeld sedmak/iStock)

Trouwens, dat hele Galilea deugde niet. In geestelijke kringen in Jeruzalem noemden ze die achterlijke provincie geringschattend ‘het Galilea der heidenen’. Het was een allegaartje, een mix van heidenen en arme Joodse immigranten. Galilea telde niet mee. Uitgerekend hier bracht Jezus zijn schooljaren door en werd Hij wijs in het Woord. Hier leerde Hij feesten en vasten. Hier leerde Hij het solide vak van timmerman/aannemer. Van Jozef, die door God als zijn verzorger en opleider was aangesteld. Je kon Hem zien sjouwen, gereedschapskist in de ene hand, balk op de schouder, op weg naar de volgende klus voor de firma Jozef & Zonen. En ik moet denken aan het gedicht van Jaap Zijlstra (zie kader) – als een prelude op wat zou komen, als verwoording van zijn levensmissie.

In de war

Maar nu die vreemde woorden van Matteüs. Matteüs schrijft: ‘Hij ging wonen in de stad Nazaret, en zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeten: “Hij zal Nazoreeër genoemd worden.”’ Wie Nazaret in de Bijbel opzoekt, komt het zo’n dertig keer tegen. Maar niet in het Oude Testament. Niet bij de profeten. Pas door Jezus’ komst daar is het op de wereldkaart gezet. Hoe kan Matteüs dan zeggen dat de profeten er al over gesproken hebben? Was Matteüs even in de war toen hij dit opschreef?

Hij heeft het geregeld over ‘de profeet’. En vaak staat er dan bij welke: de profeet Jesaja, de profeet Daniël, de profeet Jeremia. Hier staat het als meervoud: ‘de profeten’. ‘Wat gezegd is door de profeten’ – dat belooft wat, zou je zeggen. Maar hoe je ook speurt, in de profeten geen spoor van Nazaret.

Je kon Hem zien sjouwen,
op weg naar de volgende klus
voor de firma Jozef & Zonen

Er zijn allerlei oplossingen bedacht voor dit raadsel. De meest bekende is dat Matteüs ‘Nazoreeër’ zou verwarren met ‘nazireeër’. De nazireeër is de figuur uit Numeri 6: iemand die door een eed is geheiligd. Het gaat om mannen en vrouwen die door God voor een bepaalde tijd apart zijn gezet. Ze moesten zich onthouden van de vrucht van de wijnstok.

Het is duidelijk dat Jezus daar niet bij hoorde. Hij staat erom bekend dat Hij gewoon meedoet op feesten. Zijn eerste wonder verricht Hij nota bene op een bruiloft (Johannes 2). Eten en drinken liet Hij zich goed smaken. Véél te goed, wezen sommigen Hem met een vinger na (Matteüs 11:19). Ook mocht zo’n nazireeër geen dode lichamen aanraken volgens de wet. Maar ook dat deed Jezus: liefdevol pakt Hij de hand van Jaïrus’ dochtertje en wekt Hij haar weer tot leven. Hij is het leven zelf en waar Hij komt moet de dood verdwijnen.

Johannes de Doper was een nazireeër (Lucas 1:15). Jezus wordt een Nazoreeër genoemd. Andere ‘oplossingen’ voor het raadsel dat de profeten er al over gesproken hebben, zal ik je besparen – ze zijn nog vergezochter.

Dialect

De taalkundige komt hier de Bijbeluitlegger te hulp. Want wat is het geval: een inwoner van Nazaret heette normaal gesproken een Nazarener. Maar in het Galilese dialect klonk het allemaal wat doffer en donkerder: Nazarener werd Nazoreeër. De tongval verraadde de Galileeër (Matteüs 26:73) en daar mocht men in Juda graag de spot mee drijven. Zoals iemand in Nederland denigrerend over een ander kan zeggen: ‘Die? Ach, dat is een boertie van buut’n!’

Jezus werd veracht en bespot, daar komt het op neer. En dat verschijnsel komen we wel degelijk tegen bij de profeten. Vandaar dat Matteüs niet naar één specifieke tekst verwijst, maar naar ‘de profeten’. Naar Jesaja 53 bijvoorbeeld (‘Hij werd veracht, door mensen gemeden’) of naar Jesaja 11 (‘uit de stronk van Isaï schiet een telg op’ – ofwel: Hij stelde niet veel voor). En denk ook aan Psalm 22 of Psalm 69, waar zijn bespotting wordt uitgetekend. Nazoreeër was een spotnaam.

Dáár verbindt Hij zijn naam mee:
met het onbeduidende

God zorgde ervoor dat zijn Zoon zich hier op aarde niet in Jeruzalem vestigde of in Athene of Rome, maar uitgerekend in Nazaret. Dáár verbindt Hij zijn naam mee: met het onbeduidende in mensenogen. En dan te bedenken dat datzelfde Nazaret Hem ook nog eens afwees (Lucas 4, Matteüs 13:57). De spotnaam heeft Hem tot op het laatst achtervolgd. Pilatus liet met grote letters in drie talen op een bord schrijven: ‘Jezus de Nazoreeër, de Koning der Joden’ (Johannes 19:19 NBG1951). Het bord werd voor Hem uitgedragen, de stad door, en als opschrift aan het kruis bevestigd.

Geuzennaam

De vraag is: wat zegt zo’n spotnaam ons nu nog? Is dat niet verleden tijd? Wij hebben nu toch te maken met Christus, de machtige koning van het heelal? Jazeker, maar het bijzondere is: Hij noemt zich nog steeds ook bij zijn oude spotnaam. Als Paulus is gevangengenomen in Jeruzalem en op de trappen van de burcht Antonia een toespraak houdt tot de Joden, vertelt hij over zijn ontmoeting met Jezus, onderweg naar Damascus. Hij vertelt hoe daar die stem uit de hemel kwam: ‘Ik ben Jezus, de Nazoreeër, die gij vervolgt’ (Handelingen 22:8 NBG1951). Nota bene: de verheven Heer noemt zich ‘Jezus, de Nazoreeër’. Hij maakt zijn spotnaam tot een geuzennaam.

En het wonder gebeurt: ook Paulus wordt een volgeling van die bespottelijke Nazoreeër. Sterker nog: Nazoreeërs wordt de oudste aanduiding voor christenen. Ze worden ‘de sekte van de Nazoreeërs’ genoemd door hun tegenstanders (Handelingen 24:5). Maar ze schamen zich er niet voor.

Kijk, dáár ligt voor ons vandaag de uitdaging: laten we er trots op zijn als we in verband worden gebracht met Jezus de Nazoreeër, Jezus de verachte. Net zoals Jezus zich niet schaamde voor zijn afkomst, en zijn volgelingen van toen zich niet schaamden voor hun bijnaam.

God heeft het zo geleid dat zijn Zoon (als vluchteling voor Archelaüs) in een achterafdorp opgroeide en dat de naam van dat dorp Hem zijn leven lang achtervolgde, tot aan het kruis. God heeft het ook zo geleid dat zijn Zoon zich zijn hele leven heeft willen ontfermen over een ieder die zwak en veracht was. Hij zocht hen op – namens zijn Vader. Hij diende hen, die mensen in nood. Hij bracht redding aan ieder die zijn helpende hand aanvaardde.

Dwaas

Wij mogen Hem daarin navolgen. Wij die zelf door Hem gered moeten worden, maar ons daar niet voor schamen. ‘Reken er maar op’, zei Spurgeon al, ‘als je Christus in alles wilt volgen, krijg je een naam.’ Een spotnaam in de ogen van sommigen. Maar wees er trots op en wees niet bang voor lijden (Filippenzen 3:10). En bedenk hoe God is: wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de (zogenaamde) wijzen te beschamen (1 Korintiërs 1:26-29). Ook in onze mensenlevens komt de Nazoreeër voorbij, net zoals Hij voorbijkwam bij iemand als Bartimeüs (Lucas 18:37). Dan is het de vraag voor ieder mens van alle tijden: wat doe ik? Laat ik Hem voorbijgaan? Of grijp ik mijn kans en stel ik mijn vertrouwen op Hem? Wil ik ook een Nazoreeër zijn?

Om over na te denken of door te praten

♦ Bedenk of bespreek samen wat dit gedicht met je doet:

Nazaret
Een jongen
die hier balken droeg
en met een harde hamer sloeg,
met elke slag
werden de plannen vaster,
zijn voeten zijn op pad gegaan,
berg af, berg op,
tot hij weer balken droeg,
en er een harde hamer sloeg,
met elke slag
handen en voeten vaster.

(Uit: Jaap Zijlstra, Land in zicht, Kampen (Kok), 1969)

♦ Overdenk de genoemde hoofdstukken uit Jesaja en de Psalmen.

♦ Voel je jezelf Nazoreeër (als spotnaam of geuzennaam)? Waaruit blijkt dit in jouw leven?

♦ Ken je medechristenen die je bewondert om hun trouw aan de Nazoreeër, ook als hun dat misschien wel hun naam kost?

♦ Tegenwoordig zijn er evangelische gemeenten die zich Kerk van de Nazarener noemen. Als je er op internet over leest en hun ideeën vergelijkt met die van je eigen gemeente, wat ontdek je dan?

Delen.

Over de auteur

Han Hagg is predikant van de GKv Zwolle-Zuid.

Laat een reactie achter