Maarten Vermeulen heeft het geloof niet vaarwel gezegd

0

Na het eindredacteurschap bij het Nederlands Dagblad en EO Visie werd Maarten Vermeulen recent eindbaas bij BEAM, de jongerenafdeling van de EO. Toch is geloven voor hem allesbehalve vanzelfsprekend. ‘Onbewust leefde ik met de gedachte dat God mijn ellende zou fixen. Dat geloof ik niet meer.’

Maarten Vermeulen: ‘In mijn NGK vind ik een soort gewortelde vrijheid: weten waar je vandaan komt, met oog voor vernieuwing.’ (beeld Sahil Aamir Fotografie)

Maarten Vermeulen: ‘In mijn NGK vind ik een soort gewortelde vrijheid: weten waar je vandaan komt, met oog voor vernieuwing.’ (beeld Sahil Aamir Fotografie)

In zijn Nederlands-gereformeerde kerk is Maarten Vermeulen (39) ouderling voor het cluster Communicatie. In dat kader bezocht hij onlangs een bijeenkomst over het fusieproces met de GKv in het gebouw van de plaatselijke GKv. ‘Die kerk is een stuk ruimer en praktischer ingedeeld dan de onze, dus terwijl ik wat om me heen keek, mompelde ik halfluid: “Zo, dus dit wordt straks ook allemaal van ons?’’’ Met pretogen: ‘Je zag die vrijgemaakte broeders wit wegtrekken.’

Waar mogelijk zou volgens hem een vrolijke noot bij alle veelal serieuze gesprekken niet misstaan. ‘Het lijkt me geinig als iedereen uit onze gemeente een taart zou bakken om na de dienst in een soort taartcolonne naar de vrijgemaakten te lopen om samen koffie te drinken en taart te eten. Of kanselruil, maar dan fysiek. Dat is toch te gek? Dat je ’s morgens in de kerk komt en denkt: wat staat dáár nou?’

Shoppen

‘Ik ben min of meer per ongeluk Nederlands-gereformeerd geworden, ik wist niet eens van het bestaan van dit kerkgenootschap af. Ik kom uit een evangelische gemeente, daarvoor bezochten we de Vergadering van Gelovigen. In mijn jeugd wist iedereen haarfijn uit te leggen wat goed was en waar het kwaad zich manifesteerde. In terugdraaimuziek, bijvoorbeeld, en de Snorkels waren gevaarlijk, de Smurfen ook.

Halverwege mijn studententijd was ik een beetje klaar met het evangelische gedoe, dus ging ik shoppen. Bij de eerste kerk waar mensen aardig waren, bleef ik hangen. Ik word een beetje moe van kerken waarin voortdurend dingen anders moeten op zoek naar de volgende geestelijke piek. In mijn NGK vind ik een soort gewortelde vrijheid: weten waar je vandaan komt, met oog voor vernieuwing.’

Ankerpunt

Als mensen proberen op emoties te spelen, is Maarten op zijn hoede. Een overblijfsel uit zijn evangelische jeugd wellicht. ‘Nog steeds kan ik bij een mooi pianomuziekje het gevoel krijgen: ik moet naar voren! En dan denk ik meteen: ho, rustig, blijf zitten. Maar ik wil er niet vervelend over doen, in een woelig tienerbestaan kan zo’n emotioneel moment een ankerpunt zijn. Bij BEAM horen we van jeugdleiders dat zo’n kom-naar-vorenoproep tijdens de EO-Jongerendag bij uitstek een moment is waarover zij achteraf kunnen doorpraten: hé, ik zag dat je naar voren ging, wat gebeurde er? Dus al is zo’n oproep niet meer mijn stijl, ik wil die toch niet afschaffen, omdat het wel degelijk een functie heeft.’

‘Ik voel me niet meer verplicht om
welk ritueel dan ook te volgen’

Welke boodschap hoop jij als Jongerendag-baas dat die duizenden jongeren op 25 mei mee naar huis nemen?
‘Het klinkt cheesy, maar: dat ze niet alleen zijn. Op veel plekken denken christelijke jongeren dat ze de enige gelovigen zijn. Zo’n EO-Jongerendag kan bij uitstek een wowmoment opleveren: al deze jongeren zijn met Jezus bezig! Dat kan mij ontroeren.’

Je werkte altijd voor christelijke werkgevers. Waarom ben je nooit uit die bubbel gestapt?
‘Bedoel je uit het christelijke wereldje, of: waarom ik het geloof nooit vaarwel heb gezegd?’

Is die laatste vraag ook relevant dan?
‘Jazeker. Geloven is voor mij allesbehalve vanzelfsprekend. Eén van mijn grootste ontdekkingen is dat niet ik het geloof vasthoud, maar dat God mij vasthoudt. Klinkt vroom, maar voor mij is dat een bevrijdende gedachte. Ik voel me niet meer verplicht om welk ritueel dan ook te volgen, daar hangt het niet meer van af.’

Wanneer is dat inzicht ingedaald?
‘Kijk, ik vind geloven niet zo makkelijk. Over veel dingen ben ik kritisch, ook over hoe God de zaken aanpakt. Stel: ik breek mijn been, er wordt gebeden voor genezing en mijn been geneest. Prachtig, maar waarom gebeurt dat? Ik had ook gewoon zes weken kunnen wachten. Geef dat wonder liever aan iemand die geen zes weken meer heeft. Ik begrijp niet hoe dat werkt. Er lijkt geen ethiek te zitten achter wie wel en niet geholpen wordt met wonderen.’

‘Jezus heeft een uitgesproken voorkeur
voor onbenullige goedheid’

Alsof God lukraak geneest wie Hij wil?
‘Ik vind dit zo lastig dat ik soms denk: zie je wel, het is allemaal niet waar, we hebben het zelf bedacht. Ik heb écht het geloof van een mosterdzaadje. Er zijn momenten geweest dat ik dacht: nu stop ik ermee. Bijvoorbeeld een jaar of tien geleden, tijdens een burn-out met heftige angst- en paniekaanvallen. Ik was zes weken in India geweest, waar ik veel armoede had gezien. Weer thuis liep ik door de winkelstraat en kreeg ik een soort omgekeerde cultuurshock: hier klopt niets van. Ik besefte voor het eerst dat het leven helemaal geen speeltuin is, maar juist keihard. Daarbij werd ik net vader. Op het dieptepunt ervoer ik een donkerte waarin ik niets aan God had; het maakte niet uit of ik bad. Dit was toch wel het uitgelezen moment waarop God iets had kunnen doen, dacht ik.’

Zat daar de gedachte achter dat een mens niet zo zou hoeven lijden?
‘Nee, eerder: God is er dus niet. Ik wil best een beetje lijden, maar nu was het wel érg donker. Ik heb me lang afgevraagd waarom er toen geen verlichting kwam. Het was ook aanleiding om me af te vragen hoe ik God zie. Onbewust leefde ik met de gedachte dat God mijn ellende zou fixen. Dat geloof ik niet meer. Dingen gebeuren gewoon, ze overkomen je, shit happens. Dat hoort bij het leven op aarde. Die gedachte vind ik draaglijker dan: God heeft er een bedoeling mee.

Ik ben opgegroeid met het idee dat God met iedereen een specifiek plan heeft. Ik was altijd bang dat ik iets koos wat “niet de bedoeling was”. Daar liep ik in vast. Ik kan wel uit de voeten met de gedachte dat God een weg gaat met de mensheid. In dat grote verhaal mag ik een tijdje meedoen. God vindt elk leven kostbaar, zeker, maar of Hij een expliciete bedoeling heeft met míjn leven, betwijfel ik. Ik ben er in elk geval niet meer naar op zoek, het komt wel.’

Maarten Vermeulen: ‘God vindt elk leven kostbaar, zeker, maar of Hij een expliciete bedoeling heeft met míjn leven, betwijfel ik. Ik ben er in elk geval niet meer naar op zoek, het komt wel.’ (beeld Sahil Aamir Fotografie)

Maarten Vermeulen: ‘God vindt elk leven kostbaar, zeker, maar of Hij een expliciete bedoeling heeft met míjn leven, betwijfel ik. Ik ben er in elk geval niet meer naar op zoek, het komt wel.’ (beeld Sahil Aamir Fotografie)

Hoe zie je achteraf Gods rol in jouw burn-out?
‘Ik kan Hem daar niet verantwoordelijk voor houden. Hij bracht me niet ín die leegte, maar er ook niet úit. Misschien was dat de les die ik moest leren. God is niet mijn persoonlijke Siri-assistent, en die burn-out was de enige manier om dat te ontdekken. Al hoor ik nog veel christenen het tegenovergestelde beweren.’

Er valt geen mus van het dak zonder Gods wil…
‘Ja, terwijl ik denk: er vallen wel héél erg veel mussen van het dak. Daar kan ik cynisch van worden, ongelovig bijna. Maar ik heb een religieus gen, lijkt het wel: ik raak het geloof niet kwijt. Of beter gezegd: God laat mij niet los. Het is een onaf proces, ik weet niet waar het eindigt.’

Hoe of waar zie je Gods hand wél in je leven?
‘Als ik naar Jezus kijk, dan smelten veel vragen weg. Hij gooit mijn logische redeneringen ondersteboven. Ik kan me eindeloos verliezen in moeilijke vragen rondom het lijden, maar Jezus laat zien dat je er ook iets aan kunt doen. Dat zit ‘m in kleine dingen. Sterker nog, als ik Jezus een beetje begrijp, heeft Hij een uitgesproken voorkeur voor onbenullige goedheid. Je buurman groeten. Hallo zeggen tegen de kassamedewerker, in plaats van als een zombie je boodschappen afrekenen. Iemand uitnodigen die vaak buiten de boot valt. Dat is mijn remedie tegen grote, verlammende vragen: in het alledaagse Jezus zoeken. Het is fijn om een relatief kleine daad te kunnen plaatsen in een groter verhaal; kleine, profetische momentjes die wijzen op een wereld die komende is.’

Heb je recent iets van God ervaren?
‘Eén van mijn laatste interviews voor EO-Visie was met Adrian Plass. Hij heeft een aardse, vrolijke, ontspannen manier van geloven en hij zei: “God is aardig.” Dat raakte me. Ik hoor mijn hele leven al dat God van mij houdt. Ik heb zelf ook vaak gezegd dat ik van Hem houd. Maar weet jij wat dat betekent, hoe dat voelt? Ik niet. Het is zo abstract. Maar dat God tegen mij zegt: “Ik vind jou aardig, Ik wil tijd met je doorbrengen”, en dat ik Hem ook gewoon aardig mag vinden, dat kwam bij mij wél binnen. Het is taal waar ik iets mee kan. Niet dat God rechtstreeks tot me sprak, maar door Adrian heen ervoer ik toch dat Hij er is.’

Je organiseert in Ede maandelijks een filosofisch café. Wat brengt filosofie jou?
‘Laten we als christenen vooral niet zo arrogant zijn om te denken dat wij als enigen over het leven nadenken. Ik vind het super inspirerend me te verdiepen in mensen die dit ook hebben gedaan zonder het idee God daarin te betrekken. Filosofen gebruiken vaak woorden en beelden die nieuw voor mij zijn. Ik zit al mijn hele leven in de kerk, dus ik word niet vaak meer verrast door wat daar gezegd wordt. Een filosoof kan mij bijvoorbeeld leren dat je het leven kunt opvatten als een zoektocht naar erkenning, uit angst voor het niet-zijn. Heel verrijkend.

Er zijn tijden geweest dat ik vond dat ik sommige gedachten niet mocht toelaten, maar dat is een onzinnige beperking. Hoe zou je je leven invullen als God niet bestaat? Wat als religie een uitvlucht is om te ontsnappen aan zinloosheid? Het is heel zinvol om over dergelijke vragen na te denken, ik ga ze niet wegduwen.

Ik ben wars van doen alsof. Ik ga niet in de kerk zitten en doen alsof ik geloof, of liedjes zingen in de hoop dat het gevoel vanzelf wel komt. Ik wil ook trouw zijn aan mezelf. Want als het écht niet van mij afhangt, maakt het ook niet uit hoe ik erbij zit.’

Delen.

Over de auteur

Wilfred Hermans is freelance journalist.

Laat een reactie achter