‘Ik ontwikkel weer wat perspectief op de rest van mijn leven’

1

Hij revalideerde afgelopen acht weken in Jeruzalem en kwam gisteren weer terug bij zijn gezin. Die acht weken moesten een patstelling in zijn herstel doorbreken, hoopte Jurjen van Houwelingen (36). Jeruzalem gaf hem weer perspectief. ‘Het revalidatieproces is nog lang niet klaar, ontdekte ik hier. Ik kan me eindeloos blijven ontwikkelen, daarin heb ik veel meer hoop gekregen.’ 

Jurjen raakte eind 2017 door ernstig hersenletsel grotendeels zijn zicht, geheugen, concentratie en oriëntatie kwijt. Van de ene op de andere dag veranderde zijn leven en dat van zijn vrouw Stefanie radicaal. Jurjen was vóór dit hersenongeluk ondernemer en spreker. Afgelopen acht weken revalideerde hij bij het Feuerstein instituut in Jeruzalem. Begin april jl. werd binnen acht uur via crowdfunding 45.000 euro opgehaald voor Jurjen’s revalidatie.

Sinds ik Jurjen in november vorig jaar voor het eerst sprak, liet zijn verhaal mij niet meer los. Het was toen tien maanden geleden dat een cyste in zijn hersenen diverse herseninfarcten veroorzaakte en bepaalde hersendelen afstierven of ernstige schade opliepen. ‘Pasgeleden keek ik twee uur lang in de ogen van iemand die het leven niet meer ziet zitten’, schreef ik erover in onze najaarspecial ‘Hoop’, waarin een interview met Jurjen stond. ‘Mijn leven ligt in puin, is verwoest. Zo ervaar ik dat, ik kan het niet mooier maken’, zei hij daarin.

We hielden contact, ook toen hij in Jeruzalem was, samen met zijn schoonvader die hem daar begeleidde. ‘Op dit moment gaat het eigenlijk best wel goed met mij’, schreef hij vorige week in een mailtje. ‘Ik ontwikkel echt weer wat perspectief op de rest van mijn leven. Ik word hier omringd door mensen die zo ongelofelijk veel geloof hebben in mijn veerkracht en potentie. Dat is ergens al de helft van het resultaat, denk ik. Het revalidatieproces is nog lang niet klaar, ontdekte ik hier. Ik kan me eindeloos blijven ontwikkelen, daarin heb ik veel meer hoop gekregen.’

Geleidehond

Half april, ruim een week voor Jurjen’s vertrek naar Jeruzalem, zat ik tegenover hem en zijn vrouw Stefanie aan de eetkamertafel. Ze zijn op dat moment nog steeds wat overrompeld door het verloop van de crowdfundingscampagne. ‘Binnen acht uur was het geld binnen’, zegt Jurjen, ‘en zelfs veel meer dan de 28.000 die we nodig hadden. Dit hadden we nooit verwacht.’ Het geeft hen rust dat er nu ook na Jurjen’s terugkomst uit Jeruzalem een buffer is voor andere zorgkosten. Jurjen kan bijvoorbeeld in aanmerking komen voor een geleidehond van het KNGF. De hond zelf wordt vergoed vanuit de zorgverzekering maar extra kosten zijn voor eigen rekening. ‘Ik ben met een ergotherapeut aan het trainen dat ik zelfstandig met een geleidestok routes kan lopen. Een geleidehond weet de route niet, die moet je aansturen. Ik kan nu twee routes lopen met een navigatie-app en een oortje. Als ik vier of vijf routes kan lopen, is er serieus zicht op een eigen hond.’

‘Eerst was ik alleen maar aan het blussen, maandenlang’

Hoe is dat om, terwijl je nog geen twee jaar geleden volledig zelfstandig was, nu serieus bezig te zijn met het krijgen van een blindengeleidehond?
‘Het is nog steeds een heel lastig proces om daarmee te leven. Het verschilt per dag, maar ik leer toch langzaam een beetje te accepteren hoe mijn leven is en dat er heel veel dingen niet meer kunnen, hoe frustrerend dat ook is. Ik heb niet zo veel keus, dat is het punt. Je kunt je er wel blijvend tegen verzetten maar dat heeft geen zin, er is eigenlijk geen alternatief.’

‘Wat ik bij Jurjen zie is een heel groot rouwproces’, reageert Stefanie. ‘Allebei zitten we in zo’n proces maar ze verschillen van elkaar. Het lastige is dat je in het begin niet zo goed wist wat je moest gaan accepteren omdat een ijkpunt ontbrak. Ik weet nog dat je terugkwam van langlaufen met je vader en je broers en ik je vroeg hoe het was om de mooie bergen en het landschap niet meer te kunnen zien. ‘Ik voel me gewoon steeds meer een blinde’, zei je. Dat was een stap die je gemaakt hebt, denk ik. Dat geeft ruimte om te kijken wat er nog wel is waar je je hoop op kunt vestigen en energie in stoppen.’

Niks meer

Ze voelt zich iemand die na een immense brand stukje bij beetje de schade aan het opnemen is, vertelt Stefanie als ik haar vraag hoe het met haar gaat. ‘Eerst was ik alleen maar aan het blussen, maandenlang. Nu heb ik meer ruimte om na te denken over wat er gebeurd is en hoe daarmee om te gaan.’ Ze zijn nu even samen thuis maar straks komt er weer een pgb’er – Jurjen kan niet alleen thuis zijn. ‘Als Stefanie werkt en ook als zij thuis is, is er altijd iemand hier in huis bij het gezin’, zegt Jurjen. ‘Ik vind het zelf niet zo’n probleem maar Stefanie vindt dat lastiger.’

Bijna alles werd na 5 december 2017 anders in het leven van hen en hun drie kinderen. Ze lijden eronder, samen en ieder apart, zeggen ze. En ze vervloeken dit lijden, dat ook. ‘Ik vloek weleens hardop. Niet in de zin dat ik vraag of God mij verdoemt maar wel of God deze situatie verdoemt. Omdat dit zo ontzettend naar en moeilijk is.’ Dit gebeurt niet waar de kinderen bij zijn, vult Stefanie aan, ‘maar soms wel in mijn bijzijn. Dat zijn niet de leukste momenten, meestal hebben we dan een discussie, een moeilijk gesprek of kunnen we elkaar niet bereiken.’ Als iemand Jurjen hierin begrijpt, is zij het wel: ‘Soms is onze wanhoop zo groot dat ook ik het uitschreeuw, omdat ik me compleet vastgedraaid voel. Ik heb weleens letterlijk, heel Oudtestamentisch, een kledingstuk doormidden gescheurd, vanuit pure frustratie en ellende.’

‘Weet je, ik kan niet zo veel met dat “waarom ik niet?”‘

Nog steeds heeft Jurjen de waaromvraag. ‘Die is er gewoon nog. Waarom moest míj dit overkomen? Waarom moest dit zo lopen, op deze manier? Had het niet wat beter af kunnen lopen? Daar ga ik geen antwoord op krijgen, maar de vragen zijn er nog wel.’

En jij, Stefanie?
‘Ik kijk daar wel wat anders tegenaan en draai de vraag om: waarom bij ons niet? Er is zo veel lijden en ellende in de wereld en nog zijn we op zo veel vlakken enorm bevoorrecht. Die waaromvraag doet mij denken aan het Engelse woord ‘entitlement’, alsof je recht hebt op een gezond, gelukkig en pijnloos leven. Ik besef heel goed dat dit niet zo is, hoewel ik er misschien wat makkelijker naar kan kijken dan Jurjen, die fysiek hard getroffen is. Mijn lijden is anders dan dat van Jurjen.’

Even is het stil aan de tafel, vijf seconden waarin we allemaal aanvoelen dat het woord aan Jurjen is. ‘Weet je, ik kan niet zo veel met dat “waarom ik niet?” Als ik dit moet doormaken, had ik liever niet geboren willen worden, denk ik nog best wel vaak. Ik wil naar God toe niet zeggen dat ik recht heb op een gezond leven, maar dan wil ik Hem wel de vraag stellen waarom ik dan eigenlijk besta?’

‘Ik heb God gevraagd om genezing én om dood te gaan’, vertelde je mij in een eerder gesprek. Komt de wens om niet meer te willen leven nog weleens bij je op?
‘Ja, daar zit ik nog steeds weleens zo in, hoewel er wel wat meer licht komt. Is het leven nog de moeite waard, is de vraag die mij bezighoudt en waar ik een positief antwoord op moet zien te vinden.’ Stefanie: ‘Je vond het belangrijk om impact te hebben, iets toe te voegen, betekenisvol bezig te zijn.’ Jurjen: ‘Klopt, ik wil van positieve betekenis zijn voor Gods Koninkrijk, dat ik invloed heb op keuzes die mensen maken. Daarom preekte ik ook zo graag. Ik kan me ergens wel voorstellen dat ik die impact weer kan vinden, maar het niet kunnen zien en alle andere beperkingen maken het heel lastig om daar nog echt in te geloven. Het kunnen revalideren in het Feuerstein Instituut heeft wel een boost gegeven aan mijn toekomstperspectief en dat geeft hoop. Dat er dus, zoals ze daar zeggen, nog steeds qua revalidatie vooruitgang te boeken is.’

EO-jongeren

God was afgelopen anderhalf jaar bij tijden de grote afwezige in zijn leven – die God die hij daarvoor aan volle zalen, in 2014 zelfs aan een stadion vol EO-jongeren, aanprees. ‘Hij was compleet afwezig, naar mij idee. Toch besef ik de laatste tijd wel weer meer dat God er is en Hij zich ergens wel identificeert met mijn lijden. Niet voor niets kan ik naar Jeruzalem en steunden mensen ons op zo’n massale manier. Maar waar ik nog steeds niet bij kan, is dat God niet echt handelt. God wil niet dat ik deze ellende heb, daar ben ik uit, maar Hij doet niets. En dat frustreert mij nog steeds wel.’

‘Hij handelt misschien niet op de manier waarop jij het zou willen’, reageert Stefanie. Wat ze bedoelt? ‘Wij hebben allebei deze afgelopen anderhalf jaar geworsteld met de vraag of God er wel is en, een belangrijke tweede vraag, of God ten diepste wel een goede God is? Of is Hij een op afstand aanwezige macht die het niets uitmaakt wat hier gebeurt? Jurjen en ik gaan hierin ieder een eigen weg, en dat mag ook. Voor mij was afgelopen maanden de grootste stap in vertrouwen om toch te kunnen zeggen en geloven dat God goed is, ook al snap ik geen snars van de situatie en raakte ik soms bijna letterlijk in paniek als ik eraan dacht dat we zo oud moesten worden. Stilte, heb ik ontdekt, is ook een antwoord. Maar ik denk dat we dat antwoord vaak niet willen horen. Als Jezus in de diepste wanhoop aan het kruis uitroept ‘Mijn God, mijn God waarom hebt u Mij verlaten?’, krijgt Hij op dat moment ook geen antwoord. Ik geloof dat ik in deze situatie moet leren dealen met Gods stilte en tóch op zoek moet gaan naar zijn aanwezigheid hierin.’

Lijden en God

‘Ervaar je de aanwezigheid van God tijdens je revalidatie in Jeruzalem?’, vraag ik Jurjen per mail wanneer hij nog in Jeruzalem zit. ‘Ja en nee’, reageert hij. ‘Ik blijf nog wel flink worstelen met God, juist omdat het herstel van mijn zicht zo uitblijft. Ik blijf toch wel een beetje met het gevoel zitten dat God mij wat laat aanmodderen. Waarom kon God mij niet beschermen hiertegen? Waarom doet hij zo weinig? En tegelijk ervaar ik ook iets van Hem, dat ik toch merk dat er een relatie is tussen lijden en God. Jezus zegt ook: ‘Gelukkig ben je als je treurt, want dan zul je getroost worden.’ Ik kom er nu achter dat dit hele diepe woorden zijn. Al blijft het een lastige puzzel waar ik geen makkelijk antwoord op heb.’

Dit interview krijg je cadeau van ons. Probeer magazine OnderWeg 3 maanden gratis. Meld je aan voor een Proefabonnement (Digitaal of Papier Plus).

Delen.

Over de auteur

Esther de Hek is tekstschrijver en hoofdredacteur van OnderWeg.

1 reactie

  1. Henny Groenewegen op

    Jurjen..ik ken je nog van een klein jongentje uit de klas van mijn dochter…altijd een beetje schuchter…maar uitgegroeid tot volwassen kerel…sprekend in het openbaar.
    Misschien kan het een doel voor je zijn om ooit weer op een eo-jongerendag te spreken over je eigen ervaring en worstelingen in je leven. Hij maakt jou er sterk genoeg voor….
    Hij geeft je kracht om door te gaan…
    Misschien kan het een lichtpuntje zijn…

Laat een reactie achter