Praktijkverhalen uit de kleine groep

0

Peter van Genderen, Marc van der Linden en Linda Miala vertellen over hun huis- of gemeentekring. Peter is lid van de NGK in Houten, Marc van de CGK in Hasselt en Miala van de ICF in Gouda. Wat beweegt hen om actief deel te nemen aan een gemeentekring? Wat zien en ervaren zij als waardevol aan hun kring? En hoe ziet het met het onderlinge pastoraat in een kring?


Peter van Genderen (54 jaar)
Kerkelijk werker in NGK De Lichtboog in Houten.

In de Lichtboog spreken ze liever van kerngroepen dan huiskringen, want zegt Peter: ‘De huiskringen vormen voor ons de kern van de gemeente. In de kerngroep word je gekend.’ De groepen bestaan uit zes tot twaalf volwassenen die tweewekelijks bij elkaar komen in de huiskamer van een gemeentelid.

(beeld Pearl/Lightstock)

(beeld Pearl/Lightstock)

‘Er zijn ruim zestig kerngroepen actief. De kerkenraad heeft mij veertien jaar geleden gevraagd of ik als kerkelijk werker de kerngroepen wilde aansturen. Hiervoor heb ik samen met anderen beleid ontwikkeld. Zeker in een grote gemeente als de onze, die meer dan tweeduizend leden telt, zijn de kerngroepen een belangrijke samenbindende factor. Wij stimuleren gemeenteleden om deel te nemen aan een kerngroep.’

Basispastoraat

Het pastoraat vormt een belangrijk onderdeel voor de kerngroepen in de gemeente. ‘In de kerngroep is er zorg en aandacht voor elkaar. De kernwaarden voor de kerngroepen zijn: een open Bijbel, praktische zorg voor elkaar, gebed en gastvrijheid.’ In de kerngroepen zit het basispastoraat verweven. Kerngroepleden helpen elkaar, bijvoorbeeld bij het koken, maar bieden elkaar een luisterend oor. Voor complexere zaken, zoals bij ernstige ziekte of echtscheiding is er een pastoraal team beschikbaar.’

‘Het is belangrijk om in een kerngroep te geven en te ontvangen. Daar deel je je leven met elkaar. Dit vraagt wel om een gevoel van veiligheid, zodat je je kunt openstellen. Dan zul je ook merken dat je gaat ontvangen. De leider van de kerngroep heeft hierin een verantwoordelijke taak, hij of zij is het aanspreekpunt, neemt het voortouw en moet zich ook bewust zijn van de manier van communiceren.’

Fris

‘Het is goed om een kerngroep fris te houden. Gemeenteleden leren elkaar kennen. De gedachte achter de kerngroepen is ook dat de achterdeur van de kerk kleiner wordt. Gemeenteleden zullen minder snel uit de kerk vertrekken als ze elkaar in het dagelijks leven ontmoeten. In de kerngroep mag je met elkaar de diepte van Gods liefde ervaren. Het is echt waardevol om elkaar, zeker in deze tijd waarin veel eenzaamheid is, te ondersteunen als christenen en elkaars lasten te dragen.’

Rectificatie: in het interview met Peter dat in de printversie van OnderWeg gepubliceerd is, staat per abuis als laatste zin: ‘Deze huiskring zie ik eigenlijk als mijn kerk.’ 


Marc van der Linden (45)
Lid van een huiskring van de CGK Hasselt.

‘Onze huiskring bestaat uit een vaste groep van acht personen die zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld tot wat je wel “een huisgemeente” kunt noemen. We komen tweewekelijks samen voor Bijbelstudie, zang, gebed en om na te praten over de actualiteit en de zondagse kerkdienst. Er is echt aandacht en zorg voor elkaar. Via onze eigen groepsapp houden we elkaar op de hoogte van allerlei gebeurtenissen. We delen ook mooie of moeilijke privékwesties en benaderen elkaar voor acute voorbede; ook gaan we samen op pad voor bijvoorbeeld een interessante theatervoorstelling of een kookworkshop “Bijbels koken”.’

Vrienden

De CGK in Hasselt telt vierhonderd leden, twee Bijbelstudiegroepen en een gebedskring. ‘In de gemeente is er behoefte om in kleine kring bij elkaar te komen. Onze huiskring is begonnen als Bijbelstudiegroep, maar na mijn scheiding veranderde in januari 2017 de dynamiek. Vanwege mijn autisme heb ik weinig empathisch vermogen en ben ik veel rationeler ingesteld.

Langzamerhand werden de avonden steeds persoonlijker. We bespraken wat we meemaakten en hadden meegemaakt. We durfden ons steeds meer kwetsbaar op te stellen en zijn zo vrienden geworden die alles aan elkaar durfden te vertellen. Er was behoefte om ook naast de zondagavond elkaar, in verschillende samenstellingen, te ontmoeten. Alle avonden sloten we af met voorbede.’

Thuisbasis

Hij noemt de huiskring nog weleens zijn ‘Bijbelclub’, vertelt Marc. ‘Maar het is veel meer: ik heb het hier over de gemeenschap der heiligen, over gemeente-zijn. We ervaren onze groep als een soort huisgemeente. Onze achtergronden verschillen, maar iedereen in de kring heeft zijn of haar eigen rol en de sfeer is ontspannen. Iedereen mag kwetsbaar zijn. Zo hoort een kerk te zijn, maar dat mis ik daar soms wel. Daarom zie ik deze huiskring eigenlijk als mijn kerk. Als wij elkaar treffen, ervaar ik dat de heilige Geest erbij is. We delen hoe we God in ons dagelijks leven ervaren en hoe we ons daarvan bewust willen zijn. Het lijkt wel een thuisbasis waar je je zorgen, verdriet en leuke dingen kunt neerleggen, zodat je bemoedigd het dagelijks leven in kunt. Dit is gemeente-zijn zoals het bedoeld is.’


Linda Miala (35)
Woont in Moordrecht en is aangesloten bij International Christian Fellowship (ICF) in Gouda.

De gemeente waarbij Linda is aangesloten is onderdeel van de PKN. ‘De ICF is een internationale kerk voor mensen van verschillende landen en culturen. In de Bijbelstudiegroepen worden er op een avond drie talen gesproken. Ik kom zelf uit Angola en spreek Frans, Portugees en Nederlands. Ik ben gelovig opgevoed. In Angola waren er geen huiskringen, maar we konden wel doordeweeks en ’s avonds in de kerk terecht.’

Boost

Vier jaar geleden ontstond er in de ICF behoefte om elkaar naast de zondagse diensten ook doordeweeks te ontmoeten. Er zijn toen Bijbelstudiegroepen opgericht met het karakter van een huiskring. Er zijn inmiddels vijf huiskringen, waaronder drie in Gouda, een in Moordrecht en een in Bodegraven.

Linda: ‘Hiermee worden ook de pastorale teams in de gemeente ontlast. We krijgen in de kringen hulp van elkaar. We komen elke twee weken op donderdagavond bij elkaar. Dan hebben we een inloop, we bidden, zingen samen, doen Bijbelstudie en sluiten af met voorbede. We bidden voor elkaar, voor mensen in de kerk en voor de wereld.

Ik ben God echt dankbaar voor onze kring, die geeft me kracht. Je groeit samen, staat voor elkaar klaar en in nood bezoek je elkaar en bid je voor elkaar. De mensen uit de kring waren er voor me toen mijn broer drie jaar geleden onverwachts overleed, toen ik in het ziekenhuis van mijn dochtertje was bevallen. Dit is gemeente-zijn: je bent zussen en broers die met elkaar door de heilige Geest verbonden zijn. De onderlinge band wordt ook steeds sterker. Het is een familie geworden. Ik werk fulltime en heb vier kinderen. Als ik niet oplet, ga ik op in de drukte van het bestaan. De structuur van de huiskring geeft mijn geloofsleven daarom een boost.’

Divers

‘De samenstelling van de kringen is divers: van jong tot oud en met verschillende culturele achtergronden. Zo bestaat onze kring naast een Nederlands echtpaar uit mensen die afkomstig zijn uit Angola, Burundi, Congo, Peru en Aruba. Respect voor elkaar is erg belangrijk, dat je elkaar, ondanks verschil van mening, niet veroordeelt. Je leert elkaar kennen en je mag echt jezelf zijn.’

Moniek Mol is adviseur bij het Praktijkcentrum GKv. Ze werkte intensief mee aan het onderzoeksrapport ‘Functioneren van de kleine groep’ dat in september verschijnt. We vroegen haar op de drie verhalen te reageren. ‘De praktijkverhalen laten prachtig zien dat mensen binnen hun kleine groep met en van elkaar leren in het leven met God.’

Moniek Mol.

Moniek Mol.

Het Praktijkcentrum onderzocht de kringenpraktijk in vier gemeentes. ‘Niet overal gaat het even gemakkelijk en vanzelf, blijkt uit ons onderzoek’, vertelt Moniek. ‘Het diaconale aspect, het elkaar dienen, komt in de kleine groep zeker tot uiting. Mensen zijn op elkaar betrokken en weten welke zorg er nodig is; zo kan men elkaar ondersteunen. Maar het pastorale aspect, waar God ter sprake komt en men wordt aangesproken door zijn Woord, blijkt een stuk moeilijker vorm te krijgen in de praktijk. Het delen van persoonlijke levensverhalen is iets waar veel mensen een flinke drempel voor over moeten. Om het levensverhaal van de ander en soms ook het eigen levensverhaal te verweven met Gods verhaal, blijkt weer een volgende drempel.’

Hoe komt dit?
‘Veiligheid speelt hierin een belangrijke rol, zoals ook Peter van Genderen zegt’, antwoordt Moniek. ‘En het kunnen en willen geven en ontvangen. Een ander aandachtspunt is ook toerusting. Want hoe geef je persoonlijk vorm aan je geloofsidentiteit? Hoe spreek je met elkaar over welke God in je leven met je meegaat? En, een volgende stap: hoe spreek je daar liefdevol een ander op aan vanuit zijn Woord? De toerusting daarin en een flinke dosis vrijmoedigheid zullen ongetwijfeld een verdieping geven aan de term geloofsgesprek.’

Delen.

Over de auteur

Anne-Wil Ruijg-Jens is kunsthistoricus en freelance journalist.

Laat een reactie achter