Wat blijft er hangen?

Paul Smit | 3 augustus 2019
  • Jeugdwerk

In de Bijbelklassen, de catechisaties en de jeugdclubs in de kerk zit altijd een leerelement. Een onderwerp of een gedachte die je als catecheet of jeugdleider over wilt dragen aan de groep. Wat kan je helpen bij het overdragen van de kern van jouw bedoeling?

Veel werkers in de kerk zijn op zoek naar een goede manier om de kern van hun boodschap over te brengen. In mijn contacten met hen kom ik allerlei boekjes en internetartikelen tegen die het leren proberen in te delen in wat zinvol is en goed werkt en wat niet. Daarbij krijg ik vaak het volgende plaatje voorgelegd, dat aangeeft hoe effectief de verschillende vormen van overdragen zijn.

051532 Jeugdwerk afbeelding 1

Het vervelende van dit plaatje is dat het misschien wel goed aanvoelt, maar dat het helemaal niet klopt. Uit onderzoek blijkt er niets van dat mensen – en dus ook kinderen, tieners en jongeren – zo eenvoudig in elkaar zitten. Het plaatje en het gevoel dat het op kan roepen, namelijk dat we een manier kunnen bedenken die we het beste kunnen gebruiken, is misschien wel heel aantrekkelijk, maar het doet geen recht aan de grote verschillen tussen mensen. En dus ook niet aan het gegeven dat God ons aan elkaar heeft gegeven om elkaar aan te vullen.

Verschillen

Dat het makkelijke plaatje niet klopt, betekent ook weer niet dat er niet allerlei verschillende manieren zijn die je kunt gebruiken om informatie over te dragen in onderscheiden situaties. Denk maar eens aan mensen als Nikodemus en Petrus en hoe verschillend zij door Jezus aangesproken worden. Jezus sluit volgens mij altijd aan bij de persoon die voor Hem staat: de moeder die vraagt om de kruimels van de tafel, de Samaritaanse vrouw, de rijke jongeman enzovoort.

Het is voor ons te veel gevraagd om, net als Jezus, precies te weten hoe we in het jeugdwerk aan kunnen sluiten bij elk kind en elke jongere afzonderlijk. Wat wij echter wel kunnen doen, is om te beginnen ons ervan bewust zijn dat er verschillen tussen kinderen zijn en dat we daar recht aan moeten doen. En in de tweede plaats dat we geen waardeoordelen over die verschillen moeten geven. Als jeugdwerkadviseur kan ik niet genoeg benadrukken dat we recht moeten doen aan de verschillen tussen mensen en dat er geen verkeerd of beter is.

Bloom

Tegelijk zou ik mijn werk niet goed doen als ik het er daarbij zou laten. Want er zijn wel hulpmiddelen voorhanden die recht doen aan die onderlinge verschillen. Wat ik in mijn praktijk het meest behulpzaam vind bij het nadenken over het overdragen van mijn boodschap is de indeling van Bloom. Dat is een cirkel met zes verschillende manieren van kennisverwerking die mensen hanteren. Op internet en in boeken kom je het schema ook wel tegen in de vorm van een boom of piramide, maar dat zijn bewerkingen. Bloom zelf, en ook de wetenschappers die verder onderzoek gedaan hebben naar dit model, gaan uit van de onderlinge gelijkwaardigheid van de zes benaderingen.

051532 Jeugdwerk afbeelding 2

Het model heeft als uitgangspunt dat elke nieuwe informatie of elk nadenken over een nieuwe situatie ergens in de cirkel begint. Afhankelijk van iemands karakter, van de context en van iemands mogelijkheden gaan de andere manieren een rol spelen in de kennisverwerking. Het is daarbij niet per definitie zo dat ook alle zes manieren ingezet worden, want dat is weer helemaal afhankelijk van wat iemand ergens mee wil of kan.

Vragen

De toepassing van het model van Bloom, dat wil zeggen van deze zes manieren van kennisverwerking, is dat je in de voorbereiding van je ontmoeting met de groep jezelf zes vragen kunt stellen. Die vragen zijn: wat hoop ik dat een paar deelnemers zullen

1. herkennen, aanwijzen en benoemen (onthouden)?
2. testen, beoordelen en vaststellen (evalueren)?
3. verbeelden, plannen en ontwerpen (creëren)?
4. onderscheiden, samenvoegen en los van elkaar zien (analyseren)?
5. gebruiken en uitvoeren (toepassen)?
6. vergelijken, afleiden en samenvatten (begrijpen)?

In mijn eigen jeugdwerkactiviteiten probeer ik altijd een paar gezichten van kinderen voor ogen te houden wanneer ik met mijn voorbereiding bezig ben. Wat zou Jente hiervan oppakken, of Simon, of Deborah? In mijn verhaal richt ik me dan vanuit een van de zes manieren tot hen, in de hoop dat ik hun recht doe in wie ze zijn.

Media/tips

Zie voor een artikel over de betrouwbaarheid van leermodellen: www.worklearning.com/2006/05/01/people_remember.

Een wetenschappelijke studie naar de bruikbaarheid van de verschillende leermodellen is te vinden in: F. Coffield, D. Moseley, E. Hall, K. Ecclestone, Learning styles and pedagogy in post-16 learning. A systematic and critical review, Londen (Learning and Skills Research Centre), 2004. Zie ook www.leerbeleving.nl/app/uploads/2011/09/learning-styles.pdf.

Een praktisch boek uit het onderwijsveld met ideeën over hoe je verschillende manieren van kennisverwerking aan kunt spreken is: Ingrid Molein, Eef Rombaut, Tine van Severen, De taxonomie van Bloom in de klas. Een inspiratieboek voor de leraar, Antwerpen (Pelckmans Pro), 2019.

Met bijdragen van Martine Versteeg (jeugdwerkadviseur bij het NGK Jeugdwerk) en Anko Oussoren (adviseur bij het Praktijkcentrum).

Over de auteur
Paul Smit

Paul Smit (NGK) is jeugdwerker en werkzaam bij het Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk (NGJ).

Meest gelezen

Predikantsprofiel Kees Smit

Predikantsprofiel Kees Smit

Melissa van der Kamp
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

Het is een terugkerend woord als ik met Kees Smit in gesprek ben over de geestelijke verzorging en zijn werk als voorzitter van de Commissie Geestelijke Verzorging (CGV). Uit alles blijkt dat hij deze rol met hart en ziel vervult. Niet in de laatste plaats gedreven door zijn eigen ervaringen als geestelijk verzorger bij Defensie. Kees stelt dat geestelijk verzorgers waardevolle gesprekspartners kunnen zijn voor gemeenten, omdat juist zij werken op het grensvlak van kerk en samenleving. Ik praat met Kees door over zijn gedrevenheid als voorzitter en wat het geestelijk verzorger-zijn voor hem heeft betekend.

Lees artikel
De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

De kerkelijke gemeente is net als de stad: groot genoeg om alles zelf te hebben

Lyanne De Haan-Wilts
  • Alphen tot Ommen
  • Kerkelijk leven

Anders dan de naam doet vermoeden, is de Kleine Kerk in Steenwijk met ruim 400 leden niet per se klein te noemen. Maar het gebouw is kleiner dan de Grote Kerk in Steenwijk, het gebouw, hemelsbreed 200 meter verderop, waarin de PKN kerkt. ‘Maar’, merkt Rick Winters op, ‘zij hebben op papier meer leden, dus zijn ook wat dat betreft een grote kerk. Toch denk ik dat er op zondag meer mensen bij ons zitten’.

Lees artikel
Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Heer, gebruik mijn woorden vandaag

Wilmer Blijdorp
  • Leespreek

In de rubriek leespreek publiceren wij een preek geschikt voor persoonlijke meditatie, ter bespreking op een Bijbelstudiekring of voor gebruik in de eredienst. In het laatste geval dien je altijd eerst contact met de auteur op te nemen om toestemming te verkrijgen. Bij deze preek is een PowerPoint-presentatie beschikbaar die je kunt opvragen bij de auteur. Deze preek van ds. Wilmer Blijdorp (verbonden aan NGK Barneveld-De Burcht) vertrekt vanuit het eerste vers van 1 Korintiërs 14. Een Bijbelvers dat vaak misbruikt of genegeerd is: ‘Richt je op de gaven van de Geest, vooral op die van de profetie.’ Op een nuchtere en tegelijk spannende manier, gelardeerd met diverse herkenbare voorbeelden, daagt Blijdorp zijn hoorders uit om toch vooral opmerkzaam te zijn op momenten waarop God in het hier-en-nu tot ons spreekt. En, in een vervolgstap, maakt hij hen ook bewust van het feit dat God ook door ons heen wil spreken.

Lees artikel
De belijdenis over de zondeval en wat er op het spel staat

De belijdenis over de zondeval en wat er op het spel staat

Marinus de Jong
  • Vitaal belijden

In het meinummer van Onderweg verdedigde ds. Ulbe van de Meer zijn exegese van Genesis 3. In tegenstelling tot de synode van Assen in 1926 claimt hij dat de slang niet gesproken heeft en dat het schadelijk is om dat te blijven zeggen. In het hoofdredactioneel in dat nummer constateert de hoofdredactie dat Van de Meer en met hem anderen op dit punt afwijken van de belijdenis. In deze bijdrage werk ik dat nader uit. Wat zegt de belijdenis eigenlijk op dit punt? En wat staat daarbij op het spel?

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief