‘Kap de hand van God niet weg’

0

Predikanten in Rijnsburg en Katwijk aan Zee zoeken contact met potentiële kerkverlaters. ‘Ook de linkerteen met zijn twijfel hoort erbij in het lichaam van de gemeente.’

Ed Buitendijk
Predikant van GKv Valkenburg (170 leden) en GKv Rijnsburg (600 leden).

Hij wilde zich laten uitschrijven en klopte daarom bij Ed Buitendijk aan. ‘“Ik geloof niet”, zei hij. “Nou en?” was mijn reactie. “Dat betekent niet automatisch dat je moet vertrekken. Wil je zelf weg bij de kerk dan?” “Dat niet per se, maar ik geloof anders”, antwoordde hij. “En dat past volgens de mensen met wie ik gesproken heb niet bij deze kerk.”

(beeld Kaye/Lightstock)

(beeld Kaye/Lightstock)

Toen ik wat verder doorvroeg, kwam er toch een prachtig godsbeeld in zijn verhaal tevoorschijn. Jongeren hunkeren blijkbaar naar een God die een vader voor hen is. En inderdaad, zijn kijk op de kerkdienst, man-vrouw, homoseksualiteit, kerkelijke eenheid, schepping en evolutie was heel anders dan de standpunten van veel gemeenteleden. Maar ik vond het wel heel treurig als hij daarom met de kerk zou kappen.’

Geloofsgesprek

‘Wie anders is of anders gelooft, moet zich maar onttrekken. Dat 1+1=2-verhaal is onnodig’, meent Buitendijk. ‘“Wat zou je er van zeggen”, vroeg ik hem, “als wij twee keer per jaar samen een geloofsgesprek hebben?” Nou, dat leek hem wel wat. Spreekt hij tweemaal een dominee, terwijl de meeste gemeenteleden maar eens per jaar huisbezoek krijgen. Kortom, neem de tijd voor bezinning. Zo hoefde hij zich ook niet meteen te onttrekken. Zolang onze band goed is en we ons in Christus verbonden weten als we samen praten, zijn we samen kerk en is er gemeenschap der heiligen.’

Contact

Houd contact met de randkerkelijke jeugd, kreeg Buitendijk als nadrukkelijke opdracht mee toen hij anderhalf jaar geleden aan zijn gemeenten werd verbonden. Daarnaast is in Valkenburg een jeugdcommissie actief en stelde de kerkenraad van Rijnsburg een ouderling aan voor jongerenpastoraat. ‘Tot hun achttiende komt de jeugd over het algemeen trouw mee naar de kerk. Catechisatie en vereniging lopen goed. Daarna verdwijnt een groot aantal helaas wat uit beeld. Je ziet ze gewoon minder vaak of helemaal niet meer. Enkele jongeren stappen over naar een andere kerk of besluiten zich te laten uitschrijven.’

Linkerteen

Buitendijk zet in op persoonlijk contact. ‘In het verleden kregen randjongeren soms een brief: we zien je niet meer, wil je nog wel kerklid blijven? Als we niets van je horen gaan we ervan uit dat je uitgeschreven wilt worden. Ik probeer met randkerkelijke jongeren in de gemeente in gesprek te komen en nodig hen uit om samen met mij informeel over het geloof te praten. Inmiddels komt met deze aanpak een grote groep 18-plussers weer naar catechisatie. Natuurlijk zijn er helaas ook jongeren die na een of twee gesprekken alsnog afhaken. Dat we ons daarbij moeten neerleggen, gaat ons aan het hart.’

Een kerkelijke gemeente moet jongeren volgens Buitendijk dus niet te snel laten gaan. ‘De kerk is namelijk geen organisatie met leden, maar een organisme, een lichaam. Lees maar eens wat Paulus daarover schrijft in 1 Korintiërs 12. Ledematen die denken dat ze er niet bij horen, zijn juist erg belangrijk. En ledematen kwijtraken voelt gewoon als amputatie. Er zijn in een lichaam leden die dicht bij het hart leven, volmondig belijdenis hebben gedaan en kerkelijk actief zijn. Maar de kleine linkerteen hoort net zo goed bij het lichaam. Inderdaad, die zit wel aan de rand. Maar je moet er toch niet aan denken dat je zonder verder moet. Leden aan de rand heeft een gemeente nodig voor balans. Dus blijf vooral, zeg ik tegen die jongeren. Binnen het lichaam van de kerk zijn diversiteit en veelkleurigheid gewoon een zegen. Ze voorkomen grauwheid en zwart-witdenken. Niet dat je zo kerkverlating meteen een halt toeroept, maar je kunt randjongeren wel langer vasthouden als je hun die plek aan de rand van de gemeente gunt.’

Persoonlijk

Dat betekent voor Buitendijk ook oog hebben voor wat er onder jongeren leeft. ‘Mag de vraag of God eigenlijk wel bestaat in de kerk gesteld worden? Natuurlijk! Een antwoord als “Dat moet je maar gewoon geloven, want het staat in de Bijbel” is dan niet de reactie waar ze op zitten te wachten. Verder is van belang dat het accent in het kerkelijk jeugdwerk minder op het aanleren van Bijbelkennis en meer op het leren kennen van God komt te liggen. Zo wordt het geloof iets persoonlijks en niet alleen voor in de kerk.’


Folkert Rinkema
Predikant van de GKv-buurgemeente Katwijk aan Zee (142 leden).

Bert Wiltink (link) en Fred Hulpusch in de Sint-Janskerk in Gouda. (beeld Jaco Klamer)

Bert Wiltink (link) en Fred Hulpusch in de Sint-Janskerk in Gouda. (beeld Jaco Klamer)

In GKv-buurgemeente Katwijk aan Zee zijn de randkerkelijke leden ook bewust aangesproken. Folkert Rinkema: ‘Tussen de bedrijven door hadden we het wel met elkaar over onze zorgen over hen, maar vorig jaar is de kerkenraad er speciaal een avond voor gaan zitten om door te nemen welke leden we niet of niet meer of heel weinig zien of spreken. Daarna is contact met hen gezocht. Vooral twintigers en dertigers. De meesten waren, denk ik, al te ver weg. Van sommigen kregen we geen reactie terug. Waar wel een gesprek mogelijk was, ontmoetten we geen vijandigheid. Met het geloof hadden ze soms niets meer. Anderen zeiden nog wel te geloven, maar niet in de kerk.

Al waren het heel goede gesprekken, we kwamen niet bij elkaar. Het christendom is goed, werd er gezegd, maar islam en boeddhisme toch ook? Waarom moet ik dan per se het christendom aanhangen? De kerk is het niet voor mij, zeiden ze. Op dit moment lopen er gelukkig ook nog gesprekken.’

Verlegenheid

Rinkema zegt verlegenheid te voelen: ‘Je wilt zo graag dat mensen gevoed worden, dat je samen kerk bent en elkaar kunt steunen. Als dat samen niet kan en er ook geen vraag naar is, moet je dan zeggen: we schrijven je wel uit? We missen hen. Wanneer er totaal geen contact meer kan zijn, als je helemaal niks terughoort of als de keuze vaststaat dat ze niks met de kerk te maken willen hebben, dan rest er niets meer dan uitschrijven. Maar zolang ze gemeentelid zijn, al komen ze niet in de diensten, moet je je uiterste best doen om ze bij de gemeenschap te laten blijven. We hebben zo’n rijkdom met het evangelie, dan ga je niet zomaar zeggen: omdat jij niet wilt, bekijk het maar. Zolang je contact met iemand hebt over de breedte van het geloof, mag je nooit uitschrijven. Want dan kap je de hand van God weg: “God, ik beslis wel even, hij heeft niets meer met het geloof.” Gods hand gaat echter nog steeds naar hem uit. Zolang je contact met hem hebt, is die hand er ook nog.’

Kring voor zoekers met twijfelvragen

Is God er eigenlijk wel? Geloof ik zelf wel wat ik mijn kinderen voorlees uit de kinderbijbel? De St. Jansgemeente (PKN) in Gouda heeft een ‘kring voor zoekers’ waar zulke existentiële vragen in alle openheid besproken kunnen worden.

Bert Wiltink gaf mede leiding aan zes van deze gespreksgroepen en was acht jaar geleden de initiatiefnemer. ‘Onze gemeente is missionair zeer actief naar nieuwe toetreders toe, maar bij de achterdeur of de zijdeur van de kerk stond niemand om mensen op te vangen. Velen tussen de 18 en 25 die geen belijdenis deden, verdwenen daardoor van lieverlee uit de kerk. Het leven trok hen weg.’

Variëteit

De kring heeft een grote variëteit aan deelnemers. ‘Voor sommige gemeenteleden hadden de reguliere Bijbelkringen een te hoge drempel. Die wilden ze ook niet verstoren met hun twijfelvragen. Belijdenis doen stelden ze uit en dan komt het er domweg niet meer van. De kerk kwam voor hen niet dichterbij, ze bleven hangen in de marge.’

Sommigen werden door hun gelovige partner meegenomen naar de kring. ‘Die zouden uit zichzelf nooit zijn gegaan’, aldus Wiltink. ‘Zoals die jongen die helemaal seculier geraakt was. Zijn vriendin had hem gezegd: als je niet gelooft, kan onze relatie niet verder gaan. Hij nam voetbalvrienden mee, stoere kerels, kinderen van een ouderling of een diaken die ook niet meer in de kerk kwamen. Een aantal van hen heeft nu belijdenis gedaan. Het jaar daarop waren er vijf deelnemers die belijdend lid waren, maar de kerk deed hun in feite niets meer. Ze zaten er fysiek nog, maar waren potentiële kerkverlaters. Alleen durfden ze het lijntje met God niet door te knippen.’

De kring komt in huiskamers bijeen. Het programma hangt van de deelnemers af. ‘Het ene seizoen bespreken we geloofsthema’s aan de hand van een boekje, het andere jaar bekijken we een aflevering van Adieu God? of nodigen we een predikant uit. Over de vragen die er leven kan eerlijk worden gesproken. Iemand zei: “Ik wou dat God in één keer de knop omzette bij mij, dat ik weer geloofde.”’

Rationeel

Het afgelopen seizoen deed projectontwikkelaar en fotograaf Fred Hulpusch (66) met de kring mee. ‘Hervormd gedoopt, christelijk opgevoed, zij het zonder zondagse kerkgang. Thuis werd er wel bij het eten gebeden. Christelijk onderwijs, maar op de hts was het geloof geen thema meer. Met mijn technische beroep en rationele houding verwaterde het, zoals bij velen tussen de 18 en 25 gebeurt. Het deed mijn moeder veel verdriet toen ik zei dat ik niet meer in God geloofde.

Wel bleef bij mij een enorme zoektocht naar zingeving, die me onder meer bij het boeddhisme en zenmeditatie bracht. Vijf jaar geleden ging ik innerlijk om. Ik fotografeerde op een bruiloft van christelijke familieleden in Indonesië. In die gemeente proefde ik veel onderlinge betrokkenheid. Toen het koor in de trouwdienst inzette, was er bij mij ineens zo’n explosie van warmte dat ik compleet blokkeerde en stond te janken achter de camera. Alsof de hand van God me aanraakte.’

Komma

In Gouda vond Hulpusch de weg naar de kerk terug. ‘De kring was een aanzet tot verdere verdieping. Geen punt, maar een komma. Het heeft ertoe geleid dat ik belijdenis heb gedaan. Dat moest gebeuren. Ik ben er nu trots op om christen te zijn. Ik schaam me er ook niet voor om in een zakelijk gezelschap als enige te bidden voor mijn eten.’

Hulpusch kan de Goudse kring voor zoekers aanbevelen. ‘Ze houdt je bij de kerk of haalt je bij de kerk. Ze kan net iemand over de streep trekken. Ik heb sterk ervaren wat er in Spreuken staat: “Zoals men ijzer scherpt met ijzer, zo scherpt een mens zijn medemens.” Zo is het ook als je met elkaar over het geloof spreekt.’

Delen.

Over de auteur

Jan Kas is freelance journalist.

Laat een reactie achter