Over stille kerkverlating

0

‘Op zondag naar de kerk, ja. Maar als iemand ziek was een pannetje soep brengen? Dat gebeurde niet.’ Dit zijn de woorden van een ‘stille kerkverlater’. In dit artikel willen we de aandacht vestigen op een groep kerkverlaters die moeilijk in beeld te krijgen is. We noemen ze de ‘stille kerkverlaters’. Mannen en vrouwen, jongeren soms, maar net zo goed dertigers, die min of meer geruisloos van het kerk-zijn vervreemd raken. Wie zijn ze, en wat drijft hen? Maar ook: wat kunnen we van hen leren?

In het kort

Hoe komt het dat mensen soms geleidelijk naar de rand van de kerk verschuiven en ongemerkt kunnen verdwijnen? Wat zijn hiervoor mogelijke redenen? En om wat voor mensen gaat het?

Om die vragen te beantwoorden heeft het Praktijkcentrum een onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek is gesproken met mensen die zelf de kerk hebben verlaten. Zij zijn bevraagd over hun verhaal, hun proces en hun ervaringen met de kerk. Daarnaast is ook gesproken met blijvers: wat motiveert hen om niet weg te gaan? Wat zijn hun ervaringen met kerkverlating?

De gesprekken hebben geholpen om stille kerkverlating in perspectief te zetten, in de context van de veranderende samenleving, generatiedynamieken en kerkelijke ontwikkelingen. Op deze manier wordt geprobeerd het verhaal te vertellen van de mensen die zich geen deel meer voelen van de kerk.

In de periode tussen 1976 en 2014 is de aanvankelijke kleine groei van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) gestaag vervangen door krimp. Inmiddels krimpt dit kerkverband per jaar met ruim 1 procent. Uit een verdere analyse van beschikbare gegevens blijkt dat er in de afgelopen tien jaar ruim 12.000 leden van de GKv zijn vertrokken naar andere kerken. Daarnaast zijn er nog 10.000 kerkverlaters van wie niet bekend is of ze zich bij een andere kerk hebben aangesloten. Het is deze laatste groep voormalige kerkleden die het Praktijkcentrum in beeld wilde krijgen. Daarom spraken we met tien kerkverlaters uit zes verschillende gemeenten. Daarnaast hebben we uit dezelfde gemeenten gesproken met groepen kerkblijvers: kerkenraadsleden, jongerenwerkers, catecheten en gemeenteleden van jong tot oud.

Restaurant

Voordat we naar de verhalen van deze stille kerkverlaters luisteren, willen we eerst een breder plaatje schetsen. Wat speelt er in het algemeen rond kerkelijke betrokkenheid?

‘Twintigers en dertigers kunnen wel heel enthousiast zijn over God en het geloof, maar voegen zich niet zo gemakkelijk in het instituut kerk.’ (een kerkblijver)

Er zijn veel redenen waarom iemand besluit de kerk te verlaten. Een daarvan is dat we als mensen in de kerk ook met minstens één been in de wereld staan. De samenleving is niet meer hetzelfde als toen de GKv ontstond. Er wordt in de samenleving veel van mensen verwacht. Je moet allerlei keuzes maken, je moet grote vrijheid hebben, maar daarin wel weten wat je wilt. Ook een kerkkeuze valt daaronder. Er is geweldig veel aanbod op de kerkelijke markt. Stefan Paas gebruikte hiervoor de metafoor van de kerk als restaurant. Zoals je een eetgelegenheid uitkiest aan de hand van de reviews, zo kiezen mensen soms ook hun kerk. GKv Kerkzicht: ‘Enthousiaste voorganger, goede boodschap. Koffie is goed. Vijf sterren. Kom graag nog eens terug.’ Of GKv Opglabbeek: ‘Slechte stoelen, rare mensen. Nul sterren. Zou ik niet aanraden.’

Autoriteit

Daarnaast zijn autoriteit en waarheid niet meer vanzelfsprekend. Iedereen heeft zijn eigen mening en mag die uiten. Als anderen het daarmee oneens zijn, mogen ze erover in discussie gaan, maar hun mening niet opleggen. Als dat binnen de kerk wel gebeurt, voelt dat vreemd aan. Ook is het niet meer vanzelfsprekend om lid te zijn van een organisatie. Sportclubs, politieke partijen, omroepen en vakbonden krijgen allemaal te maken met teruglopende ledentallen. Waarom je binden aan iets wat niet noodzakelijk is en waarvoor ook andere opties zijn?

Vloeibaar

Tot slot zijn ook vriendengroepen veranderd. Netwerken zijn vloeibaarder geworden en mensen maken deel uit van veel meer verschillende netwerken waarin ze leven. Voor veel mensen is de kerk niet het primaire netwerk. Vriendschap, praktische hulp of zelfs geestelijke zorg kun je krijgen bij vrienden en familie, daarvoor hoef je lang niet altijd bij de kerk aan te kloppen.

Verschillen

Kortom: de kerk sluit vaak niet aan bij wat we gewend zijn. De verhouding kerk-wereld kent een subtiele balans: als je als kerk te veel afwijkt, wordt de investering om lid te blijven te groot. Als de kerk te veel lijkt op de gewone wereld, is de opbrengst van het lid-zijn niet genoeg en wordt de overstap van de kerk naar de wereld kleiner en gemakkelijker. Een kerk moet balanceren tussen een duidelijke identiteit, die niet te buitenissig is om mensen aan zich te kunnen binden.

‘Wij gingen één keer per zondag naar de kerk, maar ik voelde mij wel een goed christen. In de preek werd je helaas toch een beetje weggezet als je maar één keer de dienst bezocht, daardoor had ik het gevoel er niet bij te horen.’ (een kerkverlater)

Tegen deze achtergrond klinken de stemmen van de kerkverlaters. De belangrijkste reden om na een lang proces van verwijdering de kerk te verlaten, is dat mensen zich er niet meer thuis voelen. Dat is niet alleen een verhaal van de jongeren. Hoewel daar vaak wel extra aandacht aan wordt geschonken, blijkt stille kerkverlating in alle generaties voor te komen, zij het met een paar verschillen.

Jongere

Jongere kerkverlaters zijn onder te verdelen in grofweg twee groepen. De eerste groep jongere kerkverlaters heeft zich eigenlijk nooit echt thuis gevoeld in hun gemeente. Dat kan komen doordat ze afwijkende levenskeuzes maakten of doordat ze als gezin al wat aan de zijlijn stonden. Het kan ook zijn dat ze langzamerhand vragen hebben gekregen bij de manier van kerk-zijn in de plaatselijke gemeente.

De tweede groep jongere kerkverlaters heeft juist heel actief deelgenomen aan het kerkelijk leven, wil een bloeiend geloof, maar raakt dan teleurgesteld in de kerk: veranderingen gaan te langzaam, ze voelen zich soms eenzaam in hun enthousiasme, echte verantwoordelijkheid wordt hun niet gegund. Beide groepen jongere kerkverlaters verliezen hun thuisgevoel.

Oudere

Oudere kerkverlaters blijken zich eveneens niet meer thuis te voelen, maar om een andere reden. Zij geven aan het kerk-zijn van vroeger niet meer te herkennen. Er is zo veel veranderd dat ze het gevoel hebben geen deel meer te zijn van de groep waar ze in opgegroeid zijn. Zaken die vroeger heilig waren, hoeven ineens niet meer en andere zaken die zondig waren of in strijd met de Bijbel, mogen ineens. Snelle veranderingen moeten verwerkt worden, met andere waarheden; andere stijlen van leiderschap en veranderende tradities en conventies moeten worden geaccepteerd.

Kortom: deel uitmaken van een groep is niet vanzelfsprekend en ook niet iets waar per definitie naar gestreefd wordt. De ontwikkeling van het individu staat centraal. Komt die niet overeen met die van de groep, dan kan iemand gemakkelijk vertrekken. Dat geldt voor ouderen zowel als jongeren.

Lidmaatschap

Uit het onderzoek komen drie belangrijke aandachtspunten naar voren. Allereerst het begrip lidmaatschap. Vaak zijn vrijgemaakten kerklid vanaf hun jeugd. Ouders willen hun kinderen graag gelovig opvoeden en doen dat in hun eigen kerk. De verwachting is dat kinderen worden gedoopt in die kerk, daar belijdenis doen, trouwen, en uiteindelijk worden begraven.

‘Wij zijn allemaal min of meer opgegroeid in een vrijgemaakt gezin. Als kind ga je dan gewoon mee in de vrijgemaakte kerk.’

Maar is het wel goed als ouders zo’n grote beslissing voor je nemen? Wat als je ouders een beslissing voor je nemen waar je zelf misschien ook wat over te zeggen had willen hebben? Misschien is de wereld waarin je als gevolg van deze beschermde opvoeding opgroeit wel erg klein.

‘Ik ben opgegroeid in de vrijgemaakte kerk, in de vrijgemaakte school. Alles was best wel beschermd. Je speelde bijvoorbeeld altijd met dezelfde kinderen, nooit met andere kinderen. Daardoor ging je niet echt nadenken over wat je geloofde.’

Bij belangrijke overgangen in het leven, zoals een studie, verhuizen of de schoolkeuze voor de kinderen, maar ook bij het doen van openbare geloofsbelijdenis heroverwegen ze het kerklidmaatschap en de betrokkenheid bij de kerk. Lang niet altijd is het resultaat dat men bij de denominatie blijft. Regelmatig wordt een zoektocht ondernomen naar een passende kerkgemeenschap. Dat kan soms wel een paar jaar duren.

Thuisgevoel

Het tweede aandachtspunt is het thuisgevoel. Zodra mensen buiten de kaders denken of uit de pas lopen, ervaren ze weinig ruimte meer in de kerk. Vooral als ze het geloof anders ervaren dan in hun ervaring van hen verwacht wordt.

‘Er zijn bepaalde standpunten. Je mag wel een beetje een andere mening hebben, maar eigenlijk word je geacht allemaal hetzelfde te vinden.’

’Die sociale druk in de vrijgemaakte kerkelijke cultuur, ik weet niet hoe die nu is, maar die was destijds… Nou wij vonden het zelf heel erg lastig.’

Het erbij horen, gezien worden en ruimte krijgen voor je eigen mening is dus van groot belang voor het creëren van een thuisgevoel. Het blijkt ook dat de kerkverlaters bereid waren om verder te reizen naar een kerk waar ze dit wel ervoeren.

Kerkdienst

Het derde aandachtspunt was de beleving van de kerkdienst. De vorm hiervan was doorgaans geen reden voor kerkverlating. De kerkdienst is wel een punt dat regelmatig genoemd werd, zij het vaak in combinatie met andere factoren: zich niet thuis voelen, het niet eens zijn met de opvattingen van de predikant of last hebben van onzorgvuldige communicatie.

‘Je zingt heel vaak teksten met behoorlijke statements. En dat zing je dan zomaar even. Maar als je er zelf niet helemaal achter staat, weet ik niet of je het wel moet zingen.’

Er moet in de kerkdienst ruimte zijn voor persoonlijke invulling van het geloof.

‘Natuurlijk moet de kerk wel prikkelen als het gaat om de keuzes die je maakt. Maar als keuzes worden voorgeschreven als het gaat om de dingen die je als mens wel of niet doet, besluiten die je wel of niet neemt… dan ben je behoorlijk onvrij.’

Focus

De verhalen van de mensen in ons onderzoek zetten aan tot denken. Welke punten vinden we als kerk belangrijk? We willen mensen binden, maar betekent dat dat we alleen letten op de absolute groei van het ledenaantal? Willen we graag iedereen bij ons eigen clubje houden? Of zijn kerkmuren misschien iets van het verleden?

Veel mensen verlangen naar zingeving of spiritualiteit. Hoewel vroeger gedacht werd dat buitenkerkelijk geloven groeide, geven recente cijfers aan dat dat niet klopt. Als mensen christen willen zijn, doen ze dat vaak in kerkverband. Ze komen naar een kerk voor God en voor de ontmoeting met elkaar. Over de inhoud van het geloof wordt door de kerkverlaters eigenlijk weinig gezegd. Des te meer over de invulling ervan door de kerk en het gedrag van kerkmensen. Dat komt gedeeltelijk door de verschuiving van hun focus: van waarheid, gezag en traditie, naar openheid, authenticiteit en oordeelloosheid. Om kerkleden betrokken te maken en te houden moet dat verschil overbrugd worden. En ook moet een balans gevonden worden tussen de identiteit als kerk tegenover of in overeenstemming met de wereld. Dat is geen gemakkelijke taak en vraagt veel van zowel de kerkleiding als de leden zelf.

Luisteren

In 2002 verscheen een belangrijk boek van Alan Jamieson onder de titel A Churchless Faith: Faith Journeys Beyond the Churches. Daarin maakt hij ergens de opmerking dat in het woord ‘erbij horen’ het woord ‘horen’ zit: luisteren. Wanneer kerken beseffen dat zij in een traditie staan waarin het geloof leeft van het doorgeven ervan, zullen we ook moeten accepteren dat we in een levenslang luisterproces zijn opgenomen. Zoals we luisteren naar de stemmen van hen die ons voorgingen, moeten we ook willen luisteren naar hoe en waarom jongere én oudere generaties gelovigen nu hun vraagtekens bij het kerk-zijn zetten. Het komt aan op kerken die ruimte durven bieden aan het doorgaande geloofsgesprek. Dat klinkt gemakkelijker dan het is. Kerken hebben het intergenerationele geloofsgesprek nodig, terwijl juist het kerkelijke en culturele klimaat dit lastig maakt. Welke geloofspraktijken kunnen hierin voorzien?

De zoektocht daarnaar staat centraal op de studiedag ‘Mij niet meer gezien. Kerkverlating in perspectief’ die op 15 november gehouden wordt. Kerkenraden krijgen op zaterdag 16 november de gelegenheid heel concrete handvatten te bespreken.

Delen.

Over de auteur

Hans Schaeffer is hoogleraar praktische theologie aan de TU Kampen. Merijn Wijma-Van der Veen is als archivaris verbonden aan het ADC te Kampen.

Laat een reactie achter