Rebekka Hermán Mostert balanceert tussen twee culturen

Elise Lengkeek | 2 november 2019
  • Interview
  • Special 2019

Trouw zijn aan je afkomst staat hoog op de agenda in onze samenleving. Je wordt immers geboren in een bepaald land, in een uniek gezin. De cultuur die daar heerst, bepaalt voor een belangrijk deel wie je bent, wat je voelt en denkt, de waarden die je aanhangt. Maar hoe gaat dat wanneer je ouders verschillende nationaliteiten hebben, jijzelf meertalig bent opgevoed en afwisselend in je moeder- en vaderland hebt gewoond?

Rebekka Hermán Mostert (Delft, 1976) woonde afwisselend in Roemenië, Hongarije en Nederland. Ze studeerde theologie in Cluj-Napoca/Kolozsvár (Roemenië), internationale betrekkingen en Hongaarse taal- en letterkunde in Groningen en moderne Hongaarse letterkunde en literair vertalen in Boedapest. Ze werkte een jaar als assistent-predikant in de Adventskerk (PKN) in Zwolle en diende drie jaar de Hongaarse protestantse gemeente in Brussel. Met haar Hongaarse man Sándor en hun zoon Simon woont Rebekka in Timişoara/Temesvár (Roemenië). Ze bezoekt de plaatselijke Hongaarse Gereformeerde Kerk, is onbezoldigd predikant en werkt als literair vertaler Hongaars-Nederlands.

Tegenover mij zit Rebekka Hermán Mostert (43). Zij draagt de werkelijkheid van het balanceren tussen twee culturen al van jongs af aan met zich mee. Zelfs de setting van ons gesprek wordt erdoor bepaald: ik zit aan het Wolderwijd, zij in haar woonplaats Timişoara (Roemenië). Via videobellen lukt het om 1.682 kilometer te overbruggen en elkaar te spreken.

Onderdrukking

Rebekka vertelt. We schrijven 1976. Rebekka wordt geboren als oudste van zes kinderen van Janos Hermán en Hannie Mostert. Moeder Hannie, verpleegkundige en docent, komt uit Schipluiden en ging in Roemenië wonen vanwege haar huwelijk met predikant Hermán van de Hongaarse Gereformeerde Kerk aldaar. Roemenië is dan nog volop in de greep van het communisme. De staat confronteert christenen en etnische minderheden voortdurend met onderdrukking en vergaande represailles. In 1979-1980 verblijft het gezin tijdelijk in Nederland, omdat vader János met een studiebeurs hier kerkhistorisch promotieonderzoek doet. Ze keren terug naar Roemenië, maar verlaten het land opnieuw in 1983, dit keer voor vele jaren. Vader wordt als predikant beroepen in twee hervormde gemeenten in Friesland. ’s Middags kerkt het gezin vaak in de GKv. De kinderen volgen gereformeerd onderwijs, maar catechisatielessen krijgen ze in de zomermaanden in Roemenië, als ze bij hun Roemeense opa en oma logeren.

Als klein kind maakte je dus al je eerste cultuurswitch. Hoe ging dat met de taal?
‘Thuis spraken mijn ouders hun moedertaal tegen ons: mijn moeder Nederlands, mijn vader Hongaars. In het begin communiceerden ze in het Duits, tot ze elkaars taal voldoende beheersten. Als kind maak je je vrij gemakkelijk verschillende talen eigen, maar je schooltaal is bepalend: toen we eenmaal in Nederland naar school gingen, stapten wij als kinderen al snel over van Hongaars op Nederlands.’

Ankerplaats

Taal en cultuur zijn nauw met elkaar verbonden. De Hongaarse schrijver Péter Esterházy stelt in een essay dat hij in de eerste plaats trouw moet zijn aan de taal, nog voor trouw aan zijn vaderland en familie. Rebekka’s ervaring sluit daarbij aan: ‘Taal heb je nodig om de wereld om je heen te kunnen vatten en om jezelf te kunnen zijn. Zonder goede taalbeheersing kun je je de rijkdom van een cultuur niet goed eigen maken en kun je ook niet goed uitdrukken wie je zelf bent. Taal is heel belangrijk om je ergens thuis te voelen. Bibliotheken waren in mijn schooltijd een soort ankerplaats voor mij. Heel lang heb ik voornamelijk Nederlands gelezen, dat ging het gemakkelijkst en snelst. Hongaars was lastig en ik kende de culturele bedding van die boeken veel minder. Dat heb ik later ruimschoots ingehaald.’

Rebekka Hermán Mostert: ‘Alles wat me gevormd heeft, draag ik mee. Het hoort bij mij.’

Rebekka Hermán Mostert: ‘Alles wat me gevormd heeft, draag ik mee. Het hoort bij mij.’

Hoe verliep je sociale aansluiting?
‘Ik maakte wel vrienden, maar op de middelbare school voelde ik me toch een buitenbeentje. Een betere aansluiting vond ik bij anderen die ook te maken hadden met lastige dingen thuis of met meerdere (sub)culturen. In de zomervakanties waren we meestal in Roemenië bij opa en oma op de pastorie. Terug op school vond ik tijdens het rondje “vakantieverhalen” zelden de juiste woorden voor wat wij hadden meegemaakt in Roemenië. Het dagelijks leven onder een communistisch regime en wat er veranderd was sinds de val van Ceaușescu in 1989 was moeilijk te bevatten voor mensen in Nederland. Dat schiep enige afstand en gaf misschien ook een gevoel van misplaatste superioriteit – omdat ik in zekere zin meer begreep en meemaakte dan anderen – maar binnen ons gezin versterkte het juist onze onderlinge band.’

Hoe heeft jouw multiculturele en meertalige vorming bijgedragen aan wie je nu bent?
‘In mijn Nederlandse schooltijd stond voor mij de ontwikkeling van de Hongaarse taal nagenoeg stil. Het kostte moeite om het taalniveau weer op peil te krijgen. Zo ben ik na mijn Hongaarstalige studie theologie in Cluj/Kolozsvár nog Hongaarse taal- en letterkunde gaan studeren in Groningen. Met een Hongaarse studiebeurs kon ik ten slotte in Boedapest colleges moderne Hongaarse letterkunde volgen en een studiejaar literair vertalen doen. Zo kwam alles bij elkaar en ben ik boekvertaler geworden, met vertaalopdrachten van Nederlandse literaire uitgevers.’

Zomercatechese

Rebekka vertelt dat ze als predikantsdochter de liefde voor het Woord met de paplepel ingegoten kreeg. Maar het is vooral het diep doorleefde geloof van haar ouders en grootouders dat haar de ogen heeft geopend voor Gods immense liefde. Een geloof dat ondanks heftige kerkelijke, politieke en culturele turbulenties een rotsvast anker hield in de Eeuwige, die van alle tijden en plaatsen is. De kerkelijke verdeeldheid in Nederland maakte het voor haar lastig om voor één bepaalde kerk te kiezen. Daarom besloot ze toen ze 14 was om in de ongedeelde Hongaarse Gereformeerde Kerk belijdenis te doen. Dat gebeurde na een intensieve zomercatechese bij grootvader in Roemenië.

Hoe balanceer jij, inmiddels moeder van een zoon van 6 met een Hongaarse vader, tussen die verschillende culturen?
‘Mijn man Sándor en ik spreken Hongaars met elkaar, maar Sándor is ook thuis in het Nederlands, omdat hij Duits en Nederlands heeft gestudeerd. Met onze zoon Simon probeer ik consequent Nederlands te praten. We wonen nu zes jaar in Roemenië. Hoe lang we hier blijven, weten we niet. Onze familie woont in Nederland en in Hongarije, maar ook familie in Roemenië zien we niet geregeld – de afstanden zijn groot. Gelukkig is ook hier na de omwenteling in 1989 veel veranderd: we zijn vrij om te komen en te gaan, we beschikken over internet en worden waarschijnlijk niet meer afgeluisterd.

Kerkelijk zijn we betrokken bij de plaatselijke Hongaarse Gereformeerde Kerk, waar mijn man ouderling is en ik “gewoon” lid. Daarnaast ben ik als onbezoldigd invalpredikant actief in onze regio. Soms zie ik ertegen op te moeten preken, maar als ik er eenmaal sta, vind ik meestal toch de goede woorden. In de verwarring en benauwdheid van het leven kan het grote troost en rust geven om het enorme contrast te zien tussen de breekbaarheid en broosheid van onze kleine levens en de haast onbevattelijk grote waarheid van Gods trouw. Bij Hem is veel ruimte. Dat houdt me – bij de frustraties die dit werk meebrengt – dankbaar en verwonderd.’

Ervaar jij in die zoektocht naar balans nooit een loyaliteitsconflict?
‘Loyaliteitsconflicten zijn er te over, maar toch: als je opgroeit in twee verschillende culturen die elkaar niet haten, kun je proberen van beide het beste te kiezen en je dat eigen te maken. Tegelijkertijd is het ook zo dat “mijn” cultuur waar ik niet ben, altijd harder aan me trekt dan die waarin ik me op dat moment bevind. Nu ik al zo lang niet meer in Nederland woon, houd ik bijvoorbeeld bewust Nederlandse kranten en tijdschriften bij; voor de taal, maar ook om op de hoogte te blijven van wat er speelt.’

Wat helpt jou balans en rust te vinden te midden van al die verschillende werelden?
‘Toen ik kind was, werd ik soms op het gênante af bevraagd naar mijn gevoelens over mijn identiteit. Ik ben opgehouden mezelf eindeloos te verklaren in het licht van die cultuurverschillen. Ik weet inmiddels hoe belangrijk het is om thuis te kunnen komen bij mijzelf. Alles wat me gevormd heeft, draag ik mee. Het hoort bij mij. In dat besef vind ik rust en evenwicht.’

Over de auteur
Elise Lengkeek

Elise Lengkeek publiceert literaire non-fictie, is tekstschrijver en journalist.

Meest gelezen

Behulpzaam advies over omgang met groeiende diversiteit in NGK

Behulpzaam advies over omgang met groeiende diversiteit in NGK

Louren Blijdorp
  • Kerkelijk leven
  • Ruimte en richting

In de eerste aflevering van deze rubriek is aan vier intensief betrokken NGK-predikanten gevraagd hoe de synodebesluiten bij henzelf en in hun gemeente zijn gevallen. Daaruit bleekt dat er grote verschillen tussen gemeentes ontstaan. In de tweede aflevering is aan drie hoofdrolspelers ter synode toelichting gevraagd op keuzes en besluiten. In deze derde aflevering vragen we aan René de Reuver, voormalig scriba van de Protestantse Kerk in Nederland hoe hij ontwikkelingen in de NGK ziet en wat hij ons zou willen meegeven.

Lees artikel
Kerknieuws mei 2026

Kerknieuws mei 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Kerknieuws van mei 2026 in Magazine Onderweg. Het beroep dat de gemeente van Langerak op ds. Gert Meijer uitgebracht heeft, heeft hij aangenomen. Ds. Meijer stond sinds 2017 in de NGK Zuidlaren-Kandelaarkerk. De NGK Zwolle-Plantagekerk, een gemeente met ruim 1.000 leden, heeft een beroep gedaan op ds. Reinier Kramer (46 jaar). Kramer is momenteel als enige actieve gemeentepredikant verbonden aan de ruim 1.200 leden tellende samenwerkingsgemeente CGK-NGK Deventer. Hij is sinds 2,5 jaar werkzaam in Deventer. Kramer was eerder vier jaar verbonden aan Spakenburg-Zuid en vijf jaar aan Bergentheim-De Hoeksteen. De Plantagekerk is vacant sinds het vertrek van ds. Jos Douma in 2025.

Lees artikel
Predikantsprofiel: Koos Jonker

Predikantsprofiel: Koos Jonker

Marinus de Jong
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

‘Het predikantschap is voor mij geen baan, het is een roeping.’ Zijn roeping loopt als een rode draad door het gesprek met ds. Koos Jonker. Hij is predikant in hart en nieren. Maar die roeping kwam niet vanzelf. Zijn Zuid-Afrikaanse accent verraadt meteen dat die weg op zijn minst één landsgrens overging. Meer dan eens ging dat als bij Mozes en Jeremia: tegen zijn eigen wil. Deze roeping geeft diepe vreugde, soms veel plezier, maar kost ook wat, zo blijkt.

Lees artikel
Als schaduwen over de wereld vallen

Als schaduwen over de wereld vallen

Louren Blijdorp
  • Verdieping

De tijden zijn somber en ernstig. Oorlogen zijn niet meer ver weg en de wankelende wereldorde geeft een sluimerende onzekerheid. Ook in het nog altijd ongekend welvarende en vredige westen van Europa knaagt het: trollenlegers, hackers, mysterieuze drones dringen ons continent binnen. Het leidt tot groeiend onbehagen, polarisatie, bedreiging van de rechtstaat. En dan klopt ook nog de klimaatcrisis onverbiddelijk aan. Die nog veel existentiëlere dreiging die de randvoorwaarden van ons bestaan zelf bedreigt wordt haast vergeten. Maar ook die slapende reus morrelt aan de bedrieglijke rust van Noordwest-Europa.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief