Weerman Reinier van den Berg over de schepping

0

Reinier van den Berg: meteoroloog en weerman, ondernemer in duurzaamheid en christen. Na 32 jaar werkzaam te zijn geweest als weerman raakte hij betrokken bij het startende bedrijf PyrOil. De missie van dit bedrijf is om wereldwijd de enorme berg plastic afval op te ruimen, door er waardevolle zwavelvrije olie van te produceren. OnderWeg praat met hem over de zorg voor de schepping. Waar ging het met die zorg fout en wat moet er nu gedaan worden?

Reinier van den Berg: meteoroloog en weerman; ondernemer in duurzaamheid en christen.

Reinier van den Berg: meteoroloog en weerman; ondernemer in duurzaamheid en christen.

Het is verleidelijk om met een meteoroloog te beginnen over het klimaat of de opwarming van de aarde. Toch begin ik bij de Bijbel, die spreekt over de opdracht voor de mens om de schepping te onderhouden, ‘erover te heersen’. Je bent christen. Wat zegt zo’n tekst jou?
‘Dat alles begint bij de maker zelf. Hij heeft het leven op aarde, Hij heeft de kosmos, gemaakt. Ik lees er de handtekening van God in, “made in heaven”. Daar komt iets bij. Ergens is het wonderlijk dat God zijn schepping in meer of mindere mate uit handen geeft aan de mens. Kun je hieruit afleiden dat God de mens zo vertrouwt dat Hij dit op deze manier zegt en doet? Ik denk: ja, zo is het gegaan; de mens krijgt die taak als beelddrager van God: heers er maar over.’

Daarna kwam de zondeval, met alle gevolgen vandien…
‘Ja. En sowieso zit in “heersen” al iets lastigs, het wordt zomaar overheersen. Ik wil het woord daarom vooral lezen als beheren.’

Een van de Engelse Bijbelverklaringen gebruikt voor de mens die deze taak krijgt het woord ‘steward’. Is dat ‘m?
‘Dat woord spreekt mij zeer aan. In de tekst gaat het niet om heersen óver iets, het is veel meer zorgdragen voor. Daarbij past het woord steward: een steward of stewardess zorgt ervoor dat een vliegreis aangenamer wordt. Daar zit erg dat zorgen in.’

Helaas is het met het ‘zorgen voor’ door de mens niet goed gegaan, integendeel. Als we kijken naar de situatie nu, hoe is die, hoe erg is het?
‘Het is heel erg, het is heel zorgelijk. Feitelijk is het vijf over twaalf. Dat geldt voor de vervuilingsgraad van de oceanen. Het geldt voor de bodem. Eigenlijk geldt het voor alle drie de kernen waar ook volgens de Bijbel leven in zit: het water, de bodem, de lucht. Die wemelen van het leven met onwaarschijnlijk veel biodiversiteit in zich. Alle drie zijn ze er slecht aan toe.’

‘Man, wat brengen we veel
afval in de atmosfeer!’

Als oorzaak wordt de opwarming van de aarde genoemd, door menselijk toedoen. Critici zeggen: nee, hier zijn natuurlijke oorzaken voor.
‘Ja, die zijn er. Zo zijn er in het verre verleden met zekere regelmaat ijstijden geweest. Daar is een natuurlijke verklaring voor, die primair te maken heeft met de baan van de aarde rond de zon. Die varieert een klein beetje op zeer lange tijdschalen. In de vorige eeuw begon de wereld op te warmen. Je ziet ook dat die opwarming vooral na 1970 in een stroomversnelling is gekomen. Wetenschappelijk staat vast dat de oorzaak hiervan de uitstoot van broeikasgassen is. Die is er door toedoen van mensen.’

Het moet dus anders. Maar er moet heel veel anders, zoveel dat het ons duizelt. Wat zijn een paar hoofdlijnen in wat nodig is?
‘De uitstoot van broeikasgassen moet fors omlaag. Dat is het eerste. De huidige economie is gebaseerd op fossiele brandstoffen. Die hebben ons veel gebracht. Nu moet het anders. We moeten toe naar hernieuwbare energiebronnen zoals zonne-energie en windenergie. Het mooie eraan is dat zo’n overgang ook rechtvaardiger is: de zon is er voor iedereen, voor elk land, arm of rijk. Net als water en wind. Neem een werelddeel als Afrika. Dat kan, juist door en dankzij die overgang, een snelle economische inhaalslag maken door de eigen royaal aanwezige duurzame energiebronnen te gaan gebruiken.’

Maar die duurzame energiebronnen zijn niet altijd beschikbaar. Kunnen we wel zonder de fossiele brandstoffen?
‘Voor de energieopwekking kan dat op termijn wel. Maar voor de productie van een aantal zaken moeten die wel gebruikt blijven worden. Belangrijk voorbeeld is het maken van plastic. De wereld kan niet zonder plastic. Denk alleen al aan de ziekenhuizen waar plastic broodnodig is: het is bij uitstek het materiaal waarmee tal van belangrijke instrumenten steriel kunnen worden ingepakt.’

Wat is er nog meer nodig?
‘De tweede hoofdlijn is het terugdringen van de afvalstromen. Dat kan door afval te zien als grondstof. Van afval kunnen prima nieuwe producten worden gemaakt en met reststromen kan nieuwe energie opgewekt worden. We moeten ook echt zuiniger worden. We zullen anders moeten gaan eten: vegetarisch eten is goed. Deze tweede lijn moeten we heel serieus nemen. Want man, wat brengen we veel afval in de atmosfeer! Je ziet dat niet, alleen wel in het water, maar afval is overal. Plastic bijvoorbeeld zweeft gewoon hier om ons heen in de lucht. Dat komt onder meer door onze kleding waar polyester in zit. Als je daarover wrijft, komt plastic vrij.’

Maar hoe dring je die afvalstromen echt terug?
‘Afval is in feite grondstof. Dat betekent dat we veel meer naar een circulaire economie toe moeten, waarin grondstoffen, onderdelen en producten zoveel mogelijk hun waarde behouden. Eigenlijk geeft de Bijbel een groot voorbeeld van circulair denken. Neem alleen al de seizoenen die in elkaar overgaan en waarin wat er was als het ware weer gebruikt wordt voor wat straks komt.’

Reinier van den Berg: ‘Misschien kan de klok nog terug naar vijf voor twaalf.’

Reinier van den Berg: ‘Misschien kan de klok nog terug naar vijf voor twaalf.’

Ik ben een klein mens, een individu. Wat op dit vlak moet gebeuren, is veel te groot voor mij, toch?
‘Dat is waar. Maar je hebt wel een verantwoordelijkheid. Tegelijk: laten we bij deze oplossingen alsjeblieft denken vanuit een driehoek: overheid, bedrijfsleven, consument. Als een van die drie denkt het alleen te moeten doen, gebeurt er te weinig. Alle drie hebben ze een taak en verantwoordelijkheid. De overheid moet zorgen voor goede regels. Het bedrijfsleven moet zijn eigen verantwoordelijkheid nemen. De consument moet leren inzien welke mogelijkheden er zijn om zijn of haar voetafdruk te verkleinen. Dat begint er al mee als de consument niet meer verleid wordt tot het kopen van verkeerde dingen. Neem alleen al koffie. Een consument zou het beste fairtrade koffie kunnen kopen. Supermarkten zouden eigenlijk alleen die koffie moeten verkopen. Zoiets helpt al.’

Wat kan ik, als steward, als rentmeester, meer doen?
‘Zoals gezegd: je ecologische voetafdruk verkleinen. Let dus op je energieverbruik. Kijk naar wat je eet. Gooi je eten weg? Hoe ga je op reis? Hoe vaak vlieg je? Lukt het jou om zo lang mogelijk gebruik te maken van wat je al hebt en zo beperkt mogelijk nieuwe producten aan te schaffen? Als we hier serieus werk van maken, helpt dat enorm. Het is wel zo dat wij in het Westen sowieso een te grote voetafdruk hebben in vergelijking met de afdruk van een gemiddelde wereldburger. Het is moeilijk voor bijvoorbeeld Nederlanders om op die laatste afdruk te komen. We leven op een zeer hoog welvaartsniveau. Een gemiddeld huishouden heeft eerder twee auto’s dan één. We wonen in moderne en vaak vrij grote woningen. In die zin moeten we ook nuchter zijn. De uitdaging is dus veel meer: zorg dat je voetafdruk zo klein mogelijk is.

‘Zorg dat je voetafdruk zo klein mogelijk is’

Vaak gaat het dan om heel persoonlijke keuzes. De ene persoon scoort misschien heel goed en duurzaam op het gebied van het dagelijks eten en de spullen in huis, maar neemt wel twee of drie keer per jaar het vliegtuig. Een ander vliegt nooit, maar eet wel vijf keer per week een stukje vlees. Er zijn ook mensen die heel bewust op alle fronten duurzaam leven. Ik heb daar respect voor. Ze geven een mooi voorbeeld.’

Hiermee werk je dus aan die eerste lijn: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen?
‘Klopt. Bij die lijn past dat broeikasgassen zoals CO2, methaan en ook lachgas teruggedrongen moeten worden. Bovendien moeten we reeds uitgestoten CO2 uit de atmosfeer verwijderen. Dat kan door bos. Dus we moeten bossen beschermen én wereldwijd veel bomen aanplanten. Andere landen geven het goede voorbeeld. Zo plantte men in Ethiopië afgelopen zomer tientallen miljoenen bomen. Die bomen herstellen de waterkringloop en verminderen de erosie. De stikstofproblematiek die momenteel zo opspeelt, is van een andere orde: hier ligt geen link met de opwarming van de aarde, maar wel met vervuiling van het milieu en dus de schepping.’

Soms krijg je als individu, als consument het gevoel: echt alles moet overhoop, we moeten toe naar een heel andere economie, een heel ander leven. Klopt dat?
‘Het klopt dat er inderdaad veel anders moet. We moeten echt weer terug naar zorgdragen voor de schepping, naar het veel zorgvuldiger omgaan daarmee. Maar het is niet zo dat we terug moeten naar het stenen tijdperk. Bovendien moet het in deze thematiek ook niet gaan over “dit mag niet, dat mag wel”, over do’s en don’ts, alsof het alleen maar om regeltjes gaat. Veel belangrijker is dat we bewuster gaan nadenken over wat we normaal zijn gaan vinden. Vraag je maar eens af: is dat echt normaal of kan het ook anders? In die zin geldt ook dat we er op een bepaalde manier nuchter naar kijken en even nuchter vaststellen: de diagnose is gesteld, de oorzaken zijn duidelijk, dit is het behandelpad. Dat pad bestaat simpelweg uit twee dingen: we moeten toe naar minder uitstoot van broeikasgassen. En er is haast bij het terugdringen van de afvalstromen. Als we hier ernst mee maken, komt dat de schepping ten goede! Dan zouden we de klok misschien toch kunnen terugdraaien naar vijf voor twaalf. Bovendien past het ons dat we de enorme kloof tussen rijkdom en schrijnende armoede proberen te verkleinen. Dat alles bij elkaar valt wat mij betreft onder de noemer rentmeesterschap.’

Dit interview krijg je cadeau van ons. Probeer magazine OnderWeg drie maanden gratis. Meld je aan voor een Proefabonnement (Digitaal of Papier Plus).

Delen.

Over de auteur

Leendert de Jong werkt in de media en is hoofdredacteur van OnderWeg.

Laat een reactie achter