Dominee op Urk wil Hongaren gelukkig maken

0

De Gereformeerde kerk op Urk (PKN) heeft sinds kort een bijzondere dominee. Je hoort het al aan zijn naam: Attila Csongor Kelemen (33). Hij is afkomstig uit een Hongaarse gereformeerde familie uit Roemenië. Hij spreekt bijna perfect Nederlands. ‘Ik zat als vierjarige op een Nederlandse kleuterschool.’ Zijn diepste drijfveer: ‘Ik wil iets doen waar mensen gelukkig van worden.’

Attila Csongor Kelemen is geboren in 1986 te Kolozsvár (Cluj-Napoca) in Roemenië. Hij studeerde vijf jaar aan de toneelafdeling van de Babeș-Bolyai universiteit in Cluj-Napoca en daarna theologie in dezelfde stad aan het Protestants Theologisch Instituut. Hij vervolgde zijn theologiestudie aan de TU in Kampen en aan de Universiteit van in Bern (Zwitserland). In 2015-2016 was hij hulppredikant in Inaktelke (Inucu). Sinds november 2019 is hij predikant van de Gereformeerde kerk op Urk. Hij is getrouwd met Alie van den Berg en vader van Benjámin (4) en Mirjám (1).

Nederland heeft altijd een rol gespeeld in het leven van Attila. Zijn vader was predikant in Transilvaniё, een deel van Roemenië waar veel Hongaren leven. Hij behoorde tot een groep predikanten die al voor de val van dictator Ceaucescu in 1989 contact hadden met Nederlanders die ook bijbels meesmokkelden. Al snel na de Wende kwamen de hulpgoederen over de grens, vooral uit Nederland.

‘Ik snap nog steeds niet hoe de Nederlanders dat zo snel geregeld hadden!’ zegt Csongor Kelemen verbaasd. ‘In 1991 woonden we in Nederland, omdat mijn vader een half jaar ging studeren aan de Theologische Universiteit in Kampen. Ik kende geen woord Nederlands en werd naar een basisschool in Kampen gestuurd. Toen we terug gingen, sprak ik het probleemloos.’ De band van het gezin met Nederland was en bleef hecht. Kelemens vader kreeg contact met Stichting Fundament, die kerkelijk opbouwwerk ondersteunt onder Hongaarstaligen in Oost-Europa. Daardoor kwamen er vaak Nederlanders over de vloer bij Kelemens ouders. ‘Dat mijn broer en ik Nederlands spraken, kwam goed uit. Als mijn vader ’s avonds weg was, moesten we om de beurt de gasten onderhouden, terwijl mijn moeder het eten klaarmaakte. Dat was niet altijd even makkelijk, want waar moet een jongetje van elf jaar het met een paar predikanten over hebben?’

(beeld Gert Jan Kole)

(beeld Gert Jan Kole)

Dat Kelemen dominee werd, lijkt vanzelfsprekend met een vader op de kansel. Maar niets is minder waar. ‘Als hij preekte, liep ik als kleuter vaak naar hem toe op de preekstoel en bleef bij hem staan. Maar als mensen vroegen wat ik wilde worden, zei ik: “Ik wil iets doen waar mensen gelukkig van worden.” Al snel werd mij duidelijk dat een mens van niets gelukkiger wordt dan van de blijde boodschap van Christus.’ Na de middelbare school volgde Kelemen toch de wijze raad van zijn vader op om niet als 18-jarig jongetje aan een theologische opleiding te beginnen. Hij koos voor zijn andere passie: het toneel. ‘Dat vond niet iedereen in mijn familie een even goed idee. Mijn oma vond dat ik dokter moest worden. En omdat ik Hongaars, Roemeens, Engels, Duits en Nederlands sprak, wilde mijn moeder dat ik diplomaat of iets dergelijks werd.’

De gang naar de toneelschool bleek een goede zet. Want daar leerde hij niet alleen zichzelf kennen. Hij ontdekte ook wie God is. ‘Tot mijn achttiende was ik een brave jongen. Ik deed niets wat niet mocht en alles wat moest. Ik rookte en dronk niet en gebruikte geen drugs. Daar was ik tevreden over. Want, dacht ik: dat hoort niet bij mij, zo ben ik niet. Maar tijdens oefeningen op de toneelschool moest je het diepste van je ziel verkennen. Iemand uitschelden of aan het huilen maken. Ik stond er versteld van dat ik dat kon. Agressie, haat, perversie, schofterigheid en oneerlijkheid kwamen op zo’n natuurlijke manier uit mij! Ik constateerde geschrokken: dus zo ben ik eigenlijk. Maar ik ontdekte tot mijn vreugde ook dat de liefde van God, die ik ook op dat moment heb ervaren, er niet minder om werd en zijn genade juist meer. Daarom zei ik tegen God: als U zelfs zó mij genade wilt bewijzen, dan wil ik ook volgens deze genade gaan leven.’

Verkering

Zijn Urkse vrouw ontmoette Csongor Kelemen in Roemenië, tijdens een kamp. Zijn Hongaarse gemeente stond in nauw contact met een kerk in Arnemuiden. ‘Cees Bijman was daar dominee, hij stond later op Urk. Via hem kwamen wij in contact met de Urkers, die veel stichtingen hadden voor hulp in Oost-Europa. Ik vond het bijzondere mensen. Joviaal, open, luidruchtig. Dan kwamen ze midden in de nacht met hun hulpgoederen aan en werd met veel geschreeuw het busje op ons terrein geparkeerd. Prachtig vond ik dat. Om de twee jaar werd vanuit de gereformeerde kerk een kamp georganiseerd met de naam ‘Urk goes’. In de zomer van 2005 waren wij in Inaktelke de gastheren. Toen de Urker jongeren aankwamen, stond ik toe te kijken. Ik zag haar uitstappen. Mijn eerste gedachte was: dáár is ze! Ik voelde het in mijn hele wezen. Het was liefde op het eerste gezicht. Toen ze weer weg was, hebben wij elkaar zowat om de dag lange brieven geschreven. Met Kerst ben ik naar Urk gegaan en toen hadden we al snel verkering.’

Integreren

De Nederlandse cultuur heeft nauwelijks meer geheimen voor Csongor Kelemen, daar hebben de Urkers wel voor gezorgd. ‘Maar ik ben ook graag dicht bij de mensen.’ Nadat hij verkering kreeg, was hij regelmatig op Urk. ‘Het was, met een Urkse vrouw aan mijn zijde, natuurlijk niet moeilijk om te integreren. Je blijft wel een vreemde, dat geldt voor iedereen die van buiten komt. Maar de Urkers zijn open naar anderen, mits die anderen hun cultuur respecteren. En je hebt het gedeelde geloof. Een gunstige bijkomstigheid van het wonen in Nederland is dat je ook je eigen identiteit in een ander licht gaat zien. Er zijn natuurlijk elementen van de Nederlandse cultuur die ik vreemd blijf vinden, zoals het (koffie) drinken op vaste tijden, overmatig gebruik van agenda’s en het gebruiken van voorletters in plaats van voornamen.’

Maakbaar

Ook op het gebied van kerk en geloof ziet Kelemen verschillen tussen de twee culturen. ‘Dat we in Nederland zoveel verschillende kerken hebben, is in Hongaarse gereformeerde ogen een vreemd verschijnsel. In de Hongaarse kerk is sinds de Reformatie geen scheuring meer geweest. Je hebt er wel verschillende stromingen: volkskerkelijke, fundamentalistische, piëtistische en evangelische en je hebt cultuurchristenen. Maar er is een gezamenlijke noemer: het verzoenende werk van Christus. Als je elkaar daar vindt, kun je veel andere dingen relativeren of erover in gesprek blijven. De Hongaarse kerk is redelijk traditioneel. De Heidelbergse Catechismus is er belangrijk. Elke catechisant moet alle 129 vragen en antwoorden uit zijn hoofd leren. Ik heb dat als positief ervaren. Als mensen mij vragen stellen over het geloof, is er altijd wel een lijntje naar de catechismus. Over wezenlijke dingen denken we hetzelfde als in de Nederlandse kerken.’

(beeld Gert Jan Kole)

(beeld Gert Jan Kole)

‘De mentaliteit van christenen in Nederland is wel anders. Hier moet over allerlei zaken in de kerk eerst duidelijkheid komen en dan pas kun je zeggen dat we ‘goed bezig zijn’. De kerk in Nederland is maakbaar geworden, er wordt weinig aan het mysterie van het geloof overgelaten. Ik merk dat aan de manier waarop mensen na de kerkdienst op de preek reageren. Ik richt mij bij het maken van een preek op het fundament van het geloof: Christus die de dood overwon. Maar wat na de dienst vaak overblijft is: de dominee zei dat dit en dat niet mag.’

Beproevingen

Csongor Kelemen is in november 2019 bevestigd als predikant op Urk. Maar hij koestert ook het verlangen om terug te gaan naar zijn eigen volk, zeker ook omdat de Hongaarse kerk in Roemenië het niet makkelijk heeft. ‘Het horen bij dat volk is een sterk onderdeel van mijn identiteit. We hebben in de communistische tijd veel beproevingen doorstaan. Predikanten werden gevangen gezet, moesten dwangarbeid verrichten of werden gemarteld. Hun gezinnen werden geïntimideerd. Dat leidde tot een sterke kerkelijke identiteit. Maar op dit moment krimpt de Hongaarse kerk. In Nederland loopt de kerk leeg door secularisatie en post-modernisme, in Roemenië krimpt het Hongaarse volk. Dertig jaar geleden waren er in Roemenië nog 1,6 miljoen Hongaren. Sindsdien zijn zeker vierhonderdduizend Hongaren, vooral jongeren, weggetrokken naar Hongarije en naar West-Europa. De achterblijvers hebben het moeilijk. Dorpen lopen leeg, eeuwenoude kerkgebouwen raken in verval. Dit vind ik erg pijnlijk. Daarom wil ik graag ooit terug. Het is op mijn ziel gebrand om ook aan die mensen de geluk brengende boodschap te brengen.’

Ondanks dit sterke verlangen, weet Kelemen zich ook geroepen om in Nederland Gods woord te verkondigen. ‘Anderhalf jaar geleden zou het niet in me opgekomen zijn om hier dominee te worden. Ik was al enige tijd in Nederland voor studie toen de kerkenraad van Urk vroeg of ik hun predikant wilde worden. Rondom dit beroep kreeg ik van een vriend een citaat van de man uit Macedonië (Handelingen 16:9): “Kom over en help ons.” Daar ben ik over gaan nadenken en mediteren. De volgende zondag zag ik op het liturgiebord dat de dominee uitgerekend over dat Bijbelvers ging preken. Ik was daardoor erg geraakt. Dit voorval gaf voor mij de doorslag en ik vond de vrijmoedigheid om het beroep aan te nemen.’

Non-verbaal

Daar komt bij dat Csongor Kelemen bezig is met een promotiestudie. Hij onderzoekt preekstijlen en non-verbale communicatie bij predikanten. Kelemen legt uit: ‘Stel dat een dominee een prachtige preek maakt over een God die in Christus dichtbij is gekomen, maar de manier waarop hij de preek voordraagt is droog en afstandelijk. De luisteraar kan daardoor op het verkeerde spoor gezet worden. Er is dan geen congruentie tussen wat hij zegt en hoe hij het zegt: het is niet authentiek. De vraag naar authenticiteit mag wel een postmoderne vraag zijn, maar binnen bepaalde grenzen is hij wel legitiem. Het overbrengen van het hoorbare woord van God gebeurt ook met non-verbale communicatie. Je zou kunnen zeggen: het is woord én vlees. Een Nederlandse predikant bezocht een Hongaarse dienst in Roemenië. De voorganger was een emeritus hoogleraar van onze universiteit, die oprecht en vanuit zijn hart preekte. Na de dienst vertelde de Nederlandse dominee dat hij niets had verstaan, maar dat hij de preek heel mooi had gevonden. Hij had de non-verbale boodschap opgepikt. En toen zei hij iets heel moois. Hij zei: “het vlees is woord geworden.”’

Delen.

Over de auteur

Peter Sneep is journalist, presentator, componist en organist.

Laat een reactie achter