Dirk-Jan van Diggele verruilde de kansel voor de cabine

Wilfred Hermans | 27 maart 2020
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Predikant Dirk-Jan van Diggele maakte recent de overstap van kansel naar cabine. Als vrachtwagenchauffeur weet hij tot zijn vreugde eindelijk weer precies wat zijn taak is. ‘Nu ben ik niet meer verantwoordelijk voor mensen, maar voor spullen.’

Biografie

Dirk-Jan van Diggele werd geboren op 18 april 1959 in Amersfoort. Hij groeide op in Hilversum, als oudste in een gezin van vijf kinderen. Na het behalen van zijn Atheneum-diploma in Amersfoort volgde hij lessen Latijn en Grieks bij docenten Van Middelkoop, Rittersma en Vuijck. Op 13 maart 1981 trouwde hij met Plonie Klapwijk. Samen kregen ze vijf kinderen. In 1988 slaagde hij voor het doctoraalexamen aan de TU Kampen. Hij was predikant in Oosterwolde i.c.m. Wijnjewoude (1989-1994), Veenendaal-Oost (1994-2006), Middelharnis i.c.m. Pernis-Albrandswaard (2006 – 2015) en Barendrecht-Pernis-Albrandswaard (2015-2019).

Het gebeurde op een zaterdagochtend in januari, vorig jaar. Dirk-Jan van Diggele (60) was predikant van de 350 zielen tellende GKv in Barendrecht en wist al een jaar: zo gaat het niet langer. ‘Ik zat op mijn studeerkamer te bedenken hoe ik verder kon. Ik had de kerkenraad meegedeeld dat ik me tot mijn emeritaat alleen zou richten op de kern: de persoonlijke omgang met God, van mijzelf en mijn gemeenteleden. Maar ik kreeg de concrete invulling daarvan maar niet rond. Daar ging een periode van maanden aan vooraf, maar het bleef een zwart gat, totdat ik op die bewuste zaterdagochtend dacht: hier word ik gek van. Blijkbaar maakt God mij langs deze weg – die ik niet fijn vond – duidelijk: Dirk-Jan, het is mooi geweest. In de dubbele zin van het woord. Dat ging in een flits, zie het als een ingreep van boven. Het moment dat ik tot die conclusie kwam, kan ik niet in woorden vatten, zo’n bevrijding was het.’

Dirk-Jan van Diggele. (beeld Sahil Aamir Fotografie)

Dirk-Jan van Diggele. (beeld Sahil Aamir Fotografie)

Waar zat ‘m dat gevoel van bevrijding in?
‘Enerzijds dat je niet meer de verantwoordelijkheid voor een gemeente hebt, maar ook dat de druk weg is om elke week een doorwrocht, verantwoord verhaal klaar te hebben. Want dat is wat, hoor; het gaat niet om Dirk-Jan van Diggele, maar om God die aan het woord komt, en daar ben ik een schakeltje in. Je bent mens genoeg om op de kansel alsnog je stokpaardjes te berijden. Ik geniet van preken maken en mag mijn preekbevoegdheid houden, maar het is altijd weer een bevalling. Dat ik nu op zondag met mijn vrouw plaats kan nemen in de kerkbanken – ah, weldadig.’

Diffuus

Van Diggele vertelt graag zijn verhaal, op zijn studeerkamer in Barneveld, ook om anderen in vergelijkbare situaties te helpen bij hun bezinningsproces. Zelf kwam hij na een jaar van bezinning, supervisie en enkele psychotherapeutische gesprekken tot de conclusie: het wil niet meer, gemeentepredikant zijn is fini. ‘Ik ben een gevoelsmens en heb de neiging erg in m’n kop te gaan zitten. Vaak zei mijn vrouw aan tafel: waar zit je met je hoofd? Ook daarom kwam ik uit bij het beroep van vrachtwagenchauffeur, vanwege het concrete: vandaag breng ik dit daarheen, en als ik thuis ben, ben ik klaar. Bovendien was ik altijd al geïnteresseerd in auto’s en techniek.’

Het predikantschap werd te diffuus voor hem, stelt Van Diggele. ‘Ik wist niet meer waar ik wel en niet voor verantwoordelijk was. Niemand kon me dat vertellen. Ondertussen voelde ik me te verantwoordelijk en het lukte me niet dat te veranderen. Concreet: de positie van de voorganger was binnen de gereformeerde kerken altijd glashelder. Oneerbiedig gezegd had het veel weg van een onemanshow. Dat had schaduwkanten, ik verlang daar niet naar terug, maar ondertussen participeren steeds meer gemeenteleden in en rond diensten, ook in de voorbereiding. Dat is mooi en Bijbels – als jullie samenkomen heeft ieder iets, 1 Korintiërs – maar het maakt de positie van predikant wel ingewikkelder. Preken maken en houden, heerlijk, niets mooier dan dat. Maar bij sommige bijdragen van gemeenteleden, bijvoorbeeld een kindermoment, zat ik weleens met kromme tenen. Ik verbaas me soms over de enorme naïviteit van sommige mensen, zo van: heb je nou niet door… Nou, dat.’

Maakt u die zin eens af.
‘Heb je nou niet door welke boodschap je per saldo afgeeft? Vaak werd het veel te oppervlakkig. God houdt van je. God is liefde. Nou en of, maar dat is geen liefde zonder strijd, pijn en moeite, juist omdat het zo’n intense liefde is. Daar gaan soms crises overheen.’

‘Aanvankelijk was stoppen geen optie’

Al die participatie levert dus verschraling op?
‘Ja, plus: het moet leuk zijn, flitsend. Er werd bijvoorbeeld voorgesteld om een kinderliedje via een YouTube-filmpje op de beamer te laten zien. Als ik dan vroeg: waarom via de beamer, kunnen we het niet zelf zingen?, dan was de reactie: dit is de jeugd tegenwoordig gewend. Ik vraag me af of de kerk daar naadloos in moet meegaan. Wat doet dat met de boodschap? Daar wordt vaak kritiekloos mee omgesprongen. Enfin, het lukte mij niet om genoeg geduld met die ontwikkelingen te hebben. Richting sommigen werd ik kribbig, kortaangebonden. Dirk-Jan, zei ik tegen mezelf, dit is niet goed, je bent sikkeneurig in plaats van blijmoedig. Vervolgens kun je de schuld bij een ander leggen, maar dat heeft geen zin.

Heeft u wel geprobeerd de ontwikkelingen te sturen?
‘Ja, ik heb een aantal jaren tegengas gegeven. Wij gereformeerden zijn activistisch: we constateren iets en gaan daar wat aan doen, maar ik kreeg juist de overtuiging: jongens, laten we tijdelijk eens met al die zij-activiteiten stoppen. Het leven is al boordevol prikkels, laten we de kerkdienst eenvoudig houden. De kerkenraad ging daarin mee. Dat ik ben gestopt, heeft dus niks te maken met verstoorde verhoudingen. Ik zie het eerder als optelsom van dertig jaar predikant zijn en wat ik daarin heb meegemaakt. Ik geef niemand de schuld – het lukt míj niet meer.’

Voelde u zich destijds geroepen als predikant?
‘Ja, hoewel dat een worsteling was. Ik hou van techniek en ben dol op muziek, ik zit op diverse kamerkoren. Tegelijk genoot en geniet ik erg van het bezig zijn met de Bijbel en het christelijke leven. Ik ben opgegroeid in Hilversum waar destijds een predikant, P. Deddens, na de catechisatie tegen me zei: “Dirk-Jan, is Kampen niks voor jou?” Dat gaf niet de doorslag, maar speelde wel mee. Ik trouwde aan het begin van mijn studie en in de studiejaren die volgden, kregen we onze vier zonen.

Dirk-Jan van Diggele. (beeld Sahil Aamir Fotografie)

Dirk-Jan van Diggele. (beeld Sahil Aamir Fotografie)

Hoe ziet u die roeping nu u gestopt bent?
‘Daar heb toen ik stil kwam te staan een jaar mee geworsteld. Onze wijkouderling in Barendrecht heeft me daar trouwens enorm bij geholpen. Op een vrijdagochtend stond hij spontaan op de stoep met de concrete, eenvoudige en heerlijke vraag: “Dirk-Jan, hoe gaat het met je?” Hij merkte: het loopt niet.’

Hoe reageerde u?
‘Gelijk in tranen. Het ging inderdaad niet. Maar dat er iemand is die dat opmerkt en het in alle openheid aan de orde stelt, is prachtig. Aanvankelijk was stoppen geen optie, want God had me geroepen en je bent predikant voor het leven, hoge uitzonderingen daargelaten. In psychotherapeutische gesprekken kreeg ik de vraag: waarom ga je niet wat anders doen? Daar reageerde ik tamelijk verbijsterd op. Ook in praktische zin zou stoppen zo’n totale omwenteling betekenen, daar was ik blijkbaar niet klaar voor. Plus: ik ben zestig, wat ga je dan doen? Ook dat was een reden om vrachtwagenchauffeur te worden, daar was een groot tekort aan.’

Les in nederigheid

‘Van mijn collega-chauffeurs heb ik geen enkele negatieve reactie gehad. Wel riep een man die ik nog niet over mijn eerdere werk had gesproken: “Hé, dominee!” Blijkbaar was dat verhaal toch rondgegaan. De eerste dag dat ik met hem meereed, stond non-stop André Hazes op en hij rookte als een ketter. Oei, dacht ik, maar tegelijk: Dirk Jan, je houdt je kaken op elkaar, dit is een mooie les in nederigheid. Incasseren. Het is goed ’s even door zoiets heen te gaan. Wat ik nu zelf luister? Jazz, of Bach. Daarbij kan ik van het fysieke genieten. Bij mijn eerste werkgever was het ’s ochtends half zeven bij het distributiecentrum je vrachtwagen laden, dat was soms echt bikkelen. Mensen vragen weleens: waarom ben je geen buschauffeur geworden? Maar ik had nu juist de behoefte om even niet verantwoordelijk te zijn voor mensen en als buschauffeur ben je dat wel degelijk. Nu ben ik verantwoordelijk voor spullen. Ik ga drie dagen rijden, met de bedoeling om de rest van de week als pastoraal werker of geestelijk verzorger te werken. Die afwisseling lijkt me heerlijk.’

Voelt u zich beter in de vrachtwagencabine of op de preekstoel?
‘Lastige vergelijking, de preekstoel is toch mijn natuurlijke habitat, dat blijft het mooist. Maar in de vrachtwagen geniet ik enorm van de vrijheid en overzichtelijkheid, het tastbare en concrete – totaal anders dan wat ik gewend was. In het predikantschap vroeg ik me, puur menselijk gesproken, weleens af: wat is nu per saldo het effect van mijn preken? Of, bij geneuzel over futiliteiten: snap je het nu nog niet? Heb je al die preken dan niet gehoord?’

Van Diggele nodigde bij zijn vorige werkgever drie collega-chauffeurs met wie hij een klik had uit voor zijn afscheidsdienst. ‘Twee van de drie kwamen daadwerkelijk en vonden het bijzonder, terwijl ze niks met het geloof hebben. Ik vind dat boeiende contacten, temeer omdat ik in de GKv ben opgegroeid en altijd in die kringen ben gebleven. Juist een voorganger die preekt voor mensen middenin de maatschappij zou zelf ook feeling met die maatschappij moeten hebben. Ik vind het heel gezond om contact te hebben met een eenvoudige chauffeur die niet veel verder kijkt dan zijn dagelijkse beslommeringen, terwijl jij met al je intellect denkt te weten hoe het zit.’

Dit artikel komt uit nummer 7 van magazine OnderWeg (28 maart 2020), een inspirerend magazine voor christenen die God en de kerk liefhebben en midden in het leven staan. Neem een gratis Proefabonnement (Digitaal of Papier Plus).

Over de auteur
Wilfred Hermans

Wilfred Hermans is journalist, interviewer en copywriter.

Meest gelezen

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Waarom het begin van Genesis ook over geschiedenis gaat

Koert van Bekkum
  • Verdieping

Verwijst het begin van Genesis naar dingen die zijn gebeurd? Of spreken de hoofdstukken vooral over ons menselijk bestaan als zodanig, en over hoe God redt? Het laatste natuurlijk, aldus ds. Ulbe van der Meer afgelopen mei in dit blad. Laten we het profetisch-symbolische karakter van het paradijsverhaal omarmen. Dan zijn we af van ingewikkelde discussies over historiciteit, leren mensen hoe mooi en krachtig de Bijbel spreekt, en werpen we geen onnodige drempels op voor jongeren en buitenstaanders. 

Lees artikel
Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Waarom in het kerkblad Onderweg mag klinken dat de slang in het paradijs niet sprak

Redactie
  • Redactioneel

Er is alle reden om binnen de Nederlandse Gereformeerde Kerken van gedachten te wisselen over hoe je het begin van Genesis leest en welke plek de zondeval daarin inneemt. Reina Wiskerke besprak in haar column het opinieartikel van dominee Ulbe van der Meer over Genesis 3 (ND 6 juni, link). Ze vroeg zich daarin af waarom Onderweg, maandblad voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK), zijn opvatting ‘dropt’ bij de lezers, zonder reflectie op de noodzakelijkheid, reikwijdte en consequentie van zijn opvatting.

Lees artikel
Kerknieuws juni 2026

Kerknieuws juni 2026

Redactie
  • Kerknieuws

Op 15 mei is ds. Johannes Theodoor Jonkman overleden. Hij werd op 13 januari 1950 geboren in Groningen en studeerde theologie in Kampen. In 1983 werd hij door GKv Drachten Zuid-Oost uitgezonden als zendingspredikant naar Kalimantan Barat (Indonesië). In 2000 werd hij gemeentepredikant in NGK Hardenberg-Centrum, waar hij vanaf 2015 aan verbonden was als emerituspredikant. De NGK Hardenberg-Centrum telt ruim 550 leden. Binnenkort verschijnt op onderwegonline.nl een in memoriam over ds. Jonkman.

Lees artikel
Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Professorsprofiel: Myriam Klinker-de Klerck

Lyanne De Haan-Wilts
  • Kerkelijk leven
  • Professorsprofiel

Ik ontmoet Myriam digitaal. Haar vakantie is net voorbij en dat is te zien, ze kijkt ontspannen met een kop thee de camera in. Toch geeft ze aan dat vakantie iets ingewikkelds heeft. Het leven als hoogleraar is gefragmenteerd en kent een permanente druk. De rust die vakantie brengt is elke keer weer even wennen. De adrenaline van haar dagelijks leven moet eruit en ze vindt het lastig om geen grip op zaken te hebben. Tegelijk hoopt ze dat ze de rust van de afgelopen vakantie mee kan nemen in haar werk van de komende tijd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief