‘Deze tijd is een woestijn met intense oases’

0

Zeven jaren zijn verstreken sinds Joost Smit (54) als predikant startte in de Amersfoortse nieuwbouwwijk Vathorst. Hij ging op zoek naar de ziel van de vinexwijk, richtte zich op verbinding met zoveel mogelijk mensen en was nauw betrokken bij Hart van Vathorst. De gemeente is sterk verbonden met kwetsbaren en ouderen. En toen kwam het coronavirus.

Joost Smit (54) is predikant van de Ontmoetingskerk in Vathorst (GKv), die haar diensten houdt in Hart van Vathorst. In dit wijkgebouw zijn ook twee zorginstellingen gevestigd. Hiervoor was hij predikant van de GKv Nijkerk-Oost en Brunssum-Treebeek. Smit is getrouwd met Hanneke en heeft vijf volwassen kinderen.

‘De zoektocht naar de ziel van Vathorst, zo heb ik het inderdaad vaak genoemd. Het was mijn manier om met de wijk in gesprek te komen. Met die vraag naar de ziel van Vathorst deed ik een beroep op de expertise van de mensen die ik sprak: de kunstenaar, wijkmanager, etcetera. En er ontstond altijd een opening naar verdieping. Ik haakte dan in met: je hebt mij iets verteld, ik vertel je ook iets over wat ik als ziel ervaar.’

(beeld Jaco Klamer)

(beeld Jaco Klamer)

Kun je na zeven jaar ook echt iets zeggen over de ziel van Vathorst?
‘De ziel van een vinex is een ziel in ontwikkeling. Er wonen veel mensen die er nauwelijks geworteld zijn. Ik kwam zowel zielloosheid tegen als ambitie en betrokkenheid. Maar het gesprek werd altijd gewaardeerd. Ik ben gewoon Joost, ik ontmoet mensen op gelijkwaardig niveau. Er was weinig weerstand. Ik heb ook geen verborgen agenda. Ik zeg dat ik van God houd en dominee ben. Als mensen dan doorvragen, gaat het gesprek altijd over God.’

Doe je dat alleen, die verbindingen leggen?
‘Deels wel. Maar het gaat echt om normale presentie. Ik loop met mijn hond door het park, kom iemand tegen en begin een praatje. Dan vraag ik: hoe komen jullie door deze tijd van coronacrisis heen? En dan praten we een kwartier. Ik trof pas iemand die tachtig procent van zijn omzet kwijt was. Het leed zat heel diep. Daarnaast creëren we als gemeente gelegenheid voor ontmoeting en verbinding. In 2014 zijn we gestart met een geregelde buurtmaaltijd. Er komen zo’n zeventig mensen aan tafel, veel alleengaanden, opvallend veel gescheiden vrouwen van boven de vijftig, weduwen en weduwnaars, mensen met een beperking, mensen die het leuk vinden mensen te ontmoeten. Gemeenteleden serveren de borden uit en functioneren als gesprekspartners. Nu, in de coronatijd, bezorgen we die maaltijden thuis.’

De Ontmoetingskerk kerkt nu vier jaar in Hart van Vathorst. Wat heeft dit gebouw de gemeente gebracht?
‘Ik zie dat we hebben geleerd met meer verdraagzaamheid en liefde met elkaar om te gaan. Kinderen zien elke zondag mensen in een rolstoel, dat vinden ze niet gek. Als de dienst is afgelopen, houden we rekening met mensen die in alle rust eerst moeten vertrekken. Daarna volgt de rest. Als een spastische broeder het niet voor elkaar krijgt zijn muntje in de collectezak te stoppen, helpt iemand naast hem even. We hebben zeven Bijbelkringen voor mensen met beperkingen, die worden gerund door gemeenteleden. Onze kringen zien allemaal om naar een of twee bewoners in Hart van Vathorst. Het leven met deze mensen is in veel opzichten geïntegreerd in ons gemeenteleven.’

Schuurt het soms ook?
‘Zeker. De verschillen die je in een gewone gemeente hebt, zijn bij ons scherper. Voor sommigen kan een kerkdienst niet vrolijk of gek genoeg zijn. Anderen, ik denk aan bewoners met vormen van autisme, hebben sterke behoefte aan orde, structuur, een korte afgebakende dienst. Sommige dingen trekken zij echt niet. Wij blijven benadrukken: we zijn samen kerk. We zijn met meer vezels aan elkaar verbonden dan onze liturgische voorkeuren. Er zal van iedereen wat gevraagd worden. Ongemerkt hebben we daarin enorm veel meters gemaakt. Ik vind de sfeer nu aanvaardend. Maar als een duiveltje uit doosje kunnen dit soort issues weer oppoppen. Dan wordt er gezegd: er is ook veel te veel aandacht voor de bewoners. Alsof dat een categorie is… Alsof het geen leden van de gemeente zijn!’

‘Je priesterlijke en herderlijke taak
komt nu voorop’

Zit het in je genen: verbinding leggen met verschillende mensen?
‘Het zit zeker in mijn biografie. Ik kom uit een open milieu. Vroeger bij ons thuis zaten asielzoekers en alleengaanden aan tafel. Mijn vader was docent aan de VU, maar had contact met mensen van allerlei achtergronden. Mijn moeder wordt 84, ze is nog steeds vrijwilliger bij de daklozenopvang. Mijn eerste gemeente in Limburg is ook vormend geweest. Het was een kleine kerkelijke gemeenschap die het zich niet kon veroorloven om in een isolement te leven.’

De coronamaatregelen zijn nu iets versoepeld. Wat is er de afgelopen weken op je afgekomen?
‘Wij zaten al voor de eerste maatregelen met het crisisteam van onze gemeente om de tafel. Vanaf het begin was voor ons duidelijk: we gaan niet de grenzen opzoeken. Dat kunnen we ons in een gebouw met twee zorginstellingen niet permitteren. We gaan diensten streamen, alleen degenen die nodig zijn komen naar de kerk. Dat was in de tijd dat je nog met honderd mensen bij elkaar mocht komen. Toen het huis op slot ging, beseften wij direct wat de impact was. Opeens was al het normale contact niet meer mogelijk. Onze ouderling voor het huis heeft zich suf geappt en gevideobeld.’

‘Ik sta nu zelf eens in de week op het binnenplein. Mensen komen op het balkon, ik spreek even met deze en gene. Vanuit de kerk is op Tweede Paasdag een hoogwerker geregeld om op hoogte bezoek te kunnen brengen. Ik ben zelf even naar Erik, een van de bewoners, gegaan. Hij stuurde me een dag later een kaart: “Ik bid voor jou. Ik vond het hartstikke leuk dat je langskwam, laat wat van je horen”.’

‘De dood is dichtbij gekomen. Een van de bewoners van de appartementen is overleden aan corona. Dat hakte erin. Voor andere bewoners die in isolement waren, was er geen gelegenheid om er samen over door te praten. Er was geen dienst, geen gedachtenisplek. Ook werken relatief veel gemeenteleden in de zorg, ook met coronapatiënten. Vanaf het begin van de crisis stuur ik hen elke week een bemoedigingsapp. Ze draaien diensten van twaalf uur, zorgen voor vier in plaats van twee patiënten op de IC. Dit kan echt traumatisch zijn: dat je nooit de goede zorg kunt bieden en steeds maar door moet. Ik heb veel voor hen en met hen gebeden. En ik moedig ouderlingen en kringleiders aan hetzelfde te doen.’

Smit speelde, tijdens Dodenherdenking 2020, de 'Last Post' vanaf zijn balkon. (beeld Jaco Klamer)

Joost Smit speelde, tijdens Dodenherdenking 2020, het taptoe-signaal vanuit zijn huis. (beeld Jaco Klamer)

Op Twitter wordt veel gediscussieerd en gereflecteerd over het coronavirus. Waarom is het er? Wat zegt het ons? Wil God er iets mee zeggen? Ik zie jou daar niet aan meedoen, waarom niet?
‘Helemaal in het begin zei iemand tegen me: je priesterlijke en herderlijke taak komt nu voorop, niet je profetische taak. Dat heb ik in mijn oren geknoopt. Mensen dienen waar het kan. Mensen erbij houden waar het kan. Het gesprek begint niet met het profetische. Ook in mijn preken heb ik de nadruk gelegd op het zoeken van Gods troostende nabijheid. Mijn eerste preek in crisistijd ging bijvoorbeeld over Psalm 80: ‘Heer, toon ons uw vriendelijk aangezicht, help ons’. Denk aan de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Daar ligt die man, gewond op de weg. De vraag is: hoe kun je hem in Jezus’ naam helpen. Totdat hij misschien zelf vraagt: waarom lig ik hier? Dan kun je verder gaan. Elke crisis is ook een gelegenheid: hoe ga ik hierdoorheen met God?’

Is dit een schrale tijd voor je gemeenteleden? Geen diensten, geen ontmoeting met elkaar…
‘Ik ervaar het als een woestijn met ook intense oases. We streamen de diensten, maar ze worden veel meer gewaardeerd dan normaal. Mensen zijn zoekender en verlangender. Schraal, ja. Maar ook zegenrijk. Waar het echt om gaat, komt veel meer aan het licht. Ik heb nog nooit zoveel reacties op preken gehad als in deze tijd.’

In een tweet zei je pas: “In online kerkdiensten zal in de liederen het ‘parelgenre’ plaats maken voor ‘kyrie eleison’. Hoogste tijd.” Dat is toch even een iets profetischer uitspraak.’
Die tweet zegt inderdaad veel van wat ik belangrijk vind. Mijn spiritualiteit is die van het opzien naar God, het verwachten van God, het uitzien naar God. Zo bid ik ook. Ik spreek vaak woorden als: laten we bidden om de ontferming van God. We staan met lege handen, we gaan naar God. Als Hij er niet is, laten we dan niet optrekken. Ik krijg daar ook wel eens feedback op: je trekt er een gezicht bij alsof je slecht gegeten hebt… Kan het niet iets vrolijker? In een feelgood-cultuur kun je redelijk met je overwinningsgeloof uit de voeten: kinderen zijn parels, ze zijn geweldig, Jezus is je grootste fan, applaus voor jezelf… Alles wat vervelend is, moet zo snel mogelijk over zijn. Corona helpt om dat door te prikken. Dat noem ik een zegen van de coronacrisis. Hier waren mensen doodziek, mensen stierven. Dan stop je wel met makkelijke praatjes. Dan wordt het: Heer, help!’

Als je dit allemaal vertelt, denk ik: een grote gemeente, veel maatschappelijke betrokkenheid, sterke gerichtheid op anderen, vijf kinderen. Heb je ook zelf dingen nodig?
‘Ik kijk met een zekere jaloezie naar collega’s die helemaal in balans lijken te zijn…’

Ogenschijnlijk ben jij er zelf ook zo een.
‘Ik ben hooggevoelig. Ik zie veel en ik voel heel veel. Dat helpt me ontzettend in mijn werk. Ik zie waar we iets mee moeten of iets mee kunnen. De zorgmedewerkers bemoedigen bijvoorbeeld. Ik geloof dat ik dat talent van God ontvangen heb. Maar er zit een risico aan hooggevoeligheid: ik kan onder de last bezwijken. Mijn vrouw weet dit, ze ziet het feilloos als ik ontspoor. Ik kan grenzeloos zijn, doordraven. Dan is er een goede oplossing: op mijn racefiets stappen, twee uur fietsen en geen seconde meer aan Vathorst denken.’

Ben je dan alleen fysiek bezig? Of gebeurt er meer?
‘Ik ervaar de lucht en omgeving dan heel sterk, de weerstand, alles wat ik voel. Ik voel me dan opgenomen in Gods schepping, geborgen. En af en toe zeg ik iets: Heer, help me. Heer, ik prijs U. Het is een diepe ervaring van kleinheid, van opgenomen zijn in het grote verhaal van God.’

Dit artikel komt uit nummer 11 van magazine OnderWeg (23 mei 2020), een inspirerend magazine voor christenen die God en de kerk liefhebben en midden in het leven staan. Neem een gratis Proefabonnement (Digitaal of Papier Plus).

Delen.

Over de auteur

Embert Messelink is zelfstandig tekstschrijver.

Laat een reactie achter