Verslaafd aan Jezus

Myriam Klinker | 20 juni 2020
  • Eyeopener

Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik de slaaf van iedereen geworden om zoveel mogelijk mensen te winnen.
1 Korintiërs 9:19

Heb jij dat ook weleens? Iets trekt aan je, het beheerst je en je merkt dat je je hele leven erop gaat richten. Lange tijd denk je dat het wel meevalt, dat jij het in de hand hebt. Tot je erachter komt dat het eigenlijk omgekeerd ligt. Een pijnlijke vaststelling. En meteen rijst de vraag: hoe kom ik hier ooit los van? Hoe krijg ik zelf weer het stuur in handen?

(beeld Jacob_09/Shutterstock)

(beeld Jacob_09/Shutterstock)

Mensen die kampen met een verslaving zullen dit zeker herkennen. De verslaving beheerst alles. Voor je het weet, ben je niet meer in staat helder te denken en te handelen. Het beheerst je hele leven. En niet alleen je eigen leven, maar ook dat van de mensen om je heen. Jij bent immers jezelf niet meer. Vrijheid is een hoog goed. Fysieke vrijheid om mee te beginnen. Niet voor niets herdenken we uitgebreid het einde van de Tweede Wereldoorlog dit jaar. Maar geestelijke vrijheid is even belangrijk. Die helpt je om de koers van je leven zelf te bepalen of bewust te accepteren. Daardoor kun je in alle rust stilstaan bij wat je belangrijk vindt in dit leven en daarnaar handelen.

Rechten

Iets dergelijks schuilt achter Paulus’ ferme verzekering tegenover de Korintiërs dat hij wel degelijk een vrij man is. Want dat was wat de christenen in Korinte, een gemeente die hij nota bene zelf gesticht had, hem voor de voeten wierpen. Voor een apostel ben jij toch wel een onvrij figuur. Je werkt voor je eigen levensonderhoud. Waarom laat je je niet betalen? Daar heb je toch recht op? Vrijheid was ook in de Griekse samenleving een hoog goed. Typerend voor zo’n mediterrane samenleving was dat ‘vrij zijn’ gekoppeld werd aan een hoge, eervolle status. Een beetje apostel heeft rechten, toch? Waarom gebruikt Paulus die vrijheid dan niet en gedraagt hij zich daar niet naar? Dat konden de Korintiërs niet begrijpen, laat staan dat ze trots op hem konden zijn. Het deed hen diep twijfelen of hij wel echt apostel was.

Waarom laat je je niet betalen?
Daar heb je toch recht op?

Twee van Paulus’ brieven aan deze gemeente zijn bewaard gebleven in de Bijbel. In beide is hij met de gemeente in gesprek over het format van zijn apostelschap, ook op het punt van vrijheid. Ja, zegt Paulus, ik werk voor de kost. Maar verwar vrijheid niet met het laten gelden van rechten. Mijn loon is mijn onafhankelijkheid. Nog sterker dan in onze samenleving gold in de oudheid ‘wiens brood men eet diens woord men spreekt’. Paulus wil aan niemand iets verschuldigd zijn, behalve aan zijn Heer. In zijn onafhankelijkheid van mensen is hij vrij. Maar Paulus zou Paulus niet zijn als hij het hierbij zou laten. Al snel draait hij de gedachte weer om: ‘Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik de slaaf van iedereen geworden om zoveel mogelijk mensen te winnen’ (1 Korintiërs 9:19). Paulus’ ‘apostolische vrijheid’, oftewel zijn onafhankelijkheid van mensen, garandeert hem een zekere wendbaarheid. Daardoor kan hij, ter wille van Christus, voor de Joden een Jood en voor de Grieken een Griek worden. Om zoveel mogelijk mensen te winnen. Zo gaat hij helemaal voor het belangrijkste in zijn leven: Christus. Als een ware apostel verzekert hij zich van de vrijheid die voor zijn taak nodig is.

Levend eigendom

Maar voor Christus gaan, houdt dus kennelijk in dat hij zich alsnog ‘ver-slaaft’ – in het Grieks staat hier een werkwoord. Slaaf: in dat woord klonk in de Grieks-Romeinse cultuur verachting mee. Het duidde op een lage status. Slaven vielen voor de wet niet onder de categorie ‘personen’. Ze werden, net als vrouwen en kinderen, in de categorie ‘bezit’ geschaard. Aristoteles bijvoorbeeld karakteriseerde een slaaf als ‘levend eigendom’ of zelfs als ‘levend gereedschap’. Toch was de sociaaleconomische impact van slaven groot. Zij werkten in alle geledingen van de samenleving: van administratieve functies binnen de keizerlijke familie tot zwaar fysiek werk in de mijnen. Tussen deze extremen in waren er tempelslaven, boerenknechten, huisslaven, opvoeders, leraren, handelaars, arbeiders enzovoort. Als ‘bezit’ waren ze volledig afhankelijk van de goodwill van hun meesters. Dat viel niet altijd mee. Daarom gingen er in Paulus’ tijd ook stemmen op om slaven te beschouwen als meer dan ‘bezit’ om de absolute controle van meesters over slaven te verzachten. Naast ‘dienen’, wat nog vrij neutraal klinkt, was ‘onderworpen-zijn’ sterk verbonden met het woord slaaf.

Verwar vrijheid niet met het
laten gelden van rechten

Net zo fel als Paulus zich van mensen onafhankelijk verklaart, verklaart hij zich aan hen ‘ver-slaafd’. Daar kiest hij voor. Of beter gezegd, daar is hij voor gekozen (1 Korintiërs 9:17). Want Christus is zijn Heer. Als een echte apostel weerspiegelt Paulus in zijn keuze voor verslaving ook de keuze van zijn meester: ‘Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens’ (Filippenzen 2:6-7). Juist die vernedering van Jezus Christus, tot zelfs in zijn gehoorzame dood aan het kruis, leidde tot zijn verhoging. Want laag is bij God hoog. Dat weet Paulus. Hij gaat zijn Heer achterna en probeert als schijnbaar onvrije ‘tentenmaker-apostel’ zoveel mogelijk mensen voor Christus te winnen.

Uiteindelijk geeft Paulus de Korintiërs op het punt van de vrijheid een beetje gelijk: vrij zijn is een hoog goed. Het hangt er alleen vanaf hoe je dat precies invult en met welk doel. Voor Paulus is het doel: verslaving. Anders dan de Korintiërs ziet hij verslaving dus niet per se als negatief. Maar ook hier is bepalend hoe je het invult: waaraan of aan wie ben je verslaafd? Voor Paulus was dat Jezus Christus, zoals af en toe ook blijkt uit de openingsgroet van zijn brieven. Zo opent hij de Romeinenbrief met: ‘Van Paulus, slaaf van Christus Jezus, geroepen apostel, afgezonderd voor het evangelie van God,…’ Ik mag graag het woord ‘slaaf’ gebruiken in plaats van de wat vlakkere vertaling ‘dienaar’ om de gedachte van onderworpenheid sterker aan te zetten. Paulus zou het ongetwijfeld eens zijn met Petrus: ‘…waar men door beheerst wordt, daarvan is men slaaf’ (2 Petrus 2:19b). Als iemand wist wat het betekende door Jezus Christus beheerst te zijn, was het Paulus wel. Zijn Heer had de regie.

Illusie

Wie of wat heeft de regie in je leven? Wie staat aan het roer? Ten diepste zijn we dat het liefst zelf. En dus is vrijheid, fysiek en geestelijk, voor ons een hoog goed. Maar, in alle eerlijkheid, dat is niet haalbaar en zelfs niet wenselijk. Pure vrijheid is een illusie. Voor de volle honderd procent zelf aan het stuur van je leven staan, wordt in onze samenleving als een hoog ideaal gezien. Maar het is niet haalbaar in dit aardse leven. De coronacrisis confronteert ons opnieuw met de onontkoombare aanwezigheid van de dood. Tot zover reikt mijn fysieke vrijheid. Maar ook geestelijk krijg ik het niet zelf voor elkaar: ook de zonde is onontkoombaar in mijn leven. Hoe kom ik daar ooit los van? Vervang de ene verslaving door een andere, zegt Paulus. Verslaaf je aan Jezus Christus, onze Heer. Ga leven van wat Jezus, zelf als een slaaf gekruisigd, heeft bewerkt. Het is goed voor jezelf, voor je omgeving en geeft je uitzicht op eeuwig leven. Zo gloort in Gods beloften een nieuwe dag voor zijn kinderen en zelfs voor de hele schepping: de dag van echte vrijheid (Romeinen 8:21).

Om over na te denken of door te praten

  • Soms is het moeilijk om die dingen die je onvrij maken in je dagelijkse leven te (h)erkennen. Lukt het je om er een aantal te noemen?
  • In Romeinen 6:15-23 beschrijft Paulus het christen-leven als ‘vrij-verslaafd’. De perikoop staat bol van de tegenstellingen. Hij schreef natuurlijk allereerst aan de christenen te Rome van wie de meesten een achtergrond in het veelgodendom hadden. Hoe zou Paulus ons aanschrijven, denk je? Zou het heel erg anders klinken?
Over de auteur
Myriam Klinker

Myriam Klinker is universitair docent Nieuwe Testament.

Meest gelezen

Gods blik op migratie

Gods blik op migratie

Koert van Bekkum
  • Column

En weer was er gedoe in Ter Apel. Houdt het dan nooit op? Nee, zolang de volken woeden – elders door oorlog en uitzichtloosheid, of hier met verzet tegen asiel als electoraal verdienmodel – zijn we er niet vanaf. Gelukkig beschikken Bijbellezers in Genesis 10 over een breder perspectief op geopolitieke verschuivingen en migratie. Deze ‘volkerentafel’ vertelt over de afstammelingen van Noachs zonen, Sem, Cham en Jafet. Nu is Genesis 10 vaak gebruikt voor een nogal statisch beeld van landen en volken. God lijkt ieder volk immers een vaste plek te geven. En inderdaad biedt het geslachtsregister een soort wereldkaart. Maar de tekst doet meer, er zit beweging in.

Lees artikel
Begin van Genesis – geschiedenis?

Begin van Genesis – geschiedenis?

Mark Janssens
  • Opinie

Ik geloof dat het begin van de Bijbel fundamenteel is. Niet voor niets opent de Bijbel met deze hoofdstukken. Is het begin van de Bijbel geschiedenis in onze westerse zin verstaan? Dat is de vraag in het artikel van collega Ulbe van der Meer (‘De slang heeft niet gesproken’, Onderweg, mei 2026) en de reacties daarop in het nummer van juli 2026. Waarbij geschiedenis vooral betrekking heeft op feiten en concrete gebeurtenissen. Dan kun je aan de ene kant of aan de andere kant uitkomen, al dan niet met voorzichtigheid en nuances. 

Lees artikel
Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Predikantsprofiel: Bob Wielenga

Jan Mudde
  • Kerkelijk leven
  • Predikantsprofiel

De afstand tussen Bob Wielenga en mij bedraagt ongeveer 9.300 km als we met elkaar beeldbellen via de smartphone van zijn vrouw Geertje. Vanaf 1980 woont en werkt Bob namelijk in Zuid-Afrika als zendeling, predikant en theoloog – Bob is tweemaal gepromoveerd aan de Universiteit van Zuid-Afrika te Pretoria. Sinds 2002 is hij met emeritaat, maar tot voor kort schreef en publiceerde hij volop. Momenteel is hij nog als docent verbonden aan het KwaZulu-Natal Missionary and Bible College. We hebben een gesprek waarin het woord ‘afstand’ de rode draad is.

Lees artikel
De mythe van de schuldige omstander?

De mythe van de schuldige omstander?

Louren Blijdorp
  • Boekbespreking

De Breepleinkerk in Rotterdam siert de cover van het indrukwekkende boek van Geert Hovingh. In die kerk verborgen de latere Kamper ethicus dr. Gerrit Brillenburg Wurth en zijn vrouw Gerda van Leeuwen samen met kostersechtpaar Jacobus en Annigje de Mars-Ouwens, 34 maanden lang zeven joodse onderduikers. Een van hen werd geboren tijdens de onderduik, in de kosterswoning. Het is een van de bijna onuitputtelijke hoeveelheid verhalen die Hovingh op tafel heeft gelegd.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief